Hannah van der Korput
19 januari 2024, 11:45

Circulair snacken met kroketten en bitterballen gemaakt met koffiedik

Het Nederlandse GRO maakt vegetarische snacks van oesterzwammen. Dat gebeurt zo circulair mogelijk: de paddenstoelen worden geteeld op diverse reststromen, waaronder koffiedik. “We veranderen afval in iets nuttigs.“

GRO Bitterballen De snacks van GRO zorgen voor veel minder CO2-uitstoot dan vergelijkbare vleesvarianten. | Credits: GRO

In
het Brabantse Uden schieten de oesterzwammen als paddenstoelen uit de grond. Al
groeien ze niet letterlijk in de grond, maar in zogenoemde substraatblokken. De blokken liggen strak opgesteld in meterslange hoge rekken. In de hal is
het warm en de hoge luchtvochtigheid is er goed voelbaar. Er zijn meer van deze ruimtes waar de oesterzwammen uit de substraatblokken groeien. Elk laten ze een andere groeifase zien. “Hier gaat het de goede kant
op”, concludeert paddenstoelenkweker John Verbruggen tevreden. “Deze blokken
liggen nu zo’n acht weken. Ze moeten nog heel even. Na negen weken zijn de
oesterzwammen klaar voor de pluk.”

Kweken
op koffiedik

De
substraatblokken waar de oesterzwammen op groeien, bestaan uit diverse grondstoffen.
Het aandeel koffiedik is goed voor zo’n 25 procent. De overige 75 procent beslaat
reststromen uit de landbouw zoals houtmeel, hooi en natuurgips.

Van
Zimbabwe naar Nederland

Het
idee voor de circulaire paddenstoelenkweek ontstond in Zimbabwe. Daar ontdekte GRO-oprichter Jan Willem Bosman Jansen dat oesterzwammen goed groeien op het afval van koffieplantages. Inmiddels is het concept succesvol gekopieerd naar Nederland.

Al
is koffiedik verwerken lang niet zo eenvoudig als het lijkt, meent Verbruggen.
“Koffiedrab bestaat voor 60 procent uit water. Dat maakt dat het snel gaat
schimmelen, al binnen 24 uur. Daardoor is het noodzakelijk om te pasteuriseren.
De grondstoffen worden 24 uur lang verwarmd tot 68 graden, waarbij de schimmels
worden gedood. Vervolgens wordt het geheel gemixt en in een pakket geperst. De voedingsbodem
biedt de ideale omstandigheden om paddenstoelen te laten groeien.”

De substraatblokken waar de oesterzwammen op groeien, bestaan onder andere uit koffiedik. | Credit: GRO

Circulaire snacks

De oesterzwammen verwerkt GRO in snacks zoals kroketten, bitterballen en oesterzwamburgers. De producten zijn verkrijgbaar bij groothandels zoals Sligro en Hanos. Ook worden ze geleverd aan diverse cateraars en horecagelegenheden. Wanneer GRO de producten naar zijn afnemers brengt, haalt het tegelijkertijd koffiedik op via de groothandels. Op die manier worden er geen extra vervoersbewegingen gemaakt. Vrachtwagens die anders leeg terug zouden rijden, nemen nu koffiedik mee. Wouter Muis, algemeen directeur van GRO, noemt het een circulaire oplossing. “We veranderen koffiedrab, wat voor veel bedrijven afval is, in iets nuttigs. Partijen die koffiedik aan ons meegeven kunnen vervolgens weer producten afnemen die op hun eigen reststromen zijn gekweekt. Dat idee slaat aan.”

