Willemijn van Benthem 21 maart 2021, 17:03

Tante Pachamama en Moeder Maas, de natuur als rechtspersoon

De Maas die aan tafel zit bij het beslechten van hoeveel schepen door de rivier mogen varen om fossiele brandstoffen te leveren. Met alle risico’s van dien, zoals bijvoorbeeld het verliezen van olie en het aantasten van het zeemilieu. De Noordzee als rechtspersoon. Een utopie? Zeker niet. Zo zou de nabije toekomst eruit kunnen zien, als we VN Expert Jessica den Outer mogen geloven.

Hoog water rivier kleiner formaat aangepast

Eind februari werd in Canada de beslissing genomen om de Magpie River de status van een ware rechtspersoon te geven. Een bericht dat aan de borreltafel tot hilariteit zou kunnen leiden, of in ieder geval een goed gesprek, maar het is echt waar. Wie de rivier iets wil aandoen wat tot vergankelijkheid of verandering leidt, mag zich melden in de rechtszaal. Volgens VN expert en Meester in de Rechten Jessica den Outer is dat helemaal zo gek nog niet. Sterker nog, Den Outer is bezig om hetzelfde in gang te zetten voor de Nederlandse rivier de Maas. En ook gaan er stemmen op voor de Noordzee en wat eerder al voor het Waddengebied.  

Lees ook: 'Vrouwen, de klimaatoplossing waar we het over moeten hebben'

Metaniveau van denken

Dat dit een onderwerp van gesprek is, heeft voornamelijk te maken met een omslag in het op metaniveau denken over de aarde. Eigenlijk, zegt Den Outer, zijn we zo langzamerhand in een ander tijdperk beland. Waar we miljoenen jaren ons al in het Holoceen bevonden, bevinden we ons nu in het zogeheten Antropoceen, het tijdperk van de mens. Een voorbeeld hiervan is de stijgende zeespiegel als gevolg van de acties van de mens. De natuur is niet meer een middel, maar vaker onderdeel en zelfs slachtoffer van de acties van het menselijk handelen. Vandaar de stap om de natuur een actieve rol in het debat te geven.  

In 1972, bijna vijftig jaar geleden, werd de grond al goed aangestampt voor deze stap, dankzij schrijver Christopher Stone van Should Trees Have Standing. Hebben bomen rechten? En waarom eigenlijk niet? Het punt dat natuur (bomen, zee, grond) niet kan praten is geen goed argument. Embryo’s, bedrijven, ook dat zijn “entiteiten” zonder eigen en hoorbare stem. Daar spreken anderen voor, in hun belang, zo beredeneert Den Outer. “Het toekennen van dit recht is de afgelopen decennia al enkele keren gedaan.” 

Lees ook: Gasunie trekt 7 miljard uit voor energietransitie

In Ecuador heeft de natuur ook rechten

Zo zijn in 2008 in Ecuador de rechten van Pachamama (de natuur) in de grondwet erkend en kan iedereen vanuit Pachamama de aarde verdedigen als er besluiten tegen die natuur worden genomen. Een ander voorbeeld is de rechtszaak over de rivier Vilabamba in ook Ecuador. Den Outer: “Deze rivier werd vervuild door mijnbouw waardoor de rivier echt anders ging stromen. De rechter bepaalde dat de rivier het recht heeft op herstel, dus is het nodig om de rechten van de rivier ook daadwerkelijk te waarborgen. En te zorgen dat plannen gewijzigd worden die daartegenin druisen.”  

En zou dit echt een stap in de goede richting zijn om aan het klimaatherstel te werken? Den Outer: “Praktisch gezien juist wel. Ik zet nu een campagne op voor het Nederlandse deel van de Maas. Als die een rechtsstatus heeft, dan zullen ernstige vervuilers wel twee keer nadenken voordat ze afval in de rivier lozen.” En dat het zo ondenkbaar nog niet is, bewijst volgens Den Outer de rechtspersonen die in de laatste decennia een stem hebben gekregen. “Zoals vrouwen! Voordat vrouwen handelingsbekwaam werden geacht, was dat ook ondenkbaar. Natuurlijk zijn deze acties om de natuur tot rechtspersoon te verheffen symbolisch van waarde, maar het is zeker ook concreet. Het kan het besef over de natuur wezenlijk veranderen, en tegelijkertijd ook praktisch een verschil maken. Alleen al doordat op deze manier de natuur minstens zulke goede advocaten kan krijgen als bedrijven of personen die het recht van de natuur met voeten treden. Daar gaat de verandering er toe doen.”  

