Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 04 december 2018, 12:15

Consortium gaat aan de slag met duurzame mestverwerking

Een zestal prominente partijen in de agrarische sector gaat vanaf 1 januari 2019 samen met Wageningen University & Research werken aan een innovatieprogramma Next Level Mest Verwaarden. Doel is de ontwikkeling van een duurzame mestverwaardingsketen.

4515576722 003e4221ba o

Agrifirm, Darling Ingredients International, De Heus, VanDrie Group, FrieslandCampina, ForFarmers en Wageningen University & Research hebben daartoe een consortium gevormd, dat nauw samen zal werken met het Nederlands Centrum Mestverwaarding (NCM).

Lees ook: Duurzaamheid biedt kansen voor nieuw businessmodel melkveehouders

Veel projecten rond mestverwaarding sneuvelden tot op heden door technische problemen, hoge kosten en het uitblijven van rendement. Samen met NCM wordt onderzocht welke technologie het meest geschikt is om verder te ontwikkelen.

Duurzame mestverwaardingsketen

Door de krachten te bundelen willen de partijen inzicht krijgen in wat de voorwaarden zijn voor een optimaal functionerende duurzame mestverwaardingsketen. Daarbij kijken ze naar de ontwikkeling van nieuwe producten, technologie en de organisatie door de hele keten heen. Obstakels, regelgeving en financiering worden in kaart gebracht en de opgedane kennis actief gedeeld met partijen die een leidende rol kunnen spelen in de verwerking en verwaarding van mest.

Martin Scholten, algemeen directeur van de Animal Sciences Group van Wageningen University & Research en de kwartiermaker van het innovatieprogramma: ‘De huidige mestverwerking is vooral gericht op het wegwerken van een mestoverschot. Maar de drijfmest, digestaat uit mestvergisting en de daaruit gemaakte mestkorrels die nu worden gebruikt, zijn meestal van beperkte waarde voor gras en gewas, en moeten dan worden aangevuld met kunstmest. Dat veroorzaakt mede de huidige milieuproblemen door bemesting. Dat terwijl dierlijke mest in de basis een zeer goede grondstof is voor bodembemesting. Ons programma richt zich daarom op de kwaliteit van het product dat je uit mest maakt: een emissiearme bemesting die goed is voor bodem, bodemleven en bodemvruchtbaarheid.’

Kringlooplandbouw

Het stellen van hoge kwaliteitseisen aan dierlijke mest zodat die gebruikt kan worden als reguliere hoogwaardige organische mest met een marktwaarde, sluit naadloos aan bij de LNV visie “Landbouw, natuur en voedsel, waardevol en verbonden”. Die streeft ernaar om in kringlooplandbouw het gebruik van circulaire grondstoffen (zoals organische mest) te bevorderen en het gebruik van kunstmest te beperken.

Bekijk hier onze infographic over kringlooplandbouw

Belangrijk is dat de mest op de boerderij zo vroeg wordt gescheiden in een dunne en een dikke fractie. De technieken om dunne en dikke fractie op te waarderen tot hoogkwalitatieve bemestingsproducten zijn er al, maar ze moeten worden geoptimaliseerd, opgeschaald en geprofessionaliseerd.

Bron: WUR | Afbeelding: Shutterstock

DNV GL: Warmtenet voor huizen goedkoper dan elektrisch verwarmen

In de onderzoeksgroep ‘Warmte Infrastructuur Nederland met verlaagde Systeem Temperatuur’ (WINST) zijn naast DNV GL de TU Eindhoven, technisch adviesbureau IF Technology, isolatiebedrijf Thermaflex en installatiebedrijf Visser & Smit Hanab betrokken.Download het rapportHet WINST consortium vergeleek voor het onderzoek drie soorten warmtenetten: een 70/40 warmtenet, waarbij warmte van 70 graden naar de wijk aangevoerd wordt en 40 graden weer teruggeleverd wordt; een 40/25 variant en een 20/10 optie. Ook werd een all-electric scenario vergeleken, waarbij ieder huis een eigen lucht-warmtepomp heeftJaren ’60 wijkenHet warmtenet en de lucht-warmtepomp werd afgezet tegen de warmtevraag en energiebronnen van twee bestaande wijken uit de jaren ’60 van de vorige eeuw. De ene wijk bestaat voor zestig procent uit appartementen en veertig procent uit rijtjeswoningen. Deze wijk wordt gevoed door industriële restwarmte en thermische energie uit oppervlaktewater. In de andere wijk is de verdeling rijtjeswoning/twee-onder-één-kap 25/75 en zorgt industriële restwarmte voor de verwarming.Winst voor warmtenetDe aanleg van een warmtenet is op jaarbasis goedkoper, stellen de onderzoekende partijen. “De kosten van de all-electric oplossing liggen voornamelijk bij de investerings- en elektriciteitskosten van een luchtwarmtepomp, de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet en bij de gebouwisolatie.”In een vergelijking tussen de drie warmtenet-varianten komt de 70/40 variant als beste uit de bus. De winst zit met name in de extra kosten die gemaakt moeten worden om een 40/25 of 20/10-warmtenet werkend te krijgen, concluderen de partijen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om leidingen met een grotere diameter, of verwarmers voor warm tapwater.WijkaanpakVeel gemeenten bekijken nu per wijk welke oplossingen het handigste zijn. Volgens de onderzoekende partijen kan die wijk-voor-wijk-aanpak ten koste gaan van een goede aanpak op gemeentelijk niveau. Sommige wijken zijn te klein  voor de toepassing van duurzame energie als geothermie of restwarmte. Dat wil echter niet zeggen dat de toepassing niet geschikt is voor de gemeente. “Een overkoepelende strategie op gemeente of regionaal niveau is dan ook noodzakelijk om evenwichtige warmteplannen voor naburige wijken te realiseren waarin de potentie van grote, duurzame warmtebronnen ook wordt meegenomen”, stellen de vijf partijen.CO2-reductie met warmtenetDe inzet van een warmtenet levert een CO2-besparing op. Die besparing kan in 2030 maximaal tachtig procent zijn; CO2-vrije energie is niet mogelijk. De CO2 die uitgestoten wordt, is afkomstig uit een warmtecentrale die de piekvraag opvangt. Deze centrale wordt door gas gevoed. “Om 100% CO2 reductie te realiseren moet een duurzame oplossing gevonden worden voor de piekvraag en moet de elektriciteitsvoorziening nog duurzamer worden”, concluderen de onderzoekers.Bron: DNV GL | Afbeelding: Adobe Stock