Britt van den Elshout 15 juni 2018, 10:30

Hogan wil bonus-malussysteem voor lidstaten in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Europees Commissaris Hogan van Landbouw wil in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een bonus-malussysteem opzetten. Hiermee zouden lidstaten die goed scoren op klimaat- en milieubeleid extra geld uit het landbouwbudget krijgen en worden de lidstaten die slecht presteren gekort op het budget.

Landbouw

Dat meldt Boerderij Vandaag. Het nieuwe GLB is eerder deze maand gepresenteerd en zal gelden voor de periode 2021-2027.

Meer vrijheid voor lidstaten

In de voorstellen van de Europese Commissie voor het nieuwe GLB krijgen lidstaten meer vrijheid om hun landbouwbeleid in te vullen. De Europese Commissie stelt doelen en de lidstaten bepalen vervolgens grotendeels zelf hoe zij die willen realiseren.

De plannen van de lidstaten, inclusief de gestelde milieu- en klimaatdoelen, moeten wel worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Vervolgens wordt aan de hand van landelijk vastgestelde streefcijfers elk jaar gekeken of de doelen behaald worden. 

Hogan: "Landen die het goed doen kunnen aan het einde van de begrotingsperiode een prestatiebonus krijgen; degenen die niet voldoende vooruitgang boeken, zouden als gevolg daarvan mogelijk een deel van hun GLB-begroting verliezen.”

Hogan vindt het niet bezwaarlijk dat door deze opzet boeren in de verschillende landen mogelijk andere maatregelen moeten nemen om Europese premies te kunnen ontvangen. Het nieuwe systeem zorgt volgens hem voor een eerlijke verdeling van directe betalingen tussen lidstaten en tussen boeren, terwijl landen tegelijkertijd de maatregelen beter op de lokale omstandigheden kunnen afstemmen.

Duurzaamheid in het GLB

Duurzaamheid is een belangrijke pijler in het nieuwe GLB. Zo zullen in de toekomst rechtstreekse betalingen aan boeren alleen plaatsvinden als zij voldoen aan strenge milieu- en klimaateisen.

De inkomenssteun voor landbouwers is nu al gekoppeld aan de toepassing van milieu- en klimaatvriendelijke praktijken, maar met het nieuwe GLB komen er zowel verplichtingen als stimulansen voor landbouwers bij om een hoger ambitieniveau te bereiken.

Lees verder:

