Sebastian Maks
01 december 2023, 14:09

Hogere landbouwopbrengsten dankzij ziektewerende schimmels

Door schimmels uit te strooien over geïnfecteerde landbouwgronden, kan de opbrengst van gewassen worden gered of zelfs verhoogd. Dat heeft een Zwitsers onderzoeksteam aangetoond na experimenten op 800 akkers. De vondst kan een uitweg bieden voor boeren die anders noodgedwongen naar vervuilende pesticiden zouden grijpen.

Getty Images 697685 001 Chemische pesticiden zijn giftig en kunnen het milieu en diersoorten in gevaar brengen. | Credits: Getty Images

Het Zwitserse onderzoeksteam bestaat uit wetenschappers van de universiteiten van Zurich en Basel, de instelling Agroscope en het Research Institute of Organic Agriculture. Ze ontdekten dat mycorrhizale schimmels – schimmels die ondergronds samenwerken met planten en gewassen – een stimulerende werking kunnen hebben op landbouwoogsten. Bij wijze van proef mengden ze op 800 akkers in Zwitserland mycorrhizale schimmels door de landbouwgrond. Daarna keken ze wat er gebeurde met de opbrengst van gewassen die daar werden geteeld.

Rijkere oogst

Op een kwart van de akkers zagen de onderzoekers aanzienlijke verbeteringen, met oogsttoenames tot wel 40 procent. Maar op een derde van de akkers zagen ze geen verandering of namen de opbrengsten zelfs af. Een periode van onderzoek, waarbij het team keek naar de kenmerken van en het leven in de grond, leverde daarvoor de verklaring op.

De akkers waarop de schimmels tot een hogere opbrengst hadden geleid, waren van tevoren besmet met pathogene schimmels. Dat zijn schimmels die infecties veroorzaken bij bepaalde organismen. De toediening van mycorrhizale schimmels maakte de besmettelijke schimmels die al in de grond zaten minder schadelijk, waardoor de groei van de gewassen niet werd gehinderd. Op de akkers waar geen pathogene schimmels aanwezig waren, hadden de mycorrhizale schimmels geen effect gehad.

Alternatief voor pesticiden

Het team wil nu verder zoeken naar manieren om effectief de mycorrhizale schimmels te verspreiden over grote landbouwgronden. Dan zouden ze namelijk kunnen dienen als duurzaam alternatief voor chemische pesticiden, die vaak door landbouwbedrijven gebruikt worden om gewasziektes te weren.

Chemische pesticiden zijn giftig en kunnen het milieu en diersoorten in gevaar brengen. Ook mensen zouden er gezondheidseffecten door kunnen ervaren. Het Amsterdam UMC liet vorig jaar bijvoorbeeld weten een mogelijke link te hebben gevonden tussen het gebruik van pesticiden en hartritmestoornissen. Nederlandse boeren kiezen daarom steeds vaker voor natuurlijke alternatieven, bleek uit recente cijfers van het CBS. Toch blijft de inkoop van pesticiden in ons land nog altijd hoog.

Lees ook:

Niek Veendrick (Stoov): ‘Met een lelijk product maak je geen impact’

