Romy de Weert 16 augustus 2021, 13:24

Kleding van landbouwresten: verduurzaamt dit de mode-industrie?

Bananenstengels, tarwe, suikerriet en rijststro. Binnenkort dragen we kleding gemaakt van vezels van landbouwreststromen. Een nieuwe studie toont aan dat er een heleboel geschikte gewassen zijn om kleding van te maken. “Een veelbelovende innovatie die de volgende moderevolutie in gang kan zetten”, zegt mede-onderzoeker Vivek Adhia van onderzoeksbureau ISC.

Adobestock 182714315 Van vezels van afgedankte landbouwreststromen is bekend dat ze vergelijkbare eigenschappen hebben als materialen die nu in de mode-industrie worden gebruikt. Beeld: Adobe Stock

Textiel bestaat uit vezels en op dit moment worden veel van die vezels gemaakt van fossiele brandstoffen. Ook de plantaardige textielvezel katoen is omstreden door het enorme watergebruik en de chemicaliën die nodig zijn om insecten en schimmels te weren. Bovendien is het materiaal nu nog slecht te recyclen. Daarom gingen onderzoekers van Wageningen University and Research (WUR), het Institute for Sustainability Communities (ISC) en het World Resources Institute (WRI) in opdracht van Laudes Foundation op zoek naar een duurzaam alternatief. Ze analyseerden de vezels van meer dan veertig landbouwgewassen in Zuid- en Zuidoost-Azië. Wat blijkt? Veel reststromen – de overgebleven en niet-bruikbare resten van gewassen – zijn goed geschikt als natuurlijke vezel voor textiel.

Hoe werkt het?

Landen in Zuid- en Zuidoost-Azië hebben in de landbouw veel oogstafval over. Denk aan rijststro en bananenstengels. Bovendien wordt in deze landen veel kleding geproduceerd. Om het landbouwafval zo goed mogelijk te benutten kunnen er vezels van gemaakt worden. Van de vezels van landbouwresten is bekend dat ze vergelijkbare eigenschappen hebben als materialen die nu in de mode-industrie worden gebruikt. De landbouwvezels kunnen worden vermengd met kunst- of andere natuurlijke vezels om het textiel te versterken. 

Waar liggen de grootste uitdagingen?

“De textielindustrie heeft meer duurzame en hernieuwbare grondstoffen nodig om haar huidige, negatieve invloed op het klimaat te verkleinen”, schrijft Paulien Harmsen, senior wetenschapper bij Wageningen University & Research. “We hebben meer biomassa nodig als basismateriaal voor textiel om de huidige textielindustrie om te vormen. Bij het gebruik van nieuwe biomassaresten voor textiel lopen we echter tegen een aantal problemen aan, zoals beschikbaarheid en geschiktheid, maar ook tegen uitdagingen op technologisch, economisch en sociaal gebied. Uiteindelijk is niet elke bron van biomassa geschikt voor textiele toepassingen."

Leer kweken uit koeiencellen: Qorium haalt 2,6 miljoen op om kweekleer op te schalen

Toch zijn de onderzoekers het erover eens dat het omzetten van landbouwresten in grondstoffen voor de textielindustrie een stap in de goede richting is. "Maar in de toekomst moeten we ook voortbouwen op hetgeen we van onze eerdere ervaringen hebben geleerd en erop toezien dat de oplossingen ten goede komen aan zowel de onafhankelijkheid als de bestaanszekerheid van de boeren.”

Bestaanszekerheid van boeren

Want niet alleen helpt het hergebruik van landbouwreststromen het verduurzamen van de kledingindustrie. De onderzoekers vonden meer voordelen: zo helpt het landbouwpraktijken in landbouwgemeenschappen vergroten en zorgt het voor nieuwe inkomsten voor boeren met een laag inkomen in Zuid- en Zuidoost-Azië, en waarschijnlijk in veel andere landbouwregio's wereldwijd. 

"Het leggen van essentiële verbanden tussen de industrie en landbouwgemeenschappen zal bijdragen aan de versnelling van deze transitie", schrijft mede-onderzoeker Adhia. "Het is belangrijk dat het systeem vooraf goed wordt ontworpen, waarbij wordt gekeken naar de betrouwbare beschikbaarheid van basismaterialen, robuuste lokale waardeketens." Ook technologie voor de opschaling van het maken van natuurlijke vezels uit landbouwresten moet verbeterd worden. "En tot slot moeten we het consumentenbewustzijn vergroten."

Meer weten over duurzame kleding en textiel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte. 

Bedrijven vrezen klimaatschade en voeren investeringen op

Dat er een verband is tussen klimaatverandering en extreem weer is voor de meeste wetenschappers onomstreden. En dat betekent dat klimaatbeleid helpt om de schade door weersextremen te beperken. Door zeer hevige regenval en overstromingen verloren vorige maand meer dan tweehonderd Europeanen het leven. De financiële schade bedroeg naar schatting 2,5 miljard euro, zo schrijft de EIB. Dat bedrijven vrezen te maken te krijgen met schade door klimaatverandering is niet nieuw. Centrale banken en verzekeraars waarschuwen er al langer voor. In de Verenigde Staten leeft dezelfde vrees, maar iets minder. Waar in Europa 60 procent van de bedrijven rekening houdt met klimaatschade, is dat in de Verenigde Staten 50 procent. Bedrijven in Zuid-Europese landen zeggen kwetsbaarder te zijn voor klimaatschade dan landen in Noord-West Europa. Dat komt omdat hittegolven en lange periodes van droogte een gevaar zijn voor landbouw en toerisme.Meer bedrijven investeren in klimaatbeleidIn Europa zegt 23 procent van de bedrijven al de effecten van klimaatverandering te hebben ondervonden (13 procent in Nederland). Steeds meer bedrijven investeren in klimaatbeleid. In Europa zegt 45 procent van het bedrijf actief te investeren in projecten die klimaatverandering tegengaan. In de VS is dat 32 procent. Binnen Europa voeren bedrijven uit Finland (62 procent) en Nederland (58 procent) de ranglijst aan. Projecten op het gebied van energiebesparing zijn het populairst. Griekenland is overigens hekkensluiter. Daar investeert maar 18 procent van de bedrijven in klimaatprojecten.Bedrijven in Europa zeggen dat de transitie naar een klimaatneutrale economie een hoger tempo zou kunnen krijgen als overheden duidelijkheid zouden verschaffen over regulering en belastingen. Hoewel Amerikaanse bedrijven minder aan klimaatbeleid doen, zijn de investeringsbarrières er lager.Positieve effecten van groene investeringenBedrijven zijn positief over de energietransitie, omdat ze door bijvoorbeeld over te stappen op groene stroom denken dat méér (groene) producten te kunnen verkopen. Ook worden investeringen in de transitie geacht positief te zijn voor de reputatie van het bedrijf. Een kwart van de bedrijven is wel bang dat de transitie tot verstoringen in de toeleveringsketen kan leiden. De EIB-publicatie gaat niet in op de achtergronden daarvan.  Of de investeringen van bedrijven in klimaatneutrale ketens snel genoeg gaat is de vraag. Afgelopen week publiceerde het IPCC een belangrijk klimaatrapport waarin een grillig beeld van de toekomst wordt geschets: we krijgen veel meer te maken met extreem weer.  Lees ook deze column waarin wordt betoogd dat het bedrijfsleven het klimaatvraagstuk kan oplossen als de politiek de uitstoot van CO2 veel zwaarder gaat belasten.