Bron: Boerderij Vandaag | Foto: Adobe Stock 

INTERVIEW: Waarom het vraaggestuurde laadnetwerk van Amsterdam zo succesvol is

Amsterdam ging in 2009 al aan de slag met elektrisch rijden. Bart Vertelman, programmamanager luchtkwaliteit bij de gemeente Amsterdam: “Het werd al snel duidelijk dat we ons op de vergroening van verkeer moesten richten om de luchtkwaliteit in Amsterdam te verbeteren. Daar kunnen we als stad impact maken.”Stimuleren, reguleren en faciliterenAan de hand van drie speerpunten werden de eerste stappen gezet: stimuleren, ,faciliteren  en reguleren. Om de overstap naar elektrisch vervoer te stimuleren, biedt Amsterdam bijvoorbeeld subsidies aan voor de aanschaf van een elektrisch voertuig. Daarnaast komen eigenaren van een elektrische auto bovenaan te staan op de parkeervergunningenlijst van de stad.De tweede pijler is faciliteren. “Als jij hier elektrisch gaat rijden of ondernemen, dan zorgen wij voor de randvoorwaarden”, vertelt Vertelman. Zo zorgt de gemeente bijvoorbeeld voor de juiste vergunningen wanneer innovatieve partijen als Car2Go en Hyundai met elektrisch autodelen aan de slag willen. “Amsterdam is geen marktpartij die zelf met autodelen aan de slag kan gaan, maar we willen wel dat hier mogelijk is. We proberen dus zoveel mogelijk open te staan voor innoverende partijen die een vergroening teweeg kunnen brengen.”Ook regulering kan een rol spelen in deze transitie, bijvoorbeeld door de invoering van milieuzones. Dit behandelt Amsterdam echter bewust als stok achter de deur, legt Vertelman uit. “Eerst stimuleren, dan pas verbieden. We proberen het positief te benaderen.”Oplossen van een kip-ei-probleemDe belangrijkste vorm van faciliteren is echter het optuigen van een dekkende laadinfrastructuur, iets waar Amsterdam bijzonder succesvol in is gebleken. “Laden mag nooit een probleem zijn in de transitie naar elektrisch rijden”, aldus Vertelman. “Als overheid heb je de taak om die barrière weg te nemen.”Hier begon Amsterdam in 2009 al mee. Toen werden er, bij wijze van pilot, honderd laadpunten geplaatst. Daarmee werd een belangrijk probleem opgelost, legt Vertelman uit: “Toentertijd waren er weinig elektrische auto’s omdat er weinig laadinfrastructuur was en vice versa. Dat kip-ei probleem hebben we met die honderd laadpunten doorbroken.”Tegelijkertijd was deze pilot een belangrijke les voor de gemeente, vervolgt hij: “Plaats laadpunten waar het zinvol is. Dat klinkt als een open deur, maar je moet het wel ontdekken. Het opladen van je elektrische auto doe je thuis vooral ’s nachts en op werk overdag. Idealiter plaats je laadpalen op plekken waar dit gecombineerd kan worden, zodat ze optimaal worden benut. Maar in de allereerste pilot hebben we bijvoorbeeld ook een laadpaal bij het stadhuis geplaatst. Daar maakte niemand gebruik van.”"Plaats laadpunten waar het zinvol is. Dat klinkt als een open deur, maar je moet het wel ontdekken"Vraaggestuurde uitrolNa deze allereerste pilot, en de geleerde lessen die daarbij hoorden, ontstond vanzelf een vraaggestuurde uitrol van laadpalen in Amsterdam. “We hebben bewust samenwerkingen opgezocht met bijvoorbeeld Nissan, Renault en Mitsubishi, partijen die er vroeg bij waren op het gebied van elektrisch rijden, om de laadinfrastructuur zo efficiënt mogelijk uit te rollen”, licht Vertelman toe. “We zetten niet zomaar iets neer.”Bij het plaatsen van laadpalen werkt Amsterdam daarom op basis van aanvragen, maar ook met de data die huidige laadpalen genereren. De stad kan aan de hand van deze informatie precies zien wat de bezettingsgraad is, hoe lang en hoe snel men laadt en waar men dat precies doet. Zo wordt al snel duidelijk in welke wijken en regio’s het krap begint te worden, zodat de gemeente daar preventief op in kan spelen.Deze aanpak werpt zijn vruchten af, zegt Vertelman. “Het vertrouwen bij bewoners en bedrijven is inmiddels zo groot dat we minder aanvragen voor laadpalen binnenkrijgen. Men gaat gewoon elektrisch rijden, ervan uitgaande dat het geregeld wordt. Dat is een mooie ontwikkeling. Aan ons de taak om aan die verwachting te voldoen.”Uitstootvrije taxibrancheEen mooi voorbeeld van dit vertrouwen is de taxibranche, stelt Vertelman. “Die heeft samen met ons de ambitie geformuleerd om in 2025 uitstootvrij te opereren. Alle TTO’s (Toegelaten Taxi Organisaties, red.) hebben hun handtekening gezet onder dit convenant, omdat het vertrouwen bestaat dat dit ook gaat lukken.”