Teun Schröder
24 april 2024, 10:13

Natuurrampen prima, als ze maar van mijn portemonnee afblijven

Welgestelde Nederlanders die de mond vol hebben van duurzaamheid blijven vaak vervuilend leven. En omgekeerd: mensen met een krappere beurs zónder klimaatzorgen zijn vaak groen bezig.’ Met deze krokante intro luidt Trouw een artikel in over de discrepantie tussen duurzaam zeggen en duurzaam doen, naar aanleiding van een onderzoek van het SCP. Het schetst een veel te beperkt beeld van het onderzoek en werkt bovendien polariserend. De onderzoeksresultaten zijn best hoopvol, maar leggen ook pijnlijk bloot waar het probleem ligt.

Downloadcolumn1 | Credits: AI-generated image Pixlr

Met de intro zet Trouw twee kampen lijnrecht tegenover elkaar. Onterecht, want het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) stak het onderzoek naar duurzame gedragsverandering veel breder in dan alleen de verschillen tussen arm en rijk. Het onderzocht in hoeverre Nederlanders überhaupt bereid zijn om hun gedrag aan te passen.

Nederlanders zijn eigenlijk best eensgezind als het over klimaatzorgen gaat. 95 procent erkent dat het klimaat de afgelopen honderd jaar veranderd is. 65 procent gelooft dat dit komt door de mens. Maar los van de oorzaak, is zo’n driekwart van de Nederlanders bezorgd over het klimaat en vindt 74 procent dat de mensheid in actie moet komen, een stijging van 9 procent sinds het vorige onderzoek in 2019. Goed nieuws zou je zeggen; de urgentie leeft.

Kleine beurs is duurzamer

Het probleem is dat ‘vinden dat er iets moet gebeuren’ niet direct leidt tot duurzamer gedrag. En dat geldt in het bijzonder voor hbo- en wo-opgeleiden met een hoge levensstandaard. Ze kopen en vliegen meer, met alle schadelijke milieugevolgen van dien. Ook is het ‘duurzaam doen’ van rijke mensen, zoals biologisch vlees of katoen kopen, lang niet zo duurzaam als helemaal geen vlees en kleding kopen. Mensen met een kleinere beurs zijn in de praktijk duurzamer. Ze gaan minder ver op vakantie en hebben geen garderobes die met de seizoenen meedraaien. De prioriteiten van mensen met minder te besteden liggen simpelweg ergens anders.

Welgestelde mensen zijn kennelijk onmachtig en onkundig om op eigen houtje grote veranderingen in de leefstijl door te voeren. Maar het beeld van het pedante heilige boontje dat anderen graag de les leest klopt niet. Geen vegetarische yup preekt doelbewust over de schadelijke gevolgen van vleeseten om vervolgens smalend een vliegticket naar Bali te boeken. Wel steekt ie regelmatig de kop in het zand. Welvarende Nederlanders lijken vooral moeite te hebben om de duurzame keus te maken, in de overvloed aan keuzes die ze überhaupt hebben. De niet-duurzame aankoop glimlacht voortdurend verleidelijk naar ze.

Natuurramp of portemonnee geraakt?

Overigens zijn ‘de rijken’ niet alleen. 47 procent van de Nederlanders voelt geen duidelijke eigen verantwoordelijkheid voor klimaatoplossingen. Zelfs bij natuurrampen is een kwart van de Nederlanders niet bereid om daarvoor geld in te leggen.

Willen we ons gedrag dan helemaal nooit aanpassen? Natuurlijk wel. We zijn namelijk best bereid te veranderen als de vervuilende keuze meer kost dan de duurzame keus. Het SCP concludeert zelfs dat de portemonnee een sterkere invloed heeft op gedragsverandering dan het voorkomen van natuurrampen. Die conclusie benadrukt nog maar eens de ongekende kracht van het principe: de vervuiler betaalt. Belast CO2-uitstoot en hang een prijskaartje aan aankopen die leiden tot biodiversiteitsverlies, luchtvervuiling en waterverontreiniging. Dit kunnen we niet als individu besluiten. Wel kunnen we ons verbinden aan instituten die zich hiervoor inzetten.

