Hannah van der Korput
17 oktober 2024, 12:17

Anders boeren: voedselbos in Geldermalsen levert voedsel én natuur op

Over de landbouwtransitie is al veel geschreven. Het wil maar niet vlotten, is vaak de boodschap. Gelukkig zijn er ook succesverhalen. In deze serie belichten we mensen die laten zien dat het anders kan. Dit keer: hoe voedselbossen voedsel én natuur opleveren.

V1 projectcoördinatoren template 4 Gerdien Dijkstra staat aan het roer van voedselbos Lingehout in Geldermalsen. | Credits: Maartje Huijsen - van Scheerdijk

Veel akkers zijn voor en na het teeltproces een lege vlakte. Bij voedselbossen is dat anders: die groeien en worden elk jaar groter. Ze bekleden de functie van voedselproductie, natuur en bevorderen ondertussen de biodiversiteit. Daarom ziet Stichting Voedselbosbouw Nederland er graag nog vele bijkomen. In de aanplant van voedselbossen zit een stijgende lijn, ziet Kaat Biesemans Hoogewijs van Stichting Voedselbosbouw. “Al mag die lijn wat mij betreft nog steiler omhoog. Agrarische voedselbossen in Nederland beslaan samen zo’n 250 hectare. Dat is exclusief de vele privé-initiatieven: hobbymatige en buurtvoedselbosjes. Daar houden we ons vanuit de stichting niet mee bezig. Wij richten ons op voedselbossen van vijf hectare of meer.”

Voedselbos
Lingehout

In
Geldermalsen staat zo’n agrarisch voedselbos. Iets buiten het centrum, op een
uitgestrekt perceel met uitzicht op een drietal windmolens. Met die windmolens
begon het allemaal, vertelt Gerdien Dijkstra. Ik ontmoet haar in het voedselbos
in Gelderland, waar ze verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen. “Die
windmolens daar”, ze wijst, “zijn er gekomen dankzij burgercoöperatie
Betuwewind. Een deel van de winst vloeit terug naar de leden, een ander deel
komt terecht in een duurzaamheidsfonds. Daarmee worden initiatieven in de regio
ondersteund.”

Voedselbos Lingehout is door Betuwewind en haar leden opgezet en grotendeels gefinancierd. Die zagen het als een mooie compensatie voor de
bomenkap die verderop plaatsvond om een windpark te realiseren. Het voedselbos is 12 hectare groot en de aanleg is nog altijd bezig.

Aanplanten

Dat
aanplanten heeft nogal wat voeten in aarde, weet Biesemans Hoogewijs. “Het
begint met bestemmingsplannen en vergunningen. Wil je een voedselbos beginnen,
moet je eerst langs allerlei instanties.”

Voor het
bureaucratische deel biedt Voedselbosbouw Nederland de helpende hand. Als dat geregeld is, kan de
stichting ook meekijken met het ontwerp. “We schetsen hoe het voedselbos eruit
kan zien, welke planten en bomen erin kunnen komen. Daarbij wijzen we op
diverse subsidies voor plantgoed. Het planten zelf gaat vervolgens in fases. Op
meerdere hectare kan je niet alles in één keer aanleggen. Elk jaar komt iemand
vanuit de stichting kijken hoe het gaat en geeft advies. In deze tijd van klimaatverandering
en bijbehorende weersextremen is nazorg nodig. Het is geen kwestie van planten
en rustig laten groeien.”

Geduld

Naast
nazorg is ook geduld een must. Eenmaal aangelegd duurt het een aantal jaar voordat
een voedselbos écht productief is. Dat is een uitdaging, merkt Dijkstra. “Je
doet een grote investering en plukt daar niet meteen de vruchten van. Wij
zitten inmiddels in het derde jaar en nu pas kunnen we beperkt bessoorten
oogsten. Hetzelfde geldt voor pruimen. Noten hebben langer de tijd nodig. De eerste walnoten laten zeven tot acht jaar op zich wachten.”

