Maaike Kooijman
15 september 2026, 10:31

KNMI-directeur Maarten van Aalst: 'Klimaatverandering raakt nu al het hele functioneren van de economie'

De gevolgen van klimaatverandering werden deze zomer in Nederland heel concreet zichtbaar met hittegolven en droogte die onder meer de scheepvaart hinderden en oogsten van boeren raakten. Directeur Maarten van Aalst van het KNMI ziet de noodzaak groeien om wetenschappelijke inzichten sneller te vertalen naar concrete actie.

KNMI klimaatverandering Hoofddirecteur Maarten van Aalst van het KNMI. | Credits: KNMI

‘Daar waar we lang van zeiden dat we er niet wilden komen − daar zitten we nu middenin.’

‘Er’ is in dit geval: een zomer vol bosbranden, hitte en droogte. Maar ook: op de grens van 1,5 graden opwarming van de aarde ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. ‘Dat getal was niet uit de lucht gegrepen. Daar zat een heleboel wetenschap achter’, zegt hoofddirecteur Maarten van Aalst van het KNMI. Ook is hij hoogleraar aan de Universiteit Twente op het gebied van klimaatverandering en weerbaarheid tegen rampen.

Eind vorig jaar bracht het KNMI een rapport uit over extreem weer in tijden van klimaatverandering. Van Aalst: ‘Als je kijkt naar wat we dit jaar al hebben zien langskomen, voelt dat rapport bijna als een bingokaart.’

Als de natuur in vuur en vlam staat: check. Als de Rijnafvoer blijft dalen en de binnenvaart hindert: check. Als het westnijlvirus Nederland besmet: check. Als de oplopende temperatuur de gemoederen verhit: ook check.

Zo gaf het KNMI deze zomer voor het eerst code rood af voor hitte in situaties waarin ieders gezondheid gevaar loopt. Het aantal sterfgevallen was tijdens de ‘superhittegolf’ eind juni in alle leeftijdsgroepen hoger dan normaal, ook bij jonge mensen. ‘Ondanks dat we het halve land hebben platgelegd.’

En ja, dat kan mensen tot actie aansporen. ‘Maar dat is wel een cynische manier om ernaar te kijken’, vindt Van Aalst. ‘Want er gaan ook levens en ecosystemen onherstelbaar verloren.’

KNMI moet wetenschap vertalen naar actie

Nederlanders zijn er altijd vanuit gegaan dat alle risico’s uit te sluiten zijn, zegt Van Aalst. ‘De overheid moet maar zorgen dat er nooit overstromingen zijn, dat we geen last hebben van hitte en dat we vergoed worden voor eventuele schade. Maar we kunnen er echt niet meer omheen dat we in een extremer klimaat komen.’

Ook de rol van het KNMI verandert daarmee. Van Aalst: ‘Eerder leverden we klimaatinformatie om ons voor te bereiden op een mogelijke toekomst. Nu moeten we ons ook veel meer richten op het vertalen van wetenschap naar actie. Het worst case scenario voor een wetenschapper: dat je iedereen waarschuwt, maar niemand luistert.’

Het KNMI is betrokken bij onderzoek naar onder meer de opwarming van de oceanen en risico’s op ook het stilvallen van de Golfstroom. Maar er ligt ook een andere taak: helpen bij het toepasbaar maken van de kennis die al bestaat. ‘We weten bijvoorbeeld dat hittegolven snel toenemen in ernst en frequentie. Hoe gaan we daarmee om? Deels kun je denken aan tegelwippen en zonweringen, maar er zijn ook protocollen nodig voor sportverenigingen en evenementen. Een marathon bij hittekracht tien? Zou ik niet doen.’

Van Aalst noemt de Koeltekaart van de gemeente Amsterdam een mooi voorbeeld van klimaatadaptatie. ‘Sommige mensen vinden dat je daarmee het signaal afgeeft dat je klimaatverandering accepteert. Maar ook de lapmaatregelen zijn keihard nodig. En die hoeven echt niet allemaal vervelend of kostbaar te zijn.’

Amsterdam zorgde met zijn koelteplekken bijvoorbeeld voor een ware sociale beweging. ‘Plekken met airco’s en water werden een soort ontmoetingsplekken in de buurt, allerlei winkels sloten zich aan. Ik denk dat veel mensen positief terugkijken op de hete dagen daar.’

Maarten van Aalst op Springtij

Maarten van Aalst is een van de plenaire sprekers tijdens het Springtij Forum, dat plaatsvindt van 23 t/m 25 september 2026 op Terschelling. Hier werken beleidsmakers, ondernemers, bestuurders, wetenschappers en ngo’s samen aan de complexe duurzaamheidsvraagstukken van morgen. Check het volledige programma.

Gevolgen klimaatverandering worden beter voorstelbaar

Maar hoe zet je kennis om in actie? Dat de kosten van klimaatverandering − economisch én qua welzijn − deze zomer even extra zichtbaar waren, is daarvoor een eerste stap. Uit onderzoek blijkt dat ervaringen eerder aanzetten tot actie dan doemscenario’s, zegt Van Aalst. ‘De investeringen in de Deltawerken na de watersnoodramp in 1953 zijn daar een goed voorbeeld van.’

