Eva Segaar 30 juni 2022, 11:05

"De stikstofplannen van het kabinet raken ook de biologische landbouw"

Nicolette Klijnhout-Klijn is ruim vier jaar directeur bij Skal biocontrole. Dat is het officiële keurmerk voor de biologische landbouw. Wat doet het keurmerk precies, en hoe wordt het gecontroleerd?

Sfeerfoto werkzaamheden 3 Onafhankelijke toezichthouder Skal Biocontrole op bezoek bij een boer. | Credits: Skal Biocontrole

Skal Biocontrole is onafhankelijk toezichthouder en controleert of een boer, producent of leverancier zijn product biologisch mag noemen. Volgens Klijnhout-Klijn zijn veel biologische producenten niet alleen bezig met het verbouwen van het gezondste product, maar ze willen ook dat iedereen mee kan doen met het produceren ervan. “Er werken in de biologische sector veel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Biologisch is meer dan alleen efficiënt en opbrengst-gedreven.”

Hoe zorg jij voor een snelle verduurzaming?

“Biologische landbouw is een concept dat al meer dan een eeuw oud is. Het adagium van de biologische landbouw is dat als je de bodem goed voedt, je gezonde planten krijgt. En als je gezonde planten krijgt, krijg je ook gezonde dieren en mensen. Daar zit ook een beetje een kringloopgedachte achter. Want wat goed is voor de gezondheid zijn de micronutriënten, en die breng je dan weer terug in de kringloop. Biologisch is een integrale benadering van hoe je gezond voedsel maakt. Dus gezonde landbouw zou eigenlijk een betere naam zijn. Enerzijds is het duurzaam omdat er geen kunstmest en chemie wordt gebruikt. Ook gebruiken biologische boeren en producenten zo min mogelijk fossiele brandstoffen, meer arbeid en staat het dierwelzijn op een hoger niveau. Dat levert gezonde dieren en producten op. Maar het is ook duurzaam, omdat je minder uitstoot veroorzaakt: geen stikstof, gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Zo vergroot je de weerstand van het hele systeem.

Begin jaren ‘70 werd bekend dat de certificering voor het biologische label het Bio-keurmerk moest zijn. Doordat ondernemers en boeren ervoor kiezen vanuit een bepaalde levensvisie, en daar ook echt voor gaan, zorgen ze voor een snelle verduurzaming. Dat kwalificeert biologische ondernemers. Ze zijn erg betrokken bij de manier van voedselbereiding en nemen dat heel serieus. Dat zie je zowel bij de boeren, maar ook bij de producenten. Laatst was ik bij een bakker die heel speciaal biologisch brood maakt en daar over de hele wereld cursussen over geeft. Wat mij betreft heeft de verandering naar biologisch er vooral mee te maken dat je mensen vanuit hun persoonlijke levensovertuiging motiveert om op een andere manier te produceren. Krijg je het Bio-keurmerk op je product, dan zijn alle schakels van de keten gecertificeerd. Bij brood gaat het van de producent van het meel tot en met de verkoop op de marktkraam.”

Nicolette Klijnhout-Klijn: “Biologische landbouw is een uitstekend verdienmodel”

Wat voor type leider is er nodig voor die verduurzaming?

“Inspirerende leiders. Die vanuit hun voorbeeldgedrag en bevlogenheid een omgeving kunnen inspireren om ook over te stappen op deze duurzame manier van produceren. Met name de biologische ondernemers zelf zijn het boegbeeld. Natuurlijk houden wij als Skal toezicht op de hele biologische keten, en dat is vooral bedoeld zodat de consument zeker weet dat als ze een product kopen waar het keurmerk op staat, ze erop op kunnen vertrouwen dat het product biologisch geproduceerd is. Maar het leiderschap in de biologische productie wordt toch vooral door de ondernemers gedragen.

Vanuit de Europese Unie is de ambitie uitgesproken dat 25 procent van de landbouwhectares biologisch beheerd moet worden. Dat past ook als je je stikstofuitstoot en kunstmest wilt reduceren, en als je gebruik van chemie door middel van gewasbeschermingsmiddelen wilt terugbrengen. Elk land moet daar nu zijn eigen plan op maken. Wij zijn in Nederland niet het land met het hoogste areaal biologische landbouw. Wij hangen met zo’n vier procent juist onderaan. Deze zomer wordt er gewerkt aan een actieplan waarin de minister mag aangeven wat zijn ambitie is op dit doel. We hoeven niet naar 25 procent, maar we moeten het in ieder geval verhogen. Dat kan prima. Kijk maar naar de resultaten van de biologische landbouw. Ik ben jurylid bij de agrarisch ondernemer van het jaar verkiezing, dat gaat zowel over gangbaar als over biologisch, en afgelopen jaren zaten in de top altijd biologische landbouwbedrijven. Omdat zij bewijzen dat ze goed kunnen produceren en goede prijzen kunnen vragen voor hun producten. En dat het een uitstekend verdienmodel is.”

