Hannah van der Korput
10 oktober 2024, 12:34

Anders boeren: deze burgers beginnen gezamenlijk boerderijen

Over de landbouwtransitie is al veel geschreven. Het wil maar niet vlotten, is vaak de boodschap. Gelukkig zijn er ook succesverhalen. In deze serie belichten we mensen die laten zien dat het anders kan. Dit keer: de burgerbeweging Herenboeren telt zo’n 9.000 mensen en 22 boerderijen. En de aantallen lopen op.

NIEUW V2 slash andere kant op 9 Met Herenboeren wil Van der Veer niet alleen de landbouw, maar de hele voedselketen veranderen. | Credits: Mark van Stokkom

Het is een mooie dinsdagochtend in Noord-Brabant. De zon schijnt en de lucht is strakblauw. Boven mij trakteren vogels op een heus fluitconcert. Ik heb afgesproken in Boxtel. Het is de plek waar Herenboeren dik tien jaar geleden begon, vertelt oprichter Geert van der Veer.

“Ik ben opgeleid als boer. Tijdens de studie stelde ik mezelf meer dan eens de vraag: waarom leren we het landschap aanpassen aan ons bedrijf in plaats van andersom? Als je het over People, Planet en Profit hebt, dan miste ik tijdens mijn opleiding die P van Planet. Toen ik later bij land- en tuinbouworganisatie LTO werkte, merkte ik dat ook People en Profit niet in balans zijn. Boeren krijgen te weinig betaald voor hun producten. Daardoor gaan ze zoveel mogelijk produceren voor een zo laag mogelijke prijs. Dat gaat ten koste van de bodemkwaliteit, de biodiversiteit en het klimaat. En uiteindelijk van ons allemaal.”

Hij is heel duidelijk: boeren zijn niet de boeman. “Zij zijn slechts een onderdeel van de voedselketen. Uiteindelijk doen zij wat de markt van hen vraagt. Zolang wij ons consumptiepatroon niet aanpassen, kunnen boeren geen kant op. Tussen de eindgebruiker en de boer zit een hele keten. Als die niet gaat bewegen, gebeurt er helemaal niks. Dat we met Herenboeren boerderijen opzetten, is niet omdat er toevallig een markt voor is. Het gaat over een systeemverandering, een beweging die het anders wil. Duurzamer, gezonder en eerlijker.”

Hoe werkt een Herenboerderij?

Een Herenboerderij is een coöperatie met zo’n 250 huishoudens. Er zijn meerdere boeren in dienst die als agrarisch bedrijfsleider de boerderij aansturen. De aangesloten huishoudens kunnen wekelijks boodschappen afhalen op de boerderij. Het kost 2.000 tot 2.500 euro om mede-eigenaar te worden, naast een wekelijkse bijdrage om de lopende kosten te dekken.

Samen

Het idee slaat aan, onder andere bij Philomeen Duinisveld. Ze is voorzitter en mede-oprichter van Herenboeren Landmeerse Loop in het Brabantse Boekel. “Ik ben ingestapt omdat ik beter voor de natuur wil zorgen”, zegt ze. “Ik kom oorspronkelijk uit Noord-Groningen en heb geen familie in de buurt wonen. Met de Herenboerderij heb ik er voor mijn gevoel een soort familie bijgekregen. Ik ken de mensen, spreek ze vaak en bouw een band met ze op. Dat sociale aspect vind ik heel waardevol. Ik vind de boerderij zo’n fijne plek dat ik altijd langer blijf dan gepland.”

Samen doen staat centraal bij Herenboeren. Samen bepalen wat er wordt geteeld, samen op het land werken, samen oogsten. Maar ook: samen de kosten en de bijbehorende financiële risico’s dragen. “We hebben gekozen voor een cost-sharing model in plaats van een model waar winst maken de boventoon voert”, legt Van der Veer uit. “We weten in de jaarvergadering precies welk budget beschikbaar is voor het volgende jaar. We maken geen winst, maar spelen altijd quitte. Dat maakt dat er geen economische prikkel is bij de beslissingen die we nemen. Waarden zoals biodiversiteit en het sociale aspect gaan niet ten koste van economisch gewin.”

Pionieren

Dat wordt niet altijd begrepen, merkt hij. “Ik ben in gesprek met banken over financiering. Het alarm gaat af omdat we geen winst maken. In de ogen van geldverstrekkers is continuïteit een bedrijf dat winst maakt. Wanneer je als eigenaren de kosten dekt, is de kasstroom veel stabieler dan wanneer je van marktwerking afhankelijk bent. Dat blijkt een lastig verhaal om over te brengen op financiers. In die zin is het echt pionieren.”

