Emma Rotman 22 december 2019, 08:30

Boer zoekt ontwerper: Een creatieve blik op de toekomst van de landbouw

Te veel stikstof, dalende opbrengsten, een gebrek aan opvolgers. Nederlandse boeren staan momenteel voor meerdere uitdagingen. Wat kunnen ontwerpers voor de landbouw betekenen? ‘Boeren zijn creatief, maar ontwerpers kunnen helpen om hun werk over de bühne te brengen.’

Boeren ontwerpers adobestock

Platform Agri meets Design slaat al sinds 2013 een brug tussen de landbouw, de voedselsector en de creatieve industrie. Boeren, ontwerpers, beleidsmakers en bedrijven werken samen aan een toekomstbestendig voedselsysteem. Veel boeren worstelen namelijk met de toekomst van hun bedrijf. Ze willen groeien, maar niet per se in het aantal dieren. Tijdens de Dutch Design Week 2019 presenteerde Agri meets Design de resultaten van zeven jaar co-creatie door boeren en ontwerpers.

Meer dan melk

Melkveehouder Rob Denissen is één van de boeren die zijn bedrijf wilde uitbreiden met minder vee. Het idee voor een open source boerderij kwam van ontwerper Anne Miltenburg, tijdens een eerdere bijeenkomst van Agri meets Design. “Open source betekent voor mij dat ik anderen gebruik laat maken van de assets van mijn bedrijf”, vertelt Denissen. Miltenburg liet hem inzien dat hij meer assets had dan alleen melkproductie.

Inmiddels herbergt de boerderij van Denissen naast 75 koeien de kapsalon van zijn vrouw en Seats2Meet werkplekken. Denissen legde wandelpaden aan rondom zijn boerenerf en organiseert groepsarrangementen en educatieworkshops voor basisscholen. Zo laat hij zoveel mogelijk mensen zien wat het boerderijleven inhoudt en wat de waarde van zijn boerderij is voor de omgeving.

Foto: het ontwerp van de boerderij van Rob Denissen, de Piet van Meintjeshoeve. De boerderij wordt momenteel verbouwd.

In zijn Farmlab nodigt Denissen ondernemers uit om te experimenteren met producten van de landbouw, om te bouwen aan een circulaire economie. “Gas opwekken uit mest, pudding van rauwe melk, een koeien-app of een fancy boomhut: wij nodigen ondernemers uit om hun wildste ideeën te ontwikkelen."

Lees ook: 5 circulaire ideeën die écht impact gaan maken

De Melksalon

Waar Denissen zich realiseerde dat zijn boerderij naast melk nog veel meer te bieden heeft, ontdekte ontwerper Sietske Klooster dat melk veel meer is dan het bulkproduct dat we in de supermarkten vinden. Allerlei factoren zijn van invloed op de melksamenstelling en smaak: of de koe binnen of buiten loopt, wat de koe eet, of ze vroeg of laat in lactatie is en hoeveel vet de melk bevat. De smaak verschilt niet alleen van boer tot boer, maar zelfs van koe tot koe.

“Zuivel is een oud Nederlands cultuurproduct, zowel het landschap als de eetcultuur zijn erdoor gevormd. Die waarde is in de supermarkt verloren gegaan, omdat die zich optimaliseert op één bepaalde kwaliteit melk”, stelt Klooster. Op de boerderij proefde zij de meest uiteenlopende variaties. Dat bracht haar op het idee van de Melksalon, een co-creatieproject waarin die variaties in melksamenstelling tot waarde worden gemaakt door innovaties die daarom draaien.

Foto: In 2015 opende Sietske Klooster in samenwerking met Food Cabinet een pop-up MelkSalon in Amsterdam.

Co-creatie

In de Melksalon bracht Klooster boeren, consumenten, wetenschappers en engineers samen om via proeverijen tot co-creatie te komen. “Omdat zij allemaal een ander perspectief met zich meebrengen, zorgt juist die co-creatie ervoor dat de variatie en verfijning in de smaak van melk verwaard kan worden. In dat proces ontstonden allerlei nieuwe innovaties”, legt Klooster uit.

