Hannah van der Korput
13 augustus 2024, 10:56

Deze landen gaven hun voedingsrichtlijnen al een duurzame update

Wat we eten en drinken, maakt veel uit voor het klimaat. Steeds meer landen moedigen hun inwoners dan ook aan om gezonde én duurzame keuzes te maken. Van Oostenrijk tot Taiwan: in deze voedingsrichtlijnen wordt het duurzaamheidsaspect al meegenomen.

Getty Images 1214156032 In verschillende nationale voedingsadviezen voeren plantaardige producten de boventoon. | Credits: Getty Images

Oostenrijk

Onlangs presenteerde Oostenrijk zijn vernieuwde voedingsaanbevelingen. Het nationale advies in een notendop? Meer plantaardig en minder vlees, vis en zuivelproducten. Daarmee voegt Oostenrijk zich bij een groeiende beweging van landen die pleit voor een gezond en duurzaam voedselsysteem.

Volgens de herziene richtlijn bestaat een gezond dieet uit 50 procent groenten en fruit, 25 procent volkoren granen en aardappelen, aangevuld met 25 procent eiwitten. Binnen die eiwitten wordt de nadruk gelegd op plantaardig. Met producten zoals tofu, tempeh, haverdrank en yoghurt op basis van soja hebben peulvruchten voor het eerst een eigen categorie.

Ook gaat het voedingsadvies in op seizoensgebonden, lokale en biologische producten om de milieu-impact te beperken. Minister van Sociale Zaken Johannes Rauch zei daar het volgende over: “Door bewust te kiezen voor regionale producten en de consumptie van dierlijke producten te verminderen, kan iedereen een waardevolle bijdrage leveren aan de strijd tegen klimaatverandering. Natuurlijk mag smaak niet worden verwaarloosd. Gezonde, klimaatvriendelijke en lekkere voeding is daarom geen contradictie.”

Duitsland

Een soortgelijke aanpak is te zien in Duitsland. Het Duitse Voedingscentrum, het Deutsche Gesellschaft für Ernährung (DGE), lanceerde dit jaar een nieuwe voedselcirkel. Daarin voeren plantaardige producten zoals fruit, groenten, noten en granen de boventoon. Er is een bescheiden plek voor dierlijke voedingsmiddelen zoals vlees, vis, eieren en zuivel. Concrete aanbevelingen zijn: houd het bij één ei per week en eet wekelijks niet meer dan 300 gram vlees. Duitsers aten in 2022 gemiddeld 1.000 gram vlees per persoon per week. Dat is ruim drie keer meer dan in de nieuwe richtlijn wordt aanbevolen. Het advies zorgde dan ook voor ophef, onder andere in de media. Bild, de grootste krant van Duitsland, kopte: ‘Slechts één worst per maand voor iedereen’.

In de Duitse voedingsrichtlijn is er een bescheiden plek voor dierlijke voedingsmiddelen zoals vlees, vis, eieren en zuivel. | Credit: DGE

Scandinavië

Ook in het noorden van Europa zijn er ontwikkelingen. Sinds kort gelden er nieuwe voedingsaanbevelingen in Denemarken, Noorwegen en Zweden: de Nordic Nutrition Recommendations. Deze schotelen de inwoners gezonde en duurzame voedingskeuzes voor.

Op het menu staan veel plantaardige ingrediënten zoals groenten, fruit, peulvruchten en volkorengranen. Ook noten en vis worden gepromoot. Aan de andere kant wordt gepleit voor een matige inname van zuivelproducten en beperkte inname van rood vlees en gevogelte. Verwerkt vlees, alcohol en bewerkte voedingsmiddelen met veel vet, zout en suiker worden afgeraden.

De voedingsaanbevelingen van de Scandinavische landen kreeg lof van onder andere Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie. “Ik feliciteer de Noordse Raad van Ministers met een indrukwekkend rapport en het inclusieve proces van openbare raadplegingen”, zei hij in een verklaring. “De algemene aanbeveling om over te stappen op een plantaardig dieet is in lijn met de huidige wetenschappelijke literatuur.”

Taiwan

Beef noodle soup, gestoomde buns met gemarineerd buikspek, gefrituurde kip: Taiwan heeft een vleesrijke keuken. Toch moet het land gaan minderen. Vorig jaar kondigde de overheid de Climate Change Response Act af. De wet bevat een set aan maatregelen om tegen 2050 een uitstoot van netto nul te bereiken. Eén van die maatregelen is het promoten van een plantaardig dieet.

Zo schrijft de wet voor dat veganistisch en lokaal geproduceerd voedsel onder de aandacht moet worden gebracht bij de Taiwanezen. Aan de overheid ook de taak om voedselverspilling terug te dringen.

Nederland

Hoe zit het met onze eigen Schijf van Vijf? Deze is opgericht in 1953 en al meerdere malen vernieuwd. Onlangs heeft het Voedingscentrum nog enkele criteria aangepast. Dit gaat dan vooral over zout- en suikerinname. Zo bleek dat er veel plantaardige eiwitdranken en -desserts door het zoutpercentage buiten de Schijf van Vijf vielen. Door het criterium voor zout te versoepelen, vallen meer alternatieven voor yoghurt binnen de voedingsrichtlijn.

