Hannah van der Korput
17 juni 2024, 11:46

De Natuurherstelwet komt er dankzij Oostenrijk toch

De Natuurherstelwet leidde tot veel gesteggel tussen de Europese lidstaten, maar is nu toch een feit. Eerder vandaag stemden de milieuministers uit de 27 lidstaten over de wet. Het was een stemming waarin Oostenrijk een sleutelpositie had.

Getty Images 1459600228 Met de Natuurherstelwet moeten lidstaten meer zorg dragen voor de natuur. | Credits: Getty Images

Zo’n 80 procent van de natuur in Europa is er slecht aan toe. De Natuurherstelwet moet ervoor zorgen dat 30 procent van de aangetaste natuurgebieden in 2030 van een herstelplan is voorzien. In 2050 moet dit voor 90 procent van de natuurgebieden zo zijn.

Landbouw

De wet heeft vergaande gevolgen, onder andere voor de agrarische sector. Landbouwgebieden zijn door monocultuur en het gebruik van pesticiden arm aan dier- en insectensoorten geworden. Om de natuur te herstellen, moeten landbouwsystemen biodiverser worden. Dat leidt tot onrust op veel boerenbedrijven. In heel Europa kwamen boeren in opstand.

Daardoor brokkelde de steun voor de wet af. Diverse landen die aanvankelijk voor waren, stemden toch tegen. Demissionair minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof) stemde onder druk van de Tweede Kamer ook tegen de wet. Als tegemoetkoming werd de Natuurherstelwet op sommige punten afgezwakt, maar alsnog kon het niet rekenen op een meerderheid.

Oostenrijk

Tot nu. Doordat Oostenrijk instemt, is er genoeg steun voor de wet. Nederland, Italië, Polen, Zweden, Finland, Hongarije en België steunden de wet bij de stemming in Luxemburg niet. Maar de voorstanders haalden samen de benodigde meerderheid (van 55 procent van de landen en 65 procent van de inwoners van de EU).

Groenere steden en meer ruimte voor rivieren

Met de Natuurherstelwet moeten lidstaten meer zorg dragen voor de natuur. Dat houdt onder andere in dat steden straks netto geen bomen laten verdwijnen. Als er een boom wordt weggehaald, moet elders een nieuwe worden aangeplant. De wet schrijft ook voor dat rivieren natuurlijker moeten lopen, zonder dat ze last hebben van menselijke vindingen zoals kribben en dijken. Het ononderbroken stromen van rivieren zorgt voor meer biodiversiteit onder water, terwijl het periodiek onderlopen van stukken land naast rivieren voor een rijk en gevarieerd landschap op de oevers zorgt.

Opgelucht

Voorstanders van de wet zijn opgelucht. Waar op dit moment België nog voorzitter van de Europese Raad is, wordt het stokje per 1 juli overgedragen aan Hongarije. Voor de nieuwe voorzitter lijkt de wet minder prioriteit te hebben. Binnenkort treedt ook een nieuwe Europese Commissie aan, die waarschijnlijk minder vooruitstrevend klimaat- en milieubeleid zal gaan voeren. Diezelfde trend is te zien bij veel lidstaten. Rechtse en conservatieve partijen hebben tijdens de afgelopen verkiezingen een stuk meer zetels weten te veroveren. Zij zijn veelal kritisch op klimaatbeleid.

Lees ook:

Gerrit Hiemstra bouwde zelf een biobased huis, bouwbedrijf BAM gaat er duizenden neerzetten

