Teun Schröder
15 november 2024, 09:03

Chef-kok en schrijver Sheila Struyck: ‘De grootste vijand van lekker eten is gemakzucht’

Nadat ze dertig jaar topposities bekleedde in het internationale bedrijfsleven is Sheila Struyck chef-kok en schrijver op een duurzame, gastronomische missie: Nederlanders aanmoedigen om duurzamer te koken en te eten, met een dieet dat minder impact heeft op het milieu. Als dat lukt, volgen verbeterde smaak en gezondheid vanzelf.

20220314 FI Sheila 24 'Neem de tijd om te spelen met vuur en hitte, zie er de lol van in om te experimenteren en omarm de grillen van de natuur' | Credits: Sheila Struyck

Wat zie jij op gastronomisch vlak gebeuren als het gaat over de verschuiving van een dierlijk naar een plantaardig dieet?

“Het landschap verandert snel. In Nederland zien we een nieuwe generatie chefs opkomen die toonaangevend zijn in ‘plant-forward’ koken, een nieuwe keukenstroming die wereldwijd wordt opgemerkt. En dat is niet eens zozeer uit milieuoogpunt, maar vooral uit respect voor de kwaliteit van ingrediënten. Producten uit het seizoen hebben meer smaak en textuur. Die hoeven niet vroegtijdig geplukt te worden, om een lange, vervuilende reis te doorstaan. Verder zie ik steeds meer koks die samenwerken met telers om producten te gebruiken die bewust en lokaal gekweekt worden. Daarnaast zijn deze chefs bezig met het herontdekken van traditionele kookmethoden. Daarbij geldt: wat samen groeit, is samen lekker.

Een andere ontwikkeling die interessant is, is de opkomst van hybride producten zoals de burgers van Lidl en Albert Heijn dat deels uit vlees en deels uit plantaardige ingrediënten bestaan. Hybride producten bestaan natuurlijk al veel langer, kijk naar de gehaktbal die vroeger met brood werd vermengd of de bitterbal waar oorspronkelijk maar 10 procent vlees in zit. Ergens zijn we dit concept een beetje uit het oog verloren, maar het is nu weer aan een opmars bezig.”

Met welke uitdagingen kampen restaurants die over willen stappen op een meer plantaardig menu?

“Een belangrijke factor is de arbeidsintensiteit. Plantaardige gerechten hebben vaak intensievere bereidingen nodig. Neem bijvoorbeeld knolselderij: die moet bedruipt worden in de oven, keer op keer. Dat vraagt om extra werkuren en inzet, maar door de personeelstekorten is dat niet altijd mogelijk. Veel restaurants willen graag een hoger percentage plantaardige ingrediënten serveren, maar stuiten dan op hogere kosten en langere bereidingstijden. Restaurants hanteren nu vaak een 30/30/30-verhouding aan voor kosten: inkoop, personeel en overig. De 10 procent die overblijft, is winst. Door andere verhoudingen te accepteren, bijvoorbeeld lagere inkoopkosten en hogere personeelskosten, kunnen er nieuwe mogelijkheden ontstaan in de keuken.”

Hoe kunnen restaurants plantaardige gerechten aantrekkelijk maken zonder dat gasten het gevoel hebben een specifieke levensstijl te moeten omarmen?

“Duurzaam eten betekent niet dat je je tot een bepaalde ‘religie’ moet bekeren. Het gaat erom dat eten voedzaam en plezierig is. Restaurants die succesvol zijn op het gebied van duurzaamheid streven allereerst naar een verhouding plantaardige en dierlijke ingrediënten van 80/20, in plaats van andersom, zoals nu vaak het geval is. Verder letten ze op voedselverspilling, dierenwelzijn en seizoensgebonden en lokale producten. Ze hebben een aanbod van vegetarisch en veganistisch eten, maar de nadruk ligt op innovatie en een moderne keuken. En hoe je de gerechten omschrijft op de menukaart is ook belangrijk. Dus niet: kippendij in rode saus met groente. Begin in plaats daarvan met de plantaardige elementen en leg de nadruk op woorden als sticky, crispy of de oorsprong, zoals de plaats of de naam van de kweker. Ze zetten toch ook de naam van de maker van de kroketten erbij?”

Vorig jaar was Sheila Struyck te gast in onze Changemakerpodcast. Luister die aflevering hier terug:

Recent zijn er weer Michelinsterren uitgereikt. Zijn je daar nog dingen opgevallen? Hoe zit het bijvoorbeeld met het uitreiken van groene sterren?

“Dat is een beetje een lastige discussie. Dit jaar zijn ze vrij karig geweest met het uitreiken van sterren, maar we hebben er acht met een groene ster bij, al is het niet zo duidelijk wat precies de criteria zijn. Dat zou transparanter mogen. Verder moet geaccepteerd worden dat duurzaam koken implicaties heeft voor hoe je bord eruit ziet. Een Instagramwaardig 3-sterrenbord gaat vaak gepaard met veel afval. Een bord van een chef die met de grillen van de natuur kookt daarentegen ziet er veel organischer uit, met bruine tinten. Bruin eten bevat meestal juist heel veel smaak. Daar zou Michelin meer oog voor mogen hebben.

