Britt van den Elshout 11 juli 2018, 15:45

LTO en NZO presenteren plan voor vermindering uitstoot melkveehouderij

De vakgroep melkveehouderij van LTO Nederland en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) willen de uitstoot van broeikasgassen in de zuivelketen de komende jaren flink verminderen. Zo moet in 2030 het aantal CO2-equivalenten aan broeikasgassen met 2,6 megaton gereduceerd zijn.

Schermafbeelding 2018 07 11 om 12 18 07

Aan de landbouwtafel van de gisteren gepresenteerde ‘Hoofdlijnen voor het Klimaatakkoord’ hebben LTO melkveehouderij en NZO hun plan ‘Klimaatverantwoorde zuivelsector in Nederland’ ingebracht. Het plan sluit nauw aan bij de bestaande initiatieven om de zuivelketen te verduurzamen.

Download hier het plan

Reductie van uitstoot broeikasgassen

Melkveehouders en zuivelondernemingen werken op eigen initiatief al jaren samen aan de reductie van broeikasgassen. Dat gebeurt onder meer door efficiënter om te gaan met hulpbronnen als mineralen en energie en door duurzame energie op te wekken.

In het nieuwe plan staat dat de sector verschillende maatregelen zal nemen die te maken hebben met het dier, de diervoeding, de mestopslag en de bemesting. Dit moet leiden tot een reductie van methaan gelijk aan 0,8 megaton CO2. Met energiebesparende maatregelen, de productie van duurzame energie en maatregelen op gebied van bodem en gewas wordt de uitstoot verminderd met nog eens 0,8 megaton CO2-equivalenten.

Technische maatregelen voor melkveehouders

Melkveehouders mogen zelf bepalen welke technische maatregelen zij nemen om de reductie te realiseren, zonder de veestapel te verkleinen. LTO melkveehouderij en NZO onderschrijven namelijk de conclusie van het Planbureau voor de Leefomgeving dat krimp van de veestapel in Nederland zou leiden tot aanwas van vee in het buitenland. Hierdoor wordt de reductie van broeikasgassen in Nederland weer tenietgedaan.  

Wel hebben de twee organisaties bij de totstandkoming van het plan zoveel mogelijk rekening gehouden met duurzaamheidsthema’s die de sector en de maatschappij belangrijk vinden, zoals het grondgebonden karakter van de melkveehouderij, weidegang en het behoud van biodiversiteit. Daarnaast gaat het plan uit van een economisch gezonde sector die voor voldoende inkomen zorgt voor de melkveehouders.

Het plan richt zich echter niet alleen op besparingen in Nederland. Dankzij het onlangs uitgebracht advies van de Commissie Grondgebondenheid zullen melkveehouders meer eiwitrijke gewassen op eigen grond gaan telen. De import van soja en palmpitten zal hierdoor flink afnemen, wat kan zorgen voor 1,0 megaton aan besparingen.

Lees ook: Gebruik van microbieel eiwit in veevoer levert grote milieuvoordelen op​

Ondersteuning en investering

De overheid wordt nu gevraagd het plan van de zuivelsector te ondersteunen, onder andere met financiële-, fiscale- en investeringsregelingen voor melkveehouders. Verder dient er volgens hen een meerjarige innovatieagenda opgesteld te worden.

Zelf zullen LTO melkveehouderij en NZO ook investeren in programma’s en instrumenten. Zo heeft elke melkveehouder begin dit jaar al de beschikking gekregen over de broeikasgasmodule, een instrument waarmee hij de voortgang van de reductie van zijn bedrijf kan monitoren.

Onderzoeksprogramma Wageningen University & Research

Gisteren is bekend gemaakt dat Wageningen University & Research (WUR) een omvangrijk onderzoeksprogramma gaat opzetten om in Nederland de broeikasgassen van landbouw en landgebruik terug te dringen. Zo kijken de onderzoekers onder andere naar klimaatneutrale kassen en slimme manieren om veehouderij, landgebruik en bos- en natuurbeheer vorm te geven. Het ministerie van LNV stelt daarvoor dit jaar ruim € 11 mln beschikbaar.

Lees verder:

Bron: Nederlandse Zuivel Organisatie, WUR | Foto: Adobe Stock 

Nederlands bedrijfsleven investeert bijna € 3,4 mrd in groene technieken

Dat blijkt uit het jaarverslag 2017. Ook het totaal aantal meldingen steeg van 9.700 naar 13.430.De MIA en Vamil ondersteunen investeringen in milieuvriendelijke technieken. Het totale fiscale voordeel dat deze regelingen de Nederlandse bedrijven biedt, bedroeg in 2017 circa € 141 mln. Er werden vooral investeringen in duurzame gebouwen, duurzame kassen en stallen, duurzame mobiliteit en circulair ondernemen (waaronder recycling en vermindering van grondstoffen) gemeld.Meer investeringen in circulaire economieMet steun van MIA en Vamil investeerden ondernemers ruim € 300 mln in recