Emma Rotman 03 april 2020, 13:38

Coronacrisis en de landbouw: doorbraak voor lokaal voedselsysteem?

Veel boeren hebben het moeilijk door de coronacrisis, maar er ontstaan ook nieuwe kansen voor de landbouw. Terwijl traditionele afzetkanalen opdrogen, draaien lokale supermarkten en boerderijwinkels beter dan ooit. Is deze crisis een doorbraak voor een lokaal voedselsysteem?

Streekproducten

De landbouw heeft in de coronacrisis een cruciale rol gekregen, ziet doctor Martin Scholten, algemeen directeur dierwetenschappen bij Wageningen University & Research (WUR). “Mensen gingen hamsteren, ze waren bang dat er onvoldoende voedsel zou zijn. Er is ineens veel meer bewustzijn ontstaan van het belang van de landbouw in de voedselvoorziening.”

Dat is opvallend, want 80 procent van het voedsel in de supermarkt komt uit het (verre) buitenland. De connectie tussen de Nederlandse landbouw en de Nederlandse consument is dus vrij zwak. “Het is bijzonder dat mensen in paniek raken als de aardappelen in de supermarkt op zijn, terwijl de aardappelboeren met boerderijverkoop op een paar kilometer afstand zitten. Die hebben aardappelen genoeg”, zegt Scholten.

Klappen

De supermarkten beleven drukke tijden, maar met de sluiting van de horeca en bedrijfskantines vallen twee grote afzetkanalen van de boeren volledig weg. “De Nederlandse landbouw onderscheidt zich met producten in het hoge kwaliteitssegment. Die worden vooral gebruikt in de horeca. Daar vallen de klappen”, zegt Scholten.

Sommige boeren komen samen met hun afnemers tot oplossingen. Bijvoorbeeld Kipster, bekend van de klimaatneutrale eieren, en supermarkt Lidl. Kipster levert normaal gesproken aan de Efteling en aan bedrijfscateraar Albron, maar hun restaurants en kantines zijn nu gesloten. Lidl heeft juist heel veel vraag, dus die heeft het overschot van Kipster opgekocht voor een eerlijke prijs.

Meer afzet supermarkten

Aan de andere kant zorgt het hamsteren ervoor dat Nederlandse supermarkten meer producten afnemen bij Nederlandse boeren. In de contracten met leveranciers en de veilingen was namelijk niet voorzien in een piek. “Die extra vraag kun je niet opvangen met extra import. Daardoor komen de Nederlandse boeren nu meer in beeld”, legt Scholten uit.

Die extra afzet bij supermarkten is echter niet voldoende om de wegvallende afzetmarkten op te vangen. Bovendien betwijfelt Scholten of het een blijvende ontwikkeling is. “Ik weet niet of de supermarkten logistiek in staat zijn om met kortere, kleinere ketens te werken. Sommige werken wel met schappen met streekproducten, maar dat is wel altijd een marginaal deel.”

Export kwetsbaarder

Nederland importeert niet alleen veel; we exporteren ook 75 procent van wat we produceren. Brancheorganisatie LTO stelt dat het transport van landbouwproducten duurder en lastiger wordt, doordat logistieke processen vastlopen. Ook daalt de afzet in andere landen waar het virus om zich heen grijpt. “Als je volledig produceert voor de export, dan heb je het nu moeilijk”, concludeert Hanneke van Ormondt, woordvoerder van Caring Farmers. De organisatie verenigt boeren die werken aan natuurinclusieve kringlooplandbouw. “Internationale handel is op dit moment kwetsbaarder.”

Zover wil Scholten niet gaan. “Export is een breed begrip. We exporteren als land bijna 80 procent van het geproduceerde voedsel, maar daarvan gaat driekwart naar buurlanden binnen een hele korte straal. We noemen dat ook wel ‘de binnenmarkt’. De grenzen binnen Europa raken dicht voor personenvervoer, maar niet voor transport van voedsel. Daar zie ik nog niet direct een probleem in de afzet. Voor specifieke producten als melkpoeder, pootaardappelen en bloemen ligt dat anders. Die worden ook naar buiten Europa geëxporteerd en daar zie je wel effecten.”

