Chris Thijssen 24 november 2016, 09:22

Banen en groei: de economische kansen van duurzame voeding

De stijgende vraag naar voedsel levert banen op, wat leidt tot economische groei. Maar wat is er nodig om de sector, ook in ontwikkelingslanden, te laten floreren?

3320987831 dfd9f21580 o

Op onder meer deze vraag zoekt DuurzaamBedrijfsleven Media tijdens tijdens de themamaand Future Food & Health een antwoord. Dit is het derde deel van een drieluik, waarin we de milieuaspecten, sociale impact en economische ontwikkelingen van voeding belichten.

Fatsoenlijk werk en economische groei

Duurzame economische groei leidt tot kwalitatieve banen, waarmee mensen de economie stimuleren zonder het milieu te belasten, stelt de FAO. Volgens de organisatie zijn kwalitatieve banen vooral nodig in rurale gebieden, waar het grootste deel van de wereldbevolking leeft en werkt.

Landbouw is ’s werelds grootste werkgever, met name in ontwikkelingslanden. Verantwoorde investeringen in duurzame landbouw- en voedselsystemen kunnen dan ook bijdragen aan grote maatschappelijke voordelen, waaronder verminderde ongelijkheden, inclusieve groei en de creatie van waardige banen. Daarnaast kan hoogwaardige werkgelegenheid op het platteland voorkomen dat mensen in rurale gebieden massaal naar steden vertrekken. 

Onder meer investeringen van de overheid in essentiële publieke goederen en diensten is daarvoor fundamenteel, stelt de FAO. Ook bedrijven kunnen investeren, bijvoorbeeld door samen te werken om de bestaansmiddelen van boeren te verbeteren.

Zo werkt Unilever samen vanilleleverancier Symrise, het Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit en Save the Children samen aan de ondersteuning van vanilleboeren in de Sava-regio in Madagaskar. Doel is de verbetering van de bestaansmiddelen, de bouw van inclusievere gemeenschappen en de realisatie van betere levens voor kinderen in die gemeenschappen.

Een ander voorbeeld is de investering van € 30 mln door de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) om vrouwelijke ondernemers in ontwikkelingslanden betere toegang tot financiering te geven.

Industrie, innovatie en infrastructuur

De meeste mensen die in de rurale gebieden in ontwikkelingslanden wonen en afhankelijk zijn van landbouw, hebben een beperkte toegang tot markten. Dat is een gevolg van isolatie en zwakke infrastructuur. Deze afstand heeft een directe impact op de inkomens en bestaansmiddelen van kleinschalige producenten.

Zonder infrastructuur voor transport, opslag, koeling en markten, kunnen verse producten als fruit, groenten, vlees en vis niet lang worden bewaard, waardoor voedselverspilling op de loer ligt. Vooral kleinschalige producenten zijn kwetsbaar voor deze voedselonzekerheid.

Investeringen in rurale infrastructuur en het verbeteren van stad en platteland kunnen bijdragen aan een meer onderling verbonden en dynamische samenleving. Daarnaast ziet de FAO kansen voor het verstrekken van toegang tot betaalbare technologieën en infrastructuur, om voedselsystemen op duurzame wijze te transformeren. Ook dit soort investeringen kunnen het aantal mensen dat naar de stad vertrekt, terugdringen.

Onder meer innovatieve koelsystemen, kunnen de trek naar de steden verminderen of tegengaan. Met name systemen die geen elektriciteit nodig hebben, bieden kansen. Een voorbeeld is het duurzame koelsysteem van de Amerikaanse start-up Evaptainers. Dit systeem, dat voedsel koelt met de kou die ontstaat door de verdamping van water, werkt zonder stroom. De koelbox kan tot 60 liter aan voedingsmiddelen bewaren.

Een ander voorbeeld is The Ketchup Project, dat overtollige tomaten van Keniaanse boeren verwerkt tot poeder. Van het poeder kan vervolgens ketchup worden gemaakt, die in Nederland wordt verkocht. Op die manier krijgen de tomaten, die normaal gesproken zouden bederven, toegang tot een nieuwe markt.

Duurzame consumptie en productie

De komende jaren moet een groeiende wereldbevolking worden gevoed met minder water, landbouwgrond en plattelandsarbeid. Om daar op in te spelen, is een verschuiving naar duurzamere consumptie- en productiewijzen essentieel. Daarbij worden landbouw- en voedselsystemen efficiënter en duurzamer.

Onder meer innovatieve tuinbouwkassen op zonne-energie die gebruikmaken van gezuiverd zeewater kunnen daaraan bijdragen. Het Nederlandse bedrijf Van der Hoeven bouwt zo’n duurzame kas in Australië.

