Eva Segaar 02 mei 2021, 12:37

Hoe maak je een grote Coca-Cola fabriek CO2-neutraal?

Coca-Cola European Partners in Nederland kondigde onlangs aan dat de fabriek in Dongen de ambitie heeft vanaf 2023 volledig CO2-neutraal te zijn, wat jaarlijks 7.600 ton CO2-uitstoot scheelt. In deze fabriek in Brabant produceert Coca-Cola meer dan 85 procent van de dranken die in Nederland worden verkocht. Welke concrete stappen moet je zetten om een fabriek CO2-neutraal te maken? Change Inc. ging in gesprek met duurzaamheidsmanager Eva Amsterdam en manager Engineering & Technologie Ralf Oortman.

Dongencocacola20190910 0215 1 In de fabriek in Dongen worden naast Coca-Cola ook andere dranken als Sprite, Fanta en Fuze tea geproduceerd. Beeld: Coca-Cola

“We weten dat onze stoomketels binnenkort aan vervanging toe zijn”, vertelt Ralf Oortman. “Vorig jaar hoorden we dat Eneco plannen had voor een wind- en zonnepark hier in de buurt, waar wij de stroom van konden gebruiken.” Dan is dit hét moment om een verduurzamingsslag te maken, was de conclusie die Oortman samen met de betrokken collega’s trok.

Samen met ingenieursbureau TransitionHero werd een basisstudie gedaan: wat moet er allemaal vervangen worden om een fabriek CO2-neutraal te maken? Denk aan veegwagens, heftrucks, de krimpoven waarmee verpakt wordt en zelfs de gasbranders in het lab. “Daar bestaan gelukkig elektrische varianten van, dus die zijn relatief makkelijk te vervangen,” zegt Oortman. Moeilijker is het vervangen van de twee stoomboilers. “Die kunnen niet één op één vervangen worden door heet water door de leidingen te laten stromen. De stoomleidingen moeten daar eerst voor worden omgebouwd. Zo moeten er warmtewisselaars worden toegevoegd. En dit moet allemaal gebeuren terwijl de fabriek blijft draaien.”

Lees ook: Nederlandse Coca-Cola-fabriek is in 2023 CO2-neutraal

Frisdranken uit Brabant

In de fabriek in Dongen worden naast Coca-Cola ook andere dranken als Sprite, Fanta en Fuze tea geproduceerd. Deze merken vallen allemaal onder Coca-Cola in Nederland. Maar een aantal dranken brengen een extra moeilijkheid met zich mee. “Sommige producten moeten voor verwerking op hoge temperatuur behandeld worden, hier zitten ook producten bij waarvoor er op hoge temperatuur gesteriliseerd moet worden, zoals de producten zonder prik, zoals Fuze Tea. En omdat we hoge standaarden hebben, moet daar echt een goed alternatief voor komen,” zegt Oortman.

“Coca-Cola wil een leidende rol nemen op het gebied van duurzaamheid, en onderstreept het belang om daar juist in deze moeilijke tijd in te blijven investeren”, zegt duurzaamheidsmanager Eva Amsterdam. “En wat ik mooi vind is dat veel van onze werknemers echt intrinsiek gemotiveerd zijn om duurzame stappen te zetten. Alleen daarom kunnen we deze doelen stellen. Zo kwamen Ralf en zijn collega’s met het idee om te kijken naar een duurzaam alternatief voor de stoomboilers, en andere medewerkers nemen het initiatief om bloemen en bijenkasten te plaatsen omdat ze de biodiversiteit om de fabriek willen bevorderen. Zo kunnen we, als marktleider in frisdrank, duurzame stappen blijven zetten.”

Eén van de onderdelen die nog niet geheel CO2-neutraal kan worden, is de CO2 die ontsnapt wanneer het aan de frisdrank wordt toegevoegd. Want CO2 zorgt voor de prik in cola en de andere frisdranken. Deze CO2 is al afgevangen van andere fabrieken en wordt hergebruikt. “Als we dit toevoegen, ontsnapt er altijd een klein gedeelte. Het klinkt alsof dat niet veel CO2-uitstoot bezorgt, maar omdat we natuurlijk zoveel dranken produceren is dat uiteindelijk best wat”, zegt Amsterdam. Als de fabriek CO2-neutraal is, zal dit moeten worden gecompenseerd. Amsterdam geeft aan dat ze voor de compensatie naar verschillende mogelijkheden kijken. “En we hopen dat we in de toekomst wellicht nog manieren vinden om deze uitstoot verder terug te dringen.”

