Mick van Loon 27 juli 2022, 12:00

‘Centraal-Azië over 20 à 30 jaar in de greep van uitzichtloze droogte’

Stijgende jaarlijkse temperaturen en afnemende jaarlijkse neerslag over de middelste breedtegraden van Centraal-Azië hebben het woestijnklimaat sinds de jaren tachtig al honderd kilometer naar het noorden uitgebreid, blijkt uit een recente studie. Als dit zo doorgaat zijn de gletsjers en het sneeuwpakket er over twintig of dertig jaar verdwenen. De regio komt dan terecht in een uitzichtloze eenrichtingsdroogte.

Adobe Stock Tian Shan In hooggelegen gebieden zoals het Tianshan-gebergte nam neerslag over het algemeen toe. | Credits: Adobe Stock

Een analyse in Geophysical Research Letters toont aan dat wat ooit een zone met een semi-aride klimaat was, met op zijn minst wat zomerse neerslag, sindsdien is overgegaan naar een droger en heter klimaat met weinig regenval tijdens het groeiseizoen. De gemiddelde jaartemperatuur van de ooit gematigde gebieden steeg ongeveer 5 graden Celsius bij het vergelijken van de twintigjarige periode van 1960-1980 met de 30-jarige periode van 1990-2020.

Meer dan 70 miljoen mensen wonen in Centraal-Azië, dat vijf voormalige Sovjetrepublieken omvat – Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan – maar soms worden ook Afghanistan, West-China en fragmenten van andere buurlanden als een deel ervan beschouwd. Omdat meer dan 60 procent van het land te kampen heeft met een droog of semi-aride klimaat, is de regio bijzonder vatbaar voor droogte en gevoelig voor schommelingen in neerslag.

Sowieso kwetsbaar

Kleine afwijkingen van de gemiddelde of verwachte hoeveelheid regen in het groeiseizoen kunnen verwoestend zijn voor de landbouwproductie en sociale stabiliteit van de regio – het is dus een plek die erg kwetsbaar is voor klimaatverandering.

Die kwetsbaarheid zette de wetenschappers ertoe aan om de maandelijkse luchttemperatuur- en neerslaggegevens van Centraal-Azië te onderzoeken, die teruggaan tot het midden van de 20e eeuw. Maar in tegenstelling tot de meeste eerdere studies, die variaties in individuele klimaatelementen analyseerden, koppelden ze de temperatuur en neerslag in de regio aan de vegetatie en ecologie door in plaats daarvan verschuivingen in klimaattypes te beoordelen, van toendra en gematigd continentaal tot subtropisch en woestijn.

Tangbeweging

Ze ontdekten dat terwijl de breedtegraadzones van het woestijnklimaat zich naar het noorden uitbreidden, een “envelop” van natter, kouder continentaal klimaat verder naar het noorden bezig was zich naar het zuiden te verspreiden. Door de afstand tussen de twee klimaten te verkleinen, heeft die tangbeweging ook de gradiënt van temperatuur- en drukverschillen over de breedtegraden vergroot.

Alle elf geïdentificeerde klimaattypes in Centraal-Azië zagen een aanzienlijke stijging van de jaarlijkse temperatuur van 1990 tot 2020. Terwijl de meeste van die klimaten ook een afname van de jaarlijkse neerslag ondervonden, zagen de hooggelegen gebieden van de regio – waaronder het Tianshan-gebergte grenzend aan China, Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan – hun neerslag over het algemeen toenemen. Gecombineerd met de gelijktijdige opwarming van die bergachtige gebieden, heeft een aanzienlijk deel van die extra neerslag – ongeveer 20 centimeter – de vorm aangenomen van regen in plaats van sneeuw.

Lees ook: China’s oplossing tegen droogte: zelf regen maken

Gletsjers verdwijnen

Die stijgingen in temperatuur en regen hebben waarschijnlijk geleid tot de uitputting van gletsjers die voorheen de bergachtige landschappen domineerden. Op korte termijn voedt een overeenkomstige toename van smeltwater de stijging van het grondwater en oppervlaktewater, inclusief meren, in de West-Chinese provincie Xinjiang en vergelijkbare bergachtige gebieden. Maar welke tijdelijke voordelen die gebieden ook genieten, het zal waarschijnlijk ten koste gaan van het duurzamere smeltwater dat de bergen in de regio generaties lang hebben geleverd.