Kroketten met 68 procent minder CO2-uitstoot

Volgens Muis vormen oesterzwammen de perfecte vleesvervangers. “Ze hebben een licht pittige smaak en een structuur die doet denken aan vlees. Maar waar vlees een enorme milieu-impact heeft, geldt dat in veel mindere mate voor oesterzwammen. Dat is helemaal van toepassing op onze oesterzwammen, omdat we zoveel mogelijk gebruikmaken van reststromen. En omdat we telen in deze blokken”, Muis wijst naar de stellingen, “scheelt het aanzienlijk in landgebruik. De oesterzwamkroketten van GRO zorgen voor 68 procent minder CO2-uitstoot dan een vergelijkbare vleesvariant.”

Ook voor vleeseters

Toch sluit het een het ander niet uit. GRO wil niet alleen de veganisten en vegetariërs aanspreken, maar juist ook de vleeseters. Dat doet het met de Blended Burger. Deze is voor de helft gemaakt van oesterzwammen en voor de andere helft van rundvlees en kruiden. “De smaak van een echte vleesburger blijft intact, al zit er minder vlees in. We hebben ook een burger die volledig bestaat uit oesterzwammen, maar voor sommige mensen is de stap om deze te proberen nog te groot. Dan is dit een goede tussenoplossing. De CO2-uitstoot van de Blended Burger ligt 14 procent lager dan die van een reguliere rundvleesburger.”

Concreet

Of
er nu een beetje of helemaal geen vlees inzit: de snacks van GRO vinden gretig
aftrek. Het praktische model draagt daaraan bij, denk Muis. “Bedrijven willen graag
een bijdrage leveren. Het inleveren van koffiedik en vervolgens vleesvervangers
afnemen is erg concreet. Het resultaat van een bepaalde actie wordt tastbaar.
Ik denk dat dat helpt. In de catering is de eiwittransitie in volle gang en
onze producten dragen daaraan bij. Ik verwacht dat dit verder gaat toenemen nu bedrijven
meer en meer moeten rapporteren over duurzaamheid. Ook het
gezondheidsaspect speelt een rol. Het gros van de vleesvervangers bevat toch
veel toevoegingen en wordt gezien als erg bewerkt. Onze producten bestaan voor
een groot deel uit oesterzwammen die lokaal zijn geteeld.”

In tegenstelling tot Nederland liggen de oesterzwammen in Azië zonder verpakking in de winkels. | Credit: GRO

Biobased bouwmaterialen

Terug naar de Brabantse hallen vol groeiende oesterzwammen. Van één substraatblok kan twee keer worden geoogst. Daarna kunnen de blokken worden ingezet als biobased bouwmaterialen. Teler Verbruggen klopt op een gedroogd blok: “Het is heel sterk. Het doet niet onder voor andere natuurlijke materialen zoals hennep. Door de blokken te gebruiken in de bouw, wordt de oplossing nog meer circulair. In principe hoeven we niks meer weg te gooien.”

Maar voordat de blokken grootschalig kunnen worden gebruikt als duurzame bouwmaterialen, is onderzoek nodig. Dat onderzoek wordt momenteel uitgevoerd in samenwerking met Avans Hogescholen.

Weg met plastic

GRO en Verbruggen willen de producten zo duurzaam mogelijk produceren. Dit doen zij door gebruik te maken van reststromen, maar ook door zoveel mogelijk energie duurzaam op te wekken. De kwekerij heeft zonnepanelen en maakt gebruik van restwarmte. Verbruggen zou ook graag het aandeel plastic flink reduceren. De bakken paddenstoelen in de supermarkt zijn hem een doorn in het oog. “Al dat plastic is overbodig. Zonder verpakkingen blijven de oesterzwammen langer goed, het ziet er veel natuurlijker uit, het is beter voor het milieu én ook nog eens goedkoper. Maar vanuit hygiëne-oogpunt willen bedrijven hier nog niet in mee. In Azië is dat wel anders. Daar liggen de oesterzwammen zonder verpakking in de winkels, als trossen bananen. Dat is waar we in Nederland ook naartoe moeten.”

