Jeroen de Boer
27 mei 2026, 11:09

Hoe serieus zijn multinationals met verduurzaming? 'Het is heel belangrijk om scherp te meten wat bedrijven echt doen'

De World Benchmarking Alliance (WBA) laat zien hoe tweeduizend multinationals scoren op de ontwikkelingsdoelen van de VN. Maar meestal is er meer nodig om verduurzaming bij bedrijven te versnellen. ‘Veel veranderingen komen pas tot stand als er druk komt van buitenaf’, zegt changemaker Gerbrand Haverkamp.

Changemaker Gerbrand Haverkamp (blauw) Directeur Gerbrand Haverkamp van de World Benchmarking Alliance. | Credits: WBA/bewerking Change Inc.

Meten is weten. Vanuit die gedachte begon de internationale non-profitorganisatie World Benchmarking Alliance (WBA) in 2018 met het opstellen van vergelijkende ranglijsten voor een groep van tweeduizend grotendeels beursgenoteerde bedrijven met publieke jaarverslagen. Die ondernemingen zijn actief over de hele wereld en samen goed voor 55 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen.

‘Benchmarken is belangrijk, maar daarmee alleen red je het niet’, vertelt algemeen directeur Gerbrand Haverkamp vanuit Amsterdam, waar WBA is gevestigd. ‘Op ranglijsten kijken bedrijven als Coca-Cola en Pepsi, FrieslandCampina en Arla, hoe ze het doen ten opzichte van hun directe concurrenten. Maar er zijn doorgaans meer prikkels nodig voor bedrijven om grote stappen te zetten met duurzame verandering.’

WBA vergelijkt hoe grote ondernemingen scoren op verschillende aspecten van de Sustainable Development Goals van de VN. Daarbij spelen naast klimaat onder meer sociale gelijkheid en digitale inclusie een rol.

Voordat je in 2018 bij de oprichting van WBA betrokken was, had je al een ‘Index Initiative’ ontwikkeld om bedrijven te vergelijken. Hoe kwam je daarop?

‘Eerder in mijn carrière werkte ik als beleidsmedewerker bij Nederlandse ministeries. Daar zag ik heel duidelijk dat er een verschil is tussen het feitelijke beleid en de manier waarop dat wordt verkocht. Neem bijvoorbeeld het isoleren van sociale huurwoningen. Afhankelijk van de politieke kleur van partijen werd hetzelfde beleid verkocht als een manier om sociale huren betaalbaar te houden, een maatregel die goed is voor het klimaat of een investering in vastgoedwaarde.

Ik leerde dat het belangrijk is om scherp te meten wat bedrijven echt doen, dus daar wilde ik mee verder. Dat is ook het startpunt geworden voor de World Benchmarking Alliance.

Het verschil tussen zeggen en doen blijft belangrijk. Momenteel zie je bijvoorbeeld een verandering in het narratief van grote bedrijven, die minder nadruk leggen op ‘duurzaamheid’ en meer op ‘weerbaarheid’. Door de geopolitieke ontwikkelingen is die omslag vrij snel gegaan. Tegelijkertijd kun je aan de hand van benchmarks zien dat de feitelijke veranderingen rond duurzaamheidsbeleid veel beperkter zijn.’

Om duurzame impact bij bedrijven te realiseren zet de WBA in op drie trajecten: leren, druk uitoefenen en normering. Hoe werkt dat in de praktijk?

‘De basis van wat we doen ligt bij de benchmarks. Die kunnen bedrijven gebruiken om er zelf lessen uit te trekken. Als een onderneming bijvoorbeeld vraagt waarom ze lager scoren dan de concurrentie, leggen we dat uit. Maar we zijn geen consultant die advies geeft over hoe organisaties hun problemen moeten oplossen. Dat strookt niet met onze onafhankelijke positie.

Leren van de vergelijkingen in benchmarks is een eerste stap, maar veel veranderingen komen pas tot stand als er druk komt van buitenaf. Dan kun je denken aan kwesties die in de media worden aangekaart, of rechtszaken die door ngo’s worden aangespannen. Onze data kunnen door iedereen worden gebruikt ter ondersteuning van argumenten, ook door bedrijven als ze kritiek willen weerleggen.

