Emma Rotman 22 december 2019, 10:20

Een hotdog of groene salade; hoe verkoop je gezond en duurzaam gedrag?

Keuzevrijheid bieden, de massa bedienen én de consument stimuleren om gezonder en duurzamer te eten; het is een ingewikkelde balans. Wat is de verantwoordelijkheid van retailers? Wetenschapper Joline Beulens doet onderzoek naar de potentie van nudging. ‘Gezonde keuzes maken is moeilijk als de alternatieven veel prominenter aanwezig zijn.’

Nudging gezond duurzaam

Over de invloed van een ongezond eetpatroon op aandoeningen als diabetes en hart- en vaatziektes bestaat weinig twijfel. Ook wordt de invloed van ons eetpatroon op het milieu steeds duidelijker. Toch vindt de consument het vaak lastig om gezondere keuzes te maken.

Joline Beulens, hoogleraar epidemiologie van leefstijl en cardiometabole ziekten aan Amsterdam UMC, kijkt daarom niet naar het individu, maar naar de omgeving. Haar team doet onderzoek naar nudging: het stimuleren van bepaalde keuzes, zonder het alternatief weg te nemen. “Je verandert iets in de keuze-architectuur: de manier waarop een bepaalde keuze wordt aangeboden ten opzichte van het alternatief", legt Beulens uit.

“Voedingsdeskundigen proberen al jaren om mensen individueel hun gedrag te laten aanpassen. Toch vallen veel mensen na verloop van tijd terug in oude patronen. Toen besloten wij: als je gezond gedrag wilt bevorderen, dan moet je ook echt naar de omgeving kijken.” Haar onderzoeksgroep richt zich daarom specifiek op de effecten van nudging in het stimuleren van gezonde keuzes.

Nudging in de supermarkt

Gezonde producten meer schapruimte geven, opvallender maken of posters ophangen waarop groenten gepromoot worden: het zijn allemaal vormen van nudging die in supermarkten kunnen worden toegepast. Sommige nudges richten zich op de sociale norm. “Bijvoorbeeld door aan te geven dat 80 procent van de klanten elke dag twee stuks fruit eet”, noemt Beulens. De informatie-nudge, zoals een logo voor bewuste of gezonde keuzes, richt zich meer op de voorlichting over gezondheid en duurzaamheid.

Supermarkten zien dergelijke nudges als een kans om gezonde en duurzame keuzes te bevorderen, ziet Jennifer Muller, manager duurzaamheid bij Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). De branchevereniging vertegenwoordigt alle grote supermarktketens en groothandels in Nederland en is in verschillende coalities actief bezig met het thema gezonde en duurzame voeding. 

Het onderzoek ‘Transparant, gezond & duurzaam’ is daarvan een voorbeeld. Daarin werkt 95 procent van de Nederlandse supermarkten samen met de Rijksuniversiteit Groningen en Wageningen University & Research. “Enerzijds richt het onderzoek zich op wat de consument drijft om duurzame en gezonde keuzes te maken en anderzijds op hoe supermarkten de consument daarin kunnen ondersteunen. De invloed en effectiviteit van logo’s en inrichting van schappen zijn daar voorbeelden van”, legt Muller uit.

Lees ook: 'Voedselonderwijs nodig voor duurzamer en gezonder voedingspatroon'

Keuzevrijheid

Toch blijft het vaak bij kortlopende pilots met relatief kleine nudges, stelt Beulens. “In de supermarkt zie je zoveel aanbod en reclame voor ongezonde producten, dat zijn eigenlijk nudges de andere kant op. Alles lijkt erop ingericht om juist de ongezonde keuze makkelijker te maken. Het is moeilijk om een goede keuze te maken als de alternatieven veel prominenter aanwezig zijn.” In het onderzoek van Beulens wordt daarom samengewerkt met supermarktketens om de gezonde keuze ook tot de makkelijkste keuze te maken.

“Keuzevrijheid voor de consument staat bij supermarkten hoog in het vaandel”, zegt Muller. Toch ziet zij steeds meer een verschuiving naar een gezond en duurzaam aanbod. Zo verruilen supermarkten de ongezonde producten bij de kassa steeds vaker voor non-food producten of gezonde alternatieven. “Je moet daarbij naar de bredere context kijken. Bij experimenten met fruit bij de kassa bleek bijvoorbeeld dat dat niet werd verkocht. En weggooien leidt dan weer tot voedselverspilling.”