Lees ookHoe groen is de financiële sector? Binnenkort weten we het

“Als je een CO2-negatieve onderneming wil zijn, moet je ook CO2-negatieve producten hebben”

Hoewel Leenaars net als de rest van Nederland aan huis gekluisterd haar werk doet, en als jonge moeder veel ballen in de lucht moet houden, spat de energie en de positiviteit van het scherm af tijdens het video-interview. “Wij zijn een vloerenfabrikant met veel aandacht voor duurzaamheid, en dat is ook de reden dat ik hier werk”, lacht Leenaars. “Nadat we onze ‘Mission Zero’ hebben volbracht gaan we nu een volgende stap zetten. We willen de opwarming van de aarde omkeren, door te laten zien dat CO2-negatieve producten mogelijk zijn, waardoor er meer en meer vraag naar ontstaat en dit naast C02-neutrale producten, de norm wordt. ”Interface maakt tapijt- en luxe vinyltegels, maar ook rubber vloeren. De duurzame strategie van Interface ontstond in 1994, aanvankelijk om commerciële redenen. “Een klant vroeg wat we als leverancier aan het milieu deden. Het antwoord was dat Interface zich conformeerde aan alle milieuwetten. Dat vond die klant niet voldoende, waardoor we een belangrijk project verloren.”Taskoforce voor duurzame missieVoor oprichter en toenmalig CEO Ray Anderson leidde die ontluisterende ervaring - na het verslinden van het boek ‘The Ecology of Commerce’ van Paul Hawken - uiteindelijk tot een openbaring en transformatie, voor hem persoonlijk en zijn bedrijf. Hij zette een taskforce op en besefte dat de visie en de missie van Interface op een duurzame leest geschoeid moesten worden. “Anderson realiseerde zich dat hij met zijn bedrijf succesvol was geweest, maar dat hij de planeet pijn had gedaan”, vertelt Leenaars. “Hij begreep dat alleen het bedrijfsleven deze trend zou kunnen keren. Hij wilde zelf impact creëren door zijn eigen bedrijf te veranderen en daarmee de rest van de industrie. Anderson besloot dat Interface in 2020 geen negatieve milieu-impact meer mocht veroorzaken en uiteindelijk regeneratief zou worden. In de jaren ’90 werd hij als radicaal gezien.”Het besluit van Anderson had grote impact, want Interface was -net als andere spelers in de markt- een petrochemisch intensief bedrijf, dat voor haar producten nagenoeg voor 100 procent gebruik maakte van zogenaamde ‘virgin’ fossiele grondstoffen en niet aan recycling deed. Auteur Paul Hawken, de afgelopen jaren weer succesvol met zijn boek ‘Drawdown’, was een van de leden van het ‘eco dreamteam’ dat Interface hielp een nieuwe strategie uit te stippelen.Integrale en vernieuwende aanpakDat leverde een integrale en vernieuwende aanpak op. Langs zeven lijnen nam het bedrijf de strategie op de schop: van het verminderen van afval tot het overstappen op hernieuwbare energie, tot en met het sluiten van kringlopen en het hanteren van een stakeholder-model. Uit een levenscyclusanalyse bleek dat de grootste CO2-impact zat in de  grondstoffen die gebruikt werden. “De garens bijvoorbeeld, het fluffy-gedeelte van tapijttegels, dat was allemaal virgin petrochemisch materiaal. Er werden in het verleden helemaal geen recycled of biobased materialen gebruikt”, aldus Leenaars. “Interface heeft toen haar  leveranciers  betrokken in de missie om geen negatieve impact op de planeet te hebben.”Anderson was volgens Leenaars een ‘early visionair’. Door jaarlijks kleine en grote stappen te zetten heeft het bedrijf inmiddels grote impact bereikt. “Hij heeft daarmee ook de hardnekkige mythe ontkracht dat duurzaamheid en financieel rendabel zijn  niet samengaan. ” Interface is een in Atlanta gevestigde