Chris Thijssen 19 mei 2016, 14:05

Biogasinstallatie in Dalfsen haalt fosfaat van de mestmarkt

Een nieuwe biogasinstallatie naast het pluimveebedrijf van maatschap Huisman uit Dalfsen moet circa 52.000 ton pluimveemest per jaar verwerken. De biogasinstallatie gaat zo jaarlijks 11,5 miljoen kilowattuur elektriciteit leveren.

Chickens 394025 1920

Dat schrijft AgriHolland. De vrijgekomen warmte uit de warmtekrachtinstallatie (WKK) wordt gebruikt om het digestaat, dat overblijft na de biogasproductie, te hygiëniseren en te drogen. Vervolgens wordt het digestaat gescheiden in dikke en dunne fractie. De dikke fractie wordt verder gedroogd en geëxporteerd naar Duitsland en Polen.

Daar wordt de fosfaatrijke meststof gebruikt voor de bemesting van akkers. Door het materiaal te drogen, nemen de transportkosten per ton af.

Kringloop sluiten

De dunne fractie van het digestaat wordt gebruikt voor de productie van algen. Die kunnen vervolgens aan kippen op het bedrijf worden gevoerd, waardoor de kringloop wordt gesloten. 

Uit het digestaat wordt daarnaast met een stikstofstripper kunstmest gewonnen. Hierdoor is het mogelijk stikstofrijke substraten te vergisten, zonder dat dit het biologische proces in de vergister verstoort. Door deze verschillende processen kan Huisman een groot deel van de ingaande fosfaat en stikstof van de Nederlandse mestmarkt halen.

Bron: AgriHolland | Foto: public domain

Engie Services en de puzzelstukjes van het smart grid

Zakelijke en particuliere gebruikers wekken in toenemende mate zelf hun duurzame energie op. Om die ‘nieuwe’ energie goed te verdelen wordt het elektriciteitsnet slimmer gemaakt. “Bij deze smart grids gaat het allang niet meer over het leggen van dikke verbindingen alleen, maar steeds vaker over het gebruik van nieuwe, slimme technologie”, stelt Leon Straathof, business developer bij Engie Smart Grid Solutions. “Het regelbaar maken van het stroomnet voor nieuwe vormen van energieopwekking als wind en zonne-energie is dé opdracht voor de komende decennia.”“Het regelbaar maken van het stroomnet voor nieuwe vormen van energieopwekking als wind en zonne-energie is dé opdracht voor de komende decennia”Straathof is ambassadeur van het project Modienet in Deventer, waar ook netwerkbedrijf Alliander en TU Eindhoven aan meewerken. Op het bedrijvenpark A1 is een smart grid aangelegd en in gebruik genomen. “Het bijzondere er aan is dat we twee windturbines op dit terrein direct hebben aangesloten op de lokale middenspanningsring”, vertelt Leon Straathof.Normaal gesproken worden windparken aangesloten op het hoofdnet. De vernieuwende aanpak in de proeftuin Deventer biedt echter belangrijke voordelen. De windstroom is als eerste beschikbaar voor lokale bedrijven, zoals een nieuw Van der Valk hotel in Deventer. “Daardoor komt er minder windstroom van deze turbines op het hoofdnet, en dat zorgt voor minder belasting en meer stabiliteit van het hoofdnet”, zegt Straathof.Ook andere vormen van duurzame energie in Modienet kunnen dankzij deze middenspanningsring worden uitgewisseld. “Denk hierbij aan zonne-energie op daken van bedrijven op het bedrijventerrein A1”, zegt Straathof. “Maar ook zijn veldopstellingen op braakliggende terreinen mogelijk.”ZelfvoorzienendHet lokale net in Deventer is voor een groot deel zelfvoorzienend. Toch verwacht Straathof niet dat dit soort netten in de toekomst helemaal onafhankelijk zullen functioneren. “Je ontkomt niet aan het kostenplaatje”, zegt hij. “Het gaat immers niet alleen over kilowatturen die je lokaal duurzaam opwekt en kunt gebruiken. Het gaat ook over hoe het gehele elektriciteitssysteem in balans kan worden gehouden: hoe houden we bijvoorbeeld vraag en aanbod in balans, en de frequentie en de spanning op orde? Daarvoor blijft het centrale net hard nodig. Ik verwacht niet dat zogeheten eilandnetten dit de komende decennia financieel kunnen realiseren.”Meer kans ziet Straathof in een tussenvorm, terug van weggeweest: koppelnetten, die een brug vormen tussen verschillende lokale netten. Straathof: “Ik voorzie dat we daar deels weer naar teruggaan, waarbij het landelijke stroomnet voor stabiliteit zorgt, en alleen nog energie transporteert tussen de zeer grote opwekkers en afnemers. Dat is een veel efficiëntere bedrijfsvoering van het elektriciteitsnetwerk.”Het idee van dit soort lokale gekoppelde netten blijkt aan te slaan. “Er zijn fors veel aanvragen”, zegt Straathof. “We zouden er wel vijftig kunnen starten. Maar veel lokale partijen, zoals lokale energiecoöperaties die graag willen, zijn nu nog te klein om genoeg body te kunnen genereren tegen de gevestigde belangen en mechanismes. Dat vraagt nog meer bundeling en professionalisering.”KoudwatervreesVolgens Straathof kijken grote stakeholders, zoals netbeheerders, energieproducenten en de Rijksoverheid met belangstelling naar het project. “Er is nog wel wat koudwatervrees”, zegt hij. “Maar in mijn ogen is die trend niet te stuiten. Het is ook niet alleen een technische innovatie, maar een sociale innovatie. Technisch kan dit al.”Bij smart grids draait het nu nog veelal om energie-uitwisseling, maar er zijn meer systemen die slimmer kunnen werken. Straathof wijst op de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin, die drie systemen over elkaar heen legt: energie, communicatie en transport. “Daar waar die systemen overlappen, zijn mogelijkheden”, zegt hij.“Leefbaarheid of veiligheid zijn de drijfveren”Zo is er het transportsysteem: de manier hoe daar met congestie wordt omgegaan kan gebruikt worden bij congestiemanagement op het elektriciteitsnetwerk. Straathof: “Alleen wegen bijbouwen om de files op te lossen, werkt niet. Daar komt digitalisering bij kijken met matrixborden: dus slimmer omgaan met dat wat er al is. Digitalisering in het stroomnetwerk wordt al toegepast voor congestiemanagement op het elektriciteitsnetwerk.”De proeftuin in Deventer laat zien hoe het combineren van systemen kan leiden tot wat Straathof ‘ruimtelijke energie-ordening’ noemt. Dat gaat verder dan de grote afnemers dicht bij een windpark situeren. “Door in een gebied de raakvlakken op te zoeken van verschillende systemen, kun je de puzzelstukjes beter in elkaar leggen die leiden tot verbetering”, zegt hij. “Verbetering van het energienetwerk is vaak niet eens de eerste vraag van een stadsbestuur. Leefbaarheid of veiligheid zijn de drijfveren. Maar Engie stelt dat energie, communicatie en transport kunnen helpen om die puzzelstukjes in elkaar te leggen.” Foto's: Engie