De Lely Orbiter is zo’n innovatie: een machine die melk verwerken op de boerderij gemakkelijker en betaalbaarder maakt. Daarmee kunnen veehouders hun opbrengsten uit melk vergroten en de weg naar de consument verkorten. Een ander voorbeeld is Mijnmelk, dat melk direct vanaf de boerderij verkoopt. De melk komt van vier verschillende koeienfamilies, die op de fles worden vermeld; elke familie heeft een specifieke melksmaak.

Klooster weet door haar proeverijen ook dat er vanuit de consument vraag is naar die variatie. “Mensen vinden het juist fantastisch om die verschillen te proeven, want dan proeven ze het verhaal van de boer.”

Meaty funghi

Wat maakt de samenwerking tussen ontwerpers en boeren nu zo succesvol? Volgens de deelnemers aan Agri meets Design voegen ontwerpers een andere kijk op de landbouw toe. “Boeren zijn zelf vaak al creatief, maar ontwerpers kunnen met hun verbeeldingskracht de ideeën van de boeren over de bühne brengen”, legt Klooster uit.

Dat ervaarde ook Mariëlle van Lieshout, eigenaar van oesterzwammenkwekerij Van Lieshout, toen zij op zoek ging naar toepassingen voor oesterzwamvoetjes. Tot voor kort bleven die als restproduct over na het afsnijden van de oesterzwammen. “Ik wist dat ze eetbaar zijn, maar had geen idee hoe ik er een product van kon maken”, zegt Van Lieshout. Die opdracht gaf ze aan Doreen Westhal, ontwerper en eigenaar van foodconceptontwikkelaar Botanic Bites.

Het resultaat van die opdracht was ‘meaty funghi’. De voetjes blijken namelijk het meest vlezige stuk van de oesterzwam te zijn. Een ideale vleesvervanger, zowel vanwege de textuur als het hoge eiwitgehalte.

Foto: Doreen Westhal en Mariëlle van Lieshout draaien samen worst van de oesterzwamvoetjes.

Waar zijn de retailers?

Boeren, ontwerpers, bestuurders en beleidsmakers weten elkaar inmiddels te vinden bij Agri meets Design. Toch is er ook een grote afwezige: de retailers. Er zijn in Nederland vijf inkoopcombinaties waarin supermarkten zich verenigen. Zij bepalen wat er in Nederland in de schappen ligt en voor welke prijs: dankzij de grote volumes kunnen zij voor een zo laag mogelijke prijs hun producten inkopen.

Boeren zien de prijs die zij voor hun producten krijgen daardoor nauwelijks stijgen, terwijl verduurzaming van de landbouw wel om investeringen vraagt. Volgens Klooster zijn retailers dan ook deel van de oplossing. “Ik nodig hen van harte uit om bij het platform aan te haken.”

Lees verder:

Beeld MelkSalon: Nichon Glerum | Beeld Meaty Funghi: Botanic Bites / Van Lieshout | Hoofdbeeld: AdobeStock

CEO GroenLeven: “Binnen vijf jaar geen subsidie meer nodig voor zonne-energie”

