Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 31 maart 2014, 09:40

McKinsey: 5 overlevingsstrategieën bij grondstoffenschaarste

Toenemende wereldwijde vraag naar producten en diensten vereist een radicale verandering van grondstoffengebruik en productiviteit. Adviesbureau McKinsey ziet ongekende mogelijkheden voor een volgende industriële revolutie.

Factory800

In het rapport Are you ready for the resource revolution schetst McKinsey vijf overlevingsstrategieën voor het bedrijfsleven. Vervanging, optimalisatie, virtualisatie, de circulaire economie en terugdringen van verspilling, zullen bedrijven apart of in combinatie moeten invoeren om in deze eeuw te overleven.

Ceo's moeten niet langer genoegen nemen met een jaarlijkse productiviteitsverbetering van 1 of 2 procent. In plaats daarvan zullen ze elke paar jaar verbeterslagen van 50 procent moeten bereiken. De contouren van die volgende industriële revolutie tekenen zich af, zegt McKinsey. De benodigde technologische doorbraken zijn er al. Het is aan het management om deze kansen te grijpen.

 

1. Vervanging van kostbare, inefficiënte of schaarse materialen

 

Evalueer alle grondstoffen en middelen die nodig zijn voor de kerntaken van het bedrijf, en de producten en diensten die klanten afnemen. Zoek vervolgens efficiëntere, goedkopere, minder risicovolle en minder schaarse materialen. Nieuwe materialen vervangen niet alleen de bestaande, maar voegen ook iets toe. Koolstofvezels zijn niet alleen lichter dan staal of aluminium. Bedrijven kunnen ook beter, efficiënter en mooier ontwerpen. Zoals Tesla bewees met zijn auto's en Boeing met de Dreamliner.

Zelfs in de voedselindustrie is vervanging mogelijk, volgens McKinsey. Een Amerikaans bedrijf ontwikkelde een plantaardig substituut voor eieren. Het mengsel van erwten, bonen of ander plantaardig materiaal smaakt naar ei en heeft de zelfde voedingswaarde. De productie van Beyond Egg is 20 procent goedkoper en heeft geen last van fluctuerende graanprijzen. Ongeveer 70 procent van de kostprijs van een ei wordt bepaald door de prijs van het graan dat kippen eten.

 

2. Optimalisatie van de productiviteit

 

Software-integratie, logistiek en efficiënt gebruik van het machinepark zijn de belangrijkste stappen in dit model. Een bedrijf als GE voorzag zijn vliegtuigmotoren van software die tijdens de vlucht controles uitvoert. Het systeem stuurt alvast een waarschuwing naar de grondploeg als onderhoud nodig is of wanneer een onderdeel aan vervanging toe is. Dat levert GE niet alleen tijdwinst op, maar ook een omzetgroei.

Het Japanse bedrijf Komatsu brengt klanten en bedrijven bij elkaar voor de huur en verhuur van zware, dure machines. De leeneconomie voor de zware industrie. In Nederland doet bijvoorbeeld Floow2 iets vergelijkbaars.

Een goede toepassing van IT verbetert de logistiek, bespaart brandstof, tijd en, als een bedrijf daarvoor openstaat, maakt de weg vrij voor het benutten van elkaars ongebruikte capaciteit.

 

3. Virtualisatie: vertrek uit de fysieke wereld

 

Virtualisatie is een van de lastigste omschakelingen, erkent het adviesbureau. McKinsey vraagt daarom een gedachte-experiment. Zou u nog een wekker, een agenda of een rekenmachine kopen? Bedrijven willen dat graag, dat zijn producten die ze verkopen. Maar waarom zou u? Die functies zitten ook in een smart phone.

Werken kan vanuit huis en door Skype hoeft niemand de deur nog uit om even snel bij te praten. Mogelijk is dat een van de redenen dat het autogebruik in de Verenigde Staten terugloopt. Virtualisatie dringt de gewone wereld binnen en bedrijven moeten zich daarop voorbereiden.

 

4. Circulaire economie

 

Het sluiten van de productiekringloop is een van de grote transities in het economisch denken van de afgelopen jaren. De grote uitdaging is deze te verbreden van lokaal of nationaal niveau naar een internationaal systeem. Essentieel voor die verandering is goed ketenbeheer, selectie van materialen die zich lenen voor een circulaire economie en controle op de supply chain. De boodschap van het rapport  Towards  the circulair economy is dat de wereldeconomie hierin mee moet gaan, nu grondstoffen steeds schaarser worden.

 

5. Terugdringen van verspilling

 

Grondstoffenverspilling is kapitaalvernietiging. Toch nemen weinig bedrijven de moeite om de bedrijfsprocessen op dat punt door te lichten. Het eerdere McKinsey-rapport Bringing lean thinking to energy concentreerde zich op grondstoffen- en energieverspilling. Onnodige verspilling wordt veelal over het hoofd gezien of is te complex voor een snelle oplossing. Bedrijven die het probeerden en analyseerden welke bedrijfsprocessen waarde creëerden en welke verspilling, boekten flinke productiviteitswinst. Verbeteringen leverden niet alleen forse besparingen op, maar leidden ook tot efficiënter energiegebruik.

 

Omwenteling

 

Inspelen op deze trends vergt een omwenteling in de interne en operationele organisatie, erkent McKinsey. De invloed van technologische veranderingen, de opkomst van Big Data en The Internet of Things betekent dat systeemintegratie de belangrijkste stap is. En een van de grootste uitdagingen, omdat het om processen gaat die altijd in beweging zijn.

Bedrijven die deze benadering al toepassen, zijn volgens McKinsey bijvoorbeeld Tesla Motors, Nest Labs, SolarCity en Zipcar. Deze bedrijven hebben het potentieel om traditionele concurrenten voorbij te streven en nu nog ondenkbare businessmodellen te ontwikkelen.

