Marc Horckmans 17 februari 2023, 14:11

IJsland kan tientallen miljoenen Europeanen voorzien van eiwitten uit algen

IJsland kan een belangrijke rol spelen in Europese voedselzekerheid. Het kleine land zou de komende tien jaar meer dan 40 miljoen Europeanen kunnen voorzien van een veilige, duurzame en lokaal geproduceerde bron van eiwitten, terwijl tegelijkertijd de uitstoot van koolstofdioxide met meer dan 700 miljoen ton zou kunnen worden verminderd.

Adobe Stock 440288686 IJsland kan een belangrijke rol spelen in Europese voedselzekerheid. | Credits: Adobe Stock

Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan de Reichman University in Israël, in samenwerking met voedingsdeskundigen uit IJsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.

Algen

De garantie van de duurzame voedselvoorziening wordt de komende decennia wereldwijd een grote uitdaging. Ook Europa zal aan die problematiek niet kunnen ontsnappen. Er wordt dan ook druk naar alternatieve voedselbronnen gezocht. Onder meer algen kunnen daarbij een belangrijke functie krijgen.

Uit de studie blijkt dat IJsland met hernieuwbare energie uit waterkracht en geothermie algen kan kweken. Dat gebeurt in geavanceerde bioreactoren die blauwalgen kweken. Die ontwikkeling kan een cruciale rol spelen in het streven van Europa naar zelfvoorziening op het gebied van eiwitten.

“IJsland zou honderdduizenden tonnen duurzame, eiwitrijke biomassa kunnen produceren om op het gebied van eiwitten volledig zelfvoorzienend te worden“, benadrukt onderzoeksleider Asaf Tzachor, professor duurzaamheid aan de Reichman University.

Exporteur van eiwitten

“Het land zou bovendien als een netto-exporteur van eiwitten kunnen fungeren om andere Noord-Europese landen te voeden.” Volgens het meest conservatieve scenario – waarin 15 procent van de de huidige geïnstalleerde capaciteit voor de voedselproductie zou worden gereserveerd – zou IJsland op het gebied van eiwitten tegen eind dit decennium voor zijn verwachte bevolking van 390.000 inwoners zelfvoorzienend kunnen worden.

In het meest ambitieuze scenario voor de productie van biomassa kan IJsland zichzelf onderhouden en aanzienlijk bijdragen tot de voedselzekerheid in Denemarken, Finland, Litouwen, Letland, Estland, Jersey, het eiland Man, Guernsey en de Faeröer en daarbij miljoenen mensen per jaar voeden.

In de loop van het volgende decennium zouden bovendien tientallen miljoenen Europeanen voor hun voedselvoorziening op IJsland beroep kunnen doen.

Afhankelijkheid afbouwen

Momenteel is de Europese Unie sterk afhankelijk van de invoer van eiwitrijke voedergewassen, zoals soja, om aan de binnenlandse vraag te voldoen. Volgens de Europese Unie importeren de lidstaten momenteel zo’n 75 procent van hun eiwitbehoefte.

De afhankelijkheid van andere landen stelt de Europese landen bloot aan verstoringen van de voorraadketens. Tegelijkertijd heeft de coronapandemie voor onrust gezorgd, en hebben plantenplagen, ziekteverwekkers en andere weerpatronen ook invloed op de voorraadketens.

Bezorgdheid over voedselzekerheid

Dit maakt de Europese voedselzekerheid kwetsbaar, met name voor de opeenvolgende, acute en chronische gevolgen van de klimaatverandering.

Deze bezorgdheid heeft de zelfvoorziening met eiwitten hoger op de Europese beleidsagenda geplaatst, met initiatieven zoals het Eiwitplan van de Europese Unie, dat de ontwikkeling van alternatieve, lokaal geproduceerde eiwitbronnen moet stimuleren en versnellen.

Onaangeroerd potentieel

De nieuwe studie toont aan dat IJsland een aanzienlijk potentieel – dat momenteel nog grotendeels onaangeroerd blijft – heeft om een belangrijke bijdrage te leveren tot de Europese plannen om op het gebied van eiwitten een grote mate van zelfvoorziening uit te bouwen.

De studie benadrukt daarbij ook het bijkomende milieuvoordeel. Elke kilogram eiwitrijke biomassa die de plaats van rundvlees inneemt, vermindert immers de uitstoot van koolstofdioxide met 0,315 ton.

