Eva Segaar 18 augustus 2021, 09:34

Glowfarms: "Wij willen de Oatly van het groenteschap worden"

Oprichters Ben Pieterse (26) en Luc de Vries (25) maakten een lopende band waar een ontkiemd zaadje ingaat en 24 dagen later volgroeide kruiden vanaf rollen. Kruiden, geteeld met 95 procent minder water en zonder bestrijdingsmiddelen, in een loods in Hoorn. Hun doel is om de kruiden zo snel mogelijk naar de Nederlandse supermarkt brengen.

Glowfarms met zn twee Glowfarms-oprichters Ben Pieterse (links) en Luc de Vries bij hun lopende kruidenband | Credits: Glowfarms

In een smalle loods op een industrieterrein in Hoorn verbouwt Ben Pieterse samen met zijn compagnon verschillende soorten basilicum, peterselie en koriander. Voordat we naar binnen lopen moeten we eerst blauwe schoenhoezen om, en de handen desinfecteren. “Dit is nu nog voldoende bescherming, maar als we dit straks op grote schaal gaan doen moet je waarschijnlijk een heel pak aan”, zegt Pieterse lachend.

Aan ambitie geen gebrek, hij gelooft heilig in zijn lopende band. “Landbouw gaat eigenlijk al vijfhonderd jaar op dezelfde manier. De enige grote verandering was de overstap van paard en wagen naar een trekker”, zegt Pieterse. “De kas is daarin een tussenstap, en wij vonden het hoog tijd om te laten zien dat je ook op een totaal andere manier binnen kunt telen.”

Daarom staan we in een loods en niet in een kas. En in de loods staat een 150 meter lange en 4,5 meter hoge blauwe band, die in de vorm van een slang een aantal keer van laag naar hoog loopt. Op de band is ledverlichting bevestigd, en in de band zitten gaten gevuld met bolletjes substraat van waaruit allerlei verschillende soorten kruiden groeien.

Lopende band

Aan het begin van de band zijn het nog kleine kiemen, maar na een paar keer omlaag en omhoog herken je al het basilicumblad, tot het na 24 dagen als volgroeide plant van de band rolt. Een nieuwe vorm van vertical farming, het telen van planten zonder daglicht, zegt Pieterse. “Het neemt een stuk minder ruimte in beslag dan het telen van kruiden op land. En omdat we de kruiden heel gericht water kunnen geven en we het daarna weer opvangen, blijft 95 procent van het water behouden in het systeem.”

De ledlampen, klimaatbeheersing en het gericht kunnen geven van voedingsstoffen via de installatie zorgen volgens Pieterse voor de perfecte kweekomstandigheden. “Daardoor zijn de kruiden ook veel langer houdbaar. In het plastic bakje van de supermarkt doe je er maximaal vijf dagen mee. Onze kruiden halen zeker tien dagen.” Minder verspilling, maar ook klimaatwinst: de basilicum hoeft niet vanuit Kenia te worden verscheept, maar kan zo vanuit Hoorn met een elektrisch busje naar de supermarkt.

Lees ook: Kleding van landbouwresten: verduurzaamt dit de landbouwindustrie?

De kruiden zijn aan het einde van de band volgroeid en klaar om te telen | Credit: Eva Segaar

Vertical farms als paddenstoelen uit de grond

De vertical farms schieten de laatste jaren in Nederland als paddenstoelen uit de grond. Denk aan Plantlab, dat inmiddels uitbreidt naar Amerika, maar ook het Amsterdamse Growx en Own Greens telen gewassen in hun binnenboerderij, of indoor-farm, zoals ze het zelf noemen. Allemaal willen ze de groeiende wereldbevolking zoveel mogelijk lokaal en duurzaam voeden. Pieterse werkte zelf bij Own Greens voordat hij met Glowfarms begon. Maar wat is nou precies het verschil tussen die vertical farms en zijn Glowfarm? “Dat zit hem in de technologie die wij gebruiken. De machine draait al helemaal automatisch, en weet wanneer er water moet worden gegeven en extra voeding, maar ook de snelheid van de lopende band en verstelbare verlichting, voor als een deel van de plantjes meer of ander licht nodig hebben.”

Uiteindelijk hoopt Pieterse met alle verzamelde data dat de machine, door middel van machine learning, helemaal autonoom kan draaien. “Dan praten we wel over een aantal jaren. Als we meer volume gaan draaien, komt dat ook op gang. Maar het idee is dat je dan ook kunt werken met de input van de consument. Stel, veel vinden dat de basilicum wel wat pittiger mag, kan de machine dat zelf aanpassen zodat het gebeurt.”