Lees ook: 'Voer suikertaks in om gezondheidskloof te verkleinen'

Zelf stroom opwekken

Voor de totstandkoming van lokale en duurzame energie werkt Coca-Cola samen met Eneco. Vanaf 2022 maakt de fabriek in Dongen gebruik van het nieuwe zonnepark ‘de Wildert’, dat op ongeveer 300 meter afstand van de fabriek wordt gebouwd en van windpark ‘de Spinder’, dat zich op 3,5 kilometer van de productielocatie bevindt. “Wij gebruiken de energie van drie windturbines, en de gewonnen energie van de vierde turbine kan door de lokale bewoners en omgeving worden gebruikt,” zegt Oortman. Ondertussen kijkt Coca-Cola ook naar hoe de fabriek daarnaast zelf energie kan opwekken. Denk hierbij aan zonnepanelen op het eigen terrein en op de daken. Volgens Amsterdam helpt het aanleggen van panelen op het eigen terrein ook in de bewustwording. “Als je bedrijf duurzaamheid uitstraalt, dan worden medewerkers die daar misschien niet iedere dag mee bezig zijn er ook door aangestoken.”

Het bedrijf wil zes fabrieken in West-Europa klimaatneutraal maken tegen 2023 om daarna de rest te laten volgen. Oortman: “Daar wilde Dongen uiteraard onderdeel van zijn, juist om te laten zien dat dit met een omvangrijke fabriek als die van ons ook mogelijk is.” Voor de gehele verduurzamingsslag van het bedrijf wordt 250 miljoen euro vrijgemaakt. En uiteindelijk moet heel Coca-Cola European Partners in 2040 klimaatneutraal zijn.

Lees ook: "Duurzaamheid integraal onderdeel van Coca-Cola"

Chemische sector innoveert en wordt biobased: ‘Ik kan mijn kennis inzetten om het verschil te maken’