Lees ook: Supermarkt zonder fossiel plastic: 'Kwestie van wilskracht'

Beulens sluit zich aan bij het argument voor keuzevrijheid, maar vindt dat retailers verder moeten gaan dan ze nu doen. “Ik denk dat er grotere veranderingen nodig zijn in het voedselaanbod. Als je op een aanbod van 20 procent iets nudget en 80 procent blijft hetzelfde, dan kun je je afvragen of dat voldoende is om verandering teweeg te brengen.”

Of nudging beter werkt dan het ongezonde aanbod helemaal weglaten, kan Beulens niet zeggen. “Het idee van nudging is juist dat je de keuze niet wegneemt, dus dat hebben wij nooit getest. Ik geloof erin dat mensen waarde hechten aan hun keuzevrijheid en dat verbieden daarom niet werkt. Mensen hebben het recht om soms keuzes te maken die minder gezond zijn. Het is dus deels een ethisch vraagstuk, maar ik denk ook dat het effectiever is als er iets te kiezen valt.”

Verleiding

Ook meubelgigant IKEA, die in haar restaurants een breed publiek aantrekt, zet sterk in op een gezond en duurzaam aanbod zonder het alternatief weg te nemen. “Twee dingen zijn voor ons cruciaal: smaak en betaalbaarheid. Als het niet aantrekkelijk en betaalbaar is voor iedereen, dan werkt het niet”, vertelt Marcel Ruttgers, country food manager bij IKEA. Daarom is 80 procent van het plantaardige aanbod in het restaurant goedkoper dan de alternatieven met vlees.

IKEA breidt het aanbod van plantaardige producten gestaag uit. De Indiase korma en Thaise curry bevatten bijvoorbeeld pulled oats, op basis van haver. “Die leveren zelfs meer eiwitten dan vlees.” Door samples uit te delen aan gasten probeert IKEA hen te verleiden om voor plantaardige alternatieven te kiezen. “Zonder met de vinger te wijzen, want we zijn er voor een breed publiek. Sommige mensen willen zichzelf trakteren als ze bij ons komen eten. De Zweedse balletjes en de hotdog zijn iconische IKEA-producten waar we trots op zijn, dus die zullen we ook behouden.”

Verdere ontwikkeling van het aanbod zal volgens Ruttgers altijd in de richting van gezond en duurzaam voedsel zijn. Dat betekent ook dat de promotie van de IKEA-restaurants zich vooral richt op gezonde en duurzame opties. Dat dat werkt, blijkt uit de populariteit van de veggiedog, het alternatief voor de hotdog. “Hoe meer we die promoten, hoe meer ze verkocht worden. Het aandeel is de laatste anderhalf jaar verdubbeld, ik verwacht dat we over een paar jaar meer veggiedogs verkopen dan hotdogs.”

Lees ook: IKEA over circulariteit: 'De hele organisatie werkt naar een circulair businessmodel toe'

Voor en achter de schermen

Ook supermarkten proberen hun klanten steeds meer te verleiden met gezonde producten. “Winkels nemen de consument mee in waar een product vandaan komt en hoe je het lekker kunt bereiden. Het aardappel, groente en fruitschap staat in steeds meer winkels prominent vooraan, zodat de consument bij binnenkomst een aantrekkelijk schap met groente en fruit ziet. En supermarkten promoten vaker seizoensgroenten, een gezonde en duurzame keuze die vaak ook nog eens voordeliger is”, vertelt Muller.

Toch vinden de grootste veranderingen achter de schermen plaats. Zo ondertekende het CBL het Akkoord Verbetering Productsamenstelling, dat tot doel heeft de zout-, vet- en suikergehaltes in producten te verminderen. Muller: “Zo maken we het aanbod in de breedte gezonder, zonder dat het duurder wordt.”

Het ideaalplaatje?

Keuzevrijheid is voor Beulens, Ruttgers en Muller essentieel; toch nemen zij hun verantwoordelijkheid om duurzame en gezonde keuzes te stimuleren. Wat is volgens hen het ideaalplaatje? De supermarkt zou volgens Beulens meer ruimte moeten geven aan versproducten. Ook moet de verhouding gezond – ongezond worden omgedraaid. “Nu valt het grootste deel van het aanbod niet binnen de Schijf van Vijf, dat zou andersom moeten zijn.”

Muller ziet die ontwikkeling nu al: “Het aanbod in supermarkten wordt steeds gezonder en duurzamer en de consument vraagt er vaker naar. Die trend zal zich in de toekomst verder doorzetten.”