“Om deze ambitie waar te maken, hebben we als gemeente voor snelladers gezorgd”, vervolgt hij. “Die zijn nodig omdat taxi’s elke dag zeer intensief gebruikt worden. Dat faciliteren we graag, omdat het de transitie naar elektrisch rijden, en dus schonere lucht, verder helpt. We hopen dit voor alle partijen te kunnen doen die met innovatieve en duurzame oplossingen op de proppen komen, om het stadsverkeer zo snel mogelijk te verduurzamen.”"Het vertrouwen bij bewoners en bedrijven is inmiddels zo groot dat we minder aanvragen voor laadpalen binnenkrijgen"Samen sterkHoewel Amsterdam zijn zaakjes goed op orde heeft, is dat lang niet overal zo. Vertelman: “Op nationaal niveau zijn we er nog lang niet. Het schort aan know how en een gevoel van urgentie. Daarnaast heeft niet iedere gemeente dezelfde slagkracht als Amsterdam.”De hoofdstad deelt zijn expertise dan ook graag met anderen en trekt met andere steden en de omliggende Metropoolregio op om de uitrol van laadpalen ook daar te versnellen. Zo deelde Amsterdam haar kennis over de aanbestedingen voor laadpalen met andere steden, zodat die ervan konden leren. Daarnaast heeft dit gezorgd voor uniformiteit in de eisen van die aanbestedingen, wat weer handig is voor exploitanten van laadpalen.Ook trekt Amsterdam met de omliggende regio op om gebundelde aanbestedingen uit te zetten. Een belangrijke ontwikkeling, stelt Vertelman. De businesscase voor het plaatsen en exploiteren van laadpalen in stedelijke gebieden begint namelijk wel rond te komen, maar in het buitengebied is dat een ander verhaal. Het is echter wel belangrijk dat men ook daar hun elektrische auto kan opladen. Vertelman: “Daarom bundelen we onze aanbestedingen. Met andere woorden: als je op de hotspots laadpalen wilt exploiteren, moet je dat ook in de buitenwijken doen. Als je de transitie echt in gang wil zetten, moet elke vraag bediend worden.”Een belangrijke rol in de energietransitieDe transitie naar elektrisch rijden is niet alleen belangrijk om luchtvervuiling tegen te gaan. Ook in de energietransitie speelt het een belangrijke rol. “Verkeer is verantwoordelijk voor een fors aandeel van de landelijke CO2-uitstoot”, aldus Vertelman.De rol die de transitie naar elektrisch rijden kan spelen in de overkoepelende energietransitie gaat echter verder dan alleen CO2-reductie. Door de opkomst van duurzame energiebronnen als zonnepanelen en windmolens wordt het aanbod van duurzame energie steeds grilliger. Het waait immers niet elke dag en de zon verdwijnt, zeker in Nederland, nogal eens achter de wolken. Op andere dagen waait het juist erg hard en kan er juist een overschot aan elektriciteit ontstaan. Dit vraagt nogal wat van het elektriciteitsnet. Elektrische auto’s kunnen ondersteuning bieden door te fungeren als externe batterijen. Als er een energietekort dreigt te ontstaan, kunnen de batterijen tijdelijk energie leveren of tijdelijk stoppen met opladen. Bij een overschot kunnen ze juist extra veel opladen.Vehicle-2-GridTechnologieën op dit gebied, zoals Vehicle-2-Grid en Smart Charging, zijn volop in ontwikkeling en worden in Amsterdam al op diverse plekken getest. “We kijken wat er mogelijk is. Het opladen van elektrische auto’s kan bijvoorbeeld best iets later op de avond beginnen, wanneer de grootste piek in elektriciteitsverbruik voorbij is. De technologie om dat slimmer in te regelen, is er al. De vraag is: hoe willen we die inzetten?”Vertelman benadrukt het belang om daar nu al mee te testen. “Het is moeilijk in te schatten hoe erg de druk op het elektriciteitsnet zal toenemen in de aankomende jaren, maar één ding is zeker: als we niks doen, hebben we een probleem.”“We gaan er dus bewust nu mee aan de slag”, besluit hij. “Het kan ons een uitbreiding van het elektriciteitsnet (compleet met het openbreken van straten) schelen.”Dit artikel is onderdeel van onze themamaand Stad van de Toekomst. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.Afbeeldingen: Gemeente Amsterdam