Als dit zo doorgaat zijn de gletsjers en het sneeuwpakket over twintig of dertig jaar verdwenen. Dan is er alleen de zomerse neerslag, die niet genoeg zal zijn om het waterpeil in je meren en je bodem op peil te houden en dus de landbouwproductie in het groeiseizoen te ondersteunen. De regio komt dan terecht in een uitzichtloze eenrichtingsdroogte.

Lees ook: Omringd door water, maar toch heerst er droogte: kunnen we water hergebruiken?

Crashen duurzame cryptomunten ook?

Eind vorig jaar schreef Change Inc. over zeven obscure, maar duurzame cryptomunten. De reguliere munten gebruiken namelijk systemen die gigantisch veel energie uit datacenters nodig hebben. Een tegenbeweging in de cryptowereld wil dit veranderen. Maar nu de cryptomarkt ineenstort, is de vraag of dit soort nicheprojecten nog een kans maakt. Hoe gaat het? Lees hier het stuk: 7 duurzame munten om in de gaten te houden Signum Deze munt gebruikt 0,002 procent van de stroom die Bitcoin nodig heeft. De munt had een extreme piek in februari van 2022 en daalde vervolgens snel weer. Begin mei volgde een tweede dip. De munt is nu 0,0003 dollar waard, de waarde die het had in 2020. Het is dus een terugkeer naar de povere, obscure tijden van voor de cryptoboom. Fantom Hetzelfde geldt voor Fantom. Deze munt claimt 300 miljoen keer minder stroom per transactie te vragen dan Bitcoin. Maar de koers van ongeveer 0,30 euro laat zien dat weinig mensen hierop zitten te wachten. Ook deze munt had een piek aan het begin van het jaar (2,6 euro) en tuimelde vervolgens de diepte in. Cardano Cardano geldt als een van de grotere duurzame spelers. Het wil concurreren met Ethereum en het leek er lang op dat de munt inderdaad een kans maakte. De organisatie achter de munt wil een miljoen bomen planten om de energievraag te compenseren. Of dat nog gaat gebeuren, is de vraag. De koers is ook voor deze munt flink gedaald. Opvallend: de piek zat hier niet in het begin van 2022, maar al in augustus van 2021. Vanaf dat moment gaat het alleen maar bergafwaarts, hoewel Cardano wel meer van zijn waarde houdt dan de eerder genoemde kleine munten. De koers staat nu op 0,46 euro. Green Beli Misschien wel de hardste daler in de lijst. De game/munt die ook nog groen zegt te zijn maakte sinds wij erover schreven een vrije val door. Van het hoogtepunt van 0,14 dollar in november 2021 naar 0,002 dollar nu. Praktisch waardeloos dus. Overigens: in onze bespreking van Green Beli vorig jaar kondigde cryptokenner Alex de Vries al de mogelijke ineenstorting van de cryptowereld aan. De (niet zo stabiele) stablecoin Tether werd door hem genoemd, en dat bleek inderdaad de bron van de cryptocrash.Ethereum En dan is er nog de bekende, maar niet zo duurzame Ethereum. Hoewel de munt nu niet duurzaam is, belooft hij eind dit jaar over te stappen op een proof-of-stake-systeem dat 0,01 procent van de energie vraagt die proof-of-work gebruikt: het systeem achter Bitcoin. Dus er zijn duurzame tijden in het vooruitzicht voor Ethereum. De koers van de munt laat hetzelfde patroon zien als andere; pieken in het begin van het jaar, daarna een dubbele dip. Maar: waar de kleinere munten op de bodem blijven hangen, weet het grote Ethereum, net als Bitcoin, zich de laatste weken weer omhoog te werken. Dat de cryptocrash de kleinere munten hard raakt, is niet verrassend. Als het slecht gaat zijn speciale aspecten minder interessant; men consolideert rond de grotere, ‘betrouwbare’ munten. Dat Ethereum op proof-of-stake overstapt kan goed nieuws zijn voor de algehele energievraag van de wereld, maar: crypto blijft per definitie een verspillende activiteit, omdat alle systemen eromheen inherent niet-efficiënt zijn. Er is ook een lichtpuntje. De crash zorgt ervoor dat er minder handel in de munten is, en dat er dus minder berekeningen nodig zijn. Dat betekent weer minder werk voor de datacenters, en dus minder energievraag. Misschien keert de wal zo het schip; als er maar vaak genoeg een crash is, blijft de energiebehoefte van de munten in ieder geval lager dan bij onbeperkte koersgroei. Daar schreven we eerder over: Instorten Bitcoin heeft ook positief effect