Voor Ruttgers is het ideale IKEA-restaurant geen toekomstmuziek; het opende dit najaar haar deuren in Amsterdam. Het is wereldwijd een van de eerste IKEA-restaurants met een free flow-concept: gasten kunnen bij verschillende ‘stations’ hun product naar wens uitkiezen. Het concept moet gasten inspireren om te kiezen voor gezond en duurzaam. Zo heeft het restaurant een saladebar, smoothiebar en grillstation, waar naast de steak en zalm ook een plantaardige burger wordt geserveerd. Allemaal vers bereid onder het oog van de gast. “De klantervaring staat centraal en die gaat veel verder dan het aanbod.”

Dit artikel is onderdeel van de themamaand Food & Health, waarin we trends en innovaties laten zien die het voedselsysteem verduurzamen. Lees hier wat je verder kunt verwachten.

Foto: de saladebar in het restaurant van IKEA in Amsterdam. Door producten vers te bereiden wil IKEA gasten stimuleren duurzame en gezonde keuzes te maken.

Beeld: CBL, IKEA

‘Als je iets tegen voedselverspilling doet, dan heb je meteen rendement’

“Als voedselverspilling een land zou zijn, dan zou het de derde grote CO2-producent zijn, na China en de Verenigde Staten”, weet Margit van den Berg, projectmanager duurzaamheid bij Rabobank. Voedselverspilling verminderen levert direct CO2-besparing én euro’s op. Toch zetten bedrijven er niet massaal op in. Hoe zit dat?Die vraag stelde Margit van den Berg zichzelf ook. “Als Rabobank dachten wij in eerste instantie: ‘Als we die businesscase delen met onze klanten, dan haakt iedereen daar meteen op aan.’ Dat bleek niet zo te zijn.”De bank stelde zichzelf het doel om bij te dragen aan het behalen van duurzaam ontwikkelingsdoel 12.3: het halveren van de voedselverspilling voor 2030. Dat doet de bank onder andere in samenwerking met andere nationale en internationale spelers, bijvoorbeeld in de coalitie Samen Tegen Voedselverspilling. En ook met eigen initiatieven, zoals de recent gelanceerde Food Waste Challenge in de horecasector. Dit maakt onderdeel uit van het programma Food Forward, dat Rabobank heeft opgezet om voedseloplossingen samen te versnellen.Ecologische voetafdruk van voedselverspillingDe ecologische voetafdruk benoemt de impact van voedselproductie op biodiversiteit en milieu. Deze impact terugdringen is een uitdaging. Zo blijkt alleen al de impact van voedsel dat niet gegeten wordt hoog. Van den Berg: “Als voedselverspilling een land zou zijn, dan zou het de derde grote CO2-producent zijn, na China en de Verenigde Staten. En wat landgebruik betreft, gebruiken we elk jaar een gebied minimaal ter grootte van China waar we voedsel op verbouwen dat we niet opeten. Dus die impact is enorm.”         De businesscaseDirecteur Wiebe Draaijer maakt onderdeel uit van de wereldwijde coalitie rondom het duurzame ontwikkeldoel 12.3. De coalitie Champions 12.3 liet het World Research Institute uitrekenen wat de businesscase is voor voedselverspilling. Van den Berg: “Die is gigantisch! Er is gewoon zo’n goede businesscase. Als je met verduurzamen aan de slag gaat, dan moet je vaak heel veel investeren voordat dat zich terugverdient. Maar als je iets doet aan voedselverspilling, dan heb je eigenlijk meteen rendement, want je verspilt minder. Hoe simpel kan het zijn?”'De businesscase is gigantisch!'Niet zo simpel, blijkt in de praktijk. Ten eerste is verspilling vaak onzichtbaar. Bedrijven meten niet wat ze dagelijks weggooien. Ten tweede maakt verlies vaak onderdeel uit van de verdienmodellen. Dat betekent dat bedrijven geen financiële gevolgen ondervinden van verspilling. Ten slotte blijft de niet-financiële impact onbesproken en ondergewaardeerd.