Chris Thijssen 09 maart 2017, 12:07

7 redenen waarom Wageningen UR agrifood-koploper is

De QS World Universities Ranking, een toonaangevende ranglijst van universiteiten in de wereld, heeft Wageningen University & Research (Wur) uitgeroepen tot beste ter wereld in het vakgebied land- en bosbouw. DuurzaamBedrijfsleven zet een aantal agrarische innovaties van Wur op een rij.

Shutterstock 368584106

Het is de tweede keer dat Wur de ranglijst op het gebied van Agriculture & Forestry domineert. De Wageningse universiteit eindigde dit jaar vóór de University of California Davis en de Cornell University, beide gevestigd in de Verenigde Staten. In de algemene ranglijst eindigde Wur op plaats 119.

“Door te studeren aan Wageningen Universiteit krijg je gegarandeerd een premium kwalitatieve opleiding en een internationale kwaliteitsbenchmark op je cv. Je zult focussen op huidige en toekomstige issues die van toenemend belang zijn voor bedrijven en overheid”, aldus de QS-ranking over Wur.

Onder de noemer Agriculture & Forestry verstaat de rankingorganisatie verschillende disciplines, van landbouw en sierteelt, tot tuinbouw, dier- en voedingswetenschappen. Wageningen Universiteit werkt aan verschillende projecten op het gebied van innovatie en duurzaamheid in deze velden. DuurzaamBedrijfsleven zet er zeven op een rij.

  • Duurzame vanille uit Nederland

Wetenschappers van Wur onderzoeken de economische haalbaarheid van duurzame vanilleteelt op Nederlandse bodem. Dat is nodig omdat er een tekort is aan natuurlijke vanille; jaarlijks zou er een ton te weinig worden geproduceerd. Daarnaast is er op vanilleplantages in landen als Madagaskar, waar zo’n 90 procent van de wereldvoorraad vanille vandaan komt, in veel gevallen sprake van kinderarbeid.

Het telen van vanille in Nederland moet daarvoor een duurzaam alternatief bieden. Wanneer de teelt van deze ‘nedervanille’ op grote schaal mogelijk is, vermindert dat bovendien transportkilometers om het product te importeren. De onderzoekers verwachten de eerste Nederlandse vanille binnen drie jaar op de markt te brengen.

  • Energiezuinige kas

Onlangs nam Wur een nieuwe Winterlichtkas in gebruik. De Winterlichtkas is een nieuw kasconcept dat 10 procent lichtwinst oplevert. Dat is te danken aan een combinatie van diffuus glas, een nieuw type schermsysteem en een lichtdoorlatend schermdoek. Doordat de metalen constructiedelen van de kas wit zijn, wordt daarnaast 90 procent van het licht weerkaatst.

Dat licht kunnen gewassen in de kas gebruiken voor de groei. Hierdoor is er minder kunstmatige belichting nodig, wat leidt tot energiebesparing. Een van de proeven die in de kas wordt uitgevoerd, is een nieuwe teeltwijze voor komkommers.

  • Varkensstal van de toekomst

Ook op het gebied van veehouderij werkt Wur aan innovaties. Zo is de universiteit betrokken bij het initiatief Big Developments, waarbij verschillende kennisinstituten en bedrijven werken aan de ‘varkensstal van de toekomst’. Doel is een varkenshouderij te ontwikkelen die aan alle toekomstige milieueisen voldoet, past in het landschap, door de consument wordt omarmd en de boer geld oplevert.

De ‘varkensstal van de toekomst’, die de partijen voor ogen hebben, is bedoeld voor zeugen, biggen en mestvarkens samen. De varkens lopen los en zeugen kramen vrijelijk in plaats van in kraamhokken. De varkens zoeken hun eten al wroetend in de stal. Daarnaast doen ze hun behoeftes niet in hun hok, maar op een speciaal toilet. Het concept voor de stal moet in 2020 af zijn.

  • Vegetarische biefstuk

Voor wie toch geen stuk (varkens)vlees op zijn bord wil, werkt Wur hard aan de ontwikkeling van plantaardige vleesalternatieven. Dat doet de universiteit in een publiek-private samenwerking (PPS) met partners als Unilever. Het vetrekpunt hiervoor is de shear-cell-technologie, die Wur eerder ontwikkelde.

Deze technologie, waarmee eerder een biefstuk met een ‘overtuigende vleesstructuur’ werd gemaakt, was vooralsnog alleen op lab- en pilotschaal beschikbaar. In het samenwerkingsproject moeten de eerste toepassingen op industrieel niveau worden gerealiseerd. Over vier jaar staat er naar verwachting een eerste productielijn. Daarmee willen de projectpartners de markt voor vleesvervangers laten groeien.

  • Resistente bananen

Onderzoekers van de Wur hebben onlangs de veroorzaker van de Black Sigatoka-ziekte in bananen ontdekt. De ziekte vermindert de kwaliteit van het fruit, waardoor bananen niet meer kunnen worden geëxporteerd en telers hun inkomsten verliezen.

Door de bouwsteenvolgorde van het DNA te bepalen van de schimmel die deze ziekte veroorzaakt, hebben de onderzoekers meer inzicht verkregen in de interactie tussen de schimmel en de bananenplant. Dat geeft volgens hen aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een bananenplant die resistent is tegen de ziekte.

Een optie daarvoor zou kunnen zijn om genen van tomatenplanten, die de Black Sigatoka-schimmel kunnen herkennen, in het DNA van een bananenplant in te bouwen.

