Wilke Wittebrood
05 oktober 2026, 15:01

Oprichters adviesbureau House of Inclusion: 'Bedrijven willen laten zien dat ze achter diversiteit en inclusie blijven staan’

Met House of Inclusion helpen oprichters Danielle Jiskoot en Sacha Martina bedrijven inclusiever te worden. Een onzekere business in een tijd waarin diversiteit en inclusie met name in de VS onder vuur liggen, zou je zeggen. Integendeel: ‘Het afgelopen jaar is onze omzet verdubbeld.’

bedrijven diversiteit inclusie beleid advies Sacha Martina (l) en Danielle Jiskoot (r) van House of Inclusion. | Credits: House of Inclusion

Begin dit jaar stond Sacha Martina voor een groep mannen van wie de meesten op dat moment overal liever hadden willen zijn dan bij de sessie over diversiteit en inclusie die ze moesten bijwonen. Haar opdrachtgever was een organisatie die vreesde dat een deel van de aanwezigen richting de manosfeer aan het afglijden was, een oerconservatieve online cultuur die ‘mannelijke dominantie’ viert en het feminisme verwerpt.

Dus vroeg de instelling Martina, samen met Danielle Jiskoot oprichter van advies- en consultancybureau House of Inclusion, om een ‘inspiratiesessie’ te geven. Bedoeld om te laten zien waar diversiteit en inclusie nu eigenlijk om draaien: geen ‘woke’ gedoe, maar gelijkwaardigheid, eerlijke kansen voor iedereen.

Tot de eerste break was het sleuren en trekken. Maar tijdens die pauze kwamen er ineens een paar mannen naar haar toe. ‘Eén van hen vertelde dat zijn vrouw chronisch ziek was’, vertelt Martina. ‘Ze was enorm helder, maar om te kunnen werken had ze op kantoor wel wat aanpassingen nodig. Veel bedrijven zagen dat niet zitten. Daarom had ze heel veel moeite met het vinden van werk.’

Ze zág het kwartje gewoon vallen. ‘Die man zei: “Ik wil gewoon dat mijn vrouw een leuke baan vindt, dat bedrijven haar die kans geven. Valt dat ook onder inclusie?”’

Aha-momenten

Zulke ‘aha-momenten’ maken Martina en Jiskoot vaker mee. Die momenten maken hun werk zo waardevol – en vol te houden, want praten over diversiteit en inclusie roept tegenwoordig niet alleen meer waardering, maar ook weerstand op. Vooral de term DEI (diversity, equity & inclusion, red.) is beladen geworden, waarover straks meer. Maar de onderliggende boodschap landt uiteindelijk altijd, is hun ervaring.

Het in 2023 opgerichte House of Inclusion verzorgt trainingen, workshops, keynotes en advies op het gebied van DEI en heeft inmiddels meer dan 150 bedrijven en instellingen als klant, waaronder Triodos Bank, Vinted, de Jaarbeurs en IT-dienstverlener Sopra Steria. ‘Hoe vaak we wel niet tijdens sessies hebben gehoord: “Dit zouden meer mensen moeten weten!”’, vertelt Jiskoot. ‘We wilden onze kennis ook buiten de businesswereld verspreiden, een bredere doelgroep bereiken. Dus besloten we een boek te schrijven.’

Dat boek, Doe eens normaal, ligt sinds 23 september in de winkels. Met het boek willen ze lezers uitdagen hun eigen ‘normaal’ te bevragen. Dat is uiteindelijk ook maar een optelsom van wat iemand vanuit opvoeding, cultuur en omgeving gewend is, en het normaal van de een is niet het normaal van de ander.

Sacha Martina (l) en Danielle Jiskoot van adviesbureau House of Inclusion. Credit: House of Inclusion.

Geen bijbel voor diversiteit

‘Het boek is geen bijbel voor diversiteit en inclusie’, zegt Jiskoot. ‘Dat willen we juist niet. Het thema is zo groot dat het mensen een beetje kan verlammen. Maar bijna alle grote maatschappelijke veranderingen zijn klein begonnen. Die kleine veranderingen willen we met dit boek aanmoedigen. Maak die ene opmerking eens niet, of stel die ene vraag juist wel.’

