Sanne Bode 17 juli 2019, 09:58

Green Leader Jurriaan Ruys werkte bij Shell, maar plant nu miljoenen bomen

Met Land Life Company wil CEO Jurriaan Ruys de twee miljard hectare gedegradeerde grond op deze planeet herstellen. In 2019 plant het bedrijf 1,1 miljoen nieuwe bomen met hulp van de lokale bevolking en innovatieve technologieën. Ruys wil daarmee iets teruggeven aan de maatschappij: “We herstellen hele stukken land, wat een geloofwaardige manier is om de wereld te verbeteren.”

Jurriaanruys doorarnostevens 5

Samen met Eduard Zanen (de oprichter van kinderwagenmerk Bugaboo) richtte Jurriaan Ruys in 2013 Land Life Company op. Beiden waren geïnteresseerd in land. Ruys: “Ik kende niemand die werkzaam was op het gebied van landbouw en natuurherstel. Dat fascineerde mij omdat Nederland de op een na grootste landbouwexporteur ter wereld is.” Met Land Life Company wilde Ruys maatschappelijke impact maken. “Ik had het romantische idee om een baan te creëren die een kruising is tussen die van Ernest Hemingway en David Attenborough.”

Opereren in een compleet nieuwe markt

De eerste vijf jaar na de oprichting van Land Life Company waren onzekere en risicovolle jaren. “De boventoon was: het kan niet zo zijn dat een derde van de aarde degradeert en dat we te weinig land hebben om voedsel te maken en de lucht schoon te houden. Er moest wel een maatschappelijke stroming op gang komen. Het enige dat wij wisten, is dat er op een bepaald moment een macrotrend zou komen waardoor bedrijven zoals wij hard nodig zijn. Als dat nog tien jaar had geduurd, dan waren we kopje onder gegaan”, vertelt Ruys. 

Ongeveer een jaar geleden kwam die maatschappelijk stroming ook daadwerkelijk op gang. Het grote publiek ging zich bekommeren om de biodiversiteit, gezond eten en de ecologie. Ruys: “Als je als ondernemer in een bestaande markt stapt, kan je direct verkopen. Dat is niet zo wanneer je in een nieuwe markt stapt. Het voordeel is dat als die markt komt, je voorop loopt. Maar totdat de markt er is, heb je niets. Wij hadden geen controle over of en wanneer die macrotrend zou komen. Toen de markt eenmaal op gang kwam, was de volgende uitdaging om deze op grote schaal te bedienen en aan de snelgroeiende vraag te kunnen voldoen.”

Businessmodel

Een passend businessmodel vinden was tevens een uitdaging, maar inmiddels is deze voorhanden. Ruys legt uit: “Steeds meer bedrijven en consumenten willen hun CO2-uitstoot compenseren. Wij verkopen aan bedrijven het recht om naar hun klanten te claimen dat ze een bijdrage hebben geleverd aan de aarde. Die herbebossing voeren wij uit, met een kostprijs die lager is dan wat wij van het bedrijf ontvangen. Dat is onze winst.” Met dat geld gaat Land Life Company vervolgens naar landen die hun grond beschikbaar stellen. “Daardoor kunnen we onze eigen locaties uitkiezen, wat qua kosten, impact maken en logistiek erg gunstig is." 

Het planten van de bomen gebeurt nu in landen waar een duidelijke klimaatagenda is, een goede infrastructuur en waar de oorzaak van ontbossing is weggenomen. Ruys: “De stukken land die wij herbebossen kunnen niet meer uit zichzelf herstellen. Een voorwaarde is dat de door ons aangeplante bomen minstens vijftig jaar blijven staan zodat het bos echt weer terugkomt.” 

'De stukken land die wij herbebossen, kunnen niet meer uit zichzelf herstellen'

Land Life Company groeide uit tot een bedrijf met inmiddels dertig werknemers, die onder andere in Nederland, Mexico, Kameroen, China, Brazilië, de Verenigde Staten en Spanje actief zijn. “We begonnen met de verkoop van onze cocoon, een product in de vorm van een donut dat bomen steun biedt om in moeilijke omstandigheden te kunnen overleven. We hebben de cocoon schaalbaar, biologisch afbreekbaar en zo goedkoop mogelijk gemaakt.”