Dat heeft er simpelweg mee te maken dat mensen en bedrijven zich de gevolgen van klimaatverandering steeds beter voor kunnen stellen. ‘Het beeld was lang: iets doen aan klimaatverandering, dat is nodig voor een ijsbeer op de Noordpool in 2100. Ver weg in plaats en tijd, vooral iets altruïstisch. Maar klimaatverandering raakt ook nu al het hele functioneren van de economie. Infrastructuur die plat ligt, boeren die niet meer kunnen produceren… Je ziet dat bijvoorbeeld banken en verzekeraars daardoor hun werkwijze ook aanpassen.’

Daarbij gaat het wel vooral om het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het tegengaan ervan, door minder broeikasgassen uit te stoten, is iets heel anders. ‘Wat daarvoor nodig is, is het gevoel dat jouw eigen gedrag een verschil kan maken. Als burger, maar ook als Nederland.’

Praktische toepassingen: anders boeren en energietransitie versnellen

Het KNMI moet niet proberen in z’n eentje de wereld te verbeteren, vindt Van Aalst. ‘Maar ik vind wel dat we moeten vertellen wat we nu zien, en waarom dat een reden zou zijn om gedrag te veranderen. Liefst samen met mensen die kunnen laten zien waar de kansen liggen, zowel voor het tegengaan van klimaatverandering als voor het omgaan met de gevolgen.’

Toen het KNMI drie jaar geleden zijn klimaatscenario’s presenteerde, was daar bijvoorbeeld ook een Nederlandse boer bij die nu kiwi’s teelt. En het instituut werkt ook samen met netbeheerder TenneT. Weersomstandigheden, met name wind en zon, spelen immers een veel grotere rol in een hernieuwbaar energiesysteem. ‘Als je informatie over het weer slim gebruikt, kun je file op het stroomnet tegengaan en dus de energietransitie versnellen.’

Van Aalst de klimaatwetenschapper maakt zich grote zorgen, maar Van Aalst de mens is ‘van nature optimistisch’. Kijk naar waar we nu staan met hernieuwbare energie, zegt hij. ‘Dat hadden we bij het tekenen van het Parijs-akkoord in 2015 niet durven dromen. De opwek is geëxplodeerd, de kosten zijn snel gedaald.’

‘Als we destijds onderschatten hoe snel hernieuwbare energie kon groeien, onderschat ik nu hopelijk ook hoeveel we in de komende jaren nog kunnen doen. Er is ongelooflijk veel nodig, maar ik hoop dat ik verrast blijf worden.’

Lees ook:

