André Oerlemans
01 maart 2024, 11:00

Water besparen én doneren aan goed doel als businesscase: Made Blue laat zien hoe dat kan

Geld verdienen door water te besparen en tegelijkertijd doneren aan goede doelen. Met die businesscase voor bedrijven boekt Made Blue al tien jaar succes. De stichting helpt onder meer hotels, horeca en schoonmaakbedrijven om water te besparen en vraagt daarna een kleine donatie. Op die manier kregen al een kwart miljoen mensen in Afrika en Azië toegang tot 17 miljard liter schoon drinkwater.

Schermafbeelding 2024 03 01 134737 Medeoprichters Machiel van Dooren (links), Frank van der Tang van Made Blue. | Credits: Made Blue

Een ondernemende stichting, zo noemt Made Blue zichzelf. Oprichters Machiel van Dooren, Frank van der Tang en Robin Pot hadden ieder al ervaring met duurzaam ondernemen toen ze in 2014 de handen ineen sloegen. Met Made Blue willen ze ondernemerschap en goed doen combineren. “Wat ons onderscheidt van andere goede doelen is dat al onze donateurs bedrijven zijn. Daar focussen we ons op. We werken ook niet met subsidies van overheden”, zegt Van Dooren. “We hebben allemaal een bedrijfskundige achtergrond. We willen onze kennis inzetten om de wereld een beetje mooier te maken. Door te ondernemen kun je een groot verschil maken in de wereld.”

Schoon water is de basis

De keuze voor water was snel gemaakt. In deze wereld hebben ruim 771 miljoen mensen geen toegang tot schoon drinkwater. Die mensen – meestal vrouwen en kinderen – lopen gemiddeld 6 kilometer per dag om water te halen. Tijd die ze niet kunnen besteden aan school, werk of gezin. Dat terwijl we hier in Nederland nog steeds veel water verspillen. “Schoon drinkwater is de basis voor een gezond en productief bestaan. Het scheelt zoveel ziektes en tijd. Mensen kunnen pas echt iets gaan opbouwen als ze toegang hebben tot schoon water en sanitaire voorzieningen”, zegt Van der Tang.

Bespaard water elders uit de kraan

De duurzame missie van Made Blue is tweeledig: water besparen in Nederland en goede doelen steunen in Afrika en Azië. Daar heeft de stichting een ideale businesscase voor ontwikkeld. “Wij zorgen ervoor dat het water dat bedrijven hier gebruiken, besparen of verkopen op een andere plek in de wereld uit de kraan komt”, stelt het tweetal. Niet letterlijk natuurlijk, maar indirect. In feite stimuleert Made Blue bedrijven hier om water te besparen. Een klein deel van het geld dat ze daarmee besparen maken ze als donatie over aan de stichting.

33 cent per duizend liter

De stichting onderscheidt drie soorten donateurs. Tot de eerste categorie behoren bedrijven die hun kosten kunnen verlagen door water te besparen. Dat zijn met name schoonmaakbedrijven als CWS en hotelketens als Accor, InterContinental en Marriott. Made Blue vraagt per bespaarde duizend liter water (een kuub) een donatie van 33 cent. Voor dat bedrag kan de stichting in armere landen voor een kuub schoon drinkwater zorgen. Bedrijven verdienen al snel 1 euro per bespaarde kuub, hotels waar water verwarmd wordt om te douchen al snel 15 euro per kuub. Het grootste deel van die besparingen blijft dus in de zak van de bedrijven. Dat maakt dat ze structureel blijven doneren.

Mooi verhaal en businesscase

Made Blue helpt hotels hun gasten aan te moedigen om water te besparen, bijvoorbeeld door korter te douchen of de slimme toiletknop te gebruiken. “Zo kunnen hotels 100 liter water per overnachting besparen. Die 100 liter mag de gast weggeven aan een van onze waterprojecten via een QR-code. Dat kost hotels 5 cent, maar ze besparen minimaal 10 à 15 cent. Daar hebben hotels in heel Europa wel oren naar, want het is een mooi verhaal en tegelijk ook een businesscase”, zegt Van der Tang.

Donatie per kopje koffie

De tweede categorie bestaat uit andere bedrijven die veel water gebruiken, bijvoorbeeld in koffieautomaten en vending-machines, zoals Maas. Die kunnen niet minder koffie schenken, dus doneren ze per kopje koffie een klein bedrag van 0,00005 euro. Op honderden miljoenen liters koffie per jaar in heel het land telt dat aardig op. “Met elk kopje koffie drinkt dan iemand anders een glas water met je mee”, zegt Van Dooren. Dit programma heet ‘Een liter voor een liter’. Verschillende bedrijven en organisaties compenseren op die manier hun waterverbruik met een donatie voor schoon drinkwater in ontwikkelingslanden.

