Hannah van der Korput
04 juni 2024, 09:23

Heilige boontjes van eigen bodem: hoog in eiwitten, laag in milieubelasting

Plantaardige eiwitten zoals peulvruchten en noten belasten het klimaat aanzienlijk minder dan dierlijke eiwitten zoals vlees en melk. Maar ook tussen plantaardige eiwitbronnen onderling zijn de verschillen groot. Welke peulvruchten scoren goed vanuit klimaatoogpunt? Een overzicht.

Getty Images 163729647 Welke bonen zijn de beste keuze voor het klimaat? We schotelen een paar opties voor. | Credits: Getty Images

Een groeiende wereldbevolking in combinatie met een alsmaar luider protesterend klimaat vraagt om een duurzamer dieet. Peulvruchten kunnen hierin een glansrol spelen. Ze groeien op diverse bodemsoorten en hebben minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen nodig ten opzichte van granen. Ook trekken peulvruchten stikstofbindende bacteriën aan. Deze bodembacteriën zetten stikstof uit de lucht om in bouwstenen voor de plant. Tegelijkertijd geeft de plant voedingsstoffen af aan de bodem. Dat zijn goede eigenschappen. Maar welke bonen doen er nog een schepje bovenop en zijn de beste keuze voor het klimaat? We schotelen een paar opties voor.

Lupine

Lupine is een vlinderbloemige
plant waarvan meer dan honderd soorten bestaan. De witte, gele en blauwe lupine
worden het meest gegeten. Ze zitten bomvol voedzame ingrediënten zoals vezels,
ijzer, calcium, zink en vitamine B. Lupine is eiwitrijk met 42 gram eiwitten per
100 gram. Dat is vergelijkbaar met soja, ware het niet dat lupine minder vet
bevat.

Van de lupineplant zijn de bonen
en de zaden eetbaar. Het kan worden verwerkt in verschillende ingrediënten,
zoals meel. Lupinemeel is glutenvrij en daarom populair in glutenvrije baksels
zoals brood en taart. De eiwitten kunnen goed worden gebruikt in
vleesvervangers. Langzaam maar zeker vindt lupine ook zijn weg naar
zuivelvervangers. Zo heeft supermarktketen Albert Heijn lupine drink in het
assortiment opgenomen (die we in een grijs verleden recenseerde).

Hoewel lupine een kansrijk gewas
is, wordt het nog niet omarmd door voedselproducenten. De focus ligt vooralsnog
op de goedkopere soja uit Argentinië en Brazilië. Lupine kan daarentegen goed groeien in Europa. De belangrijkste teeltgebieden liggen in Duitsland en
Frankrijk. In Nederland wordt het op kleine schaal verbouwd. Doordat de vraag vanuit de voedselindustrie laag is, zijn er niet veel boeren die zich
wagen aan de lupineteelt. De teelt van peulvruchten wordt niet extra gestimuleerd door de Nederlandse overheid. Vanuit financieel oogpunt is het dan ook niet gek dat er wordt gekozen voor gewassen die meer opbrengen zoals aardappels en tarwe.

Veldboon

In deze lijst mag de veldboon
niet ontbreken. Het wordt ook wel de Nederlandse vervanger van soja genoemd. Het
gewas gedijt goed in het Nederlandse klimaat. Ze worden al vroeg in het seizoen
geteeld en hebben dus niet zo’n last van de steeds drogere zomers. En dan
levert de plant ook nog een hoge opbrengst per hectare op.

Ook voor de veldboon geldt dat de
vraag vanuit de voedselindustrie nog aan de lage kant is. Toch neemt het areaal
in Nederland toe. In 2010 stond de teller op ruim 3.000 hectare. Dat is in 2023
gegroeid naar 4.340 hectare, met het grootste aandeel in Zeeland. Van de
opbrengst eindigt zo’n 95 procent in veevoer.

