Wetenschappers die betrokken zijn bij het klimaatpanel IPCC bereiden een nieuw rapport voor met scenario’s voor de opwarming van de Aarde. Deze week gaven ze alvast een voorproefje. Door veel media werd vooral opgepikt dat de meest extreme scenario’s, met meer dan 4 graden opwarming rond het jaar 2100, zijn geschrapt. Toch zijn de uitdagingen om extreme gevolgen van klimaatverandering te voorkomen niet kleiner geworden.
Om te beginnen is er niets veranderd aan de huidige consensus over het meest waarschijnlijke scenario voor de opwarming van de Aarde. De temperatuurstijging komt volgens onder meer het Emissions Gap Report van de Verenigde Naties deze eeuw uit op een plus van 2,5 tot 3 graden Celsius vergeleken met de tweede helft van de negentiende eeuw.
Nieuwe scenario’s voor opwarming van de Aarde
In de schets van de nieuwe klimaatscenario’s stellen de IPCC-onderzoekers voor met zeven hoofdscenario’s te gaan werken. Die volgen sterk uiteenlopende paden van opwarming, ook na het jaar 2100.

Credits: Van Vuuren et al., 206
Als je dit wat meer platslaat, kun je kijken hoe deze scenario’s zich verhouden tot het Klimaatakkoord van Parijs, waarvan het doel is om in elk geval onder de 2 graden opwarming te blijven deze eeuw. Het beeld ziet er dan als volgt uit:
Te zien is dat er in vier van de zeven scenario’s nog steeds een grote kans is dat de opwarming van de Aarde deze eeuw boven de twee graden uitkomt. Dat ligt in lijn met de consensus van een opwarming van iets meer dan 2,5 graden.
Meer dan 2 graden opwarming blijft zeer riskant voor de mens
De grens van 2 graden opwarming lijkt arbitrair. Het is immers niet zo dat de wereld vergaat op het moment dat je bij op 2,1 graden opwarming komt. Tegelijkertijd kan er een vals gevoel van geruststelling ontstaan bij het idee dat de gemiddelde temperatuurstijging deze eeuw ergens tussen de 2 en 3 graden uitkomt.
Emeritus-hoogleraar Pier Vellinga verwoordde dat onlangs tegenover Change Inc. nog scherp: ‘Een scenario van meer dan 2 graden opwarming is nog steeds vrij desastreus. Bij 1,5 graden tot 2 graden opwarming kun je zeggen: dan redden we het wel. Boven de 2 graden opwarming weet je dat je heel veel schade krijgt.’
‘Boven de twee graden opwarming beland je in een gevarenzone, met een grotere kans op situaties waarin grote groepen mensen uit bepaalde gebieden moeten verhuizen en van alles opnieuw moeten uitvinden’, aldus Vellinga. ‘De aarde blijft wel draaien met een ecologische dynamiek. Het wordt echter lastiger voor mensen en dieren als omslagen die normaliter tienduizenden jaren in beslag nemen zich binnen een paar honderd jaar of minder voltrekken.’
Gevarenzone: meer risico op klimaatkantelpunten
Bij scenario’s van meer dan 2 graden opwarming gaat het enerzijds om zogenoemde lineaire schade, waarbij samenlevingen vaker last hebben van extreem weer in de vorm van droogte, overstromingen, branden en hittegolven.
Nog riskanter is het risico op zogenoemde niet-lineaire schade. Vellinga: ‘Die treedt op als je over bepaalde klimaatkantelpunten heen gaat, zoals het wegvallen van de Atlantische oceaanstromen. Dan gaat het klimaatsysteem zichzelf bijsturen en daar kun je dan weinig meer aan doen met verdere verlaging van de uitstoot.’
Ook meteoroloog Gerrit Hiemstra wijst er in een LinkedIn-post op dat de nieuwe IPCC scenario’s geen geruststelling zijn. In doorrekeningen voor de periode na het jaar 2100 is in sommige scenario’s nog steeds sprake van meer dan 3 graden opwarming. ‘Als die werkelijkheid worden, dan brengen we onszelf in een situatie die de mensheid nog nooit heeft meegemaakt en waarvan we de gevolgen volstrekt niet kunnen overzien.’
Het zo snel mogelijk terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen, ontbossing tegen te gaan en het voedselsysteem aan te passen blijven dan ook van groot belang, volgens Hiemstra.




