Chris Thijssen 14 december 2017, 10:13

‘Kansen voor eiwitterugwinning uit reststromen met waterwormen’

De productie van waterwormen biedt kansen voor het terugwinnen van eiwitten uit industriële reststromen, zoals voeding, zuiveringsslib en mest. Deze eiwitten kunnen vervolgens worden toegepast als eiwitrijk diervoeder, bijvoorbeeld in de viskweeksector.

Shutterstock 771859864

Dat blijkt uit onderzoek van Bob Laarhoven, die vrijdag promoveert aan de Wageningen Universiteit. Volgens Laarhoven is de mondiale aquacultuurproductie, ofwel viskweek, met circa 8 procent groei per jaar een van de sterkst groeiende productiesectoren. Het gebruik van vismeel en visolie in deze sector leidt echter tot een groter wordende druk op resterende natuurlijke voedselbronnen.

Alternatieve grondstoffen om de eiwitten en vetten uit vismeel en visolie te vervangen, worden vooral gevonden in de vorm van planten en algenconcentraten. Gebruik hiervan leidt volgens Laarhoven echter tot een ‘food-feed-competitie’. Daarnaast is voor vleesetende vis, zoals zalm, forel en tonijn, vismeelvervanging alleen gedeeltelijk mogelijk.

Vismeelvervanger

Hier zouden waterwormen kansen bieden, stelt Laarhoven in zijn onderzoek, met name de Lumbriculus variegatus (broze slibworm). Omdat aquatische wormen zich onder aan de voedselketen bevinden, voeden zij zich met mengsels van bacteriële, dierlijke en plantaardige aard en zijn ze mede daardoor goed te kweken met laagwaardige stromen uit de (voedings)industrie. De wormen kunnen vervolgens worden verwerkt als vismeelvervanger.

Afzetmarkt

Het Europese centrum voor duurzame watertechnologie Wetsus ontwikkelde eerder al een wormen-reactorsysteem, waarin wormen op verschillende reststromen uit de voedingsindustrie kunnen worden gekweekt.

Een opschalingsproef in samenwerking met het bedrijfsleven zou antwoord kunnen geven op de vraag of het wormen-reactorsysteem en de afzetmarkt klaar zijn voor vismeelvervangers op basis van aquatische wormen.

Bron: Wageningen Universiteit | Foto: Shutterstock.com

Revolutionaire technologie herkent asfaltschade automatisch

Dat meldt BAM Infra in een persbericht.Auto’s rijden met 360o camera’s rond en maken beelden van het asfalt. Momenteel worden deze beelden handmatig gecontroleerd door asfaltexperts. Met de nieuwe Machine Learning-technologie kunnen schades automatisch worden gedetecteerd.ZelflerendAan het zelflerende model worden grote hoeveelheden beelden van bekende schades toegevoegd, waardoor het model de schades steeds beter leert herkennen. Het model kan gaten, scheuren en rafeling in het asfalt onderscheiden, maar bijvoorbeeld ook de aanwezigheid van dierlijke resten.Vervolgens stelt het model een schaderapportage op. Deze wordt door een algoritme gekoppeld aan geografische gegevens, waardoor de exacte locatie van de schade bekend is.Menselijke toetsing“98 procent van de beelden die wij binnen krijgen is van asfalt waar niets mee aan de hand is. Door alle beelden te laten beoordelen door het zelflerende model, kunnen wij onze mensen direct naar die 2 procent laten kijken waar wel een schade aan het asfalt te zien is. Je kunt je voorstellen hoeveel dit scheelt”, zegt Jaap van den Elshout, Themamanager Asset Management bij BAM Infra.Wegeigenaren zoals Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeentes kunnen inspecties hierdoor veel gerichter en sneller uitvoeren. Op die manier leveren de inspecties en het onderhoud minder verkeershinder op.Lees ook:Rijkswaterstaat maakt asfalt duurzaam met ‘verjongingskuur’ Internationaal consortium ontwikkelt innovatief zelfherstellend asfalt Fryslân gebruikt wc-papier voor duurzamer asfalt Bron: BAM Infra | Afbeelding: Shutterstock.com