Zelf ben ik verbonden aan We’re Smart Green Guide. Hierin kun je precies zien wat de beste groenterestaurants zijn van de wereld, welke chefs groenten en fruit op het podium zetten en welke restaurants letten op voedselverspilling en werken met lokale leveranciers. De rating wordt uitgedrukt in radijzen, en een zaak met vijf radijzen doet op alle gebieden het allerbeste. Door die transparantie zie je pas hoe ver sommige chefs gaan.”

Hoe is het eigenlijk gesteld met de duurzame kookkwaliteiten van de gemiddelde Nederlander?

“Ik merk vooral bij de jongere generatie een groeiende interesse voor plantaardig eten, maar vaak ontbreekt de kennis van waar iets vandaan komt of hoe je iets bereidt. De grootste vijand van lekker eten is gemakzucht. Kant-en-klaar is vaak hoogbewerkt en hoog in calorieën. Ook zijn we gewend geraakt aan het idee dat we vlak voor het avondeten nog even snel de boodschappen doen. Dan is er daarna geen tijd meer om iets te poffen in je oven.”

Heb je wat dat betreft nog tips hoe we beter en duurzamer kunnen koken?

“Dit is waar ik in mijn nieuwe kookboek op in ga, dat zowel duurzame recepten als praktische tips bevat die je zelf kunt toepassen. Probeer bijvoorbeeld een maand lang twee keer zoveel bonen te eten – hartstikke voedzaam en bron van plantaardige eiwitten. Of ga naar een groenteboer, kies daar een groente, en bereid die eens op drie verschillende manieren. Of gebruik twee keer zoveel kruiden als je normaal zou doen. Daar wordt waarschijnlijk alles lekkerder van. Neem de tijd om te spelen met vuur en hitte, zie er de lol van in om te experimenteren en omarm de grillen van de natuur. Begin gewoon met één kleine verandering en doe niet alles tegelijk. Stap voor stap kom je er ook. Verandering kost tijd, en zo kan het spelenderwijs!”

Lekker is dat

Benieuwd naar meer tips en recepten van Sheila Struyck? Ze bundelde al haar kennis in een nieuw boek Lekker is dat. Lezers van Change Inc. kunnen het boek tot 25 november bestellen zonder verzendkosten. Bestellen kan hier. Nieuwsgierig geworden? Klik dan op deze link voor een preview.

Lees ook:

Mobiele superboerderij in container helpt Oekraïne aan verse sla

De Hippotainer die de Wageningse start-up op de markt brengt is een verticale boerderij in een vrachtcontainer van 40 voet. Daardoor past hij op een vrachtwagen en kan hij overal ter wereld heen vervoerd en neergezet worden. Maarseveen en Blok wonnen al diverse prijzen met hun uitvinding. In juni dit jaar won de Hippotainer de Groenpact Impactprijs 2024 en begin november de 4TU. Impact Challenge bij de TU Delft. Langzamerhand raakt nu ook de markt geïnteresseerd. “We zien ontzettend veel aanvragen binnenkomen, meerdere per week”, zeggen de twee. Verticale landbouw Beiden zijn pas 26. Maarseveen studeerde Biobased Sciences aan de Wageningen Universiteit & research (WUR), Blok Aquaculture and Marine Resource Management. Ze vonden elkaar 2,5 jaar geleden toen ze naast hun studie werkten voor een adviesbureau in Wageningen. Hen werd bij een project gevraagd of ze op kleine schaal een verticale boerderij konden uitwerken. Bij verticale landbouw worden gewassen in gebouwen geteeld, onder ideale omstandigheden. Daardoor daalt het gebruik van kunstmest, water, pesticiden en landoppervlak aanzienlijk, al is het energieverbruik hoog. Toch kan verticale landbouw een revolutie teweegbrengen in de productie van verse groenten, met name in steden met weinig ruimte of in gebieden waar het te koud, te warm of te droog is om groenten op akkers te verbouwen. Overal ter wereld worden hiervoor grote, miljoenen kostende complexen neergezet, maar dat is voor veel kleine boeren en ondernemers geen haalbare kaart. Kleine variant Het duo kreeg daarom de opdracht leveranciers te zoeken voor een commerciële, kleine variant. Bijvoorbeeld in een kamer of een schuur. “We konden toen niets vinden wat goed paste. Dat was opmerkelijk. Toen vroegen we ons af of we het niet zelf konden ontwikkelen”, vertelt het tweetal. “Met dat idee zijn we begonnen: kunnen we niet een klein systeem neerzetten dat overal ter wereld ingezet kan worden? Of dat nou op een plek is waar geen vruchtbare grond of water is. Of waar het heel heet is of juist heel koud. Dat zijn vaak de plekken waar voedselproductie een uitdaging is. Daar kan de Hippotainer een oplossing bieden.” Overal inzetbaar Ze kwamen al vrij snel uit op de vorm van een container. Niet alleen kun je die overal heen transporteren, je kunt hem ook makkelijk overal neerzetten. Je hebt geen bouwvergunningen nodig en hoeft verder niets te bouwen. “Je hebt alleen een vlakke ondergrond nodig en je kunt aan de slag. Ook is het systeem modulair. Wil je een twee keer zo groot systeem, dan zet je twee containers naast elkaar of op elkaar”, legt Maarseveen uit. Eerste Hippotainer Een jaar na het idee hadden ze een testproduct, al ging het bij het testen wel eens fout. In hun eerste kiemkas bijvoorbeeld gaf de verlichting zoveel warmte, dat alle planten doodgingen. Maar meestal werden meer groentes geproduceerd dan ze kwijt konden. Die werden dan gratis uitgedeeld aan voedselbanken en studenten. De eerste Hippotainer zag in het voorjaar van 2023 het licht. In de container worden over vijf lagen groenten verbouwd op biologisch afbreekbaar substraat van het Groningse bedrijf Growfoam. Van sla tot tomaten, van aardbeien tot spinazie, van basilicum tot andere bladgroente. Meteen opeten De plantjes drijven op water, dat hergebruikt wordt. Door gecontroleerd licht, water en nutriënten toe te dienen is er 90 procent minder water en 80 procent minder kunstmest nodig in vergelijking met traditionele landbouw. Er gaat niets verloren. Ook hoeven geen pesticiden gebruikt te worden. “Als je het binnen steriel houdt en ervoor zorgt dat er geen vervelende beestjes binnenkomen, dan hoef je niet te spuiten”, zegt Maarseveen. Blok: “Je kunt de sla zelfs zonder te wassen bij het oogsten al opeten. Er zit ook geen grond aan. Je kunt meteen je tanden erin zetten. Dat vonden bezoekers in het begin wel vreemd.” Kijk hier hoe er in de Hippotainer groente wordt verbouwd:Klimaatverandering Het nadeel van verticale landbouw is en blijft de hoge energievraag. Het systeem mist nu eenmaal de grootste, gratis energiebron uit de natuur: de zon. Die nabootsen kost stroom. “Daarom zullen we nooit zeggen dat verticale landbouw de normale landbouw gaat vervangen. Maar er zijn wel specifieke situaties waar normale landbouw niet mogelijk is of waar het door klimaatverandering niet méér mogelijk is. Daar kun je hiermee een oplossing bieden”, stellen de twee. Om hun Hippotainer verder te vergroenen zijn ze op zoek naar mogelijkheden voor het toevoegen van zonne- of windenergie of batterijen. Daar hebben ze nog geen oplossing voor gevonden. Oekraïne Vrij snel na de lancering werd de Hippotainer ingezet in Oekraïne. Dat land kampt niet met voedseltekorten, maar sinds de Russen binnenvielen is het voor de bevolking moeilijker om aan verse groente te komen. Een universiteit in het land was op zoek naar een systeem om voedsel te produceren en tegelijk binnenlandse vluchtelingen aan het werk te zetten. Zo verhuisde de Hippotainer naar Ivano-Frankivsk, een stad in het westen van Oekraïne. Blok en Maarseveen vlogen achter hun container aan en trainden de vluchtelingen in het gebruik van de Hippotainer. Dat was een hachelijk avontuur. De helft van de nachten ging het luchtalarm af en moesten ze naar de schuilkelder. Nadat de Hippotainer in bedrijf was, verbouwden de vluchtelingen er honderden kroppen sla per week in voor de lokale bevolking. Sinds kort is de universiteit verplaatst naar Kiev. Ze moet nog besluiten waar ze de container gaat plaatsen. “Ze willen er graag mee verder en willen er zelfs meer”, zegt Maarseveen.Jort en Tijmen met de vluchtelingen die in Oekraïne de Hippotainer gebruiken om sla te verbouwenNoodhulp Oekraïne is een land in oorlog. Maar ook in landen waar de landbouw door klimaatverandering onder druk staat kan de container ingezet worden. “Dat kan in ontwikkelde en onderontwikkelde landen. Wij bieden een klimaat-adaptieve kweekoplossing”, zegt Blok. Dat kan in stadstaten als Singapore, waar ruimtegebrek een probleem is, in landen waar het groeiseizoen te kort is, op eilandstaten die voedsel moeten importeren, of in woestijnstaten, waar traditionele landbouw onmogelijk is. Maar zeker ook in landen waar door een ramp, een oorlog of een crisis geen voedselproductie mogelijk is. “Op plekken waar humanitaire hulp nodig is, zoals in Gaza of Soedan, is het heel moeilijk om aan verse groente te komen”, zegt Maarseveen. Hulporganisaties als Rode Kruis of Novib zijn dan ook een belangrijke doelgroep, waar de start-up graag mee samen wil werken. Lees ook: Anders boeren: voedsel én bouwmaterialen van het landEerste paprika’s uit de vertical farm uit WageningenGrowy: ‘Op één vierkante meter kunnen we 10.000 zakjes sla maken’Glowfarms wil een revolutie in de wereldwijde voedselketen in gang zetten