Duizend keer zoveel water elders

De derde categorie behelst de horeca. Made Blue vraagt restauranthouders te stoppen met het serveren van flessen bronwater en stimuleert ze om hun eigen water te tappen met een machine. Dat wordt vaak geserveerd in een 700 milliliter fles. Voor elke fles die geserveerd wordt doneren ze 23 cent aan Made Blue. Daarmee doneren ze in feite duizend keer zoveel schoon drinkwater elders in de wereld. In totaal heeft de stichting bijna 600 donateurs. Made Blue noemt ze ambassadeurs, omdat dankzij hun mond-tot-mondreclame steeds meer andere bedrijven zich aansluiten. Alle bedrijven kunnen op de website inzien welke impact ze hebben gemaakt en hoeveel mensen dankzij hen schoon drinkwater krijgen.

Kijk hier wat Made Blue de afgelopen tien jaar heeft bereikt:

Infrastructuur water betalen

Met die donaties betaalt Made Blue de infrastructuur voor schoon drinkwater in landen waar dat niet direct voorhanden is. Bijvoorbeeld de diepe boringen naar water op 300 of 400 meter diepte, de putten, de kranen, het leggen van pijpleidingen en het bouwen van waterkiosken en toiletgebouwen. De stichting financiert projecten in diverse Afrikaanse landen als Oeganda, Tanzania en Ethiopië en in Aziatische landen als India, Nepal, Vietnam en Bangladesh. Door de bouw van die infrastructuur kregen de afgelopen tien jaar 250.000 mensen toegang tot in totaal 17 miljard liter schoon water. Doel is om over vijf jaar 70 miljard liter drinkwater beschikbaar te hebben gemaakt.

Spaarpot vullen

De stichting werkt lokaal samen met ngo’s als Simavi, World Vision of Amref. “Wij helpen hen met onze kennis en middelen opschalen en zetten daar dan onze ondernemende handtekening bij”, zegt Van Dooren. Wat dat betekent? Bij alle projecten betalen de gebruikers voor hun water. Daarmee wordt een spaarpot gevuld, waarmee projecten zelfstandig het onderhoud en eventuele uitbreiding kunnen financieren. Net zoals waterschappen dat in Nederland doen. “Water is een mensenrecht, maar dat wil niet zeggen dat het gratis is”, legt Van Dooren uit.

Vliegwieleffect

Op die manier ontstaan kleine, lokale drinkwaterbedrijven of netwerken, die minimaal tien tot twintig jaar meegaan en in die tijd genoeg verdienen voor nieuwe investeringen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de projecten in Bangladesh. Van der Tang: “Daar worden met die spaarpot allemaal mini-waterbedrijven opgezet, die een klein beetje winst maken. Vanuit die winst financieren ze weer een nieuw waternetwerk. Zo krijg je een vliegwieleffect dat zichzelf kan uitbreiden. Dat is waar we naartoe willen, maar de allerarmsten zijn daar nog niet toe in staat en ook lokale overheden kunnen dat niet. Daar is nog een wereld van verschil te maken.”

In Ethiopië voorzag Made Blue tien scholen van drinkwater en sanitaire voorzieningen. | Credit: Made Blue

Water scholen ook voor buurtbewoners

Bij eenzelfde soort project in Ethiopië voorzag Made Blue tien scholen van drinkwater en sanitaire voorzieningen. Bij elke school werden ook toiletunits en waterkiosken voor de buurtbewoners gebouwd, zodat uiteindelijk niet alleen de leerlingen, maar ook ruim 20.000 mensen uit de buurt profiteren van schoon water. De wijk betaalt mee aan die voorzieningen en koopt producten in de kiosk. “We bouwen zo een minionderneming, waardoor die school dit kan blijven doen en niet na drie maanden moet stoppen met onderhoud. Zo bereiken we met een relatief eenvoudige watervoorziening een heel grote groep mensen. Dat is de manier waarop we naar al onze projecten kijken”, zegt Van der Tang.

Lees ook:

Kabinet wil noodlijdende plastic recyclingbedrijven helpen, maar gaat het ook subsidie geven?