Ondernemerskansen

Waar Van Ormondt en Scholten het wel over eens zijn, is dat de coronacrisis ondernemerskansen biedt voor boeren die zich richten op de thuismarkt. Scholten noemt Low Food, de beweging van chefkok Joris Bijdendijk, Joris Lohman van Food Hub en food-ondernemer Samuel Levie waarin een duurzaam, lokaal voedselsysteem centraal staat. “Dit is het moment om te laten zien dat dat kan. Mensen denken na over waar hun voedsel vandaan komt, de nationale saamhorigheid, het gevoel dat we goed om onze boeren moeten denken. Dit kan een doorbraak zijn voor een specifieke vorm van landbouw die tot nu toe moeite had om het marktaandeel te vergroten.”

'Mensen ontdekken nu dat je ook in de buurt je voedsel kunt halen'

Dat blijkt ook uit het feit dat boerderijwinkels, detailhandel en lokale supermarktjes drukker bezocht worden dan ooit. Ook ontstaan er allerlei initiatieven waarmee burgers lokale boeren en voedselproducenten ondersteunen. Bijvoorbeeld de ‘Support Your Locals Box’, een initiatief van Samuel Levie. “De coronacrisis zorgt ervoor dat mensen op zoek gaan naar dit soort initiatieven om ondernemers in de buurt te steunen. Zij ontdekken nu dat je ook in de buurt je voedsel kunt halen. Daardoor blijven ze dat misschien ook wel doen in de toekomst”, zegt Van Ormondt.

Zij verwacht niet dat de consument door de naderende recessie juist minder geld gaat uitgeven aan voedsel. “Er zijn absoluut mensen die geen streek- of biologische producten kunnen betalen, omdat die vaak toch wat duurder zijn. Maar gemiddeld geven Nederlanders in Europa het minst uit aan eten. De meeste mensen kunnen makkelijk wat meer betalen. Zij worden niet geremd door een financiële hobbel, maar door een gebrek aan kennis over de voordelen van lokaal en gezond voedsel. Wie weet komt daar nu verandering in.”

Arbeidskrachten

Van Ormondt ziet op de korte termijn ook een kans op het gebied van arbeidskrachten. Veel boeren maken zich zorgen dat er door de coronacrisis straks te weinig arbeidskrachten uit het buitenland komen. “Daar zijn dus veel mensen nodig, terwijl mensen in andere sectoren op het moment geen werk hebben. Voor hen is dit misschien wel een geweldige kans om te ervaren waar hun voedsel vandaan komt.”

Kringlooplandbouw

De coronacrisis kan volgens Scholten de transitie naar kringlooplandbouw versnellen. “Dat is een veelzijdige landbouw die beter past in de omgeving, gebaseerd op minder input en een sterkere connectie tussen producent en consument. Daarvoor is deze crisis een steuntje in de rug.”

De stikstofcrisis kan wel voor een uitdaging zorgen. Die is in de media wat ondergesneeuwd geraakt, maar is nog lang niet is opgelost. Deze week nog was de Landbouwcoalitie, waarin de grote boerenorganisaties vertegenwoordigd zijn, verre van enthousiast over de plannen van minister Schouten om de stikstof-uitstoot van de landbouw verder te verlagen. “Kringlooplandbouw kan absoluut een rol spelen in het verlagen van die stikstof. Maar veel boeren hebben het gevoel dat zij alle klappen moeten opvangen, dus zij staan daar niet zo welwillend tegenover.”

Omdenken

Dat sentiment kan Scholten wel begrijpen. “Maar je moet ook durven omdenken. Je kunt op dezelfde voet doorgaan, maar je kunt ook ondernemerschap tonen en je op een veranderende economie richten. De consument ontdekt nu de streekproducten en als boer zou ik daar zeker in meegaan. Daar liggen toekomstige verdienmodellen.”

Bovendien is het belangrijk om verder vooruit te kijken, voorbij de coronacrisis. Scholten wijst erop dat veel economen een herordening van de economie voorspellen als de crisis lang genoeg duurt. “Zij voorzien dat de mondiale economie waarop we nu sterk gericht zijn een veer zal laten, ten gunste van een meer regionale economie. De wereldwijde handel in allerhande producten is natuurlijk ook een drive achter de verspreiding van dit soort virussen. Ik denk dat deze crisis wel kan leiden tot een boost van micro-economieën. Overal, maar ook zeker in de landbouw.”