Ben je tevreden met wat je bereikt hebt?

“Toen ik hier kwam werken waren we hier met 45 medewerkers, en aan het einde van dit jaar zijn we met 135. Daarmee proberen we de sector zo goed mogelijk te ondersteunen in de omslag die nu gemaakt moet worden. En je ziet ook dat de biologische sector de afgelopen jaren gegroeid is, zeker tijdens corona. Ook in het aantal aangemelde bedrijven zijn we erg gegroeid, zowel bij boeren als in handelsbedrijven. Helaas is het wel zo dat nu met de stikstofplannen van het kabinet ook zeker biologische landbouw geraakt gaat worden. Want die zitten juist tegen de natuurgebieden aan, omdat daar de goede gronden voor de biologische landbouw al waren en ze daar minder last hebben van gangbare landbouw. Maar dat zijn precies de gebieden waar dadelijk ook de hoogste reductie behaald moet worden. En heb je al niet zoveel uitstoot, kun je ook niet zoveel meer reduceren.”

Waar ben je het beste mee geholpen?

“Wat nodig is, is dat uiteindelijk de extra kosten in het systeem voor biologische landbouw gelijk worden met de kosten voor gangbare landbouw. Biologische boeren maken meer kosten voor het produceren omdat je meer arbeid nodig hebt – en arbeid is duur. De zaden en grondstoffen die ze gebruiken zijn ook vaak duurder. Toezicht houden op het systeem kost ook geld. Dat maakt het keurmerk een extra kostenpost als je vergelijkt met gangbare producten. Terwijl die gangbare producten maatschappelijke schade opleveren. En die extra kosten worden niet in rekening gebracht. Dus pleit ik voor een eerlijke verdeling tussen de kosten en waarde van het product. Dat komt het systeem alleen maar ten goede.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Vegan bitterbal Cas & Kas kan half miljoen ton CO2 besparen