Dat is zonde, want veldbonen
bevatten veel eiwitten, ijzer en magnesium. Een andere goede eigenschap is dat de
veldboon een neutrale, romige smaak heeft. Dat maakt het een goed ingrediënt in vlees- en zuivelvervangers. Agrarische coöperatie Royal
Cosun is al druk aan het experimenteren. “Yoghurt, ijs, mayonaise en kaas: het
is allemaal mogelijk met veldbonen”, vertelde Cosun Protein-directeur Thijs
Bosch eerder.

Kidneyboon

Veel vezels, ijzer, magnesium, vitamine B: de kidneyboon heeft het allemaal. En met 24 gram eiwitten per 100 gram zit het met de proteïne ook wel goed.

De kidneyboon komt oorspronkelijk
uit Canada en Zuid-Amerika, maar bonenproducent Hak ontdekte dat de peulvrucht
het ook goed doet in Nederland. Het bedrijf doet verschillende proeven met het
doel om meer ‘exotische’ bonen op eigen bodem te telen. Zo hoeven gewassen niet
de halve wereld over te reizen. De vlinderbloemige planten nemen hier stikstof
op en zijn ook nog eens goed voor de biodiversiteit. De teelt van de
kidneybonen is een succes: de kidneybonen van Hak komen nu voor 100 procent van
Nederlandse bodem.

Bean Deal

Om peulvruchten populairder te
maken bij telers en afnemers, is de Bean Deal in het leven geroepen. Het is een
samenwerking tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
(LNV) en 56 partners. Doel is om Nederland meer zelfvoorzienend en
minder afhankelijk van het buitenland te maken als het gaat om eiwitrijke
gewassen. Omdat er in peulvruchten veel plantaardige eiwitten zitten, zijn ze onmisbaar voor de eiwittransitie.

Lees ook:

Peter Bijvelds (CEO Ebusco) over de opmars van de elektrische bus: 'Nu zijn we niet alleen de schone, maar ook de financieel verstandige keuze'

