Hannah van der Korput
11 september 2023, 11:12

Albert Heijn heeft nu eigen plantaardige merklijn

Plantaardige kroketten, garnalen, halvarine, kaas; Albert Heijn breidt het veganistische assortiment flink uit. Onder de eigen merknaam AH Terra introduceert de supermarktketen zo’n 200 plantaardige producten. In de toekomst worden er steeds nieuwe voedingsmiddelen toegevoegd.

AH terra Albert Heijn ziet de introductie van AH Terra als een volgende stap in de beweging naar meer plantaardig. | Credits: Albert Heijn

Met alle alternatieven wil Albert Heijn vegan eten makkelijker, lekker en betaalbaar maken. AH Terra moet de flexitariër aanspreken om vaker iets plantaardigs te kiezen bij het ontbijt, lunch of avondeten.

Eiwittransitie

Een meer plantaardig voedingspatroon verlaagt de belasting op het milieu. Veganistische voeding heeft vaak een lagere uitstoot en voor de productie is relatief minder land en water nodig. Albert Heijn wil bijdragen aan een duurzamer voedselsysteem en zet zich in voor de eiwittransitie, de verschuiving van het eten van dierlijke naar plantaardige eiwitten.

Albert Heijn heeft doelen gesteld om een bijdrage te leveren aan de eiwittransitie. In 2025 wil de supermarkt dat 50 procent van de verkochte eiwitten van plantaardige oorsprong zijn, in 2030 60 procent. Nu ligt het percentage op 44 procent. Albert Heijn ziet de introductie van AH Terra als een volgende stap in de beweging naar meer plantaardig.

Duurzamere keuzes

Marit van Egmond, CEO van Albert Heijn, licht toe: “Door voorop te lopen in de eiwittransitie en ons assortiment met plantaardige eiwitten uit te breiden, bieden we onze klanten de mogelijkheid om bewuste en duurzamere keuzes te maken. Met de introductie van eigen merk lijn AH Terra wordt plantaardig eten en drinken nog makkelijker. De producten zijn lekker, betaalbaar en van topkwaliteit. Voor iedere maaltijd is er een plantaardig alternatief beschikbaar; ontbijt, lunch, diner of tussendoor. Als iedereen al een dag per week plantaardig eet, kan er een enorme stap worden gemaakt in de eiwittransitie.”

Lees ook:

Het energiesysteem van de toekomst heeft opslag nodig

Nederland produceert inmiddels zoveel wind- en zonne-energie dat ons systeem een overschot kent. De verwachting is dat de productie de komende jaren zal blijven toenemen, waardoor dit overschot groeit. Daarbij sluiten vraag en aanbod niet goed op elkaar aan. Om hier verandering in te brengen, zullen we een deel van de energie moeten opslaan. De opslag van energie op verschillende tijdschalen - in realtime, dag en nacht maar ook per seizoen - vraagt om verschillende functionaliteiten en technologieën, die op hun beurt verschillende businesscases en verdienmodellen kennen. Dergelijke opslag kan plaatsvinden in moleculen (bijvoorbeeld door het produceren van groene waterstof), maar ook in grootschalige batterijen. Daarbij is waterstof, met zijn hoge energiedichtheid en mobiliteit, geschikt voor langdurige opslag. Batterijopslag is door zijn hoge efficiëntie juist bij uitstek geschikt voor het kortstondig opslaan van energie. Energieopslag vervult een belangrijke rol in de Energiewet en het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Met de Routekaart Energieopslag voorziet de overheid bovendien in een flinke groei van de opslagcapaciteit en de productie van waterstof. Toch is de ontwikkeling van energieopslagprojecten in de huidige markt allesbehalve eenvoudig. Deze projecten zijn afhankelijk van een veelvoud aan factoren: een vergunning, beschikbare ruimte, leveranciers, de bouwkosten, afnamecontracten en financiering. Om opslagprojecten te realiseren, is flexibiliteit in de ontwikkeling nodig Zowel voor de realisatie van waterstofprojecten als batterijopslag is het lastig een goed renderende businesscase op te stellen. Zo is er voor batterijopslag geen SDE (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) beschikbaar. Dat maakt de inkomsten voor een groot deel onzeker. Voor de productie van waterstof zijn wel subsidies beschikbaar, maar ook deze inkomsten zijn niet altijd toereikend. Beide systemen kennen daarnaast significante kosten voor het transport van elektriciteit. De projecten worden onder de huidige wet- en regelgeving namelijk gecategoriseerd als producent én verbruiker, terwijl zij netto slechts voor een klein deel energie verbruiken. De verwachting is dat deze kosten in de toekomst zullen afnemen, omdat diverse relevante partijen, waaronder netbeheerder TenneT, inzien dat opslag nodig is. Bij de huidige transportkosten zal die echter ontoereikend zijn. Die onzekerheid maakt de businesscase op dit moment enkel complexer. Opslagprojecten zijn behoorlijk kapitaalintensief. Maar de complexiteit van de inkomsten en de kosten van een batterij- of waterstofproject, in combinatie met een nieuwe technologie, maakt het moeilijk om financiering op te tuigen voor de aanleg. Het is dus niet eenvoudig om succesvol een opslagproject tot stand te brengen. De onzekere en veranderende omstandigheden vragen om een ontwikkelstrategie waarin betrokken partijen flexibel kunnen zijn. Zo lijkt er verandering in de wet- en regelgeving omtrent transportkosten en netaansluiting te komen, en zien we snelle ontwikkelingen in de contractering van zowel batterijopslag als waterstof. Dit zal een direct effect hebben op onder meer de optimale afnamesituatie en/of de keuze voor de omvang van de netaansluiting. Financiering complex, maar niet onmogelijk De vele complexiteiten waar opslagprojecten mee gepaard gaan, zien wij terug in de diverse projecten die Rebel begeleidt in het ontwikkelingstraject en bij de financieringsstrategie. Toch laten de projecten zien dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om een gezonde businesscase te ontwikkelen. Neem het energieopslagproject bij Windplan Groen in de Flevopolder, waarin een aantal initiatiefnemers, waaronder FlevoBESS, naast 350 megawatt aan windenergie en 30 megawattpiek aan zonne-energie ook een drietal batterijprojecten van in totaal zo’n 100 megawatt ontwikkelt. Door de co-locatie en het groot opgesteld vermogen aan wind- en zonne-energie, is het een zeer geschikte locatie voor batterijopslag. De batterijen kunnen laden wanneer er veel wind staat, waardoor zij niet alleen transportkosten besparen, maar ook bijdragen aan het oplossen van netcongestie. Kortom, het financieren en realiseren van opslagprojecten kent een fors aantal uitdagingen, maar kan en moet plaatsvinden om het toekomstige energiesysteem van Nederland vorm te geven. Het is daarbij essentieel dat we in het ontwikkelen van het project de juiste keuzes maken.