Marc Seijlhouwer 23 april 2021, 12:13

Muziek moet duurzamer: oproep om Nederlandse bands milieuvriendelijk te maken

Een lijst met eisen voor duurzaamheid moet het optreden van (Nederlandse) muzikanten milieuvriendelijker maken. Met een statiegeldsysteem op festivals, versterkers die draaien op groene stroom en het afschaffen van plastic polsbandjes wil de muziekindustrie vergroenen. Ook internationaal zijn er initiatieven om muziek duurzaam te maken.

Concert licht adobe stock Zodra concertzalen weer open mogen, willen ze groener opereren, met minder plastic en duurzame stroom | Beeld: Adobe Stock

De eisenlijst verscheen woensdag in dagblad Trouw en is afkomstig van de UIMA, een koepel van muziekagentschappen. Die agentschappen vertegenwoordigen duizend artiesten, zowel Nederlands als internationaal. Het idee is dat de artiesten de groene eisen opleggen aan de organisator van een festival of concert, net zoals muzikanten eisen hebben over eten en andere faciliteiten. Door duurzaamheid te vragen van de organisatoren vergroent de muziekwereld sneller, is het idee.

Een volledige groene tournee bestaat niet, erkent de UIMA. Vooral van hot naar her vliegen veroorzaakt veel CO2-uitstoot. Maar, zegt een vertegenwoordiger van UIMA tegen Trouw, met goede planning kan er soms een trein in plaats van een vliegtuig worden genomen. Bovendien hebben muzikanten een voorbeeldfunctie en leidt hun groene insteek misschien ook tot meer groen gedrag van concert- en festivalgangers.

Lees ook: Hoe festivals duurzamer willen worden

CO2-uitstoot van de muziekindustrie

Hoeveel CO2 en andere broeikasgassen de muziekindustrie precies uitstoot is niet bekend; het is niet een grote sector zoals transport of landbouw. Maar een studie over de muziekindustrie in het Verenigd Koninkrijk laat zien dat de industrie in dat land alleen al 540.000 ton CO2 uitstoot per jaar. Ter vergelijking: de volledige luchtvaartindustrie veroorzaakte in 2018 een miljard ton CO2-uitstoot – ongeveer tweeduizend keer meer. Het grootste deel komt door reizend publiek, dat van en naar festivals en concertzalen moet komen. Op nummer twee komt de uitstoot van concertzalen.

Het bewustzijn over duurzaamheid bij festivals en zalen groeit. In Nederland werkt het DGTL-festival bijvoorbeeld hard aan duurzaamheid, hoewel het internationaal georiënteerde festival wel weer veel buitenlandse bezoekers trekt, die met het vliegtuig komen. Dieselgeneratoren worden soms vervangen door groene stroomoplossingen, met zonnepanelen, windturbines en batterijen. En een statiegeldsysteem voor bekers zorgt voor minder afval.

Platenlabels willen ook duurzaam zijn

Ook de platenlabels, die verantwoordelijk zijn voor het produceren en uitgeven van muziek, willen hun steentje bijdragen aan duurzaamheid, hoe klein hun aandeel in de totale CO2-soep ook is. De onafhankelijke labels Beggars Group en Ninja Tunes willen in 2024 respectievelijk eind 2021 klimaatneutraal zijn. Dat doen ze onder andere door milieuvriendelijker vinyl te gebruiken voor de gedrukte platen en minder zakelijk te vliegen.

Lees ook: Grote Nederlandse werkgevers spreken af: minder en anders zakelijk vliegen