Het hoofdadvies luidt: eet meer plantaardig en niet te veel vlees. Zo wordt aangeraden om maximaal 500 gram vlees per week te eten, inclusief vleeswaren. Zuivel wordt niet afgeraden, maar niet meer dan de aanbevolen hoeveelheden. Verder worden peulvruchten zoals linzen en kikkererwten minimaal een keer in de week aangeraden.

Het Wereld Natuur Fonds vindt dat de huidige officiële voedingsadviezen onvoldoende rekening houden met de natuur. De manier waarop wij in Nederland nu eten is niet duurzaam, schrijven zij op de website. Het draagt bij aan biodiversiteitsverlies, klimaatverandering, vervuiling, ontbossing en overbevissing. Daarom kwam de Nederlandse tak van het WWF met een Planeetaardige Schijf. Deze pleit voor meer noten, peulvruchten, soja en vleesvervangers in plaats van vlees en zuivel. De vleesconsumptie zou lager worden: van 0,5 tot 1,5 porties per week. Kaas wordt minder dan de helft van de huidige aanbeveling. Met het opvolgen van de adviezen van deze Planeetaardige Schijf gaat de milieu-impact van het Nederlandse menu met 50 tot 80 procent omlaag, schrijft het WWF.

De Nederlandse Schijf van Vijf. | Credit: Voedingscentrum

Lees ook:

Op het onderdeel ‘duurzaamheidsplannen’ veroveren maar zeven Olympische federaties een gouden medaille

Met vijftien gouden medailles en een zesde plek in de ranglijst waren het de succesvolste Zomerspelen voor Nederland ooit. Volgens de Olympische organisatie moest Parijs 2024 ook de meest duurzame editie ooit worden, onder meer door het gebruik van hernieuwbare energie, bestaande Olympische faciliteiten en duurzame mobiliteit. Of het streven uiteindelijk is gehaald, is nog niet bekend. Naar verwachting zal die kwestie de komende tijd nog worden onderzocht, al blijken veel maatregelen moeilijk te controleren. Goud, zilver en brons Wel valt er al iets te zeggen over de duurzaamheidsambities van olympische sportfederaties, zo blijkt uit recent onderzoek. Wetenschappers aan de University of Birmingham’s Centre for Responsible Business hebben namelijk de duurzaamheidsstrategieën van 34 internationale sportfederaties onder de loep genomen. Samen zijn zij verantwoordelijk voor alle huidige Olympische zomer- en wintersporten. Geheel in Olympische stijl kenden ze aan de openbare strategieën medailles toe: goud, zilver of brons. Sportfederaties die nog een flink tandje bij te zetten hebben, kregen een ‘DNF’, ofwel Did Not Finish. Er werd onder meer gekeken naar de aanwezigheid van een concreet uitgewerkte strategie, meetbare doelen en het bijhouden van resultaten. Sportfamilie Van de 34 federaties kregen er zeven een gouden plak: atletiek, biatlon, hockey, rugby, zeilen, schaatsen en skiën/snowboarden. De wetenschappers toonden aan dat die federaties niet alleen concrete strategieën hebben ontwikkeld om hun eigen bedrijfsactiviteiten en de evenementen die ze organiseren te verduurzamen, maar begrijpen ze ook dat hun gedrag doorwerkt op de wereldwijde ‘familie’ van amateursporters en toeschouwers. In een eerder interview met Change Inc. vertelde Twan van Schie (van de wielerploeg BEAT Cycling Club) dat sporters en federaties een voorbeeldfunctie hebben: “Onze eigen CO2-besparing is misschien relatief beperkt, maar als we andere mensen inspireren om het ook te doen, wordt die impact veel groter.”De duurzaamheids-medaillespiegel van (een deel van) de internationale sportfederaties.Twaalf federaties kregen een DNF, waaronder tennis, basketbal, zwemsporten (bijvoorbeeld zwemmen, waterpolo en schoonspringen) en badminton. Volgens de onderzoekers leveren die federaties ‘verwaarloosbaar weinig publiek bewijs van hun betrokkenheid bij duurzaamheid’. Ook geven ze aan dat sommige van die federaties wel bezig zijn met het organiseren van kleinschalige acties, zoals het aansporen van kantoorpersoneel om minder papier te gebruiken, maar dat een grootschalige ambitie mist. Een gemiste kans, stellen de wetenschappers. LA 2028 Het was inmiddels de derde keer dat de Olympische Zomerspelen in Parijs plaatsvonden. Daardoor kon er gebruik gemaakt worden van bestaande faciliteiten, hetgeen dus een CO2-winst zou opleveren ten opzichte van een locatie waar alles nieuw aangelegd moet worden. De volgende Zomerspelen (in 2028) worden gehouden in Los Angeles. Ook daar heeft het evenement drie keer plaatsgevonden. Volgens de organisatie moet de editie als eerste ‘energiepositief’ worden, wat wil zeggen dat er met hernieuwbare bronnen meer energie wordt opgewekt dan er gebruikt wordt voor de sportevenementen. Lees ook: Opmerkelijk: op de Olympische Spelen krijgt de Franse keuken een plantaardig tintjeHet Nederlandse CIRCULR. maakt van oude sportspullen weer nieuweDit Nederlandse bedrijf bedacht 's werelds eerste circulaire tennis- en padelbal