De
locatie in Geldermalsen beschikt over boomgaarden, een kweekveld, een kas en
een bloemen- en kruidentuin. Er is ook een tuinderij waarin groenten en
(zacht)fruit groeien. Denk aan bloemkolen, courgettes en frambozen. De
tuinderij is inmiddels kostendekkend. “Dat is het fijne aan de moestuin, je
hebt meteen inkomsten en werk voor de vrijwilligers. Daardoor bouw je een
community op. Dat is leuk, want vanuit de leden komen goede ideeën. Zo groeit
hier de herfst-olijfwilg, een typische voedselbosplant. Wat je met de vrucht kan, weet ik niet precies, maar een vrijwilliger houdt van koken en vindt het leuk
om te experimenteren. Dan geef ik haar een bak van die besjes mee en gaat ze aan
de slag. Daar komen leuke creaties uit voort. Foto’s van het resultaat en
bijbehorend recept delen we vervolgens weer met de leden.”

Dalende kosten

Waar de productie en opbrengsten van een voedselbos gestaag op gang komen,
nemen de kosten na verloop van tijd juist af. Biesemans Hoogewijs: “Is het bos
eenmaal aangeplant, hoef je niet elk jaar opnieuw te zaaien, te mesten en te
ploegen. In een voedselbos laat je de natuur zoveel mogelijk haar gang gaan. Er
zijn geen zware landbouwmachines nodig die de grond bewerken of kunstmest en
pesticiden over het land verspreiden. Al die kosten vallen weg. Producten uit
een voedselbos zijn ‘biologisch plus’ te noemen. Alles groeit zo natuurlijk
mogelijk. Er wordt geen gebruik gemaakt van bemesting en bestrijdingsmiddelen,
dus die kunnen zich ook niet verspreiden in de omgeving. We werken
met de natuur mee, dat is het idee. Dat bevordert de biodiversiteit. Een
voedselbos biedt met zijn bomen en struiken genoeg schuilplekken en nesten voor
vogels, reptielen, insecten en kleine zoogdieren. En er is natuurlijk genoeg
eten te vinden.”

“Dankzij het
rijke bodemleven en goede doorworteling verbetert de sponswerking van de bodem”,
vervolgt ze. “Water wordt langer vastgehouden en geleidelijk afgegeven aan
bomen, planten en gewassen. En dankzij permanente bodembedekking is verdamping
minder aan de orde. Dat maakt dat er geen dure irrigatiesystemen nodig zijn. Dat
is geen overbodige luxe nu zoet water steeds schaarser wordt.”

Sociaal

In de praktijk ziet Dijkstra dat een voedselbos naast ecologische ook sociale
functies vervult. “Het is een plek waar mensen samenkomen om hun eigen voedsel
te oogsten, een veldboeket te plukken of deel te nemen aan rondleidingen en
cursussen. Naast gezellig is dat ook leerzaam. Mensen weten precies waar hun
eten vandaan komt, hoe het groeit en wat er allemaal bij komt kijken. Daarbij kunnen
etenswaren uit het voedselbos variaties aanbrengen in het menu. Er is veel meer
eetbaar dan mensen denken. Bijna alle wilde planten kun je eten: bladeren van
bomen, gekke noten en vruchten. Melde is een goed voorbeeld, dat is een soort
onkruid, maar je kan het gewoon als spinazie eten. Tijdens rondleidingen en
kruidenwandelingen vertellen we dat en laten we het vooral proeven. Tegen onze
leden met een oogst-abonnement zeggen we: pluk vooral ook wat melde. Het is
superlekker en gezond.”