De warmtekussens van Stoov zijn oorspronkelijk bedoeld voor de horeca, vertelt Veendrick. “Als alternatief op de heaters die op veel terrassen stonden te loeien. Die gebruiken veel gas en zijn inefficiënt: ze verwarmen vooral lucht. Dat kan anders, dachten we. We introduceerden warmtekussens die mensen direct verwarmen. Dat is eigenlijk logischer en het bespaart veel energie. De kussens hoeven alleen aan wanneer de stoel ook daadwerkelijk bezet is.” Consumentenmarkt De horeca bleek een mooie manier om mensen kennis te laten maken met het product. “We kregen telefoontjes en mails van mensen die ook graag zo’n warmtekussen wilden kopen. Dat is natuurlijk een compliment. In 2018 zijn we gestart met de verkoop aan consumenten. Als bedrijf willen we duurzame impact maken. Hoe meer mensen we bereiken, hoe beter”, aldus Veendrick. Inmiddels is het verreweg de grootste afzetmarkt. “Zo’n 90 tot 95 procent van de bestellingen gaat naar consumenten. We leveren ook nog steeds aan de horeca.” Opwarmen Waar restaurants en cafés de kussens buiten inzetten, gebruiken consumenten ze vooral binnenshuis. “Warmte is persoonlijk en voor iedereen anders. Waar de een 19 graden prima vindt, heeft de ander de thermostaat liever een graad hoger. De missie van Stoov is: warm people, not the planet. En dat is precies wat onze kussens doen. Wanneer je de verwarming hoger zet, duurt het even voordat een ruimte echt warmer wordt. Ons product geeft direct en gericht warmte af.” Aan de andere kant: een dikke trui aantrekken helpt ook om het warm te krijgen. Veendrick is het daarmee eens. “Het één sluit het ander zeker niet uit. Maar een Stoov doet meer dan een trui. De infraroodstraling verwarmt het lichaam van binnenuit. Daardoor is het qua warmtecomfort echt anders.” Energiebesparing Volgens Veendrick zorgen de warmtekussens voor de nodige energiebesparing. “Dat is ook wat we terugkrijgen van onze klanten. Een van de hoofdredenen om een Stoov aan te schaffen is om het comfortabel te hebben zonder de thermostaat hoger te moeten zetten. Dat maakt het duurzaam. Het scheelt ook geld. Helemaal tijdens de energiecrisis vorig jaar, maar nu nog. Het kost zo’n zes tot tien euro aan stroom om een Stoov gedurende het jaar op te laden. Dat is niet veel.” Een online tool op de website van Stoov berekent wat men kan besparen aan CO2-uitstoot en energiekosten. “Hiervoor gebruiken we gemiddelde cijfers van expertisecentra zoals het CBS en Milieu Centraal. Het zijn kerngetallen waarmee we snel inzichtelijk willen maken hoeveel er kan worden bespaard. Puur om mensen een indicatie te geven. Natuurlijk is iedere individuele situatie in de praktijk net weer even anders, maar de cijfers geven een goed beeld van de energiebesparing en de bronnen zijn onafhankelijk en betrouwbaar.”Volgens Veendrick zorgen de warmtekussens voor de nodige energiebesparing.Gerecyclede materialen In de kussens worden gerecyclede materialen verwerkt. Een daarvan is rPET, dat bestaat uit gerecycled PET-materiaal uit frisdrankflessen. “Onder andere voor de binnenkant en de vullingen, maar ook het merendeel van de hoezen.” De productie vindt plaats in China. “Uiteindelijk maken we een product waarin elektronica is verwerkt. Dan kom je al snel in Azië terecht. We kijken kritisch naar de productie en willen dit in de toekomst nog beter gaan doen. We zijn bezig om onze eigen footprint in kaart brengen, net als die van onze leveranciers. Dat neemt niet weg dat we al concrete maatregelen nemen, bijvoorbeeld als het gaat om transport. We laten bijna niks invliegen en doen vrijwel alles per boot.” Modulaire kussens De kussens zijn modulair, wat betekent dat ze gemakkelijk uit elkaar gehaald kunnen worden. “Er is niks verlijmd. Als er iets kapot gaat, zeg het warmte-element, dan kunnen we dat onderdeel gemakkelijk vervangen. Zo verlengen we de levensduur van het product en verspillen we zo min mogelijk grondstoffen.” Dat laatste geldt ook voor de verpakking, vervolgt hij. “We werken niet met een binnen- en een buitendoos. We hebben één verpakking en dat is ook meteen de verzenddoos. Bij elkaar opgeteld bespaart dat behoorlijk wat materiaal.” ‘Duurzaamheid moet sexy zijn’ Een warmtekussen is een functioneel product. Toch verkoopt het zichzelf niet, zegt Veendrick: “Met alleen functioneel kom je er niet. We steken superveel aandacht en tijd in het ontwerp en het design van de kussens. Het moet leuk staan op de bank en een aanwinst zijn in het interieur. We blijven doorontwerpen met nieuwe kleuren en stoffen. Naar mijn mening is dat belangrijk. Duurzaamheid moet ook sexy zijn. Met een lelijk product maak je geen impact. Dat verkoopt niet. Daarnaast moet een product praktisch zijn. Elke Stoov is draadloos, dus geen gedoe met snoeren. Je kunt het overal mee naartoe nemen. En natuurlijk niet onbelangrijk: de prijs moet kloppen.” Verantwoordelijkheid Naarmate het bedrijf groeit, groeit ook de verantwoordelijkheid. “Inmiddels zijn we marktleider in meerdere grote Europese landen, waaronder Duitsland, Engeland en Nederland. Daar hoort een zekere verantwoordelijkheid bij. Die willen we ook nemen. In de toekomst willen we nog duurzamer produceren. In 2030 willen we als bedrijf klimaatneutraal zijn. Terug naar nu: op dit moment zijn we hard op weg om B Corp te worden. Dat traject dwingt tot nadenken. Waar staan we met Stoov en waar willen we naartoe? Het proces laat ook zien wat beter kan. Die informatie is waardevol en nemen we mee. We willen het elk jaar beter doen. Dat kan op gevoel, maar we doen het liever op basis van feiten. Dan helpt zo’n meetlat.” Lees ook: Gulpener is B Corp: ‘We weten waar we aan kunnen werken’H&M zet stap richting duurzamere kledingproductieEerder uit de luiers bespaart jaarlijks zo’n 45 miljoen kilo afval