Marc Seijlhouwer 26 juli 2021, 11:04

Mannen stoten meer CO2 uit dan vrouwen. Wat kunnen ze daar aan doen?

Een nieuw onderzoek laat zien dat mannen in Zweden veel meer CO2 uitstoten met hun consumptiepatroon dan vrouwen, terwijl ze ongeveer evenveel geld uitgeven. Mannen besteden meer aan brandstof voor een auto terwijl vrouwen meer geld uitgeven aan kleding, een relatief onvervuilend product.

Man casual smartphone elektrische auto opladen change inc adobe stock Omdat mannen vaker autorijden en meestal geen elektrische auto hebben stoten ze meer CO2 uit. | Beeld: Adobe Stock

Het onderzoek verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Industrial Ecology. Het zet uiteen hoe mannen en vrouwen in Zweden verschillen in hun uitgaves, en hoe dat impact heeft op het milieu.

De conclusies zijn opmerkelijk: mannen stoten met hun consumptie 16 procent meer CO2 uit dan vrouwen, terwijl ze maar 2 procent meer te besteden hebben. Dat betekent dus dat mannen relatief vervuilend zijn. Dat komt doordat mannen hun geld voor een belangrijk deel (70 procent) uitgeven aan activiteiten en producten die veel CO2-uitstoot veroorzaken. In het bijzonder: benzine en vlees. Vrouwen geven hun geld vaker uit aan ‘gezondheidszorg’ en kleding. Hoewel vooral die laatste veel impact op het milieu kan hebben, is de CO2-uitstoot individueel relatief laag.

Alleenstaanden stoten meer CO2 uit

Deze cijfers gelden voor alleenstaande mannen en vrouwen. Een gemiddeld gezinslid stoot aanzienlijk minder uit dan deze beide groepen. Dat komt omdat kinderen, die minder eten, benzine gebruiken en minder op verre reizen gaan ook meetellen in de ‘gemiddelde’ cijfers. Ook reizen gezinnen vaak samen, waardoor de CO2-uitstoot daalt (vooral bij autoritten).

De onderzoekers werken bij het Zweedese onderzoeksbedrijf Ecoloop en maken regelmatig analyses van de CO2-uitstoot in Zweden. Voor dit onderzoek verzamelden ze allerlei data uit het verleden. Ze pakten de life cycle analysis (CO2-uitstoot over de gehele levensloop van een product) van maar liefst 161 productcategorieën erbij, en linkten deze aan de meest recente cijfers over uitgavenpatronen van de Zweden. Die laatste gegevens zijn oud; ze stammen uit 2012. Om dat op te lossen corrigeerden de onderzoekers de cijfers aan de hand van inflatie en andere bekende prijsstijgingen.

Vleesvervangers en elektrisch rijden

Dat mannen meer CO2 uitstoten is een probleem, maar het kan relatief eenvoudig opgelost worden. De onderzoekers schetsen een toekomst waarin auto’s elektrisch zijn en mannen massaal overstappen op vleesvervangers. De uitstoot daalt dan spectaculair; van meer dan 2.000 kilo CO2 per jaar naar minder dan 1.500. De verschillen in CO2-uitstoot door consumptie blijven echter bestaan, ook als vrouwen en ‘de gemiddelde mens’ minder vlees eten en minder vliegen of autorijden. Maar het verschil tussen man en vrouw wordt wel aanzienlijk kleiner.

Volgens Annika Carlsson-Kanyama, die het onderzoek leidde, zouden overheden speciale campagnes moeten maken voor mannen. “Beleid, bijvoorbeeld in transport, moet gericht worden op mannen om ze te ontmoedigen hun auto zoveel te gebruiken”, vertelt ze aan CNN. Dat dat nu nog niet gebeurt, komt door een ongemak, volgens Carlsson-Kanyama. “Mensen voelen ongemak over het feit dat mannen en vrouwen het milieu anders belasten.”

Interface lost belofte in aan oprichter en werkt CO2-negatief met nieuwe tapijttegels: "Veel mensen moeten het eerst zien voordat ze het geloven"

