Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 28 september 2016, 09:56

PBL: ‘Waarde afval belangrijker dan volume’

Om optimaal om te gaan met grondstoffen, is het noodzakelijk het afvalbeleid te wijzigen: niet alleen sturen op gewicht en volume, zoals nu het geval is, maar ook op de waarde van de grondstoffen en de milieubelasting.

6812711159 72474b88ec o

Dit stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport ‘Grondstof voor de circulaire economie’. Zo is gft inzamelen nuttig vanwege het grote volume; vanuit milieuoogpunt is het echter belangrijker om een kilo textiel te recyclen dan een kilo gft, omdat de productie van textiel het milieu zwaar belast.

Een circulaire economie stelt andere eisen aan producten, waardoor bijvoorbeeld reparatie en revisie mogelijk wordt. Het PBL noemt als voorbeeld smartphones, die na revisie weer opnieuw worden verkocht en gebruikt; dat levert ecologisch en bedrijfseconomisch meer op dan het recyclen van alleen de materialen die in producten zitten. Dit begint al bij een slim ontwerp, waardoor het product minder grondstoffen vergt, een langere levensduur kent en demontabele onderdelen bevat.

Een circulaire economie is gericht op het optimaal inzetten en hergebruiken van producten en grondstoffen. Dat wil zeggen: met de hoogste waarde voor de economie en de minste schade voor het milieu. Vooral eerder in de keten kan het grondstoffengebruik nog aanzienlijk efficiënter, schrijven de opstellers van het rapport.

Circulaire economie

Hergebruik van producten en ook reparatie, onderhoud en revisie van producten verdienen de voorkeur boven recycling van de gebruikte materialen. In het geval van textiel betekent dit liever ingezameld textiel verkopen als tweedehandskleding dan recycling van het materiaal. En als hergebruik geen optie is, dan is het beter om er poetslappen van te maken dan het textiel te ontleden tot vezels om er kussenvulling van te maken. Een groot deel van het afgedankte textiel belandt momenteel echter nog in het restafval en uiteindelijk in de verbrandingsoven.

Nieuwe organisatie- en samenwerkingsverbanden in het bedrijfsleven zijn volgens het PBL noodzakelijk om de grondstoffen optimaal te gebruiken. Wat namelijk voor de ene partij afval is, kan voor een ander bedrijf een waardevolle grondstof zijn. Voorbeelden zijn het maken van dozen uit tomatenstengels en de levering van CO2 uit de industrie aan de glastuinbouw voor de groei van planten.

Bron en infographic: PBL | Foto: Flavio, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

30 procent meer duurzame elektriciteit uit Nederlandse wind

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2015 stonden 139 windmolens op zee. Op land staan ruim 2.000 windturbines en worden steeds hogere en efficiëntere molens geplaatst, blijkt uit de analyse van het CBS.In 2015 werd 6 procent van alle in Nederland gebruikte stroom met windmolens opgewekt. Dat is genoeg om 2,5 miljoen huishoudens een jaar lang van stroom te voorzien. Driekwart van de verbruikte elektriciteit wordt in Nederland opgewekt met het stoken van aardgas en kolen.Hoeveel windenergie wordt geproduceerd op land en hoeveel op zee? https://t.co/z16SCRCW5o pic.twitter.com/TOwH2TrKK9 — CBS (@statistiekcbs) 28 september 2016Wind op zeeHet geïnstalleerd vermogen van het totale Nederlandse windmolenpark is tussen 2002 en 2015 gegroeid van 0,7 naar 3,4 gigawatt. Op land staat eind 2015 ruim 3 gigawatt aan vermogen opgesteld, 0,4 gigawatt meer dan eind 2014. In 2015 kwam het derde op zeewind draaiende molenpark in productie, waardoor het vermogen op zee naar 0,4 gigawatt groeide. In 2006 draaide de eerste windmolen op zee.De afgelopen jaren werden op land steeds hogere windmolens neergezet. Van 2002 tot 2008 nam het aantal molens met een ashoogte tussen 51 meter en 70 meter het sterkst toe. In de periode hierna steeg het vermogen van het windmolenpark vooral door de bouw van molens van meer dan 70 meter.Daarvoor waren minder nieuwe windturbines nodig dan voorheen, omdat deze hogere molens meer vermogen hadden. Na 2011 kwam bijna driekwart van de stijging van het opgestelde vermogen door de plaatsing van windturbines van meer dan 95 meter hoogte.Het geïnstalleerd vermogen van het totale Nederlandse windmolenpark is tussen 2002 en 2015 gegroeid van 0,7 naar 3,4 gigawattHogere molens vangen meer wind en wekken dus meer elektriciteit op, ook doordat de wieken meestal groter zijn. Een derde van de windmolens op land heeft een ashoogte van 71 meter of meer, samen goed voor ruim 60 procent van de windenergie opgewekt in 2015. Hogere molens vangen veel windDe grootte van de cirkel die de wieken van de windmolen maken, ook wel het rotoroppervlak, is bepalend voor de hoeveelheid elektriciteit die de molen produceert. Hogere molens hebben vaak een grotere rotor en benutten deze ook het meest efficiënt.De opgewekte elektriciteit per vierkante meter rotoroppervlak is in 2015 gemiddeld ruim 1.000 kilowattuur bij molens van 95 meter of hoger en minder dan 600 kilowattuur bij molens van 30 meter of lager. Bron en illustratie: CBS | Foto: Mike Kniec, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)