GroenLeven ontwikkelt grootschalige zonnedaken en -parken op locaties met een dubbelfunctie: locaties die naast zonnebronnen ook een andere functie hebben. Margriet Bouwer-Bolink, een van de oprichters van GroenLeven, groeide zelf op in een boerengezin en zag een businesscase. “Zij maakte mee hoe je een agrarisch bedrijf runt. Met energie als grote kostenpost werd in de jaren ‘90 al gekeken naar de mogelijkheden van zonnepanelen op boerderijdaken”, vertelt Pechtold.Ook kwam het gebruik van akkerbouwgrond voor het aanleggen van zonneparken steeds meer ter discussie te staan. “Een paar jaar geleden was het nog vrij eenvoudig om een stuk grond van een boer te huren om daar zonnepanelen op te zetten. GroenLeven zag toen al dat dit niet houdbaar was en dat we op zoek moesten gaan naar plekken die al in gebruik zijn. Wij noemen dat de dubbelfunctie”, zegt Pechtold.Van TT Assen tot vliegveld EeldeDaken zijn het bekendste voorbeeld van die dubbelfunctie. GroenLeven is hofleverancier van FrieslandCampina en Agrifirm en legt zonnepanelen op daken van hun leden. Maar er zijn nog veel meer geschikte locaties. Zo installeerde GroenLeven zonnepanelen op de carports van TT Assen, die energie produceren terwijl ze 14.000 motoren beschermen tegen slechte weersomstandigheden. Bij fruittelers, boven zachtfruit als frambozen, plaatst GroenLeven zonnepanelen die voldoende licht doorlaten voor de vruchten om te groeien. En in Zwolle realiseerde het bedrijf het grootste drijvende zonnepark van Europa.De meest unieke locatie is misschien wel het zonnepark bij Groningen Airport Eelde. In de driehoek tussen taxi-, start- en landingsbaan ontwikkelt GroenLeven, terwijl de dagelijkse gang van zaken op de luchthaven doorgaat, een bron die 6.200 huishoudens van energie kan voorzien. Deze grond kan nergens anders voor worden gebruikt en krijgt nu een duurzame bestemming.Foto: het zonnepark op de carports bij TT Assen.VeengebiedenWaar Pechtold ook kansen ziet, is de grond in de veengebieden. Dankzij het zakkende waterpeil en de oxiderende grond stoten die steeds meer CO2 uit; bovendien kampen boeren er met mislukte oogsten. “Als wij daar zonnepanelen mogen neerleggen, kunnen we de waterdaling tegengaan, de natuur een kans geven en tegelijkertijd energie opwekken. Ik vind dat wij als industrie niet overal bovenop moeten springen en we moeten absoluut zorgvuldig omgaan met landbouwgrond. Maar tegen dit soort gebieden moet de landbouwsector geen nee zeggen.”Ook bij zonneparken die eerder gerealiseerd zijn op minder ideale plekken, kan de dubbelfunctie alsnog gecreëerd worden, stelt Pechtold. Bijvoorbeeld door bepaalde soorten vegetatie aan te brengen die de biodiversiteit bevorderen. “Dat zie je nu al langs de randen van akkerlanden. Waarom dan niet bij de zonneparken?”Energienet onder drukOm de energietransitie te laten slagen, moet Nederland veel meer inzetten op zonne-energie, stelt de CEO. Tegelijkertijd geven netbeheerders een duidelijk signaal af: de groei van hernieuwbare energie zet het energienet onder druk en dat komt met name door grootschalige zonneparken. Pechtold zit dan ook regelmatig om de tafel met de netbeheerders. Vol begrip over de situatie, maar ook met een duidelijke boodschap. “Zij stellen dat we alleen nog kunnen bouwen op plekken waar het net het sterkst is. Maar dat is één oplossing, niet dé oplossing. Wij zeggen juist dat het noordoosten versterkt moet worden, want daar is de meeste ruimte."Naast het versterken van de netten pleit Pechtold voor aanpassing van beleidskaders om de energietransitie te faciliteren. We werken graag met netbeheerders samen aan oplossingen. Elkaar de hand geven en voorbij het eigenbelang kijken is de enige manier om de energietransitie tot een succes te brengen. Zo starten we bijvoorbeeld met Alliander en andere partners een pilot met waterstof bij één van onze zonneparken.”Terechte vragenParticipatie en draagvlak is van essentieel belang in de energietransitie, stelt Pechtold. “Voordat we met een project beginnen bellen we als eerste aan bij bewoners: ‘Hallo, wij willen uw buurman worden’. Vaak is het antwoord: ‘Not in my backyard.’ En vaak hebben mensen daar ook gegronde redenen voor.”Foto: het drijvende zonnepark in Zwolle - Bomhofsplas.Mensen de kans geven om te participeren is volgens Pechtold essentieel. “Er zijn niet veel mensen die tegen de energietransitie zijn. Ze hebben alleen terechte vragen. Hoe gaan we om met flora en fauna? Wat betekent het voor de biodiversiteit? Krijgen wij ook iets van die energie teruggeleverd? Onze medewerkers staan elke avond in buurtzaaltjes om daarover te praten.” Hij vindt het ook belangrijk dat omwonenden iets kunnen verdienen aan een project dat hun omgeving zo beïnvloedt. “Certificaten, aandelen, investeren, energie terugkrijgen, alle opties zijn bespreekbaar als we er samen afspraken over kunnen maken.”Lees ook: Emmen neemt 88.000 zonnepanelen in gebruikHoe belangrijk het betrekken van belanghebbenden is, ervaarde hij toen zonnepark Emmeloord twee jaar geleden werd aangesloten op het net. “Een prachtig project waar we erg trots op zijn. Toen ik in gesprek ging met een lokale boer bleek echter dat die helemaal niet blij was, want dit was het meest vruchtbare stukje grond van Emmeloord! Wat hij niet wist, is dat er een groot distributiecentrum zou komen. In plaats daarvan hebben wij er zonnepanelen neergelegd, omdat de vergunning er al lag. Maar die boer had natuurlijk gelijk: als samenleving moeten we daar niets anders neerzetten dan vegetatie of dieren. Een project moet voortkomen vanuit een gedeelde visie.”'Er zijn niet veel mensen die tegen de energietransitie zijn. Ze hebben alleen terechte vragen.'Waardig werkHet vinden van genoeg technisch personeel blijft een uitdaging, ook voor GroenLeven. Het bedrijf lost dat deels op met buitenlands personeel, maar biedt ook ruimte aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zo werken er bij GroenLeven monteurs die binnengekomen zijn via Leerbouwen, een praktijkopleider in de bouw die werkzoekenden na een half jaar intensieve training garantie biedt op een baan. “Wij bestaan om de energiehuishouding te verduurzamen, maar we willen mensen ook een purpose geven en waardig werk bieden. Ook daar leggen we de lat hoog.”Match made in heavenGroenLeven heeft grote ambities en concrete plannen. Zo heeft het bedrijf de grootste zonne-energieportefeuille van Europa. Om al die plannen te realiseren ging GroenLeven een partnership aan met BayWa. Het Duitse concern is wereldwijd één van de grootste spelers op het gebied van hernieuwbare energie; bovendien heeft het bedrijf agrarische roots. “We voorzagen een enorme groei met alle projecten die we binnenhaalden. Daardoor hadden we allereerst een grote behoefte aan kennis. Duitsland loopt 15 jaar voor op de energietransitie. Deze samenwerking is een match made in heaven”, stelt Pechtold.Ten tweede zorgt de samenwerking voor toegang tot kapitaal. Belangrijk, want GroenLeven moet alle projecten voorfinancieren. “De opbrengsten van al die projecten komen pas na 15 jaar, maar de kosten komen meteen.”De energietransitie is zeker niet zonder uitdagingen, maar Pechtold is optimistisch over de toekomst. De vraag naar hernieuwbare energie blijft stijgen en daarmee ook de prijs van GvO’s (Garanties van Oorsprong). “Steeds meer consumenten en bedrijven kiezen voor hernieuwbare energie. Ik verwacht dat de businesscase van zonne-energie binnen vijf jaar zo sterk is, dat we geen subsidies meer nodig hebben.”Lees ook:Energietransitie en biodiversiteit: van tegenstelling tot oplossing Spaanse energiefirma bouwt zonnepark met 1,7 miljoen panelen Wereldrecord: zonne-energie in Portugal geveild voor € 14 per megawattuur Beelden: GroenLeven