Marc Seijlhouwer 06 mei 2021, 12:01

Alle kleine beetjes helpen: platte pasta maakt transport van deegwaren makkelijker

We hebben het bij duurzaamheid vaak over grote projecten zoals de energietransitie. Maar uiteindelijk moeten we voor een CO2-arme toekomst ook heel veel kleine dingen verbeteren. Daarbij helpt elk initiatief. Zo kwamen wetenschappers met een manier om pasta platter te maken, waardoor transport eenvoudig en energiezuiniger wordt.

Pasta plat gekookt science Op het moment dat de platte pasta het water raakt zetten deze ribbeltjes uit waardoor er pastavormen ontstaan. Beeld: Science Advances

De Carnegie Mellon University in de Verenigde Staten ontwikkelde een pasta die dankzij zijn unieke vorm droog plat is, maar tot een bekende driedimensionale vorm opzwelt als hij het water raakt. Als je de pasta daarna weer droogt (waarom je dat zou doen is overigens een raadsel) krimpt de deegwaar weer terug naar zijn platte vorm.

Kleine ribbeltjes op je macaroni

Dat lukt dankzij heel specifiek gekozen microribbeltjes in het oppervlak van de pasta. Op het moment dat de platte pasta het water raakt zetten deze ribbeltjes uit, net als de rest van het deeg, waardoor er allerlei bekende pastavormen ontstaan. Maar er zijn ook exotischer varianten mogelijk, zoals een roos gemaakt van pasta.

Het onderzoek begon volgens de onderzoekers vanuit duurzaamheid. Platte, stapelbare pasta past makkelijker in een verpakking dan de driedimensionale pasta’s als penne of farfalle. Je hoeft minder lucht te verpakken en de pasta past beter op elkaar. Hoe kleiner en platter de verpakking, hoe makkelijker het in een vrachwagen past en hoe kleiner de voetafdruk van transport van een pastaverpakking.

Dit idee werkt goed in de meubelwereld, waar platte verpakkingen (bijvoorbeeld voor IKEA-meubelen) al een tijdje de norm zijn. Of het voor pasta net zo’n impact gaat hebben? Er wordt over de hele wereld een heleboel pasta gegeten, en die moet allemaal in vrachtwagens getransporteerd worden. Zelfs een klein beetje besparing kan dan een groot effect hebben.

Meer weten over duurzame meubels? Lees het hier

Onderzoek WUR: Biologische melkveehouderij kan helpen met oplossen stikstofprobleem

Het onderzoek geeft een aantal redenen voor de lagere uitstoot. De biologische landbouw stoot minder ammoniak uitstoot omdat de dieren meer buiten zijn, er minder samen op één hectare staan, er minder eiwit in het voer zit, er minder wordt bemest en omdat er geen kunstmest wordt gebruikt.De WUR deed het onderzoek in opdracht van Biohuis, een vereniging van biologische boeren. De onderzoeksvraag richtte zich op de potentiële reductie van ammoniakemissie van de biologische landbouw ten opzichte van gangbare landbouw, en wat de voordelen zouden kunnen zijn als bedrijven in de buurt van Natura 2000-gebieden omschakelen naar biologisch. Hoe zat het ook alweer met de stikstofcrisis?Stikstof komt in veel verschillende vormen, maar de schadelijke vorm bestaat uit ammoniak (NH3), dat ontstaat wanneer stikstof verbinding maakt met waterstof. Dat gebeurt in de landbouw als de urine en poep van koeien of varkens bij elkaar komt. In Nederland is de landbouw daarmee verantwoordelijk voor veertig procent van de stikstofuitstoot. Ter vergelijking: zes procent komt van verkeer, zes van huishoudens en één procent uit de bouw. Als stikstof in een Natura 2000-gebied neerdaalt, groeien planten die daar goed op gedijen beter, waardoor ze de andere planten overwoekeren. Dat is slecht voor de biodiversiteit. De Raad van State besloot daarom in 2019 dat de overheid meer moet doen om de stikstofuitstoot te verminderen. Nederland ging op slot, wat leidde tot boerenprotesten en een bouwstop. Nog niet uitgelezen over de stikstofcrisis? Lees hier onze explainer. Overschakelen van gangbaar naar biologisch biedt perspectiefVolgens onderzoeker Gerard Migchels kan de biologische melkveehouderij, doordat de amoniakemmissie 22 procent lager is, bijdragen aan het oplossen van de stikstofproblematiek. “Er is perspectief als gangbare melkveebedrijven in de omgeving van Natura 2000-gebieden overschakelen naar biologische melkveehouderij.” De huidige biologische sector is nog relatief klein: 3 procent van de melkveebedrijven heeft een biologisch keurmerk.Biologische varkens- en pluimveehouderijen zijn ook onderzocht, maar die kunnen geen significante bijdrage leveren aan het terugdringen van ammoniakemissie: per dier levert dat zelfs iets meer stikstof op. Maar omdat er minder dieren op een biologische boerderij worden gehouden, komt de uitstoot ongeveer op hetzelfde uit.Per natuurgebied is het volgens onderzoeker Migchels goed om te kijken naar de mogelijkheden. “Omschakelen naar biologisch kan uitkomst bieden.” Maar op de langere termijn moeten de stikstofemissies in Nederland halveren. Het hele onderzoek is hier te lezen.