Een Europeaan eet gemiddeld 80 kilogram vlees per jaar. In Nederland worden per jaar 300 miljoen kroketten en 1 miljard bitterballen gegeten. Als die allemaal vegan zouden worden, dan zou dat ruim 650.000 ton CO2-uitstoot besparen, hebben Cas de Weerd en Kasper Luiten van Cas & Kas uitgerekend. Ze berekenden ook dat hun vegan bitterballen en kroketten 92 procent minder CO2 uitstoten dan de rundvleesvarianten. Lees hier waarom we minder vlees moeten eten om het klimaat te redden Het begon met een pannetje ragout Hun verhaal leest als een klassiek jongensboek. De twee raakten bevriend tijdens hun studie aan de Erasmusuniversiteit. Toen hadden ze al het plan om naast een vaste baan voor een paar dagen ook zelf een bedrijf op te starten. “We wilden ondernemen en het leek ons tof om iets te doen waarmee we een positieve bijdrage konden leveren aan de wereld en het oplossen van de grote maatschappelijke problemen van dit moment”, vertelt De Weerd. “Nadat we alle documentaires op Netflix hadden gezien over de negatieve effecten van vleesconsumptie, zijn we gaan kijken hoe we een normaal product vegetarisch zouden kunnen maken. We hebben tijdens onze studie allebei veel in de horeca gewerkt." "We zagen dat er in de retail veel gebeurde op het gebied van meer vegetarisch en vegan eten, maar dat het in de horeca heel erg achterbleef. De horeca was minder vooruitstrevend en bleef qua duurzaamheid achter bij de Albert Heijns en de Jumbo’s. Toen dachten we: wat is nu een typisch horecaproduct dat bij iedere zaak op de kaart staat en dat wij vegan zouden kunnen maken? Dat was de bitterbal. Dat is een leuk product, daar kom je altijd mee op gezellige en leuke plekken, borrels en evenementen. Zo zijn we begonnen met het maken van vegan bitterballen en kroketten. Gewoon in ons studentenhuis, op een woensdagavond beginnen met een pannetje ragout maken.” Verschil niet te proeven Er zijn al wel vegan bitterballen en kroketten verkrijgbaar in de supermarkten en de horeca, maar die vonden de twee niet lekker. “Die voldeden nog niet aan ons criterium dat het net zo moet smaken als een rundvleesbitterbal. Dat je het verschil niet meer proeft en dat ie als een ‘normale’ bitterbal geserveerd kan worden. Dat was de reden dat we dachten: dan moeten we het gewoon zelf gaan doen en kijken of we dat kunnen”, zegt Luiten. Terwijl andere vegan bitterballen en krokketten gemaakt worden van rode bieten, risotto, kaas, zeewier of paddenstoelen, kiezen Cas & Kas voor een basis van tarwe en margarine om vlees en roomboter te vervangen. Ze begonnen in oktober 2019 onder de naam Project Bitterbal en in 2020 hadden ze hun eerste versie. De vegan bitterbal die net zo smaakt als eentje van vleesSmaakpanels Ze probeerden van alles en begonnen al vroeg met het laten proeven van hun baksels. Want ze konden de bitterbal zelf wel lekker vinden, anderen moesten dat ook vinden. “We zijn heel vroeg begonnen met testen”, vertelt Luiten. “Dan nodigden we onze vrienden uit op een vrijdagmiddagborrel en gaven ze een biertje en drie of vier varianten bitterballen. Daarbij kregen ze een vragenlijst: wat vind je van de smaak, van de korst, van de vleesvervanger? Wat kunnen we eraan verbeteren? Zo konden we verschillende ingrediënten testen. We hebben alles geprobeerd. Van wortel tot aardappel tot jackfruit tot het ingrediënt dat we nu gebruiken. Dat is op basis van tarwe.” Sinds mei 2021 de boer op Het doel werd uiteindelijk bereikt in mei 2021: een bitterbal en kroket die hetzelfde smaakte als eentje met vlees. Tijdens de coronalockdowns, toen de horeca vaak dicht moest, vonden ze een producent die ze op basis van hun receptuur ging maken. Dat kon niet langer in de keuken van het studentenhuis. Verder werden allerlei andere zaken geregeld, zoals de verpakking. Toen in mei 2021 de horeca weer open ging, konden ze hun producten gaan verkopen. Toen veranderde de naam van het bedrijf van Project Bitterbal in Cas & Kas. De twee gingen in Rotterdam en andere steden langs diverse horecazaken om hun waar aan te bieden en wisten de ene na de andere horecaondernemer enthousiast te maken. De testborrels gaan tot op de dag van vandaag door onder de naam Ballenborrels. Het tweetal is nu fulltime met het bedrijf bezig. Lees hier hoe ook fastfood veganistisch kan wordenIn mei 2021 bereikten Cas & Kas hun doelMinder CO2-uitstoot Hoe bereken je de uitstoot van een bitterbal? De Weerd en Luiten bekeken de milieu-impact van alle ingrediënten van een kroket of bitterbal en vergeleken die met hun vegan variant. Dus tarwe met rundvlees en margarine met boter. Verder is het productieproces hetzelfde en worden ze met dezelfde vrachtwagens van groothandels naar de horeca getransporteerd. Zo kwamen ze op die 92 procent besparing . “We hebben een keer uitgerekend hoeveel minder er wordt uitgestoten als alle bitterballen en kroketten vegan zouden worden en toen kwamen we op die 650 miljoen kilo CO2, ofwel 650.000 ton”, vertellen ze. Must have op de menukaart Inmiddels liggen de vegan bitterballen en kroketten bij 250 horecazaken in heel Nederland. Met name in de Randstad, in steden als Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Dordrecht en Utrecht, maar ook in Zeeland. De omzet groeit en Cas & kas is opgenomen in het assortiment van alle horecagroothandels zoals Makro en Sligro. “Nu willen we de rest van de Nederland veroveren en weer met zijn tweeën de horeca in en de terrassen op”, zeggen ze. “Het doel is een must have te worden op iedere menukaart en daarmee de nieuwe standaard te zetten voor bitterballen en kroketten.” Hulp van impact hub Om hun startup verder van de grond te helpen, kregen Cas & Kas in het afgelopen jaar ondersteuning van de Impact Hub Amsterdam, die zich met diverse partners richt op de voedseltransitie. Dat programma hielp hen - onder meer met coaching sessies - om na te denken over processen en concepten, over marketing en financiën. “Sinds de start van het bedrijf zijn we vooral bezig geweest met marketing en sales om te knallen. Nu hebben we dat gestructureerder neergezet en zijn we als bedrijf gegroeid”, zegt Luiten. Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.