Ook precisielandbouw, met gebruik van onder meer drones, robots en satellieten, biedt kansen. Vooral de akkerbouw kan hiervan profiteren.

Verder is een gezonde bodem van belang voor duurzame landbouw en succesvolle oogsten, bewijst deze Amerikaanse boer. In het door droogte geteisterde Californië gebruikt hij tien keer minder water dan zijn collega’s.

Voedzaam dieet

Om de wereld duurzamer te voeden, moeten producenten meer voedsel kweken, terwijl ze de negatieve ecologische impact op de bodem, het water en grondstoffen, verminderen. Evenals de uitstoot van broeikasgassen en de degradatie van ecosystemen. Consumenten moeten worden aangemoedigd om over te stappen naar voedzame en veilige diëten met een lagere ecologische impact.

Zo schrijven de nieuwe voedingsrichtlijnen al voor minder vlees te eten en over te stappen op een plantaardiger dieet. Bedrijven als De Vegetarische Slager en ABC-Kroos spelen hier op in met vleesvervangers gemaakt van bijvoorbeeld bonen en eendenkroos.

Voedselverspilling terugdringen

De crux hierbij is echter dat er jaarlijks wereldwijd een derde van het geproduceerde voedsel verloren gaat, terwijl zo’n 800 miljoen mensen chronisch honger hebben. Het terugdringen van voedselverlies en voedselafval stijgt op de agenda van wereldwijde overheden, onderzoeksinstituten, producenten, distributeurs, retailers en consumenten. Uit verschillende hoeken dienen zich oplossingen aan.

Zo bestaat sinds dit jaar De Verspillingsfabriek, die reststromen uit de agrifood-sector verwerkt tot nieuwe producten, zoals soepen en sauzen. Maar ook supermarkten zetten stappen om voedselverspilling terug te dringen. Daarnaast zijn er verschillende innovaties die consumenten, de grootste groep van verspillers, moeten helpen om minder te verspillen. Zo gebruikt de consument binnenkort wellicht een app die een seintje geeft wanneer de voedingsmiddelen in zijn koelkast de houdbaarheidsdatum nadert.

Themamaand Future Food & Health

Tijdens de themamaand Future Food & Health bekijkt DuurzaamBedrijfsleven Media hoe het bedrijfsleven de milieu- en klimaatdoelen, de Sustainable Development Goals (SDG's) van de VN, kan implementeren om een duurzame voedselproductie te garanderen.

De themamaand Future Food & Health wordt mede mogelijk gemaakt door Priority Partner FrieslandCampina en Loyalty Partner Lidl.

Bron: FAO, Verenigde Naties | Header-foto: egorgrebnev, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven), In tekst-foto: Andrew Turner, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven), Footer-foto: Kari Söderholm, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Aandeel plofkip in supermarkten gekelderd

Dat blijkt uit een steekproef van Wakker Dier, dat het kipassortiment van de twaalf grootste supermarktketens onderzocht. Hierin werden vleeswaren en conserven niet meegenomen.Uit de steekproef blijkt dat het aandeel plofkip is afgenomen van 63 procent vorig jaar naar 16 procent dit jaar. Albert Heijn, Jumbo, Vomar en Dekamarkt zijn volgens Wakker Dier helemaal plofkipvrij. Volgende week volgt ook supermarktketen Dirk, meldt de organisatie.Het aandeel van de nieuwe ‘tussenkip’, het eigen concept van supermarkten dat tussen plofkip en kip met één Beter Leven-ster in zit, is toegenomen.Beter Leven-keurmerkOok kip met een of meer sterren van het Betere Leven-keurmerk is meer te vinden in de supermarkten dan een jaar geleden, meldt Wakker Dier. Het aandeel van deze kip ligt nu op bijna 27 procent, tegenover 21 procent een jaar geleden. Dat is een stijging van 25 procent. Vooral het aandeel van kip met één Beter Leven-ster nam toe. Het aanbod van kip met twee of drie sterren blijft klein en nam zelfs licht af ten opzichte van vorig jaar.‘Vomar loopt voorop’Bij supermarktketen Vomar vond Wakker Dier met 42 procent het hoogste percentage kip met het Beter Leven-keurmerk. Hekkensluiter is volgens de dierenwelzijnsorganisatie Emté, waar nog relatief veel plofkip ligt en waar 9 procent van het kipassortiment een ster heeft.De organisatie zegt zijn campagne voort te zetten totdat alle kip in de supermarkten is voorzien van minimaal één ster van het Beter Leven-keurmerk.Bron: Wakker Dier | Foto: Stephen Mierendorf, via Unsplash Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)