Anders dan de titel doet vermoeden, is Doe eens normaal geen beschuldigend of boos boek. ‘We zien het belang van de activistische stem, maar zelf kiezen we voor een andere aanpak’, legt Jiskoot uit. ‘Wij willen verschillende mensen samenbrengen. Dat doen we met House of Inclusion ook. Dan helpt het niet als wij nadrukkelijk kleur bekennen of er hard ingaan als iemand een fout maakt. Wij maken ook nog steeds fouten. En wij zijn nota bene dagelijks met diversiteit en inclusie bezig.’

Jiskoot en Martina leerden elkaar vier jaar geleden kennen bij een panel waar ze beiden aanschoven. Ze hadden toen nog hun eigen ondernemingen. Jiskoot runde The Diverse Agency, een agentschap voor drag- en queer talent, en Martina Your Talent Agency, dat internationaal talent matcht met techbedrijven als Bol en Just Eat Takeaway.

‘We waren al actief als spreker over diversiteit en inclusie, maar het zat niet in de corebusiness van onze bedrijven’, vertelt Jiskoot. ‘Terwijl we er steeds meer vragen over kregen. Uiteindelijk besloten we: wat nou als we op die vragen een bedrijf bouwen?’

Diversiteit & Inclusie onder vuur

Directe aanleiding was de monsterzege van de PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen drie jaar geleden. ‘In onze bubbel was dat een enorme schok’, vertelt Martina. ‘Intussen was DEI in het bedrijfsleven een steeds prominenter thema geworden, en ineens voelde het alsof dat er niet meer mocht zijn.’ Tegelijk kwam er direct een tegenbeweging op gang, vult Jiskoot aan. ‘Veel bedrijven zeiden: nu gaan we de mouwen opstropen en laten zien dat diversiteit en inclusie belangrijk zijn. Op die golf zijn we met House of Inclusion gesprongen.’

De link met die andere verkiezingsuitslag is snel gelegd. Een jaar na de winst van de PVV werd Trump voor de tweede keer tot president van de Verenigde Staten verkozen. Eenmaal terug in het Witte Huis zette hij een streep door alle diversiteitsprogramma’s van de overheid.

Bedrijven die zaken wilden blijven doen met de federale overheid, konden maar beter hetzelfde doen, dreigde hij. Zelfs Nederlandse bedrijven kregen met de nieuwe regels te maken. Ondernemingen die voor de Amerikaanse ambassade in Den Haag werken, bijvoorbeeld.

‘Zelf hebben we nauwelijks Amerikaanse klanten’, zegt Jiskoot. ‘In die zin hebben we er niet zoveel last van. En klanten met een Amerikaanse moederorganisatie hebben de autonomie om het in Nederland of Europa op hun eigen manier te doen.’

Drukker dan ooit

Trumps ‘war on woke’ is een politieke strategie, zeggen ze. Een rookgordijn. ‘Autoritaire leiders hebben scapegoats nodig’, zegt Jiskoot. ‘Die heeft Trump met deze heksenjacht heel slim gecreëerd.’ Onbedoeld heeft hij daarmee ook de aandacht voor diversiteit en inclusie gevestigd. ‘Ineens stond het elke week in de krant’, zegt Martina. ‘Dat was nog nooit gebeurd. Bijna elk nieuwsmedium heeft gebeld met de vraag of we er iets over wilden zeggen.’

House of Inclusion profiteert zodoende eerder van Trumps strijd tegen DEI dan dat het bedrijf er last van heeft. Jiskoot: ‘We zien hetzelfde effect als na de winst van de PVV. Sinds Trump weer op zijn troon zit, hebben we het drukker dan ooit. Juist omdat bedrijven willen laten zien dat ze achter diversiteit en inclusie blijven staan.’

In 2025 verdubbelde zowel de omzet als het personeelsbestand ten opzichte van een jaar eerder. Het kernteam telt nu acht medewerkers, aangevuld met een groep freelancers. Omzet- of winstcijfers delen de ondernemers niet. Jiskoot: ‘We zijn een groeibedrijf, maar nog geen miljoenenbedrijf.’

Sinds de start winstgevend

Wel wil ze benadrukken dat House of Inclusion sinds de start winstgevend is. Hun motto? Go woke or go broke. ‘Als wij geen commercieel succes kunnen boeken met diversiteit en inclusie, gaan bedrijven het al helemaal niet doen. Maar het is zakelijk gewoon slim. Je kunt er geld mee verdienen: onderzoek toont aan dat diverse teams betere resultaten boeken.’