Lees ook:

VoltH2 start na de zomer met bouw eerste groene waterstoffabrieken

De fabrieken gaan gebruik maken van groene stroom van windparken op zee. Net voor de zomer wil VoltH2 de definitieve investeringsbeslissing nemen voor Terneuzen. Na de zomer voor Vlissingen. Ongeveer een kwartaal later start de bouw. Begin 2026 moeten de fabrieken operationeel zijn en de eerste groene waterstof leveren. Beide installaties komen in een havengebied te staan en gaan bij de start 2.000 ton (25 megawatt) aan waterstof produceren, maar kunnen opgeschaald worden tot maximaal 10.000 ton (125 megawatt). Bescheiden productie Dat lijkt veel, maar is het niet, stelt directeur André Jurres van VoltH2. “De productie is nog vrij bescheiden. Ter vergelijking: alleen Nederland gebruikt al 1,5 miljoen ton grijze waterstof per jaar. Dus de bijdrage groene waterstof zal in het begin nog vrij klein zijn. Het is een belangrijke stap, omdat we de weg vrij maken voor anderen om ook investeringen te doen, maar nog steeds bescheiden”, zegt hij. Delfzijl en Duitsland Na Vlissingen en Terneuzen wil VoltH2 in 2025 een derde, grotere fabriek in Delfzijl bouwen, op het haven- en industriegebied van Groningen Seaports. Die heeft van begin af aan een capaciteit van 4.000 ton (50 megawatt). Verder staan er drie fabrieken in Duitsland op de planning, waarvan de eerste in 2025 in Essen in het Ruhrgebied wordt gebouwd. Die gaat waterstof leveren aan tankstations. De groene waterstof in Nederland wordt in eerste instantie geleverd aan de lokale industrie, de mobiliteitssector, de scheepvaart, de bouwsector en de voedselsector. “Er zijn potentiële klanten genoeg. In het begin hebben we te weinig groene waterstof, niet te veel”, zegt Jurres. Kijk hier hoe de fabriek in Vlissingen eruit gaat zien:500 megawatt Waterstof (H2) is zowel een brandstof (o.a. voor transport en de staal en papierindustrie), een grondstof (o.a. voor kunstmest en raffinage) als een energiedrager (voor opslag en opwekken groene elektriciteit). De industrie gebruikt nu al grote hoeveelheden waterstof, maar die wordt hoofdzakelijk van aardgas gemaakt. Daarbij komt veel CO2 vrij. Dat heet grijze waterstof. De fabrieken van VoltH2 gaan het via elektrolyse maken van gedemineraliseerd water. Dan komt er alleen water en zuurstof vrij en worden er geen broeikasgassen uitgestoten. Nederland heeft die groene waterstof nodig om uiterlijk in 2050 van fossiele brandstoffen af te komen. In 2032 moeten elektrolysers in Nederland volgens het Klimaatakkoord al 8 gigawatt aan groene waterstof kunnen maken. VoltH2 denkt de komende jaren voor 500 megawatt aan groene waterstoffabrieken te kunnen bouwen. Dat staat gelijk aan 40.000 ton groene waterstof. Nooit genoeg Oprichter André Jurres zit al meer dan twintig jaar in de duurzame energiemarkt. Hij richtte Essent België op, waar hij in 2003 als eerste met groene stroom de markt op ging. Als medeoprichter van NPG Energy bouwde hij vanaf 2007 een infrastructuur voor biogas, wind- en zonne-energie. Hij ziet waterstof als een belangrijk bouwblok voor de transitie naar een duurzaam energiesysteem. “Waterstof is een veelzijdiger diertje dan zon en wind. Het is groot en het wordt nog veel groter, ook al gaan we nooit genoeg waterstof produceren om aan al onze behoeftes te voldoen. We verbruiken in de wereld 102 miljoen vaten olie per dag. Het is een hele uitdaging om die te vervangen door waterstof, maar dat is wel de ambitie. Het hoofddoel blijft om af te stappen van olie en gas