  • Tomaten en aardappelen op ‘Marsgrond’

Dat tomaten nog meer kansen bieden voor duurzame landbouw, bewezen andere onderzoekers van Wur in 2015. Zij hadden toen de primeur met het kweken van een rijpe tomaat op een bodem die qua samenstelling lijkt op die van Mars. Dat wisten zij een jaar later ook te bereiken met aardappelen.

Verder testen de onderzoekers de teelt van onder meer rucola, bonen, rogge en tuinkers op zogenaamde Marsgrond. De bevindingen uit dit experiment moeten inzichten opleveren voor het verbouwen van gewassen in de ruimte. Tijdens lange en verre ruimtereizen is het wenselijk dat ruimtevaarders zelfvoorzienend zijn.

Nasa voert zelf ook experimenten uit op dit gebied. Onlangs wisten astronauten in het International Space Station (ISS) sla te kweken in de ruimte. 

  • Internet of Things in landbouw

Verder kan Wur natuurlijk niet achterblijven als het gaat om Internet of Things (Iot) in de landbouw. De universiteit is dan ook aangesloten bij het EU-project Internet of Food & Farm 2020 (IoF2020). Dit project, met 71 partners en een budget van € 30 mln, heeft als doel innovatieve IoT-oplossingen te ontwikkelen die breed kunnen worden ingezet in de voeding- en landbouwsector.

“Samen met onze zeventig partners geloven we dat IoF2020 de potentie heeft om een paradigmaverschuiving teweeg te brengen in de manier waarop voedsel in Europa wordt geproduceerd, van boer tot bord, waarbij het Europese concurrentievermogen en de excellentie op dit vlak wordt versterkt”, zei George Beers, projectmanager bij Wur en projectcoördinator van IoF2020, eerder.

Bron: QS World Universities Ranking, Wageningen University & Research | Header-foto: HildaWeges Photography/Shutterstock.com, In tekst-foto: Shutterstock.com

AkzoNobel en grote steden starten pilot hergebruik van overtollige verf

AkzoNobel voert de pilot in Nederland uit in samenwerking met de gemeenten Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Den Bosch. Maar ook andere partners zijn betrokken, zoals afvalverwerkers kringloopwinkels en een aantal maatschappelijke organsaties. "Het is een publiek-private samenwerking waar AkzoNobel een coördinerende rol in speelt", vertelt Jeroen Brink, Director Business Transformation bij AkzoNobel.Afgedankte verf is goed voor ongeveer 40 procrent van het klein chemisch afval in Nederland. Watergedragen verf als latex en muurverf nemen hiervan het grootste volume voor hun rekening, terwijl deze verf vaak nog prima bruikbaar is."Veel consumenten begrijpen dat kleding en schoenen waarde hebben en dus kunnen worden ingeleverd voor hergebruik, maar voor verf geldt dat ook"De focus van AkzoNobel ligt nu op herverdeling van deze verf op waterbasis. "We mikken op een minimum van 10 procent van alle verf die op afvalbrengstations wordt afgegeven", zeg Brink. De kick-off voor het initiatief vindt donderdag plaats in Rotterdam. Mensen kunnen de verf, die zij over hebben van het klussen in huis, inleveren bij een van de Rotterdamse milieuparken. Daar wordt vanaf nu ook gekeken of de verf nog door iemand anders gebruikt kan worden in plaats van weggegooid. In de milieuparken wordt de kwaliteit van de verf getest en gecontroleerd. Geschikte verf gaat daarna naar de Piekfijn-kringloopwinkels in de stad, zodat het kan worden verkocht voor een zacht prijsje.InzichtUit onderzoek blijkt dat 70 procent van de charitatieve instellingen die mensen in armoede steunen ‘tweedehands’ verfdonaties goed kunnen inzetten voor individuele projecten. "We streven niet naar een commercieel model", zegt Brink. Wel moet de pilot leiden tot een schaalbaar en kostenneutraal bedrijfsmodel."De grootste uitdaging daarvoor ligt bij de consument", vertelt Brink. "Die moet het inzicht krijgen dat verf waarde heeft. Veel consumenten begrijpen dat kleding en schoenen waarde hebben en dus kunnen worden ingeleverd voor hergebruik, maar voor verf geldt dat ook."Brink wijst erop dat iedereen wel een paar liter ongebruikte verf in de schuur of kelder heeft staan, om ooit nog eens gebruikt te worden. Om vervolgens na een paar jaar via de afvalbak of het gemeentelijk afvalscheidingsstation in de verbrandingsoven van afvalverwerkers te eindigen.In Groot-Brittannië is AkzoNobel al ruim twintig jaar betrokken bij initiatieven om die verspilling terug te dringen. Inmiddels wordt in het Verenigd Koninkrijk bijna een half miljoen liter verf per jaar hergebruikt voor goede doelen.UpcyclingEind 2016 opende AkzoNobel in Noordwest-Engeland zijn tweede fabriek om nieuwe verfproducten te maken van ongebruikte verven. Hiermee wil de verffabrikant zijn duurzaamheidsambitie waarmaken om in 2017 100.000 liter nieuwe verven te produceren, die bestaan uit hergebruikte verven."Het is onze ambitie om ook in Nederland upcycling van verf tot nieuwe eindproducten van de grond te krijgen", zegt Brink.Rotterdam en AkzoNobel werken al langer samen. In 2016 startte de partijen een project om de stad leefbaarder en veerkrachtiger te maken. Vier basisscholen in de Rotterdamse wijk Bospolder Tussendijken kregen toen een opfrisbeurt met overtollige verf.Bron: Gemeente Rotterdam | Foto: Peter de Kievith/Shutterstock