Een bekend voorbeeld is een studie van McKinsey uit 2023. Daaruit blijkt dat de onderzochte bedrijven met de meest diverse besturen, zowel qua man-vrouwverhouding als culturele diversiteit, 39 procent meer kans hadden om financieel beter te presteren dan bedrijven die qua diversiteit onderaan bungelden.

Vechten voor degenen die ‘anders’  zijn

Bijdragen aan het creëren van werkplakken waar iedereen welkom is, was drie jaar geleden een belangrijke persoonlijke drijfveer om House of Inclusion op te richten. ‘Als recruiter heb ik altijd hard gevochten voor mensen die ‘anders’ zijn, die niet aan het ideale plaatje voldoen’, vertelt Martina. ‘Maar dan had ik succes – bijvoorbeeld toen ik een developer uit Brazilië bij een Nederlands techbedrijf plaatste – en werd ik een halfjaar later gebeld omdat diegene daar doodongelukkig was. Dan hoorde ik: “Iedereen spreekt Nederlands en ze betrekken me niet echt. Niet bij de lunch, niet als ze donderdag na werk gaan poolen.”’

Dat gebeurde op steeds grotere schaal en ging haar steeds meer verdriet doen. Want Martina weet hoe het is om ‘de ander’ te zijn: ‘Ik ben opgegroeid in een dorp waar ik het enige meisje van kleur was. Op de middelbare school waren we met z’n drieën.’

Ook Jiskoot groeide op in een dorp waar ‘iedereen op elkaar leek en heteroseksualiteit de norm was’. ‘Zodoende ontdekte ik pas op mijn 28e dat ik queer was. In mijn dorp was je hetero – of homo of lesbisch, maar dan was je een beetje een gekkie. Ik heb lang niet geweten dat er meer was.’

Jezelf zijn op werk

In haar eerste corporate banen ging het net zo. ‘Er heerste een heel duidelijk beeld van wat een vrouw moest zijn. Ik paste niet in die mal. Ik werkte als head of business development, was echt goed in mijn werk. En toch hoorde ik voortdurend dat ik te lief was, te bubbly, te schattig. Het gevolg was dat ik me ging aanpassen. Tot het punt dat ik er letterlijk ziek van werd.’ Uiteindelijk nam ze ontslag.

Martina herkent het. ‘Ik heb tatoeages en dreadlocks. Dat is wie ik ben. Maar op de Zuidas, waar ik heb gewerkt, kon dat echt niet. Daar moest ik mezelf verstoppen en in pak. Ik ben zelfs weleens naar huis gestuurd omdat mijn haar niet ‘professioneel’ zou zijn.’ Zo raken organisaties mensen kwijt. Doodzonde, vinden ze. Jiskoot: ‘De oplossing is zo makkelijk: laat mensen gewoon zichzelf zijn. Wij willen dat bedrijven dat ook inzien.’

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.

Lees ook:

Wat hebben boeren nodig voor de duurzame transitie? Nieuw adviesrapport doet 3 aanbevelingen