Het succes bleek echter niet zozeer van ons product af te hangen, maar ook van allerlei andere factoren. “Vaak ontstonden er problemen met het opkweken van de bomen in de kwekerijen, was er onvoldoende monitoring of werden de bomen verwaarloosd.” Om die reden besloot het bedrijf om zelf de verantwoordelijkheid voor het hele traject op zich te nemen, van de aanplanting tot de monitoring. 

Samenwerken met de lokale bevolking

Land Life Company is uniek in zijn soort; er zijn geen andere bedrijven die op dezelfde schaal opereren. “Er zijn lokale bedrijven die hetzelfde doen, meestal zijn dat non-profit organisaties of kleine hovenierachtige bedrijven, zonder technologie en monitoringsagenda waardoor ze geen impact kunnen maken op grote schaal.” Alleen al in 2019 plant het bedrijf in totaal zo’n 1,1 miljoen bomen en voor 2020 staat het planten van 3 tot 5 miljoen bomen op de planning. Elke boom die wordt geplant, staat in een database met gps-locatie. Na anderhalf jaar neemt de satelliet de monitoring over. 

De samenwerking met de lokale bevolking is erg belangrijk. “Op gedegradeerde stukken land leven vaak arme mensen, zoals in Zuid-Amerika of Zuid-Europa. Het terugbrengen van de natuur in deze gebieden is een belangrijke manier om de gezondheid van mensen te bevorderen. Geld maakt gelukkig, maar een bloeiende natuur is net zo belangrijk.” In Spanje werkt Land Life Company samen met de lokale bevolking uit kleine dorpen. “Daar zijn we erg welkom, omdat we voor lokale arbeid zorgen en de omgeving herstellen, wat goed is voor het toerisme.” 

'Het terugbrengen van de natuur is een belangrijke manier om de gezondheid van mensen te bevorderen'

In Noord-Kameroen wordt samengewerkt met vluchtelingen uit het nabijgelegen vluchtelingenkamp. “De bomen werden daar gekapt om te koken. We hebben nu 40.000 nieuwe bomen geplant. Het idee is om dat aantal uit te breiden zodat elke hut een mango- en moringaboom heeft, die schaduw en voedsel biedt. Zo kunnen vluchtelingen weer deel gaan uitmaken van de economie. Het is een prachtig maar tegelijkertijd heel kwetsbaar project omdat het land dichtbij een conflictgebied ligt.”

Van carrière naar maatschappelijke impact maken

De natuur is een terugkerend thema in de carrière en het persoonlijke leven van Ruys. Aan de rand van Tilburg groeide hij op dichtbij het bos waar hij veel speelde. Als kind ging hij als één van de eerste rangers bij het Wereld Natuur Fonds de deuren langs om in actie te komen voor de zeeschildpad. Ruys studeerde scheikunde aan de Technische Universiteit Delft, dat een andere grote hobby is.   

Na zijn studie werkte Ruys zes jaar als technisch ingenieur bij Shell. “Een waanzinnig leuke baan waarbij ik vooral technisch werk deed in fabrieken. Ik onderzocht voornamelijk hoe de processen konden worden verbeterd en implementeerde die verbeteringen vervolgens.” Dankzij Shell reisde hij de hele wereld over, tevens een belangrijk thema in zijn leven. Na zes jaar werd het tijd voor een nieuwe uitdaging. “Ik had geen behoefte om voor mijn werk ergens afgelegen in een compound te gaan wonen. Op dat moment vond ik mezelf nog te jong en teveel wereldburger om in the middle of nowhere te gaan wonen.” 

Ruys stapte over naar organisatie- en adviesbureau McKinsey in Amsterdam, waar hij vijftien jaar bleef. Daar werkte hij vooral samen met energiebedrijven om te kijken hoe ze met zonne- en windenergie in de energiebehoefte konden voorzien. “Dat was toen absoluut pionieren en dat is wat ik nu ook doe bij Land Life Company. Ook daar moesten we allerlei dingen ontwikkelen en afspreken om een grote impact te realiseren.” 

