Hannah van der Korput
02 juli 2024, 07:00

Crisp verkoopt aardappelen en asperges van regeneratieve boeren: ‘Moeten er steeds meer worden’

Bij Crisp liggen versproducten in het magazijn die op een regeneratieve manier zijn geteeld. De online supermarkt breidt het assortiment de komende jaren verder uit. In 2030 moet minstens 30 procent van de verkochte groente en fruit afkomstig zijn van regeneratieve boerderijen.

NIEUW V2 1 CEO Tom Peeters: 'We willen dat regeneratieve producten onderdeel worden van de dagelijkse boodschappen.' | Credits: Crisp

Hoewel regeneratieve landbouw beter is voor de bodem, de biodiversiteit en de kwaliteit van de producten, gebeurt het nog maar op kleine schaal. Daar wil Crisp-CEO Tom Peeters verandering in brengen. “Onze focus ligt op vers voedsel. Daarbinnen vormen groente en fruit de grootste categorie. Zo’n 35 procent van alles wat we bij Crisp verkopen, bestaat uit groente en fruit. Dat is de hoek waarin we impact kunnen maken. Nederland bestaat voor meer dan de helft uit landbouwgrond. Op veel van die grond wordt geteeld in monocultuur. Dat put de bodem uit. Om de bodem en ecosystemen te herstellen, is een ander landbouwsysteem nodig. Daarom zetten we in op regeneratieve landbouw. De producten die daaruit voortkomen, vermarkten we met Crisp aan de massa. Dat is nodig. Zet de huidige trend namelijk door, dan wordt in 2030 slechts één procent van de landbouwproducten in Nederland regeneratief verbouwd. Dat is veel te weinig. Klanten van Crisp kunnen vanaf nu regeneratieve producten bestellen. Zo wakkeren we de markt aan. Hopelijk inspireren we andere voedselaanbieders om ook mee te doen.”

Vier regeneratieve boerderijen

De afnamecontracten met de eerste vier regeneratieve boerderijen zijn rond. De samenwerkingen zijn ontstaan vanuit het ketencollectief ‘Boeren Natuurlijk’, een initiatief van MVO Nederland dat boeren helpt om te schakelen naar een natuurlijke vorm van landbouw.

De online supermarkt haalt groene asperges, rabarber en zacht fruit van permacultuur-boerderij Schevichoven. Klompe Landbouw verzorgt de aardappelen, waar strokenteler Zonnegoed pompoenen, penen en knolgroenten verbouwt. De bladgroenten en komkommers van boerderij Botmas liggen ook in het magazijn. “Het zijn allemaal boeren die voedselproductie combineren met natuurherstel. De producten komen rechtstreeks van Nederlandse boerderijen. Dat maakt de keten kort en de prijs aantrekkelijk. Dat laatste is belangrijk, want we willen dat regeneratieve producten onderdeel worden van de dagelijkse boodschappen. Tegelijkertijd willen we met Crisp compleet genoeg zijn. Op dit moment zit er nog wat grilligheid in het regeneratieve aanbod. Dat maakt dat we ook nog alternatieven verkopen. We bewegen er wel naartoe dat we het assortiment met regeneratieve producten steeds verder uitbreiden. Het moeten er steeds meer worden.”

Wisselend assortiment

Welke producten er precies in de digitale supermarkt liggen, verschilt per seizoen. “De boeren verbouwen diverse producten die gedurende het jaar beschikbaar zijn. Niet alles groeit in de zomer of in de winter, dus het assortiment rouleert. Daarnaast heeft het weer invloed op de oogst. Het natte voorjaar was perfect voor de naaktslak. Gangbare boeren pakken de spuit en de slakken zijn weg. Regeneratieve boeren doen dat niet, waardoor het aanbod minder zeker is.”

Volgens Peeters is dat geen ramp. “Er heerst een beeld dat de consument altijd alles beschikbaar wil hebben. Dat is niet onze beleving. Mensen snappen echt wel dat er meer slakken zijn wanneer het veel regent en dat dat wat met de opbrengst doet. Dat is hoe de natuur werkt. Als je mensen naar een andere oplossing nudget, dan is er heus begrip voor wanneer een bepaald product even niet verkrijgbaar is. Dan eten mensen bijvoorbeeld een keer geen asperges, maar prei. Dat is ook prima.”

Communicatie

Communicatie is daarin belangrijk, zegt Peeters. Dat geldt overigens ook voor het hele concept van regeneratieve landbouw. “Het is zinvol om onze klanten te vertellen over onze verschuiving naar regeneratieve producten en waarom dat beter is voor de wereld. Maar ik denk dat we het vooral dicht bij de consument moeten houden. Dat we vertellen dat we groene asperges hebben die onbespoten en heel vers zijn, doordat ze rechtstreeks van de boer komen. Aan bestrijdingsmiddelen worden steeds meer ziektes gekoppeld, dus het is relevant voor klanten om te weten dat deze producten gifvrij zijn. Ook gaan we het aanbod regeneratieve producten verwerken in onze recepten, waardoor het hopelijk de default keuze wordt.”