De kennis die we produceren is onder meer waardevol voor beleggersorganisaties als Climate Action 100+. Zij kunnen met onze data en analyses tijdens aandeelhoudersvergaderingen een discussie aangaan op basis van onderbouwde feiten. We leveren dus munitie voor verschillende partijen om druk uit te oefenen.’

En de normering?

‘Het liefst willen we dat gewenst gedrag van bedrijven in regelgeving wordt vastgelegd. In de EU gaat het voor duurzaamheid bijvoorbeeld om rapportageverplichtingen zoals de CSRD- en CSDDD-regelgeving. We pleiten er bij overheden voor om de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven actief te vertalen naar harde standaarden die je kunt koppelen aan bijvoorbeeld het Klimaatakkoord van Parijs.

Een ander voorbeeld is de succesvolle lobby die we hebben gevoerd om leefbare lonen op de agenda te krijgen bij de VN-conferentie in Doha in 2024. Landen moeten verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor minimumloonstandaarden, zodat bedrijven niet simpelweg kunnen vertrekken naar een ander land zodra de minimumlonen ergens omhooggaan. Daarmee voorkom je een race to the bottom.’

WBA richt zich op een breed spectrum van belangengroepen om bedrijven te bewegen tot duurzame verandering. Waarom kiezen jullie daarvoor?

‘Als je een bedrijf wilt laten bewegen, moet je begrijpen dat de directie aan een breed scala van verwachtingen moet voldoen: van klanten en medewerkers, maar ook van overheden en beleggers.

Als je je slechts op één groep richt, is de impact beperkt. We weten dat verandering voor non-gouvernementele lobbygroepen vaak te langzaam gaat en voor een deel van de beleggers te snel. Maar de neuzen moeten uiteindelijk wel dezelfde kant op staan. Als de verwachtingen van verschillende stakeholders te ver uit elkaar lopen, raakt een bedrijf verlamd en is de kans groot dat er weinig tot niets gebeurt.’

WBA publiceerde onlangs een rapport waaruit bleek dat in de olie- en gassector minder dan 10 procent van de bedrijven doelstellingen heeft die in lijn liggen met het Klimaatakkoord van Parijs. Wat zegt dat over de kansen om daadwerkelijk stappen te zetten met de afbouw van fossiele brandstoffen?

‘Een aantal jaar geleden leek het er even op dat de olie- en gasindustrie echt ging veranderen, maar die beweging is helaas stilgevallen door een gebrek aan externe druk vanuit cruciale partijen. Dat laat zien hoe belangrijk gecombineerde actie is. Momenteel doen twee belangrijke stakeholders niet goed mee: overheden en beleggers.

Er zijn bijvoorbeeld vrijwel geen landen die op dit moment bereid zijn om te stoppen met nieuwe boringen naar olie en gas. Wat Nederland heeft gedaan met het sluiten van het grote gasveld in Groningen is vrij uniek – en dat kwam dan nog door de aardbevingsschade. En kijk je naar investeerders, dan geldt grofweg dat veel beleggers in de olie- en gassector simpelweg niet geloven dat hernieuwbare energie op korte termijn dezelfde rendementen oplevert als investeringen in fossiele brandstoffen.

Als alleen milieuorganisaties en een deel van de publieke opinie druk uitoefenen om te stoppen met investeringen in olie en gas, gaat dat niet gebeuren. Overheden en beleggers zijn nodig om dat financieel en juridisch af te dwingen.’

WBA toonde zich afgelopen jaar kritisch over de afzwakking van EU-wetgeving rond duurzaamheidsrapportages van bedrijven. Welke risico’s zie je daar?

‘De allergrootste bedrijven vallen nog steeds onder de wetgeving voor duurzaamheidsrapportages. Toch betekent de Omnibus-richtlijn dat je een stap terugdoet. De schade komt vooral doordat het voor bedrijven niet meer duidelijk is welke koers Europa wil varen. Op zich is het niet vreemd als je wetgeving probeert te vereenvoudigen, maar ondernemingen weten nu niet goed meer hoe serieus Europa is met doelstellingen om klimaatneutraal te worden.