'Na een crisis komt altijd wederopbouw. En daarin wordt ondernemerschap vaak beloond'

Wederom pleit Scholten voor ondernemerschap om op die transitie in te spelen. “Na een crisis komt altijd wederopbouw. En daarin wordt ondernemerschap vaak beloond.”

Hoopvol over de toekomst

De waardering die boeren en andere vitale beroepen nu krijgen van de maatschappij maakt Van Ormondt hoopvol over de toekomst. “Hopelijk kunnen we dat vasthouden. En wie weet is de consument daardoor straks ook bereid om iets meer geld uit te geven aan voedsel.”

Scholten sluit zich daarbij aan. “Nederland zonder boeren is ondenkbaar, we hebben een vruchtbaar land en zoveel kennis, dus we zijn in staat om een mooi product voort te brengen met waarde. En ik zie zoveel kansen voor de boeren. Misschien op andere markten dan in het verleden, maar misschien was dat ook wel heel erg nodig. Een maatschappij die in beweging is, die moet je bedienen.”

Lees ook: 'De coronacrisis als businesscase voor systeemverandering'

Beeld: AdobeStock

Nieuwe verzekeraar geeft geld voor claims aan goed doel

Vanaf vandaag kan iedereen die dat wil een aansprakelijksheid- of inboedelverzekering afsluiten. Daarbij kiest de klant een goed doel waar hij of zij niet uitgekeerde premies aan wil geven. In Nederland kan gekozen worden uit acht goede doelen, waaronder KiKa en KNGF Geleidehonden.B-corp certifiedLemonade is de enige B-corp gecertificeerde verzekeraar in de Benelux. Het betekent dat het bedrijf een aantoonbare positieve impact heeft op de maatschappij. Dat doet de verzekeringsmaatschappij door een deel van het geld dat het overhoud aan premies weg te geven aan goede doelen. In het jaar van oprichting, 2017, was dat 50.000 dollar (destijds 10 procent van de omzet). Vorig jaar was dat bedrag gestegen tot 630.000 dollar.Lees ook: Hoe verzekeraar a.s.r duurzaam werdCEO Daniel Schreiber denkt dat Lemonade het anders aanpakt dan de meeste verzekeraars. “Bedrijven verdienen hun geld door ‘nee’ te zeggen op claims van klanten. Wij doen het anders: we houden een standaardbedrag achter voor winst, personeel, kantoren enzovoort. De rest van de onuitbetaalde claims gaat naar goede doelen, die gekozen worden door onze klanten. Zo voorkom je een conflict of interest tussen ons en de klant.”Kunstmatige intelligentieOm het geld dat nodig is voor overhead laag te houden gebruikt Lemonade kunstmatige intelligentie. Het afhandelen van claims kan volgens het bedrijf voor een groot deel volautomatisch. Een derde van alle claims kan van begin tot eind uitgevoerd worden door het algoritme van Lemonade. En 98 procent van de claims kan worden aangenomen door de robot. Daarna handelt een mens in tweederde van de gevallen de claim af en zorgt voor de uitbetaling.In de VS en Duitsland, waar Lemonade al langer bestaat, trekt het bedrijf vooral jongeren aan die voor het eerst een verzekering afsluiten. “Als mensen over onze tweeten noemen ze de verzekering ‘leuk’ en ‘snel’ en stippen ze het maatschappelijke doel aan.” Misschien dat het gemak van een app waarmee claims snel in behandeling worden genomen veel millennials aanspreekt.Lees ook: Welke zorgverzekeraar scoor het hoogst op duurzaamheid?WinstmodelDe vraag is waarom Lemonade nog steeds kiest voor een winstmodel. Univé, een Nederlandse verzekeraar, is bijvoorbeeld een coöperatie zonder winstoogmerk. De winst wordt in het bedrijf gestoken voor verbetering van diensten en meer gemak voor de klant. Volgens Schreiber zorgt het winstmodel van Lemonade echter voor een unieke vorm van liefdadigheid. “Wij laten zien hoe winstgedreven bedrijven grote impact kunnen hebben en op grote schaal geld kunnen doneren. Ondertussen zijn onze klanten tevreden, omdat ze verzekerd zijn en samen iets doen voor het goede doel; het model brengt het beste in iedereen naar boven.”Bron: Lemonade | Beeld: Adobe Stock