'Werk dat veel voldoening geeft, is belangrijker dan alleen geld verdienen'

De laatste periode was Ruys actief als ad interim in de raad van bestuur bij Eneco. Een leerzame periode die hem deed beseffen dat hij zelf graag de handen uit de mouwen wilde steken. “Ik had drie kinderen en niet de behoefte om alleen geld te verdienen. Wat ik vooral dacht, was: wat wil ik bereiken als ik straks tussen zes planken lig? Denken aan de dood is voor mij een nuttige manier om te realiseren dat het belangrijk is dat wat je doet, veel voldoening geeft.”

Impact vergroten

De missie van Ruys is om met Land Life Company een wezenlijke bijdrage te leveren aan de 2 miljard hectare grond die wereldwijd is gedegradeerd. Dat is een gebied even groot als China en de Verenigde Staten bij elkaar. In de toekomst wil de CEO dit gedeeltelijk met robots doen om op grote schaal te kunnen opereren. “Ik hoop dat we dan exact weten wat de blauwdruk van een natuurgebied is zodat we het goed kunnen herstellen.” 

Tot slot hoopt Ruys dat de technologie van Land Life Company wordt gelicenseerd, zodat het bedrijf kennis kan leveren aan andere landen, maar niet zelf ernaartoe hoeft om het land te herstellen. “Op die manier kunnen we onze impact enorm vergroten. Dat is meer dan een mens mag wensen, maar het zou heel mooi zijn als we dat kunnen bereiken. Ik ben ervan overtuigd dat het ons gaat lukken.”

