Eva Segaar 12 november 2021, 11:28

Groei van vleesvervangerproducent Beyond Meat valt tegen, wat is er aan de hand?

Toen Beyond Meat in mei 2019 naar de beurs ging, vertienvoudigde het aandeel in een paar maanden. Maar inmiddels is de daling ingezet, en is een aandeel 81,92 dollar waard in plaats van de 235 dollar die het op de top was. Wat is er aan de hand?

Beyond meat xleronesgh Y unsplash De burgers en worstjes van Beyond Meat op de BBQ. | Credits: Unsplash

Woensdagavond kwam de Amerikaanse vleesvervangerfabrikant met tegenvallende omzetprognoses. Het bedrijf meldde drie weken geleden dat de omzet voor het derde kwartaal zou tegenvallen. In plaats van een groei van 120 tot 140 miljoen dollar, bleef het steken op 106,4 miljoen. De tegenvallende omzetprognose had ook effect op het aandeel: kort na de opening stond het op -16 procent.

De tegenvallende groei is volgens het bedrijf te wijten aan de coronapandemie, waardoor Amerikaanse cateraars minder vleesvervangers verkochten. De supermarktketens hadden vanwege personeelstekort moeite om de schappen gevuld te houden, en Beyond Meat zelf had te kampen met distributieproblemen.

Meer concurrentie op vleesvervangers

Ook de omzetprognose voor het vierde kwartaal is door de coronapandemie onzeker. Bovendien is er tegenwoordig veel meer concurrentie op de markt voor vleesvervangers, wat Beyond Meat ook merkt. Grote concurrent Impossible Foods bereidt ondertussen een nieuwe financieringsronde voor, waar het 500 miljoen dollar mee wil ophalen. Als dat lukt gaat het in waarde Beyond Meat voorbij.

Maar er is meer aan de hand. Er zijn tekenen dat de groei van vleesvervangers aan het afvlakken is. Zo besloot het Canadese vleesbedrijf Maple Leaf de divisie voor plantaardige eiwitten te herzien na een tegenvallend derde kwartaal (-6,6 procent), terwijl de verkoop van vlees wel steeg (+13 procent). “We zien dat de markt voor plantaardige proteïne afvlakt, wat suggereert dat er iets verandert in de extreem hoge groeicijfers die de industrie had verwacht”, zegt CEO Michael McCain in een statement. Het zou zomaar kunnen betekenen dat de markt voor vleesvervangers inmiddels verzadigd is.

Hans de Neve (Carbyon) haalt CO2 uit de lucht voor de productie van hernieuwbare kerosine

Wat is jouw visie op de (duurzame) toekomst? “De toekomst is natuurlijk een CO2-neutrale toekomst. Ik denk dat we daar allemaal van overtuigd zijn. We moeten misschien zelfs naar een CO2-negatieve toekomst, want om de klimaatdoelen van Parijs te halen zullen we ook CO2 uit de lucht moeten halen. Dat kan met onze technologie. Op die manier willen wij een bijdrage leveren aan het terugdringen van klimaatverandering. Dit soort technologie wordt al ontwikkeld, maar is nog duur. En zolang het duur is, wordt het niet gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan hernieuwbare energietechnologie. Nu zonnepanelen goedkoper zijn, worden ze massaal ingezet. Als we CO2-negatief willen worden, dan moeten we ook deze technologie kosten-effectiever krijgen. Dat doen wij door een kleiner apparaat te maken waardoor we minder materiaal nodig hebben. Ook hebben we een nieuw membraan ontwikkeld dat ons in staat stelt met minder energieverbruik CO2 uit de lucht te halen.”'De toekomst is natuurlijk CO2-neutraal'Waar staan jullie nu en wanneer verwachten jullie echt impact te gaan maken? “We hopen dat ons eerste apparaat eind volgend jaar af is. In 2030 verwachten we dat we 50 miljoen ton CO2 uit de lucht kunnen halen. Om een idee te geven: Nederland stoot jaarlijks 150 miljoen ton uit. Dus 50 miljoen is een aardig deel van de uitstoot, maar wereldwijd betekent het nog niet veel. De verwachting is dat we in 2050 5 miljard ton kunnen halen.Er zijn een aantal potentiële klanten voor onze technologie. De eerste zijn bedrijven die hernieuwbare brandstoffen en hernieuwbare chemicaliën maken. Er is bijvoorbeeld veel discussie over de luchtvaart, die erg vervuilend is door de fossiele brandstof die zij gebruiken. De route die men nu inslaat is om hernieuwbare energie uit windparken en zonneparken te gebruiken als basis voor de productie van hernieuwbare brandstof. Daar heb je twee zaken voor nodig: groene waterstof en groene koolstof die je uit de lucht haalt. Zo kun je een circulaire brandstof maken. Andere potentiële klanten zijn kassen. Zij gebruiken CO2 om planten te laten groeien en zoeken een hernieuwbare bron van CO2. Een derde groep zijn overheden of bedrijven die echt naar negatieve emissies toe willen door CO2 onder de grond op te slaan.Lege gasvelden hebben al bewezen dat ze gedurende miljoenen jaren gas kunnen vasthouden. Als we die velden niet hadden aangeboord, dan was het daar gewoon blijven zitten. Dus dat zijn denk ik heel geschikte natuurlijke locaties om CO2-gas in op te slaan. In zekere zin kun je zeggen dat je CO2 dan weer terugstuurt naar waar het vandaan kwam. Het wordt nu ook als een veilige manier gezien. Waar wel bezwaren tegen zijn is dat we fossiele brandstoffen blijven gebruiken. Die bezwaren begrijp ik, want dan krijg je een soort lock in. Daarom zeggen wij als bedrijf dat de industrie onze technologie niet als excuus moeten gebruiken om fossiele brandstoffen te blijven gebruiken. Ze moeten zo snel mogelijk loskomen van fossiele brandstoffen door bijvoorbeeld tegelijkertijd in te zetten op de productie van hernieuwbare kerosine.”In hoeverre vraagt deze tijd om een ander type leiderschap en hoe pas je dat zelf toe? “We moeten zo snel mogelijk naar leiderschap dat voor de toekomst van de mensheid op deze planeet gaat. Desnoods ten koste van de kortetermijnwinsten. Een leider moet aandeelhouders of kandidaat-investeerders met een wervend verhaal weten te overtuigen dat zij niet moeten gaan voor winstmaximalisatie op dit ogenblik, maar dat een duurzaam productieproces bovenaan moet staan. Dat leiderschap missen we te veel anders waren we vandaag al verder. Ik probeer dit type leiderschap zelf toe te passen door kandidaat-investeerders te vertellen dat wij altijd voor planet before profit zullen gaan. Dus als zij in Carbyon investeren moeten zij heel goed weten dat wij altijd kiezen voor wat het beste is voor de planeet. Ook als die keuze ten koste gaat van kortetermijnwinst. Investeerders die met ons in zee gaan tekenen een ethisch charter om aan te geven dat ze daarmee akkoord gaan.”