Varkens

Een ander voorbeeld zijn de varkens. Diverse Herenboerderijen willen de dieren houden en buiten laten rondlopen. “Maar daar blijkt helemaal geen wet- en regelgeving voor te zijn. De wetgeving rondom varkenshouderij is een stallenbesluit. Dat begint met varken: staldier. Terwijl varkens van nature graven en wroeten. De hele beredenering van varken als buitendier is wel mogelijk, maar simpelweg nooit uitgewerkt omdat het in de praktijk toch niet voorkwam. Dat zijn dingen waar we tegenaan lopen”, aldus Van der Veer.

Mest

Die varkens willen ze bij Herenboeren niet eens houden voor het vlees. “Varkens zijn opruimers. Ze eten reststromen en dode dieren op om ze vervolgens weer uit te scheiden in nutriënten. Het idee is dat ze die functie ook op de boerderijen gaan vervullen. Dingen opeten, de grond omwroeten en mest produceren. Als je in dat soort kringlopen gaat denken, zijn dieren hartstikke nuttig. Net als veel planten, bomen en kruiden, trouwens.”

Op haar Herenboerderij in Boekel zou Duinisveld graag op korte termijn varkens houden. “Onze aardappeloogst is mislukt en we denken erover om alvast drie dieren aan te schaffen, dat mag hobbymatig, om de restaardappelen uit de grond te halen. Zo hebben we minder kans om de schimmel Phytophthora aan te trekken. Met onze dierenwerkgroep vragen we ons niet af hoeveel vlees we willen eten, maar wat voor werk de varkens kunnen doen en hoeveel poep onze grond nodig heeft om gezond te zijn. We zitten op best wel arme zandgrond met veel stenen erin. Met onze aanpak wordt vlees het bijproduct van mest in plaats van andersom.”

Voedselstrategie

De burgerbeweging is gestart om het contact met de natuur te herstellen. Dat is belangrijk, zegt Van der Veer. “De afstand is zó groot gemaakt. Veel mensen hebben geen idee waar hun voedsel vandaan komt en hoe het groeit. Ondertussen vergrijst de beroepsgroep. Nederlandse boeren zijn gemiddeld tegen de 60 jaar. Van hen heeft een derde geen bedrijfsopvolger. Als oplossing voor het stikstofprobleem moeten boeren maar worden uitgekocht. Dat gaat niet werken. Het ontbreekt aan een duidelijke voedselstrategie.”

Die voedselstrategie gaat wat hem betreft veel verder dan alleen de manier van boeren. “Hoe we als consument met eten omgaan, speelt een grote rol. Wat ligt er op ons bord? Vinden we prijs de belangrijkste component als we in de supermarkt staan? Het gaat veel verder dan een landbouwtechniek. Omdat we bij Herenboeren die rechtstreekse verbinding met de eigenaren hebben, kunnen we andere stappen zetten richting duurzaamheid. Wat wij doen, kun je niet zomaar implementeren in de gangbare landbouw. Dat kan alleen als het systeem meegaat. Dat moeten we echt erkennen. We hebben een andere werkwijze nodig om de boeren in staat te stellen om te verduurzamen.”

Burgers aan het werk op de Herenboerderij in Alphen, Noord-Brabant. | Credit: Mark van Stokkom

Uitnodigen

Bij Herenboeren nodigen ze boeren dan ook uit om samen te werken. “We gaan gangbare boeren niet vertellen dat het op onze manier moet. Ons concept is ook niet dé oplossing. Er zal altijd een markt zijn voor de gangbare landbouw. Wie in Amsterdam op negenhoog woont, gaat op zaterdag niet ver rijden om ergens de boodschappen op te halen. De gemaksfactor blijft. Herenboeren is toch een redelijke bubbel. Redelijk wit, redelijk hoog opgeleid en idem dito salaris. We zijn meer dan eens bestempeld als elitair. Dat kan ik me best voorstellen. Aan de andere kant proberen we iets nieuws en steken we onze nek uit. Deze beweging gelooft dat de voedselketen op de schop moet. Dat doen we graag samen, ook met boeren. We staan ervoor open om kennis te delen en vertellen graag wat we de afgelopen jaren geleerd hebben.”

Appgroepen

Op de 22 boerderijen van Herenboeren werken in totaal al meer dan veertig boeren in loondienst. Zij houden toezicht en wisselen kennis uit. In appgroepen gaan berichten over en weer, ziet Duinisveld. “Dan gaat het over machines, schimmels en plagen. Het gaat maar door, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. De boeren bezoeken elkaars locatie om te kijken wat daar gebeurt en hoe collega’s bepaalde uitdagingen aanpakken. De boeren hebben goed contact met elkaar. Dankzij het netwerk staan ze er niet alleen voor. Dat wens ik alle landbouwers toe. Dat agrariërs met gelijkgestemden werken en er samen wat van maken.”