“Wat is er dan nodig om bedrijven in beweging te krijgen?”, vraagt Van den Berg zich hardop af. Om vervolgens haar eigen vraag te beantwoorden. Bijvoorbeeld via de stichting Samen Tegen Voedselverspilling, die zich zowel op consumenten als bedrijven richt. “Maar vanuit Rabobank wilden we ook ergens echt de lead in nemen. Dus toen hebben we gekeken wat een grote verspillingshotspot is in Nederland. Dat is de horeca.” Rabobank heeft daar als agrifoodbank een groot marktaandeel. “Al onze lokale banken hebben wel restaurants als klanten.”Voedselverspilling in de horeca“De sector staat er echt voor open om stappen te maken op dit gebied”, zegt Jos Klerx. Hij is sectorspecialist horeca & recreatie bij Rabobank. “Het is een sector waar de marges relatief beperkt zijn. Als je dan je voedselverspilling kan verminderen, dan betekent dat ook dat je daadwerkelijk euro's overhoudt.”  Om hoeveel euro’s en CO2-uitstoot het in totaal gaat, is nog niet bekend. Wel weet Klerx uit cijfers van het Europese Refresh project dat er circa 51 miljoen kilogram verloren gaat in de Nederlandse horeca. Dat komt uit op 14 procent van de totale voedselverspilling in Nederland. “Als je dat gaat omrekenen naar inwoners van een stad, uitgaande van een portie van zeshonderd gram, dan kunnen 230.000 inwoners daar een jaar lang elke avond een maaltijd van eten. Dat is gigantisch.”BesparingspotentieelVeel partijen in de sector kenden het probleem wel, maar ondernamen nog geen stappen. Een campagnematige aanpak zorgt ervoor dat zij toch die eerste stap zetten. “Alles begint met meten”, stelt Klerx. Daarom start de Food Waste Challenge met een nulmeting en een bepaling van het besparingspotentieel van een horecaondernemer. Vervolgens volgt er een periode waarin de ondernemer voedselverspilling actief aanpakt. Ten slotte volgt een eindmeting. Verschillende horecaondernemers gaan gelijktijdig aan de slag. Tijdens de Horecava vakbeurs volgend jaar januari maakt Rabobank de resultaten bekend.'Het is schrikbarend wat een hotel weggooit na het ontbijtbuffet'Nu al merkt Klerx dat de beste aanpak draait om maatwerk, een Italiaans pasta-restaurant heeft andere uitdagingen dan een eetcafé of sterrenrestaurant. Het meten is het onderdeel dat voor elke aanpak cruciaal is. “Het is schrikbarend wat een hotel bijvoorbeeld weggooit na het ontbijtbuffet. Als je geconfronteerd wordt met hoeveel maaltijden dat zijn en om hoeveel euro’s en CO2 dat gaat, dan zie je dat ondernemers, maar ook het keukenpersoneel, denken: Dit moet anders.”Het betrekken van medewerkers is een ander cruciaal onderdeel. Klerx kent hotelketens die voedselverspilling verminderen in de contracten van de chef-koks opnemen. “Waarbij zij bij ondertekening van de arbeidsovereenkomst ook het huishoudelijk reglement onderteken waarin staat dat zij de intentie hebben om voedselverspilling te verminderen.”Nog een lange weg te gaanOm écht stappen te zetten om voedselverspilling tegen te gaan, is een grootschalige aanpak nodig. Dan gaat het niet meer om maatwerk binnen bedrijven, maar om een sectorale en systemische aanpak. Zoals de stichting Samen Tegen Voedselverspilling nastreeft.Een sociale normverandering kan een grote bijdrage leveren. Van den Berg stelt dat de mensheid altijd bang was tekort te komen, terwijl wij nu verspilling moeten vrezen. De Boston Consultancy Group berekende dat met een groeiende wereldbevolking en weinig systemische veranderingen de voedselverspilling in 2030 niet met 50 procent daalt, maar met 30 procent stijgt. De uitdaging is en blijft daarom groot.Bedrijven die oplossingen durven te bedenken en innoveren, zijn cruciaal. Daarnaast gaat het erom dat deze oplossingen en innovaties bekend worden in de markt. Van den Berg: “Je ziet vaak dat als er een oplossing is, bedrijven makkelijker het probleem erkennen en er mee aan de slag gaan.”Dit artikel maakt onderdeel uit van de themamaand Food & Health. Lees ook:Hoe stapeling van financieringen biodiversiteit interessant maakt voor boeren Welk voedsel ligt er in de supermarkt van de toekomst? Boer zoekt ontwerper: Een creatieve blik op de toekomst van de landbouw 'Uiteindelijk wordt het financieel interessanter om in te zetten op biodiversiteitsherstel' Van agrobosbouw tot lab-landbouw: De potentie van nieuwe productiesystemen Afbeeldingen: Adobe Stock