Dat rijken duidelijke afspraken en financiële consequenties nodig hebben om duurzamer te worden is overigens niet nieuw. Op wereldschaal eisen kwetsbare en door ons uitgemolken economieën dat al jaren. Laten we het dus hebben over hoe we duurzame gedragsverandering voor iedereen mogelijk maken, in plaats van dat we inzoomen op de verschillen onderling. In het onderzoek van het SCP geven Nederlanders zelf aan wat kan werken: wie niet horen wil, moet maar voelen. In de strikt parlementaire zin. En in de portemonnee.

Lees ook:

PBL: Nederland kan in 2050 klimaatneutraal zijn, maar elke denkbare oplossing is dan nodig

Een klimaatneutraal Nederland is technisch haalbaar, zegt het Planbureau voor de Leefomgeving in zijn laatste onderzoek. In een vuistdik rapport schetst het PBL dertig techno-economische trajecten waarmee de Nederlandse uitstoot netto-nul wordt. De conclusie: we hebben alle beschikbare technieken, energiebronnen en bouwstenen nodig als we ons doel willen halen. Sluiten we op voorhand middelen uit, dan verdwijnt netto-nul in 2050 uit zicht. Concreet betekent dit dat we energie moeten besparen en meer elektriciteit moeten opwekken uit CO2-vrije bronnen zoals zon-, wind- en kernenergie. Ook kunnen we meer gebruik maken van duurzame warmtebronnen zoals geothermie en warmtenetwerken op restwarmte. Het PBL benadrukt bij kernenergie wel dat het succes daarvan afhankelijk is van de bouwkosten van nieuwe kerncentrales. Zijn deze te hoog, dan kan dat een reden zijn om voor andere opties te kiezen. CO2 afvangen en opslaan Daarnaast pleit het PBL voor de opschaling en productie van biogrondstoffen en groene waterstof, maar merkt het ook op dat deze vervangers van fossiele brandstoffen op de korte termijn schaars zullen blijven. De onderzoekers zien minder heil in biomassacentrales voor elektriciteitsproductie, omdat de schaarste aan biomassa beter ingezet kan worden voor hoogwaardige toepassingen, zoals biobrandstoffen. Verder kan Nederland de capaciteit van de afvang en opslag van CO2 vergroten. Dit kan specifiek efficiënt zijn bij biobrandstoffabrieken – waar schone brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart gemaakt kunnen worden – omdat hier relatief zuivere CO2 vrijkomt. CO2-afvang bij aardgascentrales voor elektriciteitsproductie wordt waarschijnlijk te duur, omdat hier de CO2-uitstootconcentratie te laag is. Op de korte termijn zal CO2 vooral afgevangen en opgeslagen worden bij de productie van ammoniak en waterstof uit aardgas. Landbouw hervormen In het rapport beschrijft het PBL ook hoe de landbouw zich kan ontwikkelen in een klimaatneutraal Nederland. De grootste uitstootboosdoeners daar zijn methaan en lachgas die verband houden met de veestapel. Het PBL verwacht dat de veestapel in aanloop naar 2035 verder zal krimpen, onder andere door het stikstofbeleid en de mestregels. Als we de uitstoot van de landbouw verder willen beperken, is beter beheer van onze veengronden noodzakelijk en zullen meer bossen aangelegd moeten worden. Daarvoor zijn wel vergaande maatregelen nodig, zoals het verhogen van de grondwaterstand en het herbestemmen van landbouwgrond. Niet fossielvrij Verder zegt het PBL dat klimaatneutraal in 2050 niet betekent dat Nederland helemaal geen broeikasgassen meer uitstoot. In vrijwel alle scenario’s komen nog deels emissies vrij, bijvoorbeeld door veengronden die langzaam broeikasgassen blijven emitteren. Deze uitstoot kan Nederland binnen de grenzen compenseren, bijvoorbeeld met extra bos- en natuuroppervlak. Lees ook: Kiezen tussen twee kwaden of op zoek naar de gulden middenweg? Dit is het grootste dilemma van de groene belegger 2023 zat vol hittegolven, bosbranden en overstromingen: ‘De kosten van niks doen zijn veel hoger’ Edwin van Houten (ACM) over duurzaamheidsclaims: 'Als je het eerlijke verhaal vertelt, dan heb je niks te vrezen'