De producten uit het voedselbos worden verdeeld onder de leden en verkocht in de kraam op het terrein. | Credit: Maartje Huijsen – van Scheerdijk

Op zichzelf
staan

Omdat Betuwewind zowel het voedselbos als de windmolens financiert, vormen de investeringen een goede mix, vindt ze. “Windmolens
zijn superrendabel, maar sociaal oninteressant. Het staat er, je kan er verder niks
mee en mensen vinden het niet altijd mooi. Een voedselbos is in de beginjaren niet meteen rendabel, maar sociaal en qua beleving heel leuk. Normaal zouden die
windmolens een apart bedrijf vormen dat veel geld verdient en zou het landbouwbedrijf
het financieel lastig hebben. Maar omdat meerdere projecten coöperatief worden
gefinancierd, werkt het. Nu moeten we bewijzen dat het voedselbos als systeem en
verdienmodel uiteindelijk op zichzelf kan staan.”

Verdienmodel

Daar twijfelt Biesemans Hoogewijs niet aan. “Er zit een goed businessmodel in.
De eerste jaren vragen tijd en geduld, maar daarna is een voedselbos een
ecosysteem dat zichzelf in stand houdt. De bodem is rijk en gezond, wat de
smaak ten goede komt. Dat leidt tot gezondere voedingsmiddelen met een hoge
voedingswaarde, beter dan hetgeen in de supermarkt ligt. Voor het bedrijfsleven
is een voedselbos bovendien een aantrekkelijke investering. Organisaties die
bijvoorbeeld hun CO2-uitstoot willen compenseren, zouden dat heel goed kunnen
doen via een voedselbos. Boeren kunnen dan CO2-certificaten gaan uitgeven.
Dan wordt het financieel aantrekkelijker om een voedselbos te beginnen.”

Op dat
financiële vlak is volgens haar nog veel winst te behalen: “Op dit moment is voedsel te goedkoop. Voor de maatschappelijke kosten wordt niet betaald. Gebeurt dat
wel, dan kunnen we boeren die duurzamer telen en ecosysteemdiensten leveren daarvoor belonen. Dan stappen boeren wel over.”

Daar is Dijkstra
het mee eens. “In de fruitteelt wordt op dit moment amper iets verdiend. De
kosten voor het beheer, dus het snoeien, maaien en oogsten, liggen hoog. Dan
moeten de appels of peren nog worden geplukt, gesorteerd, gekoeld, naar de
veiling, naar de winkel… Dat is financieel alleen haalbaar als het heel
grootschalig gebeurt.”

Zo’n groot
volume is bij voedselbos Lingehout niet aan de orde. En omdat er geen gebruik
wordt gemaakt van bestrijdingsmiddelen, is het moeilijk om fruit te oogsten dat
voldoet aan de hoge eisen. “Voor de veiling moet het perfect zijn. De appels
die wij hier oogsten, eindigen vooral in sap en cider. Dit jaar gaan we ook
appelstroop maken. Alle soorten appels gaan erin: groot, klein, mooi, lelijk. Met
het voedselbos willen we duidelijk maken: een product hoeft voor het oog niet
perfect te zijn. Een vlekje of deukje doet niks af aan de smaak.”

Meer in deze serie:

Deze batterijen gaan lithium-ion vervangen, maar de vraag is wanneer

Een toekomstig energiesysteem dat draait op wind- en zonne-energie kan niet zonder batterijen om tijdelijk elektriciteit op te slaan. Ook elektrisch vervoer rijdt erop. Op dit moment zijn 99,9 procent van alle batterijen lithium-ion batterijen, blijkt uit het eerste Smart Storage Trendrapport, dat gepresenteerd werd tijdens het congres ‘Noodzaak van Storage’ in Den Haag. Strengere wetten Die 99,9 procent aan lithium-ion batterijen leverden ‘slechts’ 85 procent van alle opslagcapaciteit, wat suggereert dat andere technologieën daar beter voor geschikt zijn. Bovendien zijn lithium-ion batterijen brandonveilig, vervuilt de winning van lithium de omgeving en komen alle batterijcomponenten en kritische stoffen - van kobalt tot mangaan, van lithium tot koper - van buiten Europa. Nu komt 70 procent van alle batterijen uit China. Dat wil de EU graag veranderen. Europa heeft al strengere eisen ingevoerd voor het berekenen van de milieu-impact van batterijen. Sinds 2023 geldt ook nieuwe regelgeving die producenten en importeurs verplicht tot het inzamelen en recyclen van batterijen. Zo blijven de gebruikte grondstoffen in Europa. Natrium-ion batterij In de batterijsector zelf is de grote vraag: welke opkomende technologie gaat lithium-ion vervangen? Voor mobiele toepassingen wijzen de meeste onderzoeken op de natrium-ion batterij - ook wel sodium-ion- of zoutbatterij genoemd -, stelde Erik Kelder, associate professor aan de TU Delft, tijdens het congres. Hij onderzoekt met een speciaal batterijenlab van de TU mogelijke alternatieven voor de huidige lithium-ion batterij. Voor stationaire opslag van stroom, bijvoorbeeld bij wind- of zonneparken of om netcongestie tegen te gaan, zijn naast natrium-ion- ook flowbatterijen goed inzetbaar. Die maken geen gebruik van vaste stoffen als natrium of lithium, maar van ionen opgelost in vloeistof. Technologie verbeteren Natrium - een licht metaal dat makkelijk reageert met andere stoffen - is goedkoper en minder schaars dan lithium. Een natrium-ion batterij vliegt niet makkelijk in brand, is milieuvriendelijker, makkelijker te recyclen en presteert beter in de kou. “In bijna alle aspecten is natrium-ion beter dan een lithium-ion batterij, behalve dat de energiedichtheid wat minder is. Daar kunnen we hopelijk wat aan doen door de technologie zodanig te verbeteren, dat de batterijen wel een hogere capaciteit kunnen krijgen. Het is dus niet zo gek dat deze batterijen misschien wel op zeer korte termijn de lithium-ion batterijen gaan vervangen”, zegt professor Kelder. China neemt weer voorsprong In Europa en de VS zijn al acht tot tien bedrijven bezig met dit type batterijen. Bijvoorbeeld Northvolt in Zweden of autoconcern Stellantis, dat investeerde in een natrium-ion batterijenfabriek van 5 gigawatt van Tiamat Energy in het Franse Amiens. Kelder: “Maar het vervelende is: in Azië is dat tien tot honderd keer zoveel. Dus op dit moment zijn nog steeds alle natrium-ion batterijen, ook in elektrisch auto’s, afkomstig uit China. Daar zijn de eerste auto’s er al mee uitgerust. Die kun je via internet gewoon kopen. We willen hier niet altijd achterlopen, maar als alles weer geïmporteerd moet worden uit China dan heeft Europa daar straks een probleem mee.” Zink-, mangaan- of calcium- batterij Natrium-ion-batterijen werken op een vergelijkbare manier als lithium-ion-batterijen. Beide hebben een anode (plus pool) en een kathode (min pool). Daartussen zit een elektrolyt die ervoor zorgt dat de ionen van de ene naar de andere pool stromen. Daarbij komt elektriciteit vrij en zo wordt de batterij opgeladen of ontladen. Bij een zoutbatterij zijn dat natrium-ionen, maar die kunnen ook vervangen worden door andere materialen als zink-, calcium- of mangaan-ionen. “Het concept blijft hetzelfde. Het voordeel is alleen dat we deze systemen ook in wateroplossingen kunnen gebruiken”, zegt Kelder. “Dan heb je geen organische materialen nodig die tegenwoordig zo vaak in brand vliegen, zoals bij lithium-ion batterijen. Dan kun je qua veiligheid en energiedichtheid concurreren