Het andere verschil is dat Pieterse en zijn compagnon bewust inzetten op een consumentenmerk. Onder de naam Glow moet er straks koriander, basilicum, Thaise basilicum en peterselie bij een aantal supermarkten. “Andere vertical farms leveren niet onder hun eigen naam. Maar wij hebben er echt voor gekozen om een eigen merk op te zetten.” Volgens Pieterse leent het eigen merk zich beter om het duurzame verhaal te vertellen. Hij bedacht, samen met de verpakker, ook een nieuwe verpakking voor de kruiden. Geen plastic zakje of bakje maar een kartonnen doosje met een kleine plastic laag. Eigenlijk wilde hij helemaal geen plastic meer, maar dat lukt nu nog niet. “Deze verpakking heeft al 90 procent minder plastic dan de reguliere supermarktverpakking. En hopelijk kunnen we in de toekomst helemaal zonder.”

Wat zet je op tafel als je zo duurzaam mogelijk wilt eten? Lees het hier.

Testen met verschillende zaden

De Glowfarm is nu nog kleinschalig: de oprichters hebben drie medewerkers, van wie er één het broertje van De Vries is. Veredelaars sturen nu nog gratis zaden op om mee te testen op de band. “Hier: proef maar,” zegt Pieterse, en hij trekt een blad van de band dat qua vorm doet denken aan eikenbladsla. “Het is mosterdsla. Het lijkt qua smaak een beetje op rucola, maar is een stuk scherper.” En zo testen ze voortdurend andere kruiden en sla soorten, om die op den duur ook weer te kunnen verkopen. Nog niet alle groente lukt, sommige gewassen zijn op dit moment nog niet rendabel om op deze manier te kweken.

“Maar wie weet vinden we daar ook in de toekomst een oplossing voor”, zegt Pieterse. Aan de ambitie en het enthousiasme van Pieterse kan het in ieder geval niet liggen. Hij hoopt met zijn Glowfarms de wereld te veroveren, en de Oatly (van de Zweedse havermelk, red.) van het groenteschap te worden. In juni startte hij een crowdfundingcampagne om marketingbudget op te halen en de ‘farm’ verder uit te breiden. Om echt op te schalen en heel Nederland van kruiden te kunnen voorzien, hebben ze nog wel flink wat geld nodig. Want deze nieuwe high-tech manier van boeren vergt een flinke investering. “Denk aan ongeveer 3 miljoen euro,” zegt Pieterse. Hij is daar al over in gesprek met investeerders. In de prijs voor de consumenten zal het niet terug te zien zijn: de kruiden moeten straks voor 1,49 in de supermarkt liggen, 8 cent goedkoper dan de uit Azië ingevlogen basilicum.

In aanloop naar de EU-doelen verkoopt supermarkt Plus alleen nog maar biologische melk. Lees hier meer.