Voor Peter Vogel begon het allemaal met de visie van oprichter Ray Anderson van Interface. “Toen ik aan boord kwam, was die nét opgeschreven. Er stond al: become restorative, maar we hadden toen nog geen idee hoe.” Anderson (overleden in 2011, red.) doorliep in 1994, een persoonlijke transformatie en stelde zichzelf ten doel  Interface te veranderen: van een op fossiele grondstoffen leunend bedrijf naar een organisatie die geen negatieve impact meer heeft op het milieu Anderson's uiteindelijke doel: een herstèllende manier van werken.“Wil je herstellend zijn, dan moet je CO2-negatief zijn”Vogel is nog altijd zeer geïnspireerd door Anderson. “De eerste missie, genaamd Mission Zero, had als doel uit te komen op een uitstoot van CO2.” Hij herinnert zich dat collega’s zeiden, op nul? En wat bedoelen we daar precies mee?” Vogel is heel praktisch en haalt zijn schouders op. Het was voor hem zo duidelijk als wat. “Ik gaf als antwoord, welk deel van nul snap je niet? Nul is nul. Maar uiteindelijk is nul ook niet voldoende. Wil je herstellend zijn, dan moet je CO2-negatief zijn.” Hij moet lachen. “Daar moeten we nog een beter woord voor vinden, want in dit kader is negatief natuurlijk juist positief.”Lessen uit de natuurVogel is als hoofd van Research & Development, Engineering en Maintenance verantwoordelijk voor de technologische innovatie van Interface tapijttegels binnen Europa. Met een team van twintig slimme koppen werkt hij elke dag weer, met zijn Research en Development-collega’s wereldwijd, aan alle ontwikkelingen. Dat is succesvol geweest, want Interface heeft het Mission Zero succes van Ray Anderson in 2019 kunnen vieren.Volgend doel is de missie die in 2040 bereikt moet zijn: de Climate Take Back. Vogel: “Je wilt steeds minder impact maken. Met gerecycled materiaal kom je een heel eind, alleen word je daarmee nooit CO2-negatief. Het beste wat je daarmee kunt bereiken is CO2-neutraal.” En Vogel wilde meer dan dat. Vanuit zijn kantoor heeft hij er veel over nagedacht, en keek hij daarbij letterlijk uit zijn raam. Hij staarde ook naar buiten met een doel.“Met gerecycled materiaal word je nooit CO2-negatief”“Je ziet dan dat de natuur het voor elkaar heeft. Elke boom neemt CO2 op en zet die om in koolhydraten en zuurstof.” Bij het team van Vogel ging er een lichtje branden. “Dat principe hebben we toen zelf toegepast. In 2013 hebben we een onderzoeksinstituut in arm genomen, met de vraag: hoe kunnen we met biobased-materialen producten maken die ons helpen de CO2-voetafdruk te verlagen of zelfs CO2-negatief te krijgen? We hebben proeven gedaan en voorbeelden gemaakt. En uiteindelijk een idee uitgewerkt om een nieuwe proefopstelling in de fabriek te bouwen. Die opstelling moest ons de flexibiliteit geven om een nieuwe achterkant van onze tapijttegel te fabriceren.”Vogel vertelt hoe ze deze poefopstelling intern presenteerden om te vragen of hier budget voor was. “Er waren nog geen financiële resultaten die we konden laten zien. Het ging puur om het krijgen van vertrouwen om de voglende stap te kunnen zetten. En dat vertrouwen kregen we. Daar is Interface echt vooruitstrevend in, we doen het gezamenlijk.” Dankzij de investering in de nieuwe opstelling konden proeven worden gedaan en de eerste paar tegels met de nieuwe achterkant worden geproduceerd.Lees ook: Als het land van de rijzende zon.Met materiaal- en productinnovatie naar CO2-negatiefIn dit onderzoeksproces was de grootste vraag waar de afdeling van Vogel tegenaan liep, hoe ze het hele product CO2-negatief konden krijgen. Vogel: “Dat betekende dat we de CO2-voetafdruk van bijvoorbeeld het garen moesten zien te vereffenen dat gebruikt wordt in de tegels. Want al gaan we uit van het laagste impact garen, CO2-negatief is garen nooit. Dus hebben we gekeken hoe we het gehele product CO2-negatief konden krijgen.” De achterkant, of zogeheten backing, van de tapijttegel is door de innovatie van het biocomposiet, gemaakt met CO2-negatieve materialen. Het lukte om de concentratie van de CO2-negatieve materialen nog hoger te krijgen en daarmee ook het héle product CO2-negatief, van wieg tot poort.“We hebben laten zien dat het kan”“Het eerste prototype hebben we met de hand gemaakt op het lab, en in 2017 gepresenteerd. Tenslotte hebben we die productierijp gemaakt. Met de officiële lancering in 2021 hebben we laten zien dat het kan.” De grootste stap in de ontwikkeling was dat Interface voor de achterkant van deze tapijttegel snel hergroeibaar plantbased materiaal heeft gebruikt. Vogel: “Dat vroeg een hele innovatieslag, omdat tapijttegels lang mee moeten, en biobased materialen normaliter snel verteren. Het blijft ons doel natuurlijk om producten te maken van uitstekende kwaliteit en met een lange levensduur."Lees ook: “Als je een negatieve CO2-onderneming wilt zijn.”Eerst gelovenNiet alleen was het een zoektocht naar de juiste materialen, ook intermenselijk kwam Vogel nog wel eens uitdagingen tegen. In een traject op weg naar baanbrekende resultaten, heb je mensen nodig. Mensen met een