Aveline Bies 18 november 2015, 18:17

Duurzame stadslandbouw: ''Het moet zitten in het hele speciale''

Het Nederlandse technologiebedrijf Priva houdt zich bezig met stadslandbouw. Jan Westra, businessdeveloper bij Priva, pleit voor nieuwe businessmodellen om urban farming rendabel te maken.

2010 29 09 novonordisk lederne 0071

Het is belangrijk de partijen te prikkelen die veel waarde aan voedsel hechten.

Priva levert automatisering en waterbehandeling voor de glastuinbouw. Ook houdt het bedrijf zich bezig met het  computergestuurd regelen van het klimaat binnen in een gebouw, zoals de licht- en warmtevoorziening.

Priva ziet een businesscase in stadslandbouw, maar niet van het soort ''tuinieren voor de sociale cohesie; Je gaat in je voortuin staan en praat met de hele buurt", vertelt Westra, businessdeveloper bij Priva. ''Het begint bij ons wanneer mensen (semi-)professioneel aan de gang gaan''.

Zo bestaat er een voorbeeld van een kleine kas op het dak in Basel van de urban farmers. Zij verkopen hun tomaten en komkommers in een micro-supermarkt in de buurt voor vier keer de gewone supermarktprijs.

Superlocal voeding

Grond in de stad is duur. ''Je moet je geld verdienen door hele andere businessmodellen te zoeken, een van die kansen ligt in superlocal'', zegt Westra. Brightfarms – een bedrijf waarmee Priva samenwerkt – teelt groentegewassen op daken, wat voorkomt dat je een hoge grondprijs moet betalen. Zij kunnen een deel van hun afzet gelijk in de supermarkt beneden kwijt.

Versere groenten, die langer houdbaar zijn, zorgen voor minder voedselverspilling ''en blijkbaar zijn mensen bereid er veel meer voor te betalen, het voedsel is weer herkenbaar, je weet waar het vandaan komt en in sommige gevallen kun je zelfs kijken hoe het geteeld wordt'', zegt Westra. ''Ik denk dat het vooral moet zitten in het hele speciale''.

Foto: TonyTheTiger [CC BY-SA 3.0 or GFDL], via Wikimedia Commons

Vier gemeenten zetten wel in op duurzame mobiliteitsinkoop

Dat stelt Natuur & Milieu in een benchmark van het duurzame inkoopbeleid van 71 gemeenten, waarin Haarlemmermeer, Nijmegen, Beuningen en Wijchen goed scoren. De overige 67 gemeenten die in de eerste helft van 2015 een aanbestedingstraject voor mobiliteitsinkoop hebben doorlopen - nodig voor leerlingenvervoer, WMO-vervoer en vernieuwing van het eigen wagenpark - voldoen nauwelijks tot niet aan de afspraak om in 2015 100 procent duurzaam in te kopen. Slechts 20 procent hanteert minimumeisen en 75 procent stelt lagere of geheel geen duurzaamheidseisen bij de inkoop van mobiliteit.Natuur & Milieu stelt dat het achterblijven van een duurzaam inkoopbeleid te wijten is aan een gebrek aan kennis of capaciteit bij de betreffende diensten. In veel gemeentelijke aanbestedingen wordt duurzaamheid wel genoemd, maar concrete eisen blijven achterwege.Hogere minimumeisenOok de huidige minimumeisen voor duurzame mobiliteit uit 2011 moeten omhoog worden bijgesteld, meent de milieuorganisatie. Zo stelt Natuur & Milieu dat de huidige CO2-criteria veel minder ver gaan dan in de zakelijke markt, staan de eisen voor luchtvervuiling nog dieselvoertuigen zonder roetfilters toe en ontbreken maatregelen die geld opleveren, zoals zuinige banden.Door beter toezicht vanuit de Rijksoverheid en een betere monitoring moet de situatie verbeteren. Ook bepleit de organisatie gemeenten op om hun eigen verantwoordelijkheid op te pakken: "Mobiliteit heeft een grote impact op klimaat en luchtkwaliteit. Gemeenten zouden daarin het goede voorbeeld moeten geven. Een aantal koplopers laat zien dat het haalbaar, betaalbaar en effectief is", aldus Maarten van Biezen, hoofd Mobiliteit bij Natuur & Milieu. Bron: Natuur & Milieu | Foto: By The original uploader was Steevven1 at English Wikipedia (Transferred from en.wikipedia to Commons.) [CC BY 2.5], via Wikimedia Commons