Waarom opschaling van de waterstofketen belangrijk is voor de energietransitie

Waarom is waterstof zo belangrijk voor de energietransitie?“De energietransitie gaat om één ding: geen CO2 meer uitstoten. Om dat te doen kom je bij waterstof uit. Want het is uiteindelijk het beste om energiedragers te hebben waar geen CO2 bij vrijkomt. Elektriciteit en waterstof hebben die eigenschappen. Door die schone energiedragers te gebruiken, wordt het ook veel makkelijker om die ketens te verduurzamen. Dan ben je er nog niet, want elektriciteit moet je opwekken en waterstof moet je maken. Maar de schone energiedragers heb je wel. Daarbij is de energiedrager waterstof een molecuul, wat je kunt inzetten bij de specifieke processen waar je moleculen voor nodig hebt, denk aan de chemie of industrie die hoge temperaturen nodig heeft. Dat lukt niet met elektriciteit. Het is daarom noodzakelijk om naast elektriciteit een andere, schone energiedrager te hebben.”U pleit namens Gasunie voor de grootschalige inzet van waterstof en een snelle opschaling van de keten. Is er nu al waterstof beschikbaar?“Waterstof is beschikbaar, maar het is nog niet schoon genoeg, het is er niet in de benodigde volumes en niet in een concurrerende prijsstelling. Nu wordt waterstof nog van aardgas gemaakt, zogenoemde grijze waterstof, en in de industrie op die manier toegepast. Blauwe waterstof wordt van aardgas gemaakt waarbij de CO2 wordt afgevangen en onder de grond gestopt. Groene waterstof wordt gemaakt van zonne- of windenergie en omgezet in waterstof met een elektrolyser. Die groene variant is nu nog veel duurder dan waterstof gemaakt uit aardgas. Dat wordt goedkoper door het op te schalen. En aan de andere kant moet de waarde van CO2-uitstoot beter in het prijssysteem worden verwerkt, zodat de grijze variant vanzelf duurder wordt.”Lees ook: Kabinet trekt 338 miljoen euro uit voor groene waterstofHoe maken we de schone, groene waterstof goedkoper?“Door de integrale keten tegelijk te ontwikkelen. Je kunt niet alleen een elektrolyser neerzetten om waterstof te maken, je hebt ook de wind, het transport, de opslag en de klant nodig. Het is heel belangrijk dat we die keten gezamenlijk ontwikkelen, van begin tot eind. Dat geldt voor Nederland, en straks ook voor Europa. We kunnen hier beginnen en het groot maken, maar uiteindelijk gaat het om de concurrentie van Noordwest-Europa op de wereldmarkt. De ontwikkeling van de waterstofeconomie beschrijven we met de hink-stap-sprong-sprong, die ongeveer tien jaar in beslag neemt. Met de eerste ‘hink’ zetten we het groeifonds in om de boel op gang te krijgen, om ervoor te zorgen dat de industrie klaar gemaakt wordt voor die waterstofprocessen, en dat aan kant van de elektrolysers versnelling en schaalgrootte komt. De stap betekent dat we de gehele keten van wind, elektrolyser, transport, opslag en verbruik aan elkaar gaan knopen. Dan zitten we in de tweede helft van dit decennium. Met de eerste sprong moeten we de Nederlandse industrieclusters met elkaar verbinden. De tweede grote sprong voor waterstof komt van offshore wind en uit import. Want in de hele wereld gebeurt veel om waterstof klaar te maken voor export, daar zit tenslotte het verdienmodel. Als het geëxporteerd wordt moeten wij er klaar voor zijn om die waterstof in Noordwest Europa binnen te halen. Daar zijn we altijd goed in geweest, en daar moeten we goed in blijven.”Wat moet er gebeuren om de transportinfrastructuur van Gasunie klaar te maken voor waterstof?“Dat zal in twee stappen gaan. We moeten systemen aanleggen rond de industriële gebieden. Die lokale systemen moeten worden aangesloten op de nationale en internationale systemen. Dat noemen we onze backbone, waarmee we een systeem hebben dat Nederland en de industrieparken in Noordwest Europa voedt en ontsluit voor waterstof. We kunnen daarvoor onderdelen van onze bestaande infrastructuur inzetten voor het transport van waterstof. Hiervoor is een investering nodig van ongeveer 1,5 miljard euro. Een deel kunnen wij zelf opbrengen, maar er zal ook een deel van subsidies moeten komen. Uiteindelijk moet de backbone samen gaan met opslag, in onze optiek in de lege zoutcavernes in Noord-Nederland. Want het mooie aan waterstof is dat je het later kunt gebruiken. Transport en opslag vormen zo het kloppende hart van de waterstofketen.”Lees ook: Wetenschappers slaan CO2 op in krijt (met groene waterstof als restproduct)Waarom moet Nederland vooraan lopen in deze transitie?“Waterstof zal wereldwijd een steeds grotere rol gaan vervullen. Wij hebben hier een aantal locatievoordelen om dat snel in de benen te krijgen. We liggen aan de Noordzee, waar we toegang hebben tot offshore wind. We hebben de aardgasinfrastructuur die we kunnen omzetten naar waterstof, en de industrie zit compact bij elkaar. Ook hebben we een hub-functie: Nederland heeft al ruime ervaring met fysieke handel en importstromen. Geen enkel ander land in de wereld heeft deze unieke combinatie. Daarbij moeten we natuurlijk de industrie en het zware transport meenemen om die waterstof te gebruiken, want naast CO2-reductie kan waterstof een enorme impuls geven aan bijvoorbeeld onze maakindustrie.”  Wat is er vanuit de overheid nodig om de waterstofketen op te schalen?“De industrie kan het niet alleen, het moet een combinatie zijn. Van geld, regelgeving en stimulering. Dat moeten we in Europees verband doen, dus moet er geld uit Brussel en Den Haag komen. Zo is waterstof toepasbaar in de industrie, en wordt het betaalbaar door nieuwe technieken. Dat biedt ook een economische kans, want de vraag naar duurzame producten zal naar verwachting alleen maar toenemen. Hoeveel geld er precies nodig is vind ik lastig om te zeggen, maar de steun moet helpen om in de markt te kunnen concurreren. Wij als Gasunie steken behoorlijk onze nek uit als we die 1,5 miljard euro investeren om de infrastructuur klaar te maken voor waterstof. Maar bedenk dat als we dat niet doen, we achterlopen in de waterstofontwikkeling. De industrie wil, Gasunie wil, waar wachten we nog op!”Lees ook: Vliegtuigen die vliegen op CO2, is dat de toekomst?