“Ik heb een hekel aan excuses, maar de hele industrie kampte de afgelopen periode natuurlijk met problemen”, begint Bijvelds terwijl we in zijn kantoor aan de vergadertafel in racestoelen zitten, uitkijkend over de weilanden naast de Ebusco-fabriek in Deurne. Door personeelstekorten en problemen in de mondiale toeleveringsketen kon het beursgenoteerde Ebusco in 2023 een stuk minder bussen afbouwen dan het wilde. Het leidde financieel tot een beroerd jaar met een verlies van 120 miljoen. Volgens Bijvelds is het in dit soort situaties vooral belangrijk om ‘openheid van zaken te geven en transparant te communiceren’. “Je moet uitleggen waarom de situatie zo is en kunnen vertellen wat we gaan doen om het te veranderen. Dan zie je op een gegeven moment begrip. Maar: the proof of the pudding is in the eating.” Goudvis in vissenkom Als een goudvis in een vissenkom. Zo omschrijft Bijvelds de privacy van een beursgenoteerd bedrijf. “Je moet ongelofelijk strak op de bal zitten. Eigenlijk kun je geen dag verzwakken, want je kunt altijd afgerekend worden. Op vakantie ga ik niet zoveel. Vorig jaar maar vijf dagen. Dus ja, die druk is best wel hoog. Maar dat kun je ook zien als iets positiefs. Als je me vraagt of ik het (de beursgang in 2021, red.) nog een keer zou doen, dan is het antwoord volmondig ja.” Bijvelds wordt vanaf dit jaar in ieder geval ondersteund door een co-CEO die bepaalde taken van hem gaat overnemen. Zo kan Bijvelds zich focussen op strategie, commercie en productontwikkeling. De in mei voorgedragen Michiel Peters zal zich straks samen met Bijvelds gaan richten op strategie en zich bezighouden met de operatie. Ook heeft Ebusco de omzetdoelstelling voor 2024 opgeschroefd, omdat het de niet afgebouwde bussen van vorig jaar nu alsnog kan afmaken. In de fabriek wordt eerst het lichtgewicht geraamte van de bus geassembleerd. Daarna volgt de techniek.Personeelstekort en materiaalproblemen Maar Bijvelds blijft ook realistisch. “Het personeelstekort zal een uitdaging blijven en wordt zo mogelijk nog erger. Het verlies van de afgelopen twee jaar is niet het gevolg van een product dat niet goed was. Het probleem is dat we bussen niet af konden bouwen. We hadden simpelweg niet genoeg gekwalificeerde mensen. Dat heeft ons veel extra tijd gekost.” De toeleveringsketen ziet Bijvelds langzaamaan weer op gang komen. Al is deze nog steeds niet wat hij geweest is. Waar Ebusco eerder acht weken op een onderdeel moest wachten, was dat het afgelopen jaar soms acht maanden. “In een bus van 12 meter zitten zo’n 4.500 onderdelen. En je kunt niet leveren als die niet voor 100 procent af is. Inmiddels zien we weer normale levertijden. Maar feit blijft dat we een achterstand van niet afgebouwde bussen moeten wegwerken.” Bussenfabriek In de fabriek naast het kantoorgedeelte wordt dan ook volop gewerkt. Lopend over het gangpad kijk je als bezoeker vanaf een paar meter hoogte uit over de enorme hallen waar de bussen geassembleerd worden. Voordat alle techniek wordt geïnstalleerd, wordt het geraamte van de bus aan elkaar vastgelijmd. Dat geraamte van Ebusco’s nieuwste bus, de Ebusco 3.0, bestaat deels uit carbon. Dat materiaal zorgt ervoor dat de 3.0 bijna 30 procent lichter is dan zijn voorganger, wat bijdraagt aan een actieradius die 250 kilometer groter is. Om de achterstand uit 2023 in te halen heeft Ebusco recent besloten om een deel van de productie van de 3.0 weer naar China te verplaatsen. Personeel is daar ruimer voorhanden dan hier. Wel ligt de focus in China op assemblage, niet op de productie van onderdelen en techniek. Die receptuur houdt Ebusco liever in eigen hand. Data is alles Een drijvende kracht achter de innovatie is de data die Ebusco verzamelt van zijn rijdende bussen. Met een paar muisklikken op zijn laptop tovert Bijvelds een omvangrijk dashboard op het grote scherm in zijn kantoor. We zien een kaart van Europa waarop tientallen icoontjes verspreid over verschillende landen langzaam bewegen. Allemaal stellen ze Ebusco-bussen voor die het bedrijf real-time kan volgen. Op verzoek wordt een willekeurige bus aangeklikt die rijdt in Amsterdam. Bijvelds: “Deze bus rijdt nu dus 6 kilometer per uur. Kijk, hij trekt langzaam op. Die actie trekt 130 kilowatt uit het batterijpakket. Hier zie je hoe vol de batterij is. Hij kan nog 180 kilometer rijden en heeft er kennelijk al 166 kilometer op zitten sinds de rit is begonnen om 7:03 vanochtend. We monitoren alles; elk van de 1080 batterijcellen in een accupakket, van temperatuur tot voltageniveau.” Al die data helpt