innoverend vermogen. “Je begint aan iets nieuws, iets anders, wat nog nooit eerder is gedaan. Dan heb je ook mensen die sceptisch zijn, die zeggen, dat kan niet, dat werkt nooit. Veel mensen moeten het eerst zien voordat ze het geloven. Als je met innovatie bezig bent, moet je eerst ergens in geloven, om het daarna pas te zien. Dat is een principieel verschil.”Vogel wil overigens helemaal niet zeggen dat de ene houding beter is dan de andere. “Sceptische mensen hebben we ook nodig, zij zetten dingen in perspectief en dagen ons uit.” Zo leerde hij ook hoe mensen verschillend tegen bijvoorbeeld proeven aankeken. Sommigen zaten onderweg met de handen in het haar, omdat volgens hen een proef totaal was mislukt. Vogel: “Maar ik zeg steevast, een mislukte proef bestaat niet. Er komt altijd een resultaat uit. Het kan tegenvallen, het kan niet zijn wat je verwacht, maar juist dát zijn de proeven waar je wat van leert. Daar ga je weer mee verder.”“Een mislukte proef bestaat niet, er komt altijd een resultaat uit”Dat Vogel geen last heeft van faalangst, helpt hem – en zijn afdeling – hier zeker mee. Een andere lesson learned van dit traject, is dat duidelijk werd hoe kwalitatief goed de oorspronkelijke backing van de tapijttegel was. “Het was wel lastig om de eigenschappen van onze Graphlex bitumen te evenaren met betere biobased materialen.” Maar het is gelukt: “We hebben gekeken naar het beste materiaal om te gebruiken in combinatie met een speciaal proces. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in wat we nu net gelanceerd hebben: de eerste CO2-negatieve tapijttegels van Interface met de CQuest BioX backing. De combinatie van deze backing met de speciale garens en tuftprocessen maakt de tapijttegel van wieg tot poort CO2-negatief.”Per saldo beterDat Vogel gedurende het hele proces gemotiveerd bleef, lag aan de inspirerende visie van Ray Anderson, maar ook aan zijn persoonlijke credo: doing well by doing good. “Uiteindelijk weet je dat doing good het enige juiste is om te doen. We moeten de wereld beter maken, niet slechter. Daar hoef ik niet lang over na te denken. Dat ik dat in mijn werk kan doen, is geweldig interessant.”En ook al kan Vogel goed vooruitkijken, zelfs dromen van processen uit de natuur, hij is ook nuchter. Hij ziet dat je niet alleen techniek, maar ook financiën nodig hebt. “Zonder winst houden ontwikkelingen op. Het leukste is om een balans te vinden tussen die twee.” Vogel veert op, want ook dat is een aardige les die hij heeft geleerd in al die jaren. “Als je producten gaat verduurzamen, kost de ontwikkeling daarvan altijd geld. Maar als deze producten op termijn duur blíjven, dan weet je dat er iets niet goed gaat, dat er verborgen kosten zijn. Een goed product zal op grotere schaal worden gemaakt en dus in kosten per saldo afnemen.”  Lees ook: “We zien koolstof niet als vijand.” ToekomstdromenVogel is tevreden met het succesvolle CO2-negatieve product van Interface. “Maar we zijn er nog niet. We hebben nu een CO2-negatief product van cradle to gate, maar uiteindelijk willen we ons hele product-portfolio zo krijgen. En dan bedoel ik álle producten, ook die waar veel meer garen in zit.” Uiteindelijk wil hij zelfs de totale levenscyclus CO2-negatief maken. “Dat is nog veel moeilijker, want dan kijken we ook naar het gebruik van de producten. Het tapijt moet bijvoorbeeld ook schoongemaakt worden, hoe pakken we dat aan?” Vogel lacht: “Belangrijk voor de Climate Take Back, is hergebruik. Onze tapijttegels zijn van hele hoge kwaliteit, ze kunnen zeker vijftien jaar mee. Maar mensen willen vaak na een jaar of zeven iets anders. Herbruik is daarom ook een speerpunt voor ons.”RimpeleffectOm de missie te verwezenlijken, werkt Interface natuurlijk ook samen met haar leveranciers. Vogel: “Dat is het mooie: onze invloed gaat via klanten en leveranciers verder dan ons eigen netwerk. Het is dat rimpeleffect wat je in het water ziet als je daar een steentje in gooit. Want leveranciers hebben ook weer klanten waar zij mee praten en zo wordt het effect steeds groter.” Daarnaast leggen Vogel en zijn collega’s aan iedereen uit waar Interface staat, en wisselen ze graag leerervaringen uit. “En je ziet, de ene leverancier is nog niet zo ver als de andere. Dan zeggen we, het geeft niet, we weten ook hoe we zelf begonnen zijn.”“Onze invloed gaat via klanten en leveranciers verder dan ons eigen netwerk”Vogel kijkt vrolijk. “Dan kan je ze ook meenemen op je reis. Zowel de technische als de financiële mensen. Als het product technisch beter wordt, heb je minder onderhoud en wordt het in zijn geheel ook weer goedkoper.” Vogel hoopt dat nog veel meer mensen hen gaan volgen. “Dat we het allemaal doen. Dat we de doelstelling van 2040, om een CO2 negatieve onderneming te zijn, halen. Het mooie is, dat Ray Anderson die missie op fantastische wijze heeft weten over te brengen in het bedrijf. Zo goed, dat die missie niet meer van Ray is. Het is nu ónze missie. Dat merk je bij iedereen die bij ons werkt. Dat maakt de missie ook zo krachtig.”