De Nederlandse chemiesector is qua omzet één van de grootste van Europa. De sector voorziet in meer dan 500.000 banen, verdeeld over honderden bedrijven. De industrie is daarmee goed voor 15 procent van de productie, export en investeringen in Nederland. Tegelijkertijd is het ook een sector met een hoog emissieaandeel - zo’n 10 procent van de Nederlandse uitstoot – die nog sterk afhankelijk is van fossiele grondstoffen.De noodzaak wordt steeds groter om over te stappen naar een biobased economie, met hernieuwbare materialen als input. De topsectoren, dat zijn de sectoren die uitblinken in het Nederlandse bedrijfsleven, Agri&Food, Energie en Chemie verwachten dit decennium dat de opkomst van de biobased economie gepaard gaat met 4.500 nieuwe banen en 2,5 miljoen ton CO2-reductie. Aan het front van de transitie staan de wetenschappers en specialisten die op constante basis innoveren. Lazar Draskovic, Ana Morao en Murielle Oster oefenen elk met hun eigen expertise invloed uit op de chemiesector van de toekomst.Lees ook: Van bioplastics tot algenconsumptie en duurzame chips voor het 5G netwerk: biotech is overalDuurzaamheid binnen en buiten het bedrijfDe drie onderzoekers werken gepassioneerd op het snijvlak van duurzaamheid en biotechnologie. Draskovic: “Hoe beter je chemische processen begrijpt, hoe meer je leert dat de traditionele aanpak niet houdbaar is. Voor mij was dit een wake-up call. Ik kan mijn kennis over chemie inzetten om het verschil te maken.”Ook Morao wordt gedreven door de gedachte dat ze de status quo kan doorbreken: “Duurzaamheid in processen integreren is een vak voor de wetenschap, maar uiteindelijk vindt het een weg in de hele bedrijfsvoering. Niet alleen bij inkoop en productie, maar ook wat je als bedrijf uitdraagt in marketing, verkoop en pr-beleid.”Volgens Oster past dit bij de aangescherpte verantwoordelijkheid die bedrijven vandaag de dag hebben. “Daarbij gaat het naast de eigen productie juist ook om wat er daarna gebeurt. Waar komt mijn product terecht? Hoe wordt het gedistribueerd? Kan het gerecycled worden? Het wordt steeds belangrijker dat bedrijven een zo volledig mogelijk beeld krijgen van de wereld waarop ze invloed uitoefenen.”Chemie voor duurzaam visvoerLazar Draskovic is als wetenschapper gespecialiseerd in biochemische processen. Samen met zijn team ontwerpt hij installaties op pilot-schaal om te testen of ze geschikt zijn voor grote fabrieken. “Op het moment zijn we bezig met duurzame visvoeding op basis van micro-algen”, vertelt Draskovic via een videoverbinding vanuit San Francisco. “Voor gekweekte zalm wordt traditioneel in het wild gevangen vis gebruikt, wat zorgt voor een onhoudbaar systeem. Wij vervangen het op vis gebaseerde voer voor micro-algen met dezelfde voedingswaarde als het dierlijke alternatief.”De potentie van micro-algen is volgens Draskovic enorm. “Niet alleen als voer voor vis of vee, maar ook als aanvulling op het dieet van mensen."Lees ook: Startups, wetenschappers en grote bedrijven moeten innovatiekracht bundelenBiopolymeren in medische sectorNaast voedingsingrediënten produceert Corbion ook producten voor de medische en farmaceutische sector. Chemisch ingenieur Murielle Oster ontwikkelt met haar team producten voor de farmaceutische industrie. “Bij Corbion werken we van oudsher met melkzuur en melkzuurderivaten. Hiervan kunnen we een biopolymeer maken dat langzaam degradeert in het menselijk lichaam.” Een capsule gemaakt van dit materiaal kan daarmee heel gedoseerd medicijnen afgeven in een lichaam. “Ook kunnen er bijvoorbeeld implantaten van gemaakt worden. Als het materiaal eenmaal zijn werk heeft gedaan, hoeft het daarna ook niet operatief verwijderd te worden. Dit scheelt tijd, geld en ontzorgt natuurlijk de patiënt.”Gezondheid van mensen is een belangrijk element van duurzaamheid, zegt Oster. “Met Corbion focussen we onder andere op Sustainable Development Goal 3 ‘Goede gezondheid en welzijn'. We willen een veilige oplossing aanbieden zonder dat het de omgeving, mens en milieu schaadt. Biologisch afbreekbare polymeren vervullen precies deze behoefte.”Milieu en sociale impact berekenenCorbion heeft zich gebonden aan de Science Based Targets (SBT), wat betekent dat alle bedrijfsactiviteiten erop zijn toegespitst de opwarming van de aarde tot 2 graden te beperken. Ana Morao was betrokken bij het in lijn brengen van Corbions doelstellingen met die van de SBT’s. “Het was een enorme uitdaging om alle processen in kaart te brengen en ze zo te organiseren dat ze voldoen aan de criteria van de SBT’s”, vertelt Morao. “De volgende stap is dat we voortdurend blijven monitoren hoe we ervoor staan. Alleen met cijfers en modellen kun je ook daadwerkelijk hardmaken dat we aan de criteria blijven voldoen.”Daarbij hoort ook dat Corbion Life Cycle Assessments en Product Social Impact Assessments van zijn producten maakt. Morao: “We brengen de totale milieubelasting in kaart van een product gedurende de hele levensfase. We letten niet alleen op CO2 en waterverbruik, maar proberen ook te kijken naar biodiversiteit en sociale impact. Het is een enorme uitdaging om dit te kwantificeren, maar je moet keiharde cijfers hebben om te kunnen onderbouwen dat je daadwerkelijk een positieve impact maakt op de SDG's.”Lees ook: De SDG’s als geraamte van je strategie: ‘als wij het kunnen, kan de rest het ook’Transitie versneltOndanks alle innovaties en ambities zijn de drie wetenschappers het erover eens dat er nog veel moet gebeuren in de transitie naar een biobased economie. Toch spreken ze allen hoop uit voor de toekomst. “Om me heen zie ik dat technologie steeds geavanceerder wordt”, vertelt Draskovic. “Er is echt sprake van een stijgende curve. Als de pilots van nu uitgroeien tot grootschalige fabrieken kunnen we ineens grote stappen maken.”Ook het gebruik van biologisch afbreekbare stoffen in de biomedische en farmaceutische wereld wordt steeds gebruikelijker, denkt Oster. “We zien nu al onderzoeken met biobased materialen die reageren op lichaamstempratuur of PH-niveau waarna een medicijn geactiveerd wordt. Op deze manier kunnen we heel gericht in het lichaam ziektes bestrijden. In dit geval biedt een biobased materiaal een betere oplossing dan we voorheen konden bedenken.”Voor Morao is het duidelijk dat de biobased chemische sector ‘the place to be is.’ “Er zijn zoveel ontwikkelingen gaande op dit moment. Als je nieuwsgierig bent en opzoek naar een uitdaging dan is dit de kans om op dit gebied een verschil te maken.”