Het is bijvoorbeeld bijzonder pijnlijk dat de verplichting voor het opstellen van een climate transition-plan is geschrapt. Zo’n plan is juist extreem nuttig om helder te krijgen wat ondernemingen nodig hebben om tot netto nul uitstoot te komen. Zonder transitiescenario’s worden discussies gevoerd op basis van anekdotische argumenten en dan ben je een stuk verder van huis.’

In het jaarverslag over 2025 merkte je op dat WBA zelf is geraakt door bezuinigingen in onder meer de VS op budgetten voor non-profitorganisaties.

‘Wij worden gefinancierd door publieke organisaties en filantropische instellingen om onafhankelijke rapporten en analyses te kunnen maken. In 2025 viel vrij plotseling een deel van de financiering weg. Dat had te maken met het verdwijnen van de Amerikaanse hulporganisatie USAID, maar ook met bezuinigingen in Europese landen om defensiebudgetten te verhogen. Verder was er veel onzekerheid bij Amerikaanse filantropische instellingen.

Door deze samenloop van omstandigheden moesten we fors bezuinigen en afscheid te nemen van ruim veertig gewaardeerde collega’s. Het was daardoor zeker een zwaar jaar voor de organisatie en dat voelde ik ook persoonlijk.’

Zie je de nabije toekomst positiever in?

‘De beschikbare budgetten vanuit overheden en filantropische instellingen zijn kleiner geworden, maar er is inmiddels wel sprake van stabilisatie. We zien daarnaast kansen om productiviteitswinst te boeken met behulp van AI, waarmee  we het wegvallen van werknemers in de organisatie deels kunnen opvangen.

Bij zo’n crisis ga je ook scherper kijken naar je eigen ecosysteem: wat je zelf doet en wat verwante organisaties doen. Dat levert al meer onderlinge samenwerking op. Positief is ook dat er in de VS en Europa een nieuwe groep filantropen opstaat die begrijpt dat er een krachtige tegenbeweging nodig is om de huidige anti-duurzaamheidsgolf te keren. Daar zitten zeker lichtpuntjes.’

Lees ook:

Hoe deze Nederlandse impactinvesteerder een unieke kans greep met specialist in kritieke metalen voor clean tech