en CO2-neutraal te worden”, zegt Jurres. Wind op zee Het hoofdkwartier van VoltH2 zit in het Brabantse Bergen op Zoom. Het begon in 2020 en was het eerste bedrijf dat een omvangrijke SDE++ subsidie kreeg voor de productie van groene waterstof. Volgens Jurres is de ontwikkeling daarvan de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt doordat er steeds meer windparken op de Noordzee worden gebouwd. Vlak voor de jaarwisseling maakte minister Jetten bekend dat die parken al 4,7 gigawatt aan stroom kunnen opwekken. “Groene waterstof is nu industrieel gegaan vanwege het succes van wind op zee”, stelt Jurres. “Om groene waterstof te maken heb je ontzaglijke hoeveelheden groene stroom nodig. Dat kan alleen als er te veel van is. Daar zijn we nu snel naartoe aan het gaan.” Yin en yang Hij doelt onder meer op het steeds vaker voorkomen van negatieve stroomprijzen als er te veel wind- of zonne-energie wordt opgewekt. Die overschotten zullen volgens Jurres alleen maar toenemen. In 2050 staat er op de Noordzee voor 300 gigawatt aan windparken. Daar kun je veel groene waterstof van maken. VoltH2 koopt die windenergie in voor zijn fabrieken. Jurres: “Waterstof en wind zijn als yin en yang. Het is één geheel, ook al staan ze fysiek misschien niet altijd op dezelfde plek. Zelfs al staat mijn fabriek in Vlissingen en staat mijn windmolenpark in IJmuiden, dan nog ben ik één geheel.”In Delfzijl sluit VoltH2 aan op een waterstofhub in opbouwAansluiten bij hub Dankzij VoltH2 kunnen industriële bedrijven in de havengebieden hun grijze waterstof door groene waterstof vervangen om hun processen en activiteiten CO2-neutraal te maken. In Terneuzen komt de komende jaren een cluster voor de productie van geavanceerde biobrandstoffen, waarbij groene waterstof een belangrijke rol kan spelen. Rond Delfzijl wordt een waterstofhub ontwikkeld met windparken op zee, transportleidingen van Gasunie en een aansluiting op het hoogspanningsnet van TenneT. Daar kan VoltH2 op aansluiten. In Delfzijl kan het bedrijf ook zijn restproduct zuurstof verkopen om water mee te zuiveren. Ook levering van zuurstof aan bedrijven in de medische- en voedselsector behoort tot de mogelijkheden. In Terneuzen kan de restwarmte van de elektrolysers aan nabijgelegen kassen geleverd worden. “We willen alle stromen die we hebben zo nuttig mogelijk gebruiken”, legt Jurres uit. Duitse bussen In Duitsland was VoltH2 het eerste Nederlandse waterstofbedrijf dat een subsidie van 15 miljoen euro ontving van de deelstaatregering Noordrijn-Westfalen. Die is bedoeld voor de bouw van twee groene waterstoffabrieken in Essen en Gelsenkirchen. De elektrolysers gaan samen jaarlijks 1.600 ton groene waterstof produceren voor bussen, trucks en andere vormen van goederenverkeer. De subsidie werd vorig jaar november overhandigd in het bijzijn van Koning Willem-Alexander, die een bezoek bracht aan het HyPerformer-programma voor waterstoftechnologieën in de regio. Een derde fabriek in Duitsland wordt in Wilhelmshaven aan de Noordzee gebouwd. “Dat is een industrieel project dat bij de start goed zal zijn voor 100 megawatt en een langere ontwikkelingstijd zal hebben”, zegt Jurres. “We hebben nu al heel wat op de boterham.” Lees ook: 'Zeewaterstof' levert waterstof, drinkwater, stroom, tafelzout en mineralen opDeense ontwikkelaar wil gigantische groene waterstoffabriek bouwen in West-Afrika40 miljoen voor Nederlandse batterij en waterstoffabriek in éénGroningse Eemshaven gaat aardgas omzetten in waterstof