Daarvoor is specialisatie nodig bij het management, scholing en de ontwikkeling van nieuwe kennis. Het goede nieuws is echter dat ieder bedrijf deze omschakeling moet maken. Hoe eerder een bedrijf ermee begint, hoe groter de voorsprong ten opzichte van de concurrentie.

Bedrijven die zich blijven vastklampen aan de oude aanpak zullen het niet redden, voorspelt McKinsey. Bedrijven daarentegen die hun verbeteringen goed van de grond krijgen, worden de grote bedrijven van de 21ste eeuw.

Bron: Rapport Are you ready for the resource revolution | Foto: Library of Congress, via Wikipedia

Hivos wil aanjager zijn van 100 procent groene ICT

Elke sms die we versturen en elke zoekopdracht die we uitvoeren – het gaat ongemerkt, maar alles kost energie. Vooral de datacentra die alle berekeningen uitvoeren zijn grootverbruikers. En met de toenemende digitalisering stijgt ook het stroomverbruik sterk.Bedrijven hebben al grote interne efficiency-slagen gemaakt. Onnodig stroomverbruik door koeling en verlichting is teruggebracht en de servers worden steeds efficiënter. Toch zijn die maatregelen niet voldoende om de toename te compenseren.EnergieverbruikDe komende jaren groeit het energieverbruik in de Nederlandse datacentra naar verwachting van 1,6 terrawattuur in 2012 naar 2,1 terrawattuur in 2015. Ter vergelijking: de totale hoeveelheid in Nederland geproduceerde hoeveelheid hernieuwbare energie in 2012 was 11,5 terrawattuur. De komende drie jaar groeit de energiehonger van de datacentra met 30 procent en neemt vooralsnog niet af. Hivos maakt zich zorgen over de toename van de CO2-uitstoot die daarmee samenhangt, omdat ontwikkelingslanden het meest lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. Nederlandse ICT-sector moet het voortouw nemen “Het Nederlandse bedrijfsleven moet het voortouw nemen in de vergroening van de energievoorziening”, zegt Marieke Kragten, projectleider 100% groene ICT. Hivos richt zich op de ICT-sector, omdat het een groeisector is die alleen maar belangrijker gaat worden. Aandacht voor hernieuwbare energie was er maar weinig. “Over het geheel genomen ligt de nadruk nog te veel op techniek, echte vergroening van de stroomvoorziening is voor de meeste datacentra slechts bijzaak.”VerdienmodelIn Nederland is slechts een handvol datacentra dat aan die eisen voldoet. De duurzame focus heeft daarbij tot nu toe vooral gelegen op efficiëntie. Bedrijven profiteren van het grootverbruikerstarief of halen groene stroom goedkoop uit het buitenland, veelal afkomstig van waterkrachtcentrales in Scandinavië. Meebetalen aan de bouw van een Nederlands windpark is duurder.Marieke Kragten ziet genoeg oplossingen die een bedrijf ook nog geld opleveren. Nederlandse datacentra kunnen mee-investeren in windparken en zonnecentrales, Zo stellen ze hun eigen energievoorziening, die voor datacentra heel belangrijk is, veilig voor de toekomst en kunnen ze prijsschommelingen vermijden. Zonder het profijt van de goedkope stroom te verliezen.Die benadering sorteert het meeste effect, zegt Kragten. “In plaats van steeds kritiek te leveren en de tekortkomingen te benadrukken, zoeken we de dialoog. We geven informatie of, als bedrijven dat willen, kunnen we hen adviseren. Soms zijn ze dan wel bereid over te stappen op groenere vormen van energie.”VerschuivingenHet onderzoek naar de herkomst van stroom bij de Nederlandse datacentra was een van de weinige keren dat Hivos kritiek uitte. Uit hun analyse bleek dat een bedrijf als KPN zijn data voorziet van hernieuwbare stroom uit een windmolenpark voor de kust van IJmuiden, terwijl Tele2 nog altijd grijze stroom gebruikt.“We wilden de boel in beweging krijgen. Er komen grote veranderingen op ons af. De uitrol van het 4G-netwerk zal een enorme impact hebben op het energieverbruik”, denkt Kragten. Gebruikers kunnen nog makkelijker en sneller enorme hoeveelheden data downloaden. Het 4G-netwerk slurpt zes keer zoveel energie als het bestaande 3G. “Op zich is daar niets mis mee”, zegt Kragten. “Maar we moeten ons wel realiseren wat de consequenties zijn. Namelijk nog meer CO2-uitstoot.”EfficiëntieOp het gebied van software en besturingssystemen zijn nog flinke stappen te zetten om de energie-efficiëntie te verbeteren. De grote winst zit echter aan de bron. De uitrol van het 4G-netwerk heeft een enorme impact op het energieverbruik. Marieke Kragten ziet een steeds duidelijker scheiding tussen koplopers en achterblijvers. Een van de argumenten van de sector om groene stroom in te kopen en zelf niet te produceren, is dat Nederland niet genoeg kan leveren. In Nederland werd in 2012 in totaal zo'n 11,5  terrawattuur duurzame energie opgewekt. Ruim voldoende voor de datacentra.“Maar het bedrijfsleven kan zelf investeren in windmolenparken en meehelpen de capaciteit te vergroten.” Volgens haar hebben veel klanten wel door wat er aan de hand is. Een bedrijf als KPN pronkt er in zijn advertenties mee groene stroom te gebruiken voor zijn datacentra. “Als de klanten het willen en bedrijven spelen slim in op die vraag, gaat het balletje vanzelf rollen.”Foto: Quintin van der Blonk