Meer in deze serie:

Heineken wil klimaatneutraal zijn in 2040: ‘Als leveranciers op het station blijven staan, rijdt onze trein verder’

Heineken, de op een na grootste brouwer ter wereld, streeft ernaar om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Daarbij ligt de ambitie hoog: de eigen productie – scope 1 en 2 – moet al in 2030 netto geen CO2 meer uitstoten. “Als familiebedrijf weten we dat je alleen vooruit kunt als je goed omgaat met mens en milieu”, zegt Laudine Witteveen, directeur corporate affairs van Heineken Nederland. “We kijken naar de gehele keten: van oogsten tot proosten. Onze duurzaamheidsstrategie reikt verder dan alleen het verkleinen van onze CO2-voetafdruk. We zetten in op verantwoord alcoholgebruik door de consument altijd de keuze te bieden voor alcoholvrij bier en willen sociale impact creëren, bijvoorbeeld door samen met partijen als Social Capital werkplekken te faciliteren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.” Volledig hernieuwbaar Ruud Pronk, duurzaamheidsmanager van Heineken, overziet alles wat onder de E van ESG valt (Enviromental, Social, Governance). “In de eerste plaats zetten we in op energiereductie. Want wat je niet gebruikt, hoef je niet te verduurzamen. Daarna kijken we hoe we fossiele brandstoffen kunnen vervangen door hernieuwbare energie. In 2030 willen we dat de activiteiten in Nederland volledig draaien op energie van hernieuwbare bronnen.” Om dat te bereiken, kijkt Heineken naar een breed assortiment van bronnen. De twee brouwerijen in Nederland worden bijvoorbeeld voorzien van stroom van windmolens op het terrein. Verder hebben alle platte daken inmiddels zonnepanelen. Daarnaast koopt het bedrijf een groot deel van zijn stroom in van een windpark in Friesland. “Ook maken we gebruik van biogas”, zegt Pronk. “Bij het brouwen van ons bier maken we gebruik van water dat na gebruik wordt gereinigd in onze eigen waterzuiveringen. Tijdens dit proces zetten bacteriën organische resten om in biogas. In Den Bosch wordt ons afvalwater naar de rioolwaterzuivering van Aa en Maas gebracht voor een tweede reinigingsstap. Het biogas dat daar gemaakt wordt, gaat via een directe pijpleiding naar de brouwerij 2 kilometer verderop. Op deze manier voorzien we ongeveer 25 procent van onze thermische behoefte voor beide brouwerijen.”Met de stofkam door de uitstootcijfers van de AEX-bedrijven Onlangs berekende Change Inc. in hoeverre AEX-bedrijven goed op weg zijn hun klimaatdoelen te halen. Uit de berekeningen blijkt dat zes AEX-bedrijven in lijn zijn om al hun doelen te halen, dus voor zowel scope 1, 2 als 3. Dat zijn: BE Semiconductor Industries, DSM Firmenich, Heineken, Philips, Randstad en Universal Music Group. Daarvan hebben Heineken, Philips en Universal Music Group hun doelen laten erkennen door het SBTi. Meer weten over de milieu-prestaties van de grote bedrijven in Nederland. Bekijk dan hier het volledige artikel.Gigantische waterkoker Een ander belangrijk wapenfeit in de transitie naar een hernieuwbaar energiesysteem was de installatie van een e-boiler: met een vermogen van 12 megawatt is het een van de grootste in zijn soort (Pronk: “Ongeveer 5.000 keer zo krachtig als je waterkoker thuis.”). Verder bouwt Heineken twee grote warmtepompinstallaties, waarmee het bier gekoeld wordt. De koude-energie wordt afgevangen en vervolgens weer omgezet in warmte die kan worden gebruikt in het schoonmaakproces. Vraag en aanbod “Alle maatregelen hebben ervoor gezorgd dat we in Nederland nu voor 80 procent op hernieuwbare elektriciteit draaien”, zegt Witteveen. “Al het Heineken bier dat we voor de Nederlandse markt maken, wordt dus met 100 procent hernieuwbare energie gebrouwen. Verder is het ons gelukt om wereldwijd sinds 2018 de uitstoot binnen scope 1 en 2 met 34 procent te verlagen en de uitstoot van scope 3 met 20 procent.” Op dit moment verkent Heineken hoe het bedrijf de vraag naar en het aanbod van groene stroom nog beter op elkaar af kan stemmen. De e-boiler draait op hernieuwbare