‘Toen we in gesprek raakten met Current Chemicals over een strategische investering, zag ik al snel: dit is een ruwe diamant met enorme waarde voor de clean tech-industrie. Dat gaat van batterijen voor elektrisch vervoer en infrastructuur, tot onderdelen van windturbines.’ Pieter Six van Momentum Global Ventures bruist van het enthousiasme, als hij vertelt hoe de impactinvesteerder uit Amsterdam een deal wist te sluiten met een unieke onderneming: Current Chemicals, Inc. (CCI).Het Amerikaanse speciaalchemiebedrijf behoort tot de schaarse westerse spelers die zeldzame aardmetalen tot onmisbare halffabricaten verwerken. Die hebben Europa en de VS hard nodig om eigen productieketens op het gebied van schone energie, duurzame mobiliteit en defensie uit te bouwen. Synergie met innovatieve LED-technologie De investering van Momentum werd in het eerste kwartaal van dit jaar definitief beklonken, maar kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Six kende ceo Bill Cohen van CCI al uit een eerdere periode, toen de Nederlander algemeen directeur was Seaborough, een Amsterdamse hightechbedrijf dat nanomaterialen voor LED-verlichting ontwikkelt op basis van fosfor. CCI was een interessant contact voor Seaborough, omdat de Amerikaanse groep voorheen als onderdeel van industrieconglomeraat General Electric al veel ervaring had met lichttechnologie.Als R&D-specialist ontwikkelde Seaborough EuroLED, een fosformateriaal dat traditionele LED-verlichting vijftien tot twintig procent energiezuiniger maakt. 'In Amsterdam kan Seaborough op laboratoriumniveau kleine hoeveelheden produceren, maar het idee is dat de volumes worden opgeschaald voor levering aan partijen in de lichtsector. Daarvoor heb je een industriële speler nodig. CCI is als fosforspecialist bij uitstek geschikt om EuroLED op te schalen', legt Six uit. Kansen voor impact: energiebesparing en zeldzame aardmetalen voor clean tech Afgelopen jaar kwamen zodoende een aantal dingen samen. Six verwisselde eind 2024 zijn baan als topman van Seaborough voor een positie als Asset Manager bij Momentum Global Ventures. Toen Cohen Momentum in april 2025 benaderde over een mogelijke strategische investering in CCI, wist Six dus al met wie hij te maken had. Het team van Momentum zag daarbij een dubbele kans: potentiële synergie met de energiebesparende LED-technologie van Seaborough en de groeimogelijkheden in de waardeketen van kritieke en zeldzame materialen voor de energietransitie.Cohen was op zoek naar een strategische partner voor een zogenoemde carve-out van Current Chemicals uit moederbedrijf Current Lighting, voorheen nog onderdeel van General Electric. 'Ik wilde geen investeerder die voor een paar jaar financiering levert en de boel dan doorverkoopt. Voor ons was het belangrijk dat een investeerder de business snapt en waarde ziet voor de langere termijn’, vertelt Cohen.De Amerikaan merkte aan de vragen die hij kreeg dat Momentum Global Ventures echt geïnteresseerd was. ‘Nederlanders staan bekend om hun directheid, maar ik vond het verfrissend dat ik alleen maar hele goede directe vragen kreeg. Dat gaf vertrouwen en zorgde meteen voor een open gesprek.'Six noemt CCI niet voor niets een ruwe diamant. 'Je loopt door hun productiefaciliteit in Ohio, ziet de mensen en proeft de enorme energie en visie van Bill. Technisch is CCI heel sterk: ze hebben decennia aan ervaring en een brede klantenkring. De sectoren waar CCI actief is - defensie, halfgeleiders, lucht- en ruimtevaart - zijn strategisch relevant en daarnaast zijn er nieuwe kansen in clean tech, onder meer in wind turbines en automotive.’ Kritische materialen: cruciaal voor de energietransitie Kritische materialen zijn onmisbaar in toepassingen als magneten, batterijen en computerchips. Zowel voor de duurzame energierevolutie als geostrategisch staan ze al een aantal jaar flink in de belangstelling. Momenteel heeft alleen China volledige waardeketens opgebouwd in eigen land: van mijnbouw, de scheiding en zuivering van samengestelde mineralen, en de productie van halffabricaten tot de fabricage van eindproducten zoals magneten, computerchips en turbines.Buiten China worden zeldzame aardmetalen onder meer gewonnen in Californië, Texas, en buiten de VS in Brazilië en Australië. Maar er zijn in het Westen relatief weinig bedrijven actief in het zogenoemde midstream-segment: de omzetting van ruwe ertsen naar bruikbare halffabricaten, een proces dat uit verschillende stappen bestaat. CCI behoort tot de schaarse westerse bedrijven in deze niche, met een focus op het combineren van gezuiverde zeldzame aardmetalen met fluor tot zogenoemde aardfluoriden.'Upstream wordt erts die zeldzame aardmetalen bevat gewonnen, gesepareerd en gezuiverd; en downstream worden metalen gemaakt’, legt Cohen uit. ‘Wij zitten daar met het fluorideproces tussenin, maar beschikken wel over mogelijkheden om zowel upstream als downstream uit te breiden. We hebben bovendien de flexibiliteit om verschillende marktsegmenten te bedienen. Dat versterkt onze positie aanzienlijk, zowel commercieel als strategisch. De investeringen van Momentum maken het mogelijk om die uitbreiding nu te versnellen.’CCI heeft een productiecapaciteit van circa honderd ton per jaar en kan momenteel zeven van de tien meest gevraagde zeldzame aardmaterialen produceren in de vorm van aardfluoriden. Neodymium is bijvoorbeeld een van die sleutelmaterialen. 