met lithium-ion. Deze systemen zullen in de toekomst gebruikt kunnen worden, maar dan praat je niet over vijf tot tien jaar. Dat zal waarschijnlijk wel wat langer duren. Het Arnhemse bedrijf Elestor heeft een redox flow batterij ontwikkeld die werkt op waterstof en broom.Redox flow batterij Voor grootschalige elektriciteitsopslag zijn andere systemen beter geschikt. Bijvoorbeeld de redox flowbatterij. Die werkt op een totaal andere manier. Bij dit systeem zitten de stoffen met positieve en negatieve ionen opgelost in water in twee verschillende opslagtanks. Als je die vervolgens samenvoegt in een reactor, ontstaat een chemische reactie, waarbij elektriciteit opgewekt wordt, die je kunt opslaan. Als je ze door een membraan weer splitst, kun je de ionen weer apart opslaan in de tanks. De batterijcellen zijn te stapelen in stacks, waardoor je de opslagcapaciteit net zo groot kan maken als nodig is. Waterstof-broom batterij Er zijn al redox-systemen in werking. Het nadeel is dat deze systemen vanadium gebruiken, een kritisch materiaal, en duur zijn. Het Nederlandse bedrijf Elestor heeft daarom een goedkopere batterijvariant ontwikkeld waarbij waterstof en broom met elkaar reageren. “Dit soort systemen kunnen prima gebruikt worden voor grootschalige elektriciteitsopslag”, stelt Kelder. Daarnaast is een scala aan onderzoeken bezig naar verschillende redox flow-batterijen. Kelder vindt vooral de semi-solid flowbatterij interessant. Die gebruikt dezelfde materialen als een lithium-ion batterij, maar maakt er een soort pasta van, die wordt rondgepompt in een grote tank. Zink-lucht batterij Ook de nieuwe zink-luchtbatterij maakt gebruik van flow-techniek. Om deze batterij verder te ontwikkelen werkt Kelder samen met de Noorse onderzoeksorganisatie SINTEF en diverse Europese universiteiten in het project ReZilient, dat hiervoor een EU-subsidie heeft gekregen. In potentie kan deze batterij grote hoeveelheden elektriciteit voor langere duur opslaan. Bij deze methode reageert zink met zuurstof uit water. Samen met zuurstof uit de lucht en een katalysator oxideert zink tot zinkoxide. De technologie wordt momenteel op lab-schaal getest. “We maken gebruik van allemaal niet-kritische materialen. Met dit soort eenvoudige systemen kunnen we op termijn veel energie opslaan”, zegt Kelder.Aquabattery gaat zijn zoutwaterbatterij testen.Zoutwaterbatterij Daarnaast zijn er flow batterijsystemen die zout water splitsen in een zuur en een base, die daarna als elektrolyten worden gebruikt. Het Nederlandse Aquabattery gaat zo’n zoutwaterbatterij testen bij Deltares in Delft. Die werkt als volgt: tijdens het laden stroomt zout water door een membraan en daar gesplitst in het zuur en de base. Die worden opgeslagen in aparte reservoirs. Dit proces slaat elektriciteit op. Tijdens het ontladen stromen de zuur- en de basisoplossing terug door het membraan om te mengen en opnieuw zout water te vormen. Bij dit proces wordt elektriciteit opgewekt. De batterij werkt met eenvoudige stoffen als keukenzout, natriumhydroxide en waterstofchloride, die gewoon bij de bouwmarkt verkrijgbaar zijn. Goedkoop en veilig Verder loopt in Nederland het project van Dr Ten, dat een zeezoutbatterij wil ontwikkelen. Die bestaat uit mineralen, koolstof en zout, allemaal gewonnen uit natuurlijke bronnen. De batterij werkt op basis van concentratieverschillen in zeezout, die kleine elektrische stromen opwekken. “Je kunt er weinig energie mee opslaan, maar uiteindelijk is het wel heel goedkoop en veilig”, zegt Kelder. “De vraag is meer aan ons: willen we grote of kleine systemen hebben? Willen we veilige systemen hebben? En wat gaat het kosten? De technologieën die er nu zijn zullen verder ontwikkeld worden. Die moeten we ook niet aan de kant schuiven, maar dat we nieuwe methoden een kans moeten geven is duidelijk.” Lees ook: Northvolt ontwikkelt nieuwe zoutbatterij zonder lithiumBatterijopslag in Nederland verdriedubbeld: eigenaren zonnepanelen kopen massaal thuisbatterijenArnhems bedrijf komt met spotgoedkope batterij voor grootschalige en langdurige opslagRevolutionaire zoutwaterbatterij getest in Delft