multinational met 4.000 medewerkers. De omzet bedraagt meer dan een miljard dollar per jaar. De tapijttegelproductie voor Europa zit in het Gelderse Scherpenzeel, waar ook het Europese hoofdkantoor staat.Opwarming van de aarde omkerenSinds dit jaar wil Interface een ‘herstellende bijdrage’ leveren aan het klimaatvraagstuk. “We willen de opwarming van de aarde omkeren”, aldus Leenaars. “Als je een CO2-negatieve onderneming wil zijn, dan moet je ook CO2-negatieve producten hebben.”In de Verenigde Staten zijn de C02-negatieve producten al in de markt gezet. Europa volgt binnenkort. “Dat nieuwe product wordt in Scherpenzeel gemaakt. Daar is een forse innovatie-inspanning aan voorafgegaan. Er is vijf jaar aan gewerkt. De rug van de tapijttegels is gemaakt van biobased en gerecyclede materialen. We ontwikkelen ons van een  petrochemisch intensief bedrijf in de jaren 90, naar een regeneratief, klimaatpositief bedrijf in 2040.”De vloeren van Interface zijn over hun gehele levenscyclus CO2-neutraal. De data over 2019 laten een gemiddelde CO2-reductie van 74 procent zien ten opzichte van het vergelijkingsjaar 1996. Leenaars: “Dat hebben we bereikt door bijvoorbeeld de C02-impact van de grondstoffen te verlagen, minder materiaal te gebruiken, het percentage gerecycled materiaal te verhogen en gebruik te maken van hernieuwbare energie voor de productie. Daar waar nog geen oplossing voor is plus in de gebruiksfase van de klant tot aan einde levensduur compenseren we de CO2-uitstoot. Bovendien hebben we ons terugname programma waarin we samen met onze partner Sparo inzetten op reuse.”Duurzaamheidsreis aan het beginMet tapijttegels is Interface het verst. De luxe vinyltegels en de rubber vloeren zijn in 2017 en 2018 in het assortiment terechtgekomen, zo heeft Interface in 2018 het bedrijf Nora Rubber in Weinheim, Duitsland gekocht. “Daar staan we met onze duurzaamheidsreis nog aan het begin”, zegt Leenaars. “Maar we hanteren hier dezelfde aanpak als bij de tapijttegels en zetten belangrijke stappen. Ook hier werken we langs zeven fronten. Daarnaast maken deze vloeren onderdeel uit van het Carbon Neutral Floors programma.”De impact die Interface wil realiseren reikt verder dan het eigen bedrijf. “Wij opereren in de gebouwde omgeving. Die sector is, met name door het gebruik van beton, staal en glas, goed voor bijna 40 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Wij laten zien dat de C02-impact van producten  ook anders kan. De bouw kan zich ontwikkelen van een sector die een bron is van CO2-emissies tot een sector die de basis is van CO2-opslag. Het is onze ambitie een beweging te creëren in de gebouwde omgeving om stappen te zetten waarin C02-neutrale en C02-negatieve producten de norm zijn. Bouwers, architecten en opdrachtgevers, iedereen in die markt heeft de mogelijkheid impact te maken door bewuste keuzes te maken, bijvoorbeeld beter renoveren dan nieuw bouwen, beter een C02-neutraal of low carbon product of bouwmateriaal dan een met een hoge C02-impact.”VoorbeeldfunctieVastgoedeigenaren en gebruikers spelen een cruciale rol in de transitie van de gebouwde omgeving meent Leenaars. “Eigenaren en  huurders van kantoren, schoolgebouwen en ander maatschappelijk vastgoed kunnen meer partijen in de bouw aanzetten tot het gebruik van materialen die een lage CO2-voetafdruk hebben of zelfs CO2 vasthouden, zoals vlas en hennep. Door te laten zien dat het kan, ontstaat er vanzelf vraag in de markt”, zegt Leenaars. “Het vraagt om innovatie en creativiteit. Ik hoop dat onze aanpak andere partijen inspireert.”