'De vraag naar neodymium stijgt elke dag’, geeft Cohen aan. ‘Het is onmisbaar voor magneten inclusief windturbines en elektrische voertuigen.’ Geopolitiek als context, niet als businessmodel De geopolitieke spanning rond kritieke grondstoffen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Europa en de VS zijn beide bezorgd over de strategische afhankelijkheid van China. De dominante positie van dat land in de waardeketen van kritieke grondstoffen voor de productie van zonnepanelen, windturbines, batterijen, chips en defensietoepassingen heeft geleid tot een roep om herstel van de maakindustrie in de VS en Europa.Toch heeft dat Momentum Global Ventures er niet van weerhouden om te investeren in CCI. Six legt uit: 'Je kunt een investeringscasus niet bouwen op geopolitieke incidenten. Wat fundamenteel telt, is de structurele schaarste bij de verwerkingscapaciteit van kritieke grondstoffen buiten China. Dat is al jaren een gegeven en verdwijnt niet zomaar.'Six is ervan overtuigd dat er geen problemen zullen ontstaan met de Amerikaanse overheid over het strategische belang van Momentum in CCI. ‘Deze deal moest worden goedgekeurd door het Committee on Foreign Investment in the United States, een commissie met vertegenwoordigers van onder meer de Amerikaanse ministeries van Defensie, Energie en Financiën. Die heeft de kapitaalinvestering van Momentum goedgekeurd. Zo’n procedure geeft ook aan hoe serieus de Amerikaanse overheid omgaat met dit soort productiecapaciteit.’Cohen ziet op bedrijfsniveau intussen concrete kansen om de banden met Europa versterken. CCI levert al aan klanten in het Verenigd Koninkrijk en heeft gesprekken met partijen in Duitsland. 'De waardeketen van zeldzame aardmetalen loopt via veel schakels. Partijen buiten China zijn daarbij van elkaar afhankelijk. Leveren aan Europa versterkt daarom de weerbaarheid van de gehele keten. Op lange termijn is dat belangrijk voor het ecosysteem als geheel.' Bedrijven verder brengen levert echte waarde op Momentum Global Ventures investeert naast CCI in diverse andere ventures en werkt daarbij met een combinatie van eigen inbreng en vermogen van een groep van zo’n duizend professionele beleggers. De investeringsmaatschappij biedt verschillende vormen van participatie aan.In het geval van CCI lopen de participaties via het Tech Fund, waar ook Seaborough onder valt, 'We werken met een diverse groep investeerders, waaronder bijvoorbeeld ondernemers die hun bedrijf hebben verkocht’, geeft Six aan.Six hecht veel waarde aan transparante communicatie met investeerders. 'De kracht van communicatie is voor ons superbelangrijk. We organiseren elk kwartaal een livestream voor honderden investeerders. Een maand geleden zijn we nog bij Bill op bezoek geweest bij CCI in de VS en dat hebben we met onze certificaathouders gedeeld in een video. We willen dat ze begrijpen wat er speelt en waarom we bepaalde keuzes maken.’Wat betreft het beleggingsprofiel is Momentum volgens Six geschikt voor professionele investeerders die begrijpen dat het opbouwen van waarde in industriële en grondstoffenbedrijven tijd kost. ‘Het past bij investeerders die zich comfortabel voelen met een langere beleggingshorizon, operationele complexiteit en beperkte liquiditeit. Daar krijg je dan wel blootstelling aan strategisch belangrijke sectoren voor terug. Dit vereist geduld en een oprecht begrip van hoe waarde wordt gecreëerd in dit soort bedrijven.’ Juiste partijen bij elkaar brengen Momentum kiest bij de uiteindelijke verzilvering van investeringen, nadrukkelijk niet voor financiële kopers. Six: 'We zoeken strategische partijen voor onze ventures, dus bedrijven die een venture zien als een strategische aanvulling op hun bestaande activiteiten.'Dat geeft ook Cohen vertrouwen in de samenwerking met het team van Momentum. ‘Het is volstrekt normaal dat investeerders rendement willen. Maar het gaat er ook om hóé je dat geld verdient. Momentum geeft net zoveel om de manier waarop ze hun geld verdienen, als om het verdienen zelf. Dat is voor mij cruciaal en maakt me zo enthousiast om met ze samen te werken.' Lees ook:Ondernemers behandelen hun vermogen steeds meer als hun bedrijf Greenwashing of duurzame belegging: het verschil tussen een groen sausje en impact investeren Duurzaamheid draaide om energie besparen, nu komt de mens terug in beeldDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Momentum Global Ventures. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.