In het meest ambitieuze scenario kan de productie van alternatieve eiwitten in IJsland een besparing opleveren van meer dan 75 miljoen ton koolstofdioxide. Dat komt neer op ongeveer 7,3 procent van alle emissies van broeikasgassen die Europa per kwartaal produceert.

Meer lezen?

Nieuwe spoorwegmaatschappij zet volledig in op nachttreinen

European Sleeper is de naam van een gloednieuwe spoorwegmaatschappij die zich volledig focust op nachttreinen. Haar eerste trein gaat 25 mei rijden. Vanaf dan rijdt de trein drie keer per week van Brussel naar Berlijn en weer terug, via Nederland. Elmer van Buuren is een van de oprichters van European Sleeper. Hij vertelt over de ontwikkelingen op het spoor in de laatste decennia, hoe het de maatschappij is gelukt een plekje op het spoornet te bemachtigen en de plannen voor de toekomst. Goedkope vluchten niet de schuldige De nachttrein. Dat is iets van vroeger. Toch? Toen reden er nachttreinen naar Kopenhagen, Basel en Praag. Maar door de opkomst van lowcostvliegmaatschappijen is dat helemaal verloren gegaan. “Zo simpel is het niet”, zegt Elmer van Buuren. “Het is een mythe dat er geen vraag meer was naar nachttreinen. Dat ze niet meer rijden, heeft veel meer oorzaken. Naast het aanbod van goedkope vluchten, speelt de opkomst van hogesnelheidstreinen een grote rol. En de liberalisering van de spoormarkt heeft er ook flink aan bijgedragen. Sinds begin jaren negentig moeten spoorwegmaatschappijen zichzelf bedruipen. De maatschappijen werden uitgedaagd zelf risico’s te nemen en konden geen conglomeraten, eigenlijk een soort kartels, meer vormen. Daardoor werd er steeds minder samengewerkt en was er minder ruimte voor creatieve oplossingen.” Oud materieel “Daar komt nog bij,” gaat Van Buuren verder “dat het materieel van de Europese maatschappijen verouderde. De laatste investeringen in nachttreinen waren van de jaren vijftig, zestig en zeventig. Veel materieel kwam aan het einde van zijn levensduur. Voor spoorwegmaatschappijen zoals Deutsche Bahn was het niet lucratief om in nieuw materieel te investeren. Zij hadden hun focus verlegd naar bijvoorbeeld de hogesnelheidstrein. Ook werd er meer gebruikgemaakt van nieuw soort materieel. Waar treinen vroeger uit een locomotief en rijtuigen bestonden, werd er steeds meer geïnvesteerd in treinstellen: een metroachtig principe, een treinstel is één geheel. Dat is handiger en efficiënter, omdat zo’n trein twee richtingen op kan rijden. Vanuit bedrijfseconomisch perspectief zijn dat geen rare beslissingen, maar voor een nachttrein zijn zulke treinstellen minder geschikt. Voor nachttreinen is het namelijk handig als je bij een grensovergang je trein aan een nieuwe locomotief kunt koppelen*.” *Omdat treinen in verschillende landen op andere stroomsoorten rijden, is het handig een geschikte locomotief voor de rijtuigen te koppelen. Nieuwe treinen, zoals de Thalys op Eurostar kunnen op meerdere stroomsoorten rijden. red.Over European Sleeper European Sleeper is een Belgisch-Nederlandse spoorwegmaatschappij die de nachttrein opnieuw op de kaart wil zetten. Het bedrijf is in 2021 opgericht door treinliefhebbers Chris Engelsman en Elmer van Buuren. Zij bieden met hun bedrijf een reguliere nachtelijke treinverbinding tussen Brussel en Berlijn. De trein gaat drie keer week op en neer rijden met een tussenstop in Amsterdam. De eerste rit staat gepland voor 25 mei. Vanaf maandag 20 februari zijn tickets te koop op de website van de maatschappij.Doorzettingsvermogen De liberalisering op de spoormarkt was dus een belangrijke oorzaak voor het verdwijnen van de vroegere nachttreinen. Toch zorgt die er ook voor dat er nu weer nieuwe (nachttrein)initiatieven kunnen ontstaan. Van Buuren: “De liberalisering betekent voor ons een kans om te starten. Iedereen mag tegenwoordig een spoorwegmaatschappij beginnen. Dat biedt kansen op een revival.” Dat gaat overigens niet zonder slag of stoot. “Er zijn niet heel veel andere initiatieven, want het is best ingewikkeld. Je moet goed weten wat je doet. Er ligt nergens een handleiding ‘Hoe richt ik een spoorwegbedrijf op?’