Het kabinet-Jetten zet in op nieuwe wetgeving om Nederland van het stikstofslot te halen en de agrarische sector te verduurzamen. Voor de landbouw heeft dat ingrijpende gevolgen. Of Nederland erin slaagt om de komende tien jaar de omslag te maken naar toekomstbestendige landbouw hangt volgens de Sociaal-Economische Raad (SER) vooral af van gericht beleid dat samenwerking tussen boeren, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties stimuleert.In een nieuw rapport doet de SER een aantal aanbevelingen, gesteund door onder meer landbouwkoepel LTO Nederland, non-profitorganisatie Natuur en Milieu en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontact (NAJK).In het rapport worden diverse risico’s benoemd die de transitie naar een duurzamere agrarische sector bemoeilijken. De rode draad is de manier waarop landelijke doelen voor klimaat, ammoniakuitstoot, natuurherstel, waterkwaliteit en biodiversiteit op regionaal en bedrijfsniveau worden uitgewerkt.Nationale doelen voor klimaat, stikstof, natuurherstel, water en biodiversiteit[caption id="attachment_187019" align="aligncenter" width="900"] Credits: SER[/caption]Het grootse risico is dat voor agrariërs vaag blijft wat landelijke doelen precies betekenen voor hun regio en bedrijf. Zonder duidelijk langetermijnperspectief voor de sector blijft het vertrouwen in de overheidsplannen laag. Sluiten veehouderijen zonder helder plan voor grondbeleid Een voorbeeld uit het SER-rapport dat het gebrek aan coördinatie illustreert, is het afschalen van veehouderij zonder dat dat goed is ingebed in een regionale visie op grondbeleid.Zo focust de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) op uitkoop van veehouders om zo de stikstofuitstoot te verlagen. Dat leidt regelmatig tot omzetting van grasland naar akker- en tuinbouw, bomen en bollenteelt, zonder dat de nieuwe grondbestemming is ingebed in ruimtelijk en milieubeleid.Ondertussen kan veranderend grondgebruik wel weer gevolgen hebben voor waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid en bodemkwaliteit. 'Omschakeling moet daarom in balans zijn met de opgaven in het gebied', schrijft de SER.Agrariërs en lokale bestuurders vinden dat de overheid te weinig gericht is op integrale sturing van milieudoelen in combinatie met economisch perspectief voor boeren. In hoofdlijnen zijn daarvoor volgens het SER-rapport drie dingen nodig. Betere regionale regie Boeren en ketenpartners hebben op regionaal niveau te maken met een waaier van regelingen en uitvoeringsorganisaties. Dat creëert al snel verwarring, waardoor veel regelingen worden onderbenut. Ook ontstaan er bij regelingen voor ondernemers verschillen in de uitvoering per regio, wat onderling vertrouwen tussen de betrokken partijen niet ten goede komt.Een gebiedsgerichte regie met duidelijke doelen en randvoorwaarden per gebied is daarom van groot belang, aldus de SER. Daarbij moet het Rijk aangeven wat wel en niet meer kan per gebied. Vervolgens moet samen met het bedrijfsleven beleid worden ontwikkeld rond innoveren, extensiveren, stoppen en verplaatsen. Bedrijfsspecifieke doelen voor boeren Een niveau lager hebben agrariërs dringend behoefte aan duidelijke doelen op bedrijfsniveau. Ondernemers zouden hierbij volgens het SER-rapport vrijheid moeten hebben om zelf te bepalen hoe ze doelen willen bereiken. Dat vraagt wel om strakke afspraken over het meten van vooruitgang.Het SER-rapport erkent dat het uitwerken van nationaal en regionaal beleid op bedrijfsniveau technisch en juridisch ingewikkeld kan zijn. ‘Een zorgvuldige governance, met heldere verantwoordelijkheden, tijdige rechtszekerheid en faciliterend beleid (kennis, scholing, investeringsruimte), is daarom cruciaal om te voorkomen dat ondernemers wel de verantwoordelijkheid maar niet de randvoorwaarden krijgen om aan hun doelen te voldoen.’Er zou daarom een publiek-private organisatie moeten komen die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling, uitvoering en meting van bedrijfsspecifieke normen met duidelijke prestatie-indicatoren, adviseert de SER. Nieuwe duurzame verdienmodellen met oog voor kleine boeren De derde opgave draait om het creëren van verdienmodellen die verduurzaming belonen, zowel voor boeren als voor afnemers van agrarische producten. Het gaat dan om inspanningen voor verduurzaming in brede zin: van technologische innovatie, agrarisch natuurbeheer en het vormgeven van kortere ketens tot biologische keuzes.Belangrijk in dit verband is het haalbaar maken van kleinschalige verdienmodellen. In het huidige systeem is het voor grotere agrarische bedrijven makkelijker om bankfinanciering te krijgen dan voor kleine. Dat werkt ten nadele van jonge, nieuwe agrariërs en boeren die willen omschakelen naar een kleinschalige, duurzame bedrijfvoering.Het SER-rapport beveelt aan om op ketenniveau meer samen te werken om eerlijke prijzen te bedingen voor duurzame producten met langjarige contracten. Verder zijn maatregelen nodig op de grondmarkt ter ondersteuning van nieuwe en omschakelende boeren. Dat vergt ook gericht fiscaal beleid voor verschillende soorten verdienmodellen die duurzaamheid belonen. Lees ook:Boeren zetten stappen richting duurzame veehouderij: 'Dieren blijven onderdeel van ons voedselsysteem' Prinsjesdag 2026: dit zijn de opvallendste maatregelen van het kabinet-Jetten op het gebied van klimaat en duurzaamheid Bacteriën, schimmels en gisten kunnen de grote problemen in de landbouw oplossen (én voor nieuwe verdienmodellen zorgen)