Op 18 januari werd recyclebedrijf Umincorp failliet verklaard. De expert in duurzame plasticrecycling haalde onder meer het plastic uit het huisvuil van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en maakte daar kleine granulaatkorrels van. Dat gebruiken producenten als grondstof voor nieuw plastic. Ongelijke concurrentie Door goedkoop plastic uit landen als China en de VS, gemaakt met goedkope olie, daalden de marktprijzen van fossiel plastic ten opzichte van gerecycled plastic. Dat maakt het voor recyclingbedrijven onmogelijk om te concurreren. De branche verwacht dan ook een golf van faillissementen. Dat zou desastreus zijn voor de doelen die Nederland heeft om in 2050 volledig circulair te zijn en al het plasticafval te recyclen. Nu al is er een tekort aan recyclecapaciteit. Verontruste Tweede Kamerleden van D66 en Partij voor de Dieren stelden daar eind januari vragen over. Zeer onwenselijke situatie Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat spreekt van een 'zeer onwenselijke situatie'. In haar antwoord aan de Tweede Kamer schrijft Heijnen: "De inzet van het kabinet is om de toepassing van recyclaat te stimuleren, omdat dat een lagere milieudruk heeft dan primair fossiel plastic. Ik ben met mijn collega’s van Economische Zaken en Klimaat in gesprek welke mogelijkheden we hebben om hier zowel op de korte als lange termijn iets aan te doen. Hierbij betrek ik ook het Afvalfonds Verpakkingen om te bekijken welke rol zij hier kunnen spelen. Datzelfde geldt voor InvestNL." Het Afvalfonds Verpakkingen zou volgens experts veel hogere tarieven moeten opleggen aan producenten van fossiel plastic voor het inzamelen en recyclen van hun producten. Dat geld gaat naar de recyclingbedrijven. Ongelijke concurrentie Volgens Heijnen is fossiel plastic nu zo goedkoop omdat de milieukosten zoals CO2-uitstoot niet in de prijs worden meegerekend en er in China en de VS veel goedkope olie beschikbaar is. Dat soort fossiele plastics zwaarder belasten met een extra heffing wil het kabinet niet, al is hier wel naar gekeken. “De weglekeffecten van een dergelijke nationale maatregel werden door het kabinet als niet positief beoordeeld”, stelt Heijnen. Ze verwacht dat de vraag naar olie toeneemt en dat daardoor de prijzen van fossiel plastic weer zullen stijgen. Tegelijkertijd zullen allerlei landelijke en EU-regels ervoor zorgen dat de prijs van recyclaat zal dalen. Bijmengverplichting Het kabinet wil de productie van fossiel plastic ontmoedigen en het gebruik van gerecycled plastic en de productie van plastic met natuurlijke (biobased) grondstoffen stimuleren. Zo gaf ze via het Nationaal Groeifonds 338 miljoen euro aan het project BioBased Circular en kreeg Circular Plastics NL (CPNL) in 2022 al een subsidie van 220 miljoen euro uit dat fonds. Een andere belangrijke maatregel is de invoering van de nationale circulaire plastic norm. Dat is een bijmengverplichting, die producenten verplicht vanaf 2027 minimaal 15 procent recyclaat te gebruiken in nieuw plastic. In 2030 moet dat oplopen naar 25 tot 30 procent. Volgens Heijnen zal hier door de vraag naar gerecycled plastic stijgen. De vraag is of die maatregel niet te laat komt. Zowel D66 als PvdD willen daarom dat die regel al in 2025 ingaat. Dat is volgens de staatssecretaris onmogelijk. Wel blijft het kabinet bedrijven die plastic producten inkopen, zoals shampoo-flesjes, oproepen om producten in te kopen die recyclaat bevatten. Andere aanpak nodig Volgens afval- en (plastic) recyclingbedrijf Veolia gaat dit allemaal niet ver genoeg en moet het kabinet samen met de EU op korte termijn strengere maatregelen nemen. “Een andere aanpak is nodig, en de tijd dringt”, zegt CEO Jan Lenstra van Veolia Nederland. “De eerder vrijblijvende oproepen aan bedrijven om meer recyclaat te gebruiken blijken niet effectief.” Dat blijkt ook uit de laatste Monitor van het Plastic Pact, een vrijwillig samenwerkingsverband van bedrijven, ngo’s, kennisinstellingen en het ministerie van IenW. Het percentage verbrand plastic is in het laatst gerapporteerde jaar 2022 met 13 procent opgelopen naar 52 procent. In 2025 moet 70 procent van al het plastic gerecycled worden, maar dat was slechts 46 procent. Per 1 januari dit jaar is het Plastic Pact dan ook gestopt omdat het niet functioneerde. Subsidieprogramma Om de recyclingbranche te redden pleit Veolia voor een andere steun in de rug: een subsidieprogramma, mogelijk uitgevoerd door RVO. Dat kan de prijs van recyclaat verlagen tot het niveau van fossiel plastic, of zelfs lager dan dat. Lenstra: “Dit stimuleert de vraag en leidt niet alleen de Nederlandse, maar ook de Europese industrie naar een duurzamere toekomst. We roepen de staatssecretaris en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat op om snel in actie te komen.” Doorstart mogelijk Ondertussen gloort er nog steeds een doorstart voor het failliete Umincorp. Verschillende geïnteresseerde partijen hebben zich gemeld bij curator Martijn Jansen en een bod uitgebracht. Sommigen willen alleen de machines of de patenten overnemen, anderen het hele bedrijf. “Momenteel worden de biedingen beoordeeld en vinden nadere gesprekken plaats. Ik verwacht dat zeer binnenkort een beslissing wordt genomen over het vervolgtraject”, zegt hij. Lees ook: Drama voor Nederlandse plasticrecycling: Umincorp failliet en andere bedrijven in noodChemie kan veel meer gerecycled plastic gebruiken als het geen afval meer is Brede steun in Tweede Kamer voor vergroening chemieChemie vervangt straks Shell, Exxon en BP door boeren en bosbouwers