Crisp koopt groene asperges, rabarber en zacht fruit in bij permacultuur-boerderij Schevichoven. | Credit: Crisp

Wilder Blond bier

Hij wijst naar het Wilder Blond bier, een ander product met een duurzame insteek. “Dat is een 0,3 procent blond biertje in samenwerking met Wilder Land”, licht hij toe. “Die partij zaait bloemen en kruiden in langs akkers om de biodiversiteit te verbeteren. Die bloemen en kruiden worden oorspronkelijk verwerkt in thee, maar het kan ook prima in bier. Momenteel is Wilder Blond het bestverkochte biertje van alle bieren bij Crisp. Het product is hartstikke lekker en daardoor komen mensen in beweging. Dat hopen we ook de bereiken met het regeneratieve aanbod groente en fruit. In mijn ogen bewijst Wilder Blond dat goed doen en commercie prima samengaan.”

B Corp

Crisp kan inmiddels de B Corp-certificering achter zijn naam schrijven. Dat betekent dat de online supermarkt voldoet aan eisen op het gebied van milieuprestaties, transparantie en sociaal-maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Crisp is een relatief jong bedrijf. We zijn zes jaar geleden begonnen. Een aantal zaken hebben we vanaf het begin af aan goed gedaan. Zo hebben we een divers team opgebouwd, omdat we geloven dat dat het beste werkt. We gaan netjes met leveranciers en werknemers om, omdat we vinden dat dat hoort. Dat zijn allemaal zaken die meetellen op het moment dat je B Corp wil worden.

Al is die certificering natuurlijk niet het einddoel”, vervolgt hij. “Het dient eerder als een soort roadmap. Het laat zien wat al goed gaat en wat nog beter kan. Met een score van 109 punten zijn we al goed op weg, maar we zijn er nog niet. Er is nog werk aan de winkel als het gaat om de CO2-emissies in onze keten. Bij onze toeleveranciers zit de meeste CO2-uitstoot. We werken met meer dan 1.000 verschillende partijen, dus het is lastig en complex om dat te verlagen. Maar we zijn gemotiveerd. Het is echt een speerpunt van de komende jaren.”

Lees ook:

Nederland had in tweede kwartaal 6 dagen kunnen draaien op weggegooide groene stroom

Dat blijkt uit de maandcijfers van Energieopwek.nl, een samenwerking van het Nationaal Klimaat Platform met EnTranCe/Hanzehogeschool Groningen, Tennet en Gasunie. Meeste zonne-energie In de afgelopen maand juni groeide de productie van hernieuwbare energie met 9 procent ten opzichte van vorig jaar. Dat kwam vooral doordat er sindsdien meer windmolens staan. Op land wekten die 15 procent meer energie op, op zee zelfs 35 procent. Van alle verbruikte energie is 20 procent elektriciteit. In totaal was bijna tweederde (64 procent) van alle Nederlandse stroom die in juni werd opgewekt groen. Vorig jaar was dat nog 56 procent. Zonnepanelen hadden hierin het grootste aandeel: 38,1 procent. Dat is net zoveel als vorig jaar, maar dat kwam omdat het de afgelopen maand minder zonnig was dan tijdens de hittegolf in 2023. Overschotten nemen toe Omdat de capaciteit van wind- en zonne-energie blijft toenemen, zijn er steeds vaker overschotten aan groene stroom. Vooral op zonnige en winderige dagen in het weekeinde, als de vraag laag is. De overschotten zullen de komende jaren alleen maar toenemen, alleen al omdat er tientallen gigawatts aan nieuwe windparken op zee bijkomen. Door overbelasting en capaciteitstekorten op het elektriciteitsnet (netcongestie) en door minder vraag, kan deze stroom niet altijd aan bedrijven en andere afnemers geleverd worden. Exporteren naar het buitenland, wat we nu vaak doen, wordt minder makkelijk omdat andere Europese landen zelf ook meer groene stroom opwekken. Vaker negatieve stroomprijzen Op dat soort momenten is de stroomprijs negatief. Dit jaar was dat al 286 uur het geval. Ter vergelijking: in heel 2023 was de stroomprijs 372 uur negatief. Producenten zetten dan hun panelen uit of hun turbines stil, omdat ze er geen geld mee kunnen verdienen of het net hun geleverde stroom niet aan kan. Zolang die groene stroom niet opgeslagen kan worden in batterijen of waterstof, wordt die dus niet ‘geoogst’ en weggegooid.Zes dagen aan stroom weggegooid Energieopwek heeft berekend dat in de afgelopen drie maanden, elke keer dat de prijzen negatief waren, er 6 gigawatt aan windmolens en zonnepanelen werd uitgezet. Dat betekent dat er in die maanden voor 1.700 gigawattuur aan groene stroom is weggegooid. Ter vergelijking: het totale stroomverbruik van Nederland is ongeveer 300 gigawattuur per dag, dus het land had er bijna zes dagen op kunnen draaien. Met die stroom hadden ook gascentrales minder vaak hoeven draaien en zou in het tweede kwartaal 350 miljoen kuub aardgas zijn bespaard. Lees ook: Record aan zonne-energie in natste meimaand ooit‘Perfect storm’ treft zonnepanelenbranche: vraaguitval, politiek gedoe en slechte persNederland nu ook wereldkampioen zonne-energieNederland exporteert overschot aan groene stroom steeds vaker naar het buitenland