.” Van Buuren en zijn compagnon zijn door de wol geverfde ‘treinmannen’. Ze zijn niet alleen treinliefhebbers, maar werken zelf ook al jaren in de treinbranche. Toch moeten ook zij een flinke portie doorzettingsvermogen hebben. “Je krijgt te maken met verschillende instanties uit verschillende landen, denk aan de Europese equivalenten van ProRail. Dat maakt het complex. Je moet echt wel weten waar je over praat.” Werk aan het spoor en goederentreinen Het feit dat hun bedrijf om nachttreinen draait, is ook een complicerende factor. “Juist ’s nachts wordt er veel aan het spoor gewerkt. Dat maakt het ingewikkeld. Ook rijden er ’s nachts veel goederentreinen. En onze treinen moeten natuurlijk ’s morgens ergens aankomen. Het liefst vóór 10 uur, maar dan zit je dus wel precies in de ochtendspits. Je komt in stedelijk gebied aan en de capaciteit is op die tijden lastig. Het venijn zit ’m in de staart.” Duur en complex Ten slotte is het laten rijden van een nachttrein ook gewoon duur. De treinen leggen grote afstanden af en spoorwegmaatschappijen moeten per kilometer betalen om het spoor te gebruiken. Ook zijn de personeelskosten hoog. “Nachttreinen zijn in feite hotels op wielen. Dat maakt het duur, want je moet op het gebied van logistiek ook veel organiseren. Zo heb je veel meer personeel nodig dan op een dagtrein. Dat personeel is ’s nachts ook nog eens duurder. Wij kunnen dus nooit zo goedkoop worden als een lowbudgetvlucht. Gelukkig sparen nachttreinreizigers meestal wel een of twee hotelovernachtingen uit, waardoor onze trein alsnog kan concurreren met het vliegtuig." Praag De complexe organisatie heeft Van Buuren en Engelsman er niet van weerhouden door te gaan. Dit voorjaar gaan de eerste treinen rijden en er zijn volop plannen voor groei. “We zoeken heel bewust naar routes waar je regulier kunt rijden. We bieden dus geen charters of seizoenstreinen, maar een trein die voortdurend onderweg is. Onze eerste trein gaat nu drie keer per week rijden, maar ons streven is dat het een dagelijkse verbinding wordt. Ook willen we ons huidige traject uitbreiden naar Praag. Dit was nu nog niet mogelijk, doordat er grote werkzaamheden plaatsvinden ten zuiden van Dresden, maar we gaan ervan uit dat we Praag in 2024 aan het traject kunnen plakken.” Het tweede project van European Sleeper wordt een nachttreinverbinding tussen Amsterdam en Barcelona.Meer comfort Van Buuren kijkt positief naar de toekomst. “De nachttrein zal nooit een product worden voor de grote massa. Het blijft een nichemarkt, maar een specialistisch product brengen is niet erg. Als we maar voldoende mensen hebben om te rijden.” Om een groter publiek aan te spreken zorgt European Sleeper voor meer comfort dan vroeger. “Mensen willen niet meer in een zespersoonscouchette liggen. Daar houden we rekening mee. En gelukkig snappen steeds meer mensen dat je niet altijd voor de snelste optie hoeft te gaan. Je kunt je tijd ook slim besteden. Als je de nachttrein neemt, koop je tijd voor je zelf." Geen bedreiging Een grote speler op de reismarkt TUI biedt tegenwoordig ook reizen met een nachttrein aan. Van Buuren ziet dit niet als bedreiging. “TUI heeft vooral seizoenstreinen, bijvoorbeeld naar wintersportgebieden. Dat is echt iets anders dan wat wij doen. En dan hebben ze nog Green City Trip. Dat is een interessant concept. TUI biedt complete pakketreizen aan met een treinreis als component. Op die manier halen ze mensen naar de trein toe, die anders niet voor de trein zouden kiezen. Ik zie dat echt als aanvulling op wat wij doen, niet als bedreiging. Er is voldoende ruimte op de markt voor meerdere initiatieven van verschillende partijen. Uiteindelijk helpen nachttreinen om de trein als transportmiddel geschikt te maken voor grotere afstanden. Voor afstanden van 1000 tot 1500 kilometer is het echt een goed alternatief voor vliegtuig en auto.” Meer lezen over treinen: Kom je met de fiets, auto of trein naar je werk? Vanaf 2024 moeten bedrijven dat vastleggenGroningen krijgt eerste groene waterstoftreinen van NederlandKoplopers: De trein als alternatief voor vliegen?