Dat klimaatverandering een serieus probleem is, hoef je oud-weerman Gerrit Hiemstra niet te vertellen. “Wie kijkt naar grafieken die de temperatuurstijgingen weergeven, ziet dat de lijnen omhoog schieten. Gaan we op dezelfde voet door, dan hebben we de opwarming van anderhalve graad in 2033 bereikt. En dat gaan we merken. We zullen meer extreme weersomstandigheden gaan zien. Die trend is al in gang gezet. Kijk naar de recente overstromingen in het zuiden van Duitsland of de warme zomers in het zuiden van Europa. Ook in Nederland komen deze extremen voor: het beeld van een onder water gelopen Limburg kunnen we vast nog wel voor de geest halen.” Biobased bouwen “Het klimaat verandert snel”, vervolgt hij. “Dat komt door ons. Elke kilo fossiele brandstoffen die wij gebruiken, draagt bij aan klimaatverandering. Dat betekent dat we ons gedrag moeten aanpassen. Hoe we eten, hoe we op vakantie gaan en ook hoe we wonen. De cementproductie alleen is verantwoordelijk voor ongeveer 8 procent van de jaarlijkse wereldwijde CO2-uitstoot. Dat percentage kunnen we naar beneden brengen door niet met stenen, maar met natuurlijke materialen te bouwen. Oftewel, biobased bouwen.” Comfortabel wonen Hiemstra heeft daar zelf ervaring mee. Hij bouwde zijn eigen, biobased huis. “Het skelet is gemaakt van hout en de buitenmuren zijn opgebouwd met hennepblokken. Naast duurzaam is het vooral ook comfortabel wonen. Hout is een natuurlijk materiaal dat warmte en kou gemakkelijk opslaat. Het voelt warm aan en zorgt voor een gezond binnenklimaat. Ik zou niet anders meer willen.” De toekomst is hout Ook bij BAM zien ze de vele voordelen van houtbouw. “Hout is een van de duurzaamste bouwmaterialen die er zijn”, zegt commercieel manager Romy Ran. “Het komt uit de natuur en is onuitputtelijk. Na de oogst groeit het weer aan, zeker met duurzaam bosbeheer. Hout is sterk, goed isolerend en licht in gewicht. Dat laatste is belangrijk voor de bouw, omdat het de weg vrijmaakt voor elektrisch bouwen. Dat voorkomt CO2-uitstoot op de bouwplaats.” “Over die uitstoot gesproken”, vervolgt ze, “houtbouw zorgt voor een CO2-reductie van 50 procent. Een traditionele woning van steen stoot 50 ton CO2 uit tijdens het bouwproces. Bij het bouwen van een houten woning is dat 25 ton. Maar dat niet alleen: een houten woning slaat ook CO2 op.” Flow-woningen Het is dus niet gek dat het bouwbedrijf inzet op houten huizen. Dat doet het met het woonconcept Flow, wat bestaat uit een combinatie van houtskeletbouw en massieve houtbouw. Er is gekozen voor cellulose als biobased isolatiemateriaal. De gevels van de woningen bestaan uit minerale gevelstrips. Deze worden gebakken op 70 graden in plaats van de 1.000 graden die nodig is voor bakstenen. Fabriek in Noord-Holland Flow-woningen worden digitaal ontworpen, waarna de bouwtekeningen naar de fabriek in Oudkarspel worden gestuurd. Daar wordt het ontwerp daadwerkelijk geproduceerd. Volgens Ran biedt het ontwerpproces meer dan genoeg keuzevrijheid. De indeling, dakvorm, keuken, een mogelijke uitbouw of dakkapel: het kan allemaal worden ingetekend. De houten elementen van de Flow-woningen worden gemaakt in de fabriek in Oudkarspel.Losse modules De houten huizen bestaan uit losse modules die op de bouwplaats in elkaar worden gezet. Een groot voordeel is dat deze achteraf weer uit elkaar kunnen worden gehaald. “Met beton werken we met zogenoemde natte verbindingen, waardoor het lastig is om de materialen weer uit elkaar te halen en te hergebruiken”, licht Ran toe. “Deze houten woningen bestaan uit droge verbindingen, waardoor alle elementen uit elkaar te halen zijn en de grondstoffen dus niet verloren gaan.” Modulair bouwen levert een aanzienlijke tijdwinst op. “De bouwtijd is zo’n drie maanden. Dat is 75 procent sneller dan de traditionele bouwtijd. Doordat de huizen in de fabriek worden geproduceerd, wordt het bouwproces sneller en efficiënter. Dat verlaagt de kosten aanzienlijk en komt de betaalbaarheid van de woningen ten goede.” Alleen nog maar hout Inmiddels worden er Flow-woningen gerealiseerd in onder andere Doetinchem en Barendrecht. Dat BAM vol inzet op dit concept, blijkt uit het feit dat het voortaan enkel nog deze huizen in de markt gaat zetten. “Alle nieuwe conceptuele projecten die we doen, bestaan uit deze duurzamere woningbouw. We werken nog oude projecten af, waardoor we nu in een soort overgangsperiode zitten. Dit woonconcept is duurzamer, sneller en bovendien betaalbaarder. We zijn ervan overtuigd dat dit de toekomst is.” Lees ook: Uit deze nieuwe fabriek komen kant-en-klare houten huizenHoe kunnen we blijven bouwen in tijden van netcongestie?Oude kantoren, nieuwe kansen: grootste vastgoedbedrijf van Nederland zet in op circulaire renovatie