Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 05 oktober 2012, 08:00

Beter milieu begint bij 'ander', vindt driekwart voedselketen

De voedselketen in Nederland kan veel duurzamer. Nederland kan hiermee in theorie een CO2-uitstoot van ruim twee miljoen auto’s per jaar besparen.

6316436395 6e6cf6ba5f b e1349364911976

joen auto’s per jaar besparen.

Daarvoor moeten de verschillende schakels in de voedselketen wel transparanter worden en beter samenwerken. Ook moet de consument beter in staat worden gesteld om duurzamere keuzes te maken, want deze is op dit punt in verwarring.

Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de analyse die de Nationale DenkTank vrijdag aan ruim 180 experts en betrokkenen presenteerde. De DenkTank, bestaande uit 21 veelbelovende academici en promovendi, staat dit jaar in het teken van de duurzame voedselketen. Door ruim 200 interviews met experts, eigen berekeningen en een representatief onderzoek onder Nederlandse consumenten kwam de DenkTank tot een aantal opvallende inzichten.

Potentie is groot

De DenkTank ziet veel potentie voor verduurzaming. Import van louter duurzame soja zou een jaarlijkse kap van regenwoud besparen die gelijk staat aan de jaarlijkse CO2-uitstoot van 880.000 auto’s. Bovendien wordt een groot verlies aan biodiversiteit dan tegen gegaan.

De productie van het nog eetbare voedsel dat jaarlijks in de Nederlandse huishoudens wordt weggegooid is goed voor een jaarlijkse CO2?uitstoot van 1,2 miljoen auto’s. Ook daar is nog veel winst te halen.

De ketenschakels wijzen naar elkaar

Niet een gebrek aan technologie, maar gebrek aan samenwerking staat verduurzaming in de voedselketen in de weg. De keten is complex en ondoorzichtig. Opvallend is dat driekwart van de sleutelspelers in de keten vindt dat verduurzaming niet bij zichzelf maar bij de ander begint. 40 procent van de sleutelspelers geeft aan dat de supermarkten het voortouw moeten nemen.

De consument is in verwarring

35 procent van de Nederlanders geeft aan al duurzaam te consumeren. Nog eens 32 procent zegt dit wel te willen maar niet te weten hoe of ziet daartoe geen mogelijkheden, zo blijkt uit het DenkTank consumentenonderzoek. Kip is het meest milieuvriendelijke stukje vlees vergeleken met varkens en rundvlees, maar nog geen 20 procent van de ondervraagden is hiervan op de hoogte. Maar liefst 70 procent van de mensen die biologische kip kopen, verkeert ten onrechte in de veronderstelling dat dit milieuvriendelijker is dan regulier kippenvlees.

Duurzaamheid speelt maar een kleine rol in het kiezen van kant- en klaarmaaltijden. Elf procent van de consumenten kiest wel eens voor een duurzame kant? en klaarmaaltijd, maar doet dit omdat ze denken dat het gezonder en lekkerder is en niet uit duurzaamheidsoverwegingen.

Bron: Nationale Denktank

Foto:  zoetnet

‘We moeten grondstoffen koesteren, niet verbranden’ (Stef Kranendijk, Desso)

vertelt CEO Stef Kranendijk.  “Eind 2007 bekeek ik een VPRO-documentaire over Cradle to Cradle (C2C),”  vertelt Stef Kranendijk, CEO van de Belgisch-Nederlandse tapijtfabrikant Desso. “Hierin zag je onder andere hoe een klein textielbedrijf C2C succesvol toepaste. Toen dacht ik: als het met textiel kan, dan kan het ook met tapijt. Ik heb meteen Michael Braungart benaderd.” Dankzij C2C gaat de crisis aan ons voorbij Braungart is co-auteur van het boek ‘Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things’ en speelt een belangrijke rol in de totstandkoming van de C2C-methode. “We hebben meteen alle bedrijfsonderdelen op het C2C-principe afgestemd,” legt Kranendijk uit. “Bij C2C is het gebruik van positief gedefinieerde grondstoffen en het design van groot belang: producten zo maken dat ze weer makkelijk hergebruikt kunnen worden.” Desso is toen ook met een Take Back programma gestart: bijna alle tapijttegels worden aan het einde van hun levensduur weer teruggenomen. Geen crisis voor Desso Inmiddels is negentig procent van de polyamide tapijttegelcollectie C2C-gecertificeerd. Bij Desso’s meest innovatieve tapijttegels is tot 97 procent van het materiaal positief gedefinieerd, wat betekent dat het veilig is voor mens en milieu. “We werken aan de laatste drie procent. Ook willen we in 2020 volledig gebruik maken van hernieuwbare energie; in 2011 deden we dat voor 33 procent. Daarnaast is de CO2-uitstoot vanaf 2007 tot en met 2011 gehalveerd.” “We zitten midden in een economische crisis, maar die gaat aan ons voorbij,” zegt Kranendijk tevreden. “De winst is sinds 2007 enorm gestegen en ons Europese marktaandeel in tapijttegels is van 15 procent in 2007 naar 23 in 2011 gegroeid. Ook is er nu ruimte om functionele innovaties op de markt te brengen.” Bijvoorbeeld de AirMaster tapijttegel, die een positieve bijdrage levert aan de luchtkwaliteit en mede daardoor in veel scholen en kantoren wordt gebruikt. Circulaire economie De Britse voormalig topzeilster Ellen MacArthur ziet net als Kranendijk de enorme vooruitgang die er met een circulaire economie behaald kan worden. In 2010 startte ze met de naar haar vernoemde stichting, met als doel om de nieuwe economie te promoten. “Ze gaf opdracht aan consultancy bureau McKinsey om uit te zoeken wat er gebeurt als de volledige Europese industrie hetzelfde doet als Desso.” Nu wil iedereen met ons dansen “Conclusie: de industrie bespaart jaarlijks $630 mrd (€510 mrd), een geschatte besparing die grofweg overeenkomt met 3,9 procent van het BNP van de Europese Unie,” vertelt Kranendijk. Een bewijs dat het tijd is om vaarwel te zeggen tegen de lineaire economie. “In de VS belandt ongeveer tachtig procent van het afval op de vuilstort en in Duitsland wordt bijna alles verbrand. Zo zonde, want als je de producten op een goede manier produceert is dat niet nodig.” Dansen met Desso Niet iedereen was enthousiast toen Kranendijk zijn plannen introduceerde. “Sommige leveranciers wisten niet wat ze met de plannen aanmoesten. Ze leverden al producten die aan bepaalde Europese eisen voldeden, maar Desso wilde het nóg transparanter. De samenwerking met enkele leveranciers stond zelfs op het spel.” Kranendijks geloof in een circulaire economie werd beloond. “Nu wil iedereen met ons dansen.” Bij C2C probeer je hernieuwbare energie in alle fasen van de productcyclus te gebruiken “Ik geef heel veel speeches om bedrijven te overtuigen. Nationale bedrijven als Philips en DSM richten zich inmiddels al meer op C2C, maar ook kleinere bedrijven als toiletpapierfabrikant Van Houtum,” aldus Kranendijk. “Naarmate er meer voorbeelden komen zul je zien dat steeds meer bedrijven er mee beginnen. Want C2C is goed voor het totaalplaatje: people, planet en profit.” Foto: Desso