energie, maar dan moet deze wel beschikbaar zijn. Op een regenachtige, windstille dag moet de brouwer alsnog aardgas gebruiken. Pronk: “Maar het is niet ondenkbaar dat we in de toekomst gaan sleutelen aan ons productieproces, zodat we onze vraag naar energie beter kunnen afstemmen op het aanbod van hernieuwbare energie.” Emissievrij vervoer Daarnaast wil Heineken zijn vloot tankbierwagens in aanloop naar 2030 volledig elektrificeren. Door het land rijden inmiddels drie elektrische tankbierwagens. De Amsterdamse horeca in de binnenstad wordt met zeven elektrische minitrucks bevoorraad. Maar de transitie naar elektrisch vervoer kent ook uitdagingen, zegt Witteveen. “Steden stellen verschillende eisen aan het gewicht van vrachtwagens die door de historische binnenstad mogen rijden. Uniforme richtlijnen zouden ons hierin erg helpen, zodat we onze investeringen in een elektrisch wagenpark hierop tijdig kunnen aanpassen.” In Amsterdam rijden zeven elektrische minitrucks.Netcongestie Met al zijn elektrificeringsplannen loopt Heineken, net als vele andere bedrijven, tegen de grenzen van het elektriciteitsnet aan. “Bij onze brouwerij in Den Bosch kunnen we op dit moment niet meer uitbreiden”, zegt Pronk. “Dat heeft bijvoorbeeld gevolgen voor onze plannen om tanktrucks op locatie elektrisch te laden. De brouwerij in Zoeterwoude heeft wat dat betreft meer geluk. Netbeheerder Liander had daar in de buurt al plannen voor een groot laadstation. Daar komt straks een groot stopcontact zodat we onze logistiek kunnen elektrificeren.” Regeneratieve landbouw Terwijl er op het terrein van energie van alles gebeurt, zou je bijna vergeten dat Heineken ook sterk leunt op de landbouw. Mout, veelal afkomstig van gerst, is namelijk een van de hoofdbestanddelen van bier. Heineken is aangesloten bij het Sustainable Agriculture Initiative (SAI), dat verantwoordelijk is voor een duurzame industriestandaard voor gerst. Pronk: “Dit keurmerk is een soort biologisch-plus dat kijkt naar teelt, maar ook naar zaken daaromheen zoals biodiversiteit en arbeidsomstandigheden. Daarnaast experimenteert Heineken met regeneratieve landbouw, waar een gezonde bodem centraal staat. “We hebben de eerste hectares in Frankrijk al beplant en werken nauw samen met lokale boeren om te kijken of we dit areaal kunnen uitbreiden.” Duurzame trein Net als veel andere bedrijven wordt het voor Heineken steeds belangrijker om zijn milieu-impact in kaart te brengen, niet alleen van zijn eigen productie, maar ook van klanten en leveranciers. “Scope 1 en 2 hebben we nu wel aardig in beeld”, zegt Witteveen. “Maar ongeveer 90 procent van onze uitstoot zit in scope 3. Die brengen we nu steeds meer in kaart. Dat is iets dat we samen met andere Nederlandse producenten en partijen in onze keten oppakken. We kunnen veel meer impact maken als we gezamenlijk optrekken.” Pronk: “We werken nauw samen met onze leveranciers om ook hun uitstoot te reduceren. Wat voor ons scope 3 is, is voor hen scope 1 of 2. Wij proberen hen te stimuleren eigen duurzaamheidsdoelstellingen te stellen en delen kennis over hoe ze die doelen kunnen halen. Zo helpen we onze partners op de duurzame trein te stappen.” Op die manier weet Heineken de partijen in zijn keten voor de toekomst aan zich te binden. Maar Pronk is ook realistisch: “Als leveranciers besluiten op het station te blijven staan, rijdt onze trein verder zonder hen.” Witteveen: “We blijven kijken naar nieuwe manieren om onze voetafdruk te verkleinen en onze sociale impact te vergroten. Samenwerken met andere producenten, leveranciers, horeca en supermarkten zijn daarbij cruciaal. Daar zien we een grote verantwoordelijkheid voor onszelf.” Lees ook: Arbeidsmarkt komt groene vaardigheden tekort: soft skills cruciaal om duurzaamheidsdoelen te halenVan demonstraties naar dialogen: oud-Greenpeace boegbeeld helpt nu multinationals verduurzamenPeter Bakker (World Business Council for Sustainable Development): ‘De tijd van CEO’s die mooie beloftes doen is nu wel voorbij’