Waanzinnige stijging nettarieven kan draagvlak onder energietransitie wegslaan

Peter Wennink, oud-ceo van ASML en architect van het veelbesproken ‘Rapport Wennink’, noemde het begrotingsbeleid van het kabinet-Jetten afgelopen maand in Vrij Nederland ‘middeleeuws’. Zijn belangrijkste kritiek: de regering weigert voor de lange termijn een fundamenteel onderscheid te maken tussen investeringen die de economie versterken en eenmalige uitgaven. Dat is ook de kern van het probleem rond investeringen in het elektriciteitsnet, die nodig zijn om de energietransitie te laten slagen.Maandagochtend maakten netbeheerders bekend dat de tarieven voor aansluitingen op het stroom- en gasnet in 2027 met gemiddeld 20 procent omhoog gaan. Vooral voor het elektriciteitsnet gaan consumenten en bedrijven fors meer betalen.Dat was wel even schrikken, want in het rapport ‘Schakelen naar de toekomst’ over de verzwaring van het stroomnet, is sprake van een gemiddelde stijging van de nettarieven van 6,7 procent per jaar voor huishoudens en kleinzakelijke gebruikers. Dat is al fors, maar een stijging van 20 procent in één jaar is echt draconisch. Energiemarkt is apolitiek gemaakt en juist daardoor politiek explosief De stijging van nettarieven heeft alles te maken met de onnavolgbare manier waarop Nederland de energiemarkt op netniveau heeft georganiseerd via publieke marktwerking. Netbeheerders zijn de facto staatsbedrijven, maar voor hun investeringsbeleid en de financiering daarvan staan ze onder curatele van de politiek onafhankelijke toezichthouder ACM.Via deze constructie heeft de politiek een cruciale publieke voorziening – energie – op afstand gezet en ogenschijnlijk apolitiek gemaakt. Door de stijging van nettarieven te versmallen tot een technocratische kwestie, dreigt een grove onderschatting van het emotionele effect van jaarlijks stijgende energierekeningen.Burgers en bedrijven zien de extra euro's die ze moeten betalen, steeds weer voorbijkomen op maandelijkse facturen, zonder dat er in Den Haag een serieuze discussie wordt gevoerd over een rechtvaardige verdeling van kosten. Lagere inkomens en bedrijven hard geraakt Een ongebreidelde stijging van nettarieven vergroot de verschillen tussen lagere en hoge inkomens: de absolute bedragen per huishouden raken lagere inkomens immers veel harder. Door dit politieke vraagstuk te ontwijken en er een onderonsje tussen netbeheerders en toezichthouder ACM van te maken, wordt een politieke tijdbom geactiveerd die het draagvlak onder de energietransitie kan wegslaan.Het lapmiddel dat in beeld komt is heractivering van het Noodfonds Energie voor huishoudens met een lager inkomen. Maar daarvoor is geen visie ontwikkeld die bijvoorbeeld vijftien jaar vooruitkijkt. Bovendien gaat het Noodfonds voorbij aan het bredere probleem rond draagvlak, omdat de focus alleen ligt op de ongeveer 500.000 huishoudens die aantoonbaar met energiearmoede kampen.Intussen begint ook de situatie voor bedrijven onhoudbaar te worden, stelt de belangenclub van Rotterdamse havenbedrijven Deltalinqs: ‘Als we willen dat bedrijven hier in Nederland kunnen concurreren, elektrificeren en investeren in bijvoorbeeld (groene) waterstof en batterijen, moet er snel iets gebeuren. De rekening kan niet langer uitsluitend bij huidige gebruikers worden neergelegd.’ Kosten uitbreiding stroomnet: Nederland kan meer lenen De kosten van uitbreiding van het stroomnet op land worden in de periode tot 2040 geschat op 107 miljard euro. Met slimmere aansturing en betere spreiding van stroomgebruik zou dat naar schatting zo’n 22 miljard euro lager kunnen uitvallen. Verder is voor uitbreiding van de netinfrastructuur op zee zo’n 88 miljard euro nodig.De investeringskosten worden nu verrekend via de nettarieven, maar je zou het verdelingsvraagstuk naar het hart van de politiek kunnen brengen door te zeggen: we financieren een deel van de netuitbreiding via de staatsschuld. Meer schuld maken voor de financiering van een duurzaam en autonomer energiesysteem is uiteraard niet gratis, maar voor Nederland wel goed te doen.Op een bierviltje ziet dat er namelijk zo uit. Als de Nederlandse overheid over een periode van vijftien jaar bijvoorbeeld 90 miljard euro extra leent, komt dat neer op 6 miljard euro per jaar.Volgens het Centraal Planbureau bedraagt de staatsschuld eind dit jaar naar verwachting 45,3 procent van het nationaal inkomen (bbp), wat neerkomt op ongeveer 560 miljard euro. Als je daar 6 miljard euro aan toevoegt, stijgt de staatsschuld met een half procentpunt naar 45,8 procent van het nationaal inkomen in 2026.Aangezien je vijftien jaar lang elk jaar 6 miljard extra leent, gaat de staatsschuld zwaarder drukken op de economie. Maar dit effect wordt gedempt doordat de economie zelf ook groeit, waarbij het tempo van de economische groei bepaalt hoe zwaar de extra staatsschuld meeweegt. Netuitbreiding financiering via belastingen: wat is rechtvaardig? Voor het politieke debat zijn vooral de extra rentelasten relevant. De Nederlandse staat kan nu voor 10 jaar lenen tegen een rente van ongeveer 3,6 procent. Dus als je gedurende een bepaalde periode zes miljard per jaar extra leent, stijgen de rentelasten telkens met 216 miljoen euro.Als je dit wilt afdekken met hogere belastingen, komen de jaarlijkse inkomsten van de rijksbegroting in beeld. Bij de Miljoenennota van afgelopen jaar raamde de regering de inkomsten uit directe en indirecte belastingen bij elkaar op iets meer dan 300 miljard euro. Om extra rentelasten van 216 miljoen euro op te vangen, moet je de rijksbelastingen met ongeveer 0,07 procent verhogen (en dat jaarlijks gedurende vijftien jaar).Voordeel hiervan is dat je de discussie over de verdeling van de kosten van de energietransitie naar de Tweede Kamer haalt. Dan kun je discussiëren of het rechtvaardig is om de rekening bij werkenden te leggen (inkomstenbelasting) of bijvoorbeeld een extra heffing op vermogen (waarde van huizen en gebouwen) in te voeren.Ook dat zal discussie opleveren. Maar dit pakt politiek mogelijk minder explosief uit dan het vooruitzicht van stoppen die doorslaan, zodra burgers en bedrijven een blik werpen op hun energierekening. 'Rust in je portemonnee' - de VVD-slogan van 2025 - kan ook ontstaan als de overheid voor de lange termijn helderheid schept over financiële keuzes en een eerlijke lastenverdeling. Lees ook:Netcongestie oplossen door energie slimmer te gebruiken: technisch kan het, maar het beleid loopt achter 5 vragen over het EU-plan van € 1.200 miljard voor Europese energienetten Nederland is met netcongestie de proeftuin van Europa: deze aanbieder van slimme energiesoftware ziet dat juist als een kans