Zeven manieren om duurzaam te beleggen

De belangstelling voor duurzaam beleggen neemt nog steeds toe. Zo stroomde er volgens investeringswebsite Morningstar in het eerste kwartaal van dit jaar wereldwijd 19 procent meer geld naar duurzame fondsen. Niet alleen particulieren gaan duurzaam beleggen, maar ook grote professionele beleggers als pensioenfondsen en vermogensbeheerders zetten erop in. Volgens het Global Sustainable Investment Alliance (GSIA) valt 36 procent van al het professioneel beheerd vermogen in de grootste financiële markten onder de noemer duurzaam. Volgens het samenwerkingsverband van duurzame beleggingsorganisaties zijn er zeven verschillende strategieën die onder de noemer duurzaam beleggen vallen: 1. ESG-integratie: synoniem voor duurzaamheid in de financiële sector ESG is hét woord dat investeerders gebruiken als zij het over duurzaamheid hebben. De afkorting staat voor environmental, social en governance. ESG-integratie betekent dat een belegger systematisch milieu-, sociale en bestuurlijke factoren meeneemt in haar financiële analyse van bedrijven. Het gaat vooral om risico’s verminderen. ’s Werelds grootste vermogensbeheerder Blackrock is een voorbeeld van een partij die hierop inzet. “We zien in toenemende mate een positieve relatie tussen de bedrijven die ESG-factoren effectief managen en langetermijnwaardecreatie”, zei John McKinley van BlackRock’s Sustainable Investing team eerder. 2. Engagement: bedrijven aanspreken op hun gedrag Een ander woord dat beleggers vaak in de mond nemen als het om duurzaamheid gaat is engagement. Dit houdt in dat een belegger als aandeelhouder in gesprek gaat met een bedrijf over duurzaamheidsthema’s of duidelijk haar stem laat horen op aandeelhoudersvergaderingen. Een opvallende speler op dit gebied is Follow This. Bijna elk jaar dient het een klimaatresolutie in tijdens de aandeelhoudersvergaderingen van grote oliebedrijven. Het doel: ervoor zorgen dat de oliebedrijven zich houden aan het klimaatakkoord van Parijs. Lees ook: Aandeelhouders stemmen steeds vaker voor het klimaat 3. Screenen: bedrijven toetsen De derde methode is het screenen van bedrijven op (internationale) normen. Bijvoorbeeld mensenrechten. Zo zijn verschillende financiële instellingen betrokken bij een benchmark van World Benchmarking Alliance (WBA) die bedrijven screent op handhaving van mensenrechten. Het is een jaarlijkse momentopname die de voortgang toont van de grootste bedrijven wereldwijd. Welk beleid hanteren ze en hoe passen ze dat toe in de praktijk? Deze kennis helpt financiële instellingen bij hun beleggingskeuzes. Screening is in die zin te combineren met andere duurzame strategieën zoals engagement en uitsluiting. 4. Uitsluiten: niet (meer) investeren De vierde aanpak richt zich op uitsluiting van bedrijven, sectoren of landen. Zo zijn er verschillende pensioenfondsen die niet langer in tabak en controversiële wapens investeren. ASN Bank valt op als het om deze aanpak gaat, omdat zij bijvoorbeeld ook niet in de fossiele industrie beleggen. “Hoe kunnen financiële organisaties op een zo eenvoudig mogelijke wijze de klimaatimpact terugbrengen? Door te kijken naar de sector die de grootste negatieve impact op het klimaat veroorzaakt en daarmee te stoppen”, zegt Piet Sprengers, manager duurzaamheidsstrategie en beleid bij ASN Bank. Lees ook: Wat werkt beter voor verduurzaming: bedrijven buiten sluiten of ermee in gesprek gaan? 5. Best-presterende bedrijven steunen De vijfde methode richt zich op de best-presterende bedrijven binnen een sector. Vanuit die visie is het mogelijk om bijvoorbeeld in BP te beleggen, omdat zij in 2050 klimaatneutraal willen zijn. "BP verlegt zijn focus van een oliebedrijf met focus op productie, naar een energiebedrijf met focus op klantgerichte oplossingen", aldus CEO Bernard Looney in een persbericht rond de aankondiging van de koerswijziging. BP is één van de best-scorende grote oliebedrijven in – daar is hij weer – een benchmark van WBA. BP scoort daarin stukken beter dan sectorgenoten als Chevron en ExxonMobil. 6. In thema’s investeren: van de energietransitie tot de oceaan De zesde manier draait om investeren op bepaalde duurzaamheidsthema’s. Een voorbeeld daarvan is een fonds van vermogensbeheerder BNP Paribas Asset Management dat investeert in beursgenoteerde bedrijven die de oceaan duurzaam gebruiken: van visserij tot kustbescherming en de aanleg van windparken op zee. Robert-Alexandre Poujade hoopt dat meer investeerders in natuurklimaatoplossingen gaan investeren en dan specifiek met betrekking tot ‘de blauwe economie’. “Investeerders moeten inzien dat de oceaan een thema is dat hen aangaat.” Lees meer: ‘De blauwe economie als investeringskans: 'dit is het decennium van de oceaan' 7. Impact investeren: duurzaam beleggen 2.0 Als zevende duurzame beleggingsmethode noemt GSIA impact investeren. Hierbij draait het specifiek om het bereiken van een positief resultaat voor de maatschappij of het milieu. Meten en rapporteren zijn hierbij extra belangrijk. Zo stelde Maarten van Dam van impactinvesteerder PYMWYMIC in een interview dat zij impactrendementen net zo duidelijk willen presenteren als financiële rendementen. “Zo zijn we met Fairphone uitgekomen op het rapporteren op vijf matrices, waarin het gewoon heel duidelijk wordt gemaakt in nummers en percentages wat het effect is en waar we naartoe willen groeien. En alleen op dat soort getallen krijg je denk ik grotere vermogens in beweging door net zoveel waarde te hechten aan de impactrendementen.” Lees ook: Hoeveel invloed heeft een duurzame belegging? Deze investeerder weet het