Beeld: Arno Stevens en Land Life Company

Zomerserie circulaire economie: Bouwmaterialen op basis van schimmels

Ehab Sayed, oprichter van Biohm, start zijn presentatie tijdens het Amsterdamse festival WeMakeThe.City met een video waarin hij de ontwikkelingen van de afgelopen zestig jaar achter elkaar toont. “Wat is jullie standpunt?”, vraagt hij de zaal. Is de mens een bijzonder wezen, dat zich buitengewoon snel heeft ontwikkeld of een arrogant dier dat de verbinding met de aarde verloren is en vergeten is dat het onderdeel uitmaakt van een groter geheel? Het is een retorische vraag.Sayed vervolgt dat de bouw jaarlijks verantwoordelijk is voor de helft van het grondstoffengebruik wereldwijd, terwijl slechts 1 procent van het aardoppervlak bestaat uit stedelijk gebied (3 procent van het landoppervlak). Dat moet anders. Sayed stelt dat het tijd is om, met de natuur als voorbeeld en zonder de aarde tekort te doen, de manier waarop we bouwen radicaal te veranderen.'Wij zijn in staat om de wereld beter te begrijpen dan we ooit hebben gedaan'“Wij zijn in staat om de wereld waarin we leven beter te begrijpen dan we ooit hebben gedaan”, aldus Sayed. Die kennis moeten we inzetten. Hij benadrukt dat het daarbij niet gaat om het simpelweg integreren van natuurlijke methoden, maar eerder om een abstractie van biologische systemen en processen. Innoveren op basis van kennis die is opgedaan uit de natuur. “Het vereist een bepaald niveau van systeemdenken, waarbij je de wereld om je heen als complexe systemen waarneemt die op elkaar inwerken.”De route naar een circulaire economieOp dit moment sluiten de eigenschappen van de materialen die we gebruiken niet aan bij de manier waarop we ze toepassen, stelt Sayed. “We maken materialen die honderdduizenden jaren meegaan en plaatsen die in een gebouw dat vijftig jaar meegaat.”Daarom pleit de oprichter van Biohm voor meer aandacht voor de levenscyclus van producten en materialen; van de ontwerpfase tot het einde van de levensduur. Het doel is om ervoor te zorgen dat het product net zo lang meegaat als de toepassing vraagt. Als het materiaal of product langer meegaat, dan moet optimaal hergebruik mogelijk zijn. Daarbij is het cruciaal om ervoor te zorgen dat synthetische en organische materialen gemakkelijk van elkaar gescheiden kunnen worden.Veganistisch plaatmateriaalSayed praat niet alleen, hij onderneemt ook actie. Zo werkt hij met zijn start-up aan nieuwe, natuurlijke bouwmaterialen, die een lage impact op het milieu hebben.Voor het product Orb (Organic Refuse Biocompound) combineert Biohm landbouw- en voedselafval met een organisch bindmiddel. Doordat er geen chemicaliën aan zijn toegevoegd is het natuurlijke materiaal 100 procent biologisch afbreekbaar, veganistisch en zelfs eetbaar. Alleen raadt Sayed dat laatste niet aan. “Je breekt er je tanden op.”“Het is een kwestie van leren hoe de natuur werkt en daarop inspelen”Door verschillende soorten afval te combineren, of in verschillende verhoudingen, creëert Biohm een verscheidenheid aan eigenschappen en verschillende uiterlijkheden. Biohm maakt er plaatmateriaal, maar ook interieurdecoratie en meubels van. Het plaatmateriaal kan semi-structureel plaatmateriaal op houtbasis vervangen, zoals OSB-multiplex.Lees ook: Wat is bioplastic?Schimmels voor in huisNaast het veganistische plaatmateriaal ontwikkelt de Londense start-up ook biobased isolatiemateriaal. Daarvoor gebruikt Biohm het netwerk van schimmeldraden afkomstig van paddenstoelen, het mycelium. De schimmel groeit op zowel organische als synthetische afvalstromen. Door de omgevingstemperatuur te veranderen, stopt de schimmel met groeien en produceert het een soort huid die hem onder andere tegen bosbranden beschermt.“Het is dus gewoon leren hoe de natuur werkt en daarop inspelen”, aldus Sayed. Op die manier creëert Biohm een stijf materiaal dat kan worden geschuurd en geverfd. Vanwege de eigenschappen van de schimmel kan het materiaal goed als isolatie worden toegepast: het heeft een goede isolatiewaarde, is brandwerend en werkt luchtzuiverend.De bijenkorf als voorbeeld Een opvallend project van Biohm is de ontwikkeling van het ‘triagomy-systeem’, waarbij een zeshoek de basis vormt. Dit systeem is geïnspireerd op de structuur van bijenkorven en koolstofmoleculen. Voor het bouwsysteem van Biohm zijn geen permanente bind- of bevestigingsmiddelen nodig om sterke structuren te creëren.   Volgens de start-up leidt de ‘triagomy-methode’ tot een lagere milieu-impact van 40 tot 90 procent ten opzichte van conventionele bouw. Dat komt onder andere doordat het minder afval en een lagere CO2-uitstoot oplevert.Over twee jaar verwacht Sayed het bouwsysteem op de markt te brengen. “We ontwikkelen momenteel prototypes op ware grootte en zijn bezig met het finaliseren van alle juridische zaken.”In onderstaande YouTube-video introduceert Sayed het bouwsysteem.De circulaire economie als businesscaseSayed stelt dat zijn biobased producten erg innovatief zijn, maar tegelijkertijd niet al te duur. Dat komt doordat Biohm afval als grondstof gebruikt en de schimmels het werk vooral zelf leveren door op de reststromen te groeien. Voor de productie van de materialen is daarom weinig interventie nodig van mensen of machines. Bij de verkoop van de producten wordt een contract ondertekend waarin staat vastgelegd dat Biohm de materialen na gebruik weer terugkrijgt. Dit is inbegrepen in de prijs van het product.VervolgstappenEén van de volgende stappen die de Londense start-up wilt zetten, is de ontwikkeling van cement en beton met planten als grondstof. Het bedrijf werkt daar momenteel aan. Daarnaast wil Biohm het assortiment van mycelium-bouwproducten uitbreiden.Met bouwmaterialen waarvoor planten en schimmels als grondstof zijn gebruikt, draagt Biohm bij aan een circulaire toekomst. De start-up biedt mooie oplossingen voor nieuwbouw, maar wat te doen met de gebouwen die er al staan? Het antwoord op die vraag staat centraal in het tweede deel van deze zomerserie.Lees ook de andere delen die in deze zomerserie verschenen:Deel 2: "98 procent van mijn klanten heeft geen circulaire ambitie” Deel 3: Een datingsite voor materialen Afbeeldingen: Adobe Stock