Ebusco met het verbeteren en repareren van zijn bussen. Als iets kapot gaat, kan het bedrijf precies achterhalen waar het mankement is ontstaan. De data laten zien hoe buschauffeurs rijden en of het wellicht noodzakelijk is een extra rijtraining te organiseren of vroegtijdig een onderdeel te vervangen. Voorspellend en voorkomend onderhoud, noemt Bijvelds dat. Uitstootvrije bussen Volgens Bijvelds verdubbelt de vraag naar elektrische bussen nog steeds jaar op jaar. Maar dat was bij de start van zijn bedrijf nog lang niet vanzelfsprekend. Wat heeft geholpen is dat de politiek een duidelijke koers heeft uitgezet. Nog niet zo lang geleden stemde het Europees Parlement in met een wet die de CO2-emissies van vrachtwagens en bussen flink moet verlagen. In 2035 moeten stadsbussen zelfs volledig uitstootvrij zijn. Bijvelds herinnert zich nog dat hij bij de oprichting van Ebusco in 2012 voor gek werd verklaard. “We waren de eerste elektrische bussenfabrikant in Europa. En onze elektrische bus was in aanschaf twee keer zo duur als een dieselbus, terwijl je er minder dan de helft van de kilometers mee kan rijden. Emissies in steden werden een steeds groter probleem. Maar dit was nog niet genoeg reden voor busoperators om over te stappen op een uitstootvrije bus. De voornaamste uitdaging blijft betaalbaarheid. Uitstootvrij vinden we allemaal top, maar de realiteit is: green is nice, as long as it does not affect the price.” Volg Change Inc. ook via WhatsApp.De Ebusco 3.0 is de recenste uitvoering, goed voor een bereik tot 700 kilometer op een volle accu.Total cost of ownership Dus werd het de missie van Ebusco om de kosten zo laag mogelijk te houden. In de vervoerswereld draait het daarbij volgens Bijvelds maar om één ding: de total cost of ownership (TCO). “Ja, de aanschafprijs van een elektrische bus is hoger dan die van een dieselbus. Maar je onderhouds- en energiekosten zijn veel lager.” Daarbij leent de structuur van ov-buslijnen zich goed voor elektrificatie. Bussen rijden immers relatief korte afstanden volgens een vaste planning. En aangezien bussen op depots kunnen laden is geen compleet netwerk van laadpunten noodzakelijk. “In 2014 hebben we met de Ebusco 2.0 aangetoond dat we niet meer duurder zijn dan een dieselbus. Nu zijn we niet alleen de schone, maar ook de financieel verstandige keuze.” Netcongestie De verschuiving van fossiel naar elektrisch brengt ook nieuwe maatschappelijke uitdagingen met zich mee. Het kaartje van Nederland waarop netcongestie wordt aangeduid, kleurt met het jaar roder. Zit dat elektrificatie van bussen niet in de weg? Bijvelds: “Wij hebben eigenlijk van de nood een deugd gemaakt. We zagen de problemen van netcongestie aankomen. Daardoor zijn we al heel vroeg van een bussenfabrikant naar de aanbieder van een heel ecosysteem gegaan.” Onder de naam Ebusco Energy biedt het bedrijf allerlei duurzame energieoplossingen. Zo levert het batterijcontainers waarmee busoperators zelf opgewekte energie uit bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen opslaan voor later gebruik, waardoor ze netcongestie kunnen omzeilen. En momenteel werkt Ebusco aan een innovatie waarmee het voor de bussen mogelijk wordt om bidirectioneel te laden. Zo kunnen ze straks stroom terugleveren aan het net, waardoor het voor operators mogelijk wordt om te handelen op de elektriciteitsmarkt. “Dat heeft allemaal weer een positief effect op je total cost of ownership.” Voortdurend innoveren De discussie om prijs hoeft Ebusco dus inmiddels niet meer te voeren. Maar dat betekent niet dat het bedrijf klaar is met innoveren. “De reden dat we een plek hebben veroverd in de bussenmarkt is puur innovatie. Als we daarmee zouden stoppen, is het over een paar jaar klaar. We kunnen nog meer doen met gewichtsreductie, temperatuurregulatie, levensduur van batterijen en warmtepompsystemen. Daarbij wordt de bus als rijdend energieopslagsysteem steeds meer een interactief onderdeel van het elektriciteitsnetwerk en innoveren we op alles wat daarbij komt kijken.” En alhoewel er grote infrastructurele verschillen tussen landen zijn, schat Bijvelds dat de potentiële markt voor elektrische bussen alleen maar groter gaat worden. “De elektrische bus heeft inmiddels ruimschoots bewezen dat het in de toekomst de standaard gaat worden. Er is geen weg meer terug.” Lees ook: Amerikaanse vrachtwagenbouwer onthult futuristische, superefficiënte dieseltruckZakelijke rijder wil best auto delen met collega’s: ‘Dit is echt hoopgevend’Bestelbusjes minder vervuilend, maar nog niet elektrisch