Eva Segaar 05 oktober 2022, 14:00

Aanbevelingen Remkes stikstof: 'Houd vast aan 2030 en koop piekbelasters dit jaar uit'

Het behalen van de stikstofdoelen vóór 2030 moet niet zomaar aan de kant worden geschoven. En 500 tot 600 piekbelasters naast kwetsbare natuurgebieden moeten zoveel mogelijk worden uitgekocht. Dit zijn een paar van de aanbevelingen die Johan Remkes (VVD) doet om de stikstofcrisis vlot te trekken. “Er is toekomst voor de agrarische sector, ze hebben en houden die belangrijke positie, maar het moet in omvang afnemen.”

Adobe Stock 515035341 Boeren zitten door de stikstofcrisis in onzekerheid.

Remkes sprak de afgelopen maanden met meer dan 60 boeren, ambtenaren en andere betrokkenen om tot een advies te komen voor de toekomst van de landbouw. Omdat er in juni massale boerenprotesten waren uitgebroken toen werd aangekondigd dan in sommige gebieden de stikstof tussen de 70 en 90 procent moest worden teruggebracht, werd de hulp van Remkes ingeroepen. Woensdagmiddag presenteerde hij zijn 25 aanbevelingen.

Remkes adviseert dat het kabinet moet vasthouden aan de stikstofreductiedoelen in 2030, maar dat er tussen 2025 en 2029 ruimte moet zijn ‘om opnieuw te kijken naar het tijdspad voor de reductiedoelstellingen.’ Een soort ontsnappingsclausule, die volgens de adviseur ook wettelijk moet worden vastgelegd. Er moet per gebied gekeken worden of het mogelijk is om meer ruimte te geven als daar dwingende reden toe is. Maar dat moet alleen kunnen als een provincie kan aantonen dat het op de goede weg is en al een deel van de reductiedoelstellingen heeft behaald, stelt Remkes.

Lees ook: Waarom is stikstof zo’n probleem?

Uitkopen van piekbelasters

Het binnen een jaar uitkopen van 500 tot 600 piekbelasters bij kwetsbare natuurgebieden is ook een van de aanbevelingen die de stikstofadviseur doet. Piekbelasters zijn bedrijven uit de agrarische sector én het bedrijfsleven die voor enorm veel stikstofuitstoot zorgen bij kwetsbare natuurgebieden. Als deze worden uitgekocht, wordt de stikstofuitstoot direct teruggebracht. Volgens Remkes zou dat, als het gericht gebeurt, slechts 1 procent van de boeren raken. Voor het uitkopen is het belangrijk dat ‘de regeling zo ruim mogelijk is, en dat de overheid kan garanderen dat er geen beter aanbod komt’, zei Remkes tijdens de presentatie.

Door piekbelasters uit te kopen kunnen 2.500 PAS-melders tegemoet worden gekomen. Dat zijn bedrijven die, met toestemming van de overheid, hun bedrijf hebben uitgebreid, maar waarbij de rechter achteraf bepaalde dat zij daarvoor een vergunning nodig hadden. Ook enkele belangrijke bouwprojecten, die nu door de stikstofimpasse stilliggen, kunnen hierdoor alsnog een vergunning krijgen.

‘Stikstofkaartje doet meer kwaad dan goed’

Remkes is tijdens de presentatie kritisch op de overheid. Zo zijn de PAS-melders volgens hem ‘slachtoffers van falend en zwalkend beleid’. En ook over het ‘stikstofkaartje’, waarin te zien was hoeveel stikstof er gereduceerd moest worden, was Remkes niet te spreken: “Ik vind dat die van tafel moet. De nuanceringen komen daarin niet door, en het doet meer kwaad dan goed.” Remkes beveelt aan om nieuwe, regionale kaarten te maken die minder gedetailleerd zijn.

Volgens Remkes zijn de maatregelen tegen stikstof veel te lang vooruit geschoven, en moeten deze op korte termijn worden aangepakt. “Anders gaan Nederland verder op slot”. Het is voor de natuur belangrijk om vroeg en stevig te beginnen dan precies op tijd te eindigen. Daarom beveelt hij aan om vast te houden aan 2030. Tot slot pleit Remkes voor meer innovatie. “De overheid moet zijn terughoudendheid laten varen en een nationaal innovatieprogramma oprichten.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Interface eerste CO2-neutrale vloerenfabrikant ter wereld

Dat betekent dat alles wat het bedrijf doet - van productie tot transport, van lunches in de kantine tot reizen, van nieuwe gebouwen en machines tot wat klanten uiteindelijk met de tapijttegels doen - CO2-neutraal is. Interface heeft hiervoor de internationaal erkende certificatie op basis van de PAS 2060-norm van het British Standards Institution (BSI) gekregen. Het bedrijf wordt vanaf nu jaarlijks opnieuw gecertificeerd. “We zijn de eerste vloerenfabrikant ter wereld die deze stap zet en die deze strenge certificering heeft behaald”, zegt Janneke Leenaars, duurzaamheidsmanager bij Interface. “Het is weer een stap in onze reis, naar ons doel om in 2040 een CO2-negatieve onderneming te worden.” Dan houdt Interface met alle bedrijfsactiviteiten meer CO2 vast dan het uitstoot en levert het bedrijf zo een bijdrage aan de wereldwijde net-zero doelstelling die nodig is om klimaatverandering af te remmen. ​Meten en reduceren Het van oorsprong Amerikaanse Interface heeft tegenwoordig zes productielocaties op vier continenten, wereldwijd 3600 werknemers en een jaaromzet van 1,2 miljard dollar. Een grote tapijttegelfabriek staat in het Nederlandse Scherpenzeel. Sinds de start in 1994 is het bedrijf al bezig zijn milieu-impact te verminderen. Deze eeuw toonde Interface zich koploper op het gebied van duurzaamheid. Het bedrijf hanteert daarbij het principe van meten en reduceren. Gerecyclede en biobased grondstoffen De grondstoffen die een fabrikant als Interface gebruikt voor vloertegels zorgen voor de meeste CO2-uitstoot, zo’n 42 procent van de gehele keten. Vroeger was dat bijvoorbeeld nylon, waarvoor fossiele grondstoffen nodig zijn en waar bij de productie veel CO2 wordt uitgestoten. Nu is dat vervangen door gerecyclede grondstoffen voor het garen. In de tapijttegels die Interface in Scherpenzeel maakt voor de Europese markt zit gemiddeld 88 procent aan gerecycled of biobased materiaal. Nog maar een klein deel komt uit nieuwe fossiele grondstoffen. Op dat vlak wordt de meeste klimaatimpact gemaakt. “Dat doet niemand ons na”, zegt Leenaars. Minder CO2 per vierkante meter De CO2-impact van de producten wordt nauwkeurig bijgehouden. Sinds 1996 is de uitstoot van tapijttegels met 76 procent gedaald naar een wereldwijd gemiddelde van 4,8 kilo CO2 per vierkante meter. Voor de rubbertegels van Nora - dat in 2018 werd overgenomen - is die uitstoot in drie jaar tijd met 21 procent gedaald tot 8,5 kilo per vierkante meter. Voor de vinyltegels (LVT) - sinds 2017 onderdeel van het portfolio - is sinds 2019 een reductie van 24 procent behaald. Die productie stoot nu gemiddeld 9,1 kilo CO2 per vierkante meter uit in de hele keten. Wat er aan CO2-uitstoot overblijft, compenseert Interface met het kopen van onafhankelijk gecertificeerde CO2-credits van projecten voor herbebossing of hernieuwbare energie. Op die manier maakt de fabrikant al zijn producten CO2-neutraal over de hele levenscyclus.Janneke LeenaarsMoeilijkste route gekozen Het bedrijf neemt dus ook de verantwoordelijkheid voor de fase bij de klant, de zogeheten scope 3. Daar valt het transport, het schoonmaken en het weggooien onder. Interface hamert daarbij op goed onderhoud, langer gebruik en het hergebruik van afgedankte tapijttegels. “We hebben eigenlijk de moeilijkste route gekozen door eerst naar de CO2-impact van onze producten te kijken en deze te verlagen. Door te werken aan het gebruik van minder grondstoffen, en meer gerecycled en biobased materiaal. We hebben dus niet het laaghangende fruit geplukt, maar meteen de grootste kluif aangepakt. En wat we niet konden reduceren dat neutraliseren we”, zegt Leenaars. Lees hier meer over het verduurzamen van vloeren door Interface Hele keten CO2-neutraal Interface focust op de hele keten van zijn producten en grondstoffen. Door gebruik te maken van nieuwe, innovatieve grondstoffen die CO2 vasthouden, of door duurzamere productiemethoden, is de uitstoot nog verder gereduceerd. Om als bedrijf in zijn geheel CO2-neutraal te worden, heeft het ook het ‘laatste restje’ uitstoot onder de loep genomen. Dan gaat het onder andere over de gebouwen, machines, reizen van personeel en de elektrische vrachtwagens voor transport op het eigen terrein. Die uitstoot is gecompenseerd door extra credits in bos- en groene energieprojecten te kopen. Halvering in 2030 Ondertussen gaat Interface weer verder met reduceren van broeikasgassen. In 2030 moet de aan grondstoffen gerelateerde uitstoot nog een keer gehalveerd zijn. Ook voor de eigen activiteiten - scope 1 en 2 – worden nieuwe stappen gezet. “Maar onze inkoop vormt het grootste deel van onze CO2-impact. Op scope 1 en 2 hebben we ook een reductiedoel van 50 procent, maar dat stelt bij ons niets meer voor omdat we wereldwijd al 75 procent hernieuwbare energie gebruiken. Scope 1 en 2 vormen daardoor nog maar 3 procent van onze totale uitstoot van broeikasgas. Het uiteindelijke doel van alles is dat we geen CO2-credits meer nodig hebben”, aldus Leenaars. Lees hier meer over de CO2-reductie van bedrijven in scope 3 CO2-negatief in 2040 Laurel Hurd, CEO van Interface, is trots op het behaalde resultaat: “Nu is alles wat we doen, elk aspect van onze bedrijfsvoering CO2-neutraal”, zegt ze. “Interface heeft nu, voor zover we weten, tapijttegels met de laagste CO2-voetafdruk op de markt. Wat overblijft aan emissies neutraliseren we, totdat dit niet meer nodig is.” Om rond 2040 een CO2-negatieve onderneming te zijn, moet het bedrijf meer CO2-opslag realiseren dan er wordt uitgestoten, zonder gebruik van compensaties. Op weg daarnaartoe gaat Interface verder met het transformeren van de eigen activiteiten en materialen en werkt het samen met leveranciers om de CO2-voetafdruk van de grondstoffen (Scope 3) verder terug te dringen. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.