Kaz Schonebeek 09 februari 2023, 16:03

Greenwashen door creatief te boekhouden: zo doen bedrijven dat

Veel bedrijven stellen ambitieuze doelen om hun broeikasgasemissies terug te dringen. Maar vaak lopen ze de kantjes er vanaf, blijkt uit recent onderzoek van New Climate Institute. Het onderzoek geeft een interessant inkijkje in de manieren waarop bedrijven hun duurzaamheidsdoelstellingen er mooier uit laten zien dan ze in werkelijkheid zijn.

Adobe Stock 458009098 Greenwashing ligt op de loer bij veel van de reductiedoelen die bedrijven stellen. | Credits: Adobe Stock

‘Net zero in 2050’, ‘onderweg naar CO2-neutraal’, ‘binnen 20 jaar emissievrij’. Bedrijven beloven heel wat als het aankomt op het terugdringen van hun broeikasgasemissies. Maar lang niet altijd is het duidelijk wat dat precies inhoudt, en hoe bedrijven van plan zijn hun beloftes waar te maken. Zo waarschuwde het CPD, een NGO die bedrijven helpt om hun emissies in kaart te brengen en terug te dringen, vandaag dat maar 1 procent van de 18.600 bij hen aangesloten bedrijven een geloofwaardig plan heeft om emissievrij te worden.

Greenwashing -iets duurzamer doen voorkomen dan het in werkelijkheid is- ligt dus op de loer. Dit blijkt ook uit recent onderzoek van het Duitse onderzoeksbureau New Climate Institute. Zij hebben de reductiedoelstellingen van 25 grote bedrijven, waaronder Unilever, Google en Volkswagen, uitgebreid geanalyseerd.

Uit die analyse wordt duidelijk hoe bedrijven hun reductiedoelstellingen opkalefateren. We nemen je mee langs vier van de meest gebruikte tactieken om duurzame doelstellingen mooier te laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn.

1. Het weglaten van cijfers

De kortste klap om de papieren uitstoot van een bedrijf omlaag te brengen, is door het weglaten van informatie over hoeveel broeikasgassen het uitstoot. Hier worden allerlei tactieken voor gebruikt. Soms worden de grootste bronnen van uitstoot weggemoffeld in een voetnoot. Of kiest een bedrijf ervoor om hele gedeeltes van het productieproces buiten beschouwing te laten, of dochterondernemingen niet mee te tellen in de totale uitstoot van een bedrijf.

2. Onduidelijke baselines gebruiken

Het stellen van reductiedoelen is natuurlijk mooi, maar vanaf welk moment begin je met rekenen? Kies je voor een jaar waarin je toevallig heel veel hebt uitgestoten, of kies je voor een jaar dat representatief is voor de hoeveelheid broeikasgassen die je als bedrijf de lucht in pompt? Door handig met die baseline te schuiven (of in het midden te laten wat je baseline precies is) kunnen bedrijven hun behaalde reductie er indrukwekkender uit laten zien dan deze in werkelijkheid is.

3. Ambitieuze doelen stellen, maar geen plannen maken

Zeggen dat je in 2050 CO2-neutraal bent, kan iedereen. En 24 van de 25 bedrijven in het onderzoek doen dat dan ook. Maar om net-zero te worden, moet je wel een plan hebben om daar te komen. En daar lijkt het vaak aan te ontbreken. Slechts 15 van de 25 onderzochte ondernemingen geeft ‘enigszins gedetailleerde’ informatie over hoe ze de eigen voetafdruk omlaag gaan brengen. En maar 8 van de 25 bedrijven geeft informatie over hoe ze de emissies in de rest van hun keten willen terugdringen – terwijl daar gemiddeld 83 procent van de emissies die de bedrijven veroorzaken, wordt uitgestoten.

Lees ook: ‘Klimaatdoelen gesteld? Super, maar nu is het tijd voor actie’

4. Goedkoop compenseren

Om uitstoot van hun broeikasgassen te compenseren, kopen de meeste grote bedrijven ‘carbon credits’. Door bomen aan te laten planten, of te investeren in groene energie, compenseren ze voor de CO2-uitstoot die ze veroorzaken. Maar uit recente publicaties van onder andere The Guardian blijkt dat één van de belangrijkste bedrijven op het gebied van CO2-certificaten, niet hard kan maken dat hun projecten daadwerkelijk CO2-reducties opleveren.

Ook kan het kopen van carbon credits ervoor zorgen dat een bedrijf meer lijkt investeren in zijn klimaatdoelstellingen dan het daadwerkelijk doet. Want hoe ‘net-zero’ is bedrijf dat vrijwel niks doet aan het terugdringen van zijn eigen CO2-emissies, en zijn schuld afkoopt door te investeren in windparken?

Lees meer:

Kantelpunt in zicht: wereldwijde vraag naar elektriciteit stijgt, aanbod van hernieuwbare energie ook

Dit blijkt uit een rapport dat het Internationale Energie Agentschap (IEA) op 8 februari publiceerde. Het rapport brengt de vraag naar en het aanbod van elektriciteit gedetailleerd in kaart en laat daarbij de verhoudingen in de opwekkingsmix zien. Ook geeft het agentschap in het rapport prognoses over de ontwikkelingen in vraag en aanbod. Opkomende economieën De vraag naar elektriciteit steeg in 2022 met 2 procent. Het IEA verwacht dat die vraag in de komende drie jaar sneller gaat groeien, namelijk met 3 procent. Dat is een grotere groei dan vóór de corona-pandemie (de gemiddelde groei was toen 2,4 procent). De stijging in vraag komt vooral door opkomende economieën in Azië, zoals India en Zuidoost-Azië. "De groeiende vraag naar elektriciteit in de wereld zal naar verwachting versnellen", zegt Fatih Birol, uitvoerend directeur van het IEA. "Het goede nieuws is dat hernieuwbare energiebronnen en kernenergie snel genoeg groeien om aan bijna al deze extra 'honger' te voldoen, wat suggereert dat we dicht bij een kantelpunt voor de uitstoot van de energiesector staan." Daling in CO2-uitstoot na 2025 De uitstoot van CO2 door wereldwijde elektriciteitsopwekking bereikte in 2022 een recordhoogte. Dit heeft onder andere te maken met de toename van de stroomvraag in Azië, maar is ook toe te schrijven aan de grote inzet van steenkoolcentrales in Europa. Doordat de gastoevoer uit Rusland stopte, schoot de gasprijs omhoog. Steenkoolcentrales moesten een deel van de vraag naar elektriciteit opvangen. Het IEA verwacht dat de emissies uit Europese elektriciteitsopwekking tot 2025 gemiddeld met ongeveer 10 procent per jaar dalen. Wereldwijd verwacht het agentschap dat de uitstoot de komende drie jaar zal stabiliseren en daarna zal dalen. Sterke groei hernieuwbare energiebronnen Zonne- en windenergie zullen de komende drie jaar de groei van de wereldwijde elektriciteitsvoorziening domineren. Samen met kernenergie dekken ze het overgrote deel van de stijging in de wereldwijde energievraag tot 2025. Door de sterke groei van hernieuwbare energiebronnen verwacht het IEA dat hun aandeel in de wereldwijde energiemix zal stijgen van 29 procent in 2022 tot 35 procent in 2025. Het aandeel van kolen- en gasgestookte opwekking zal dalen. Daarmee daalt dan ook de emissie-intensiteit, de hoeveelheid uitstoot per opgewekte kilowattuur stroom. Meer lezen over zonne- en windenergie? Groene stroomproductie start 2023 met windrecordGroene stroom is goedkoper in VS: Is het einde van kolencentrales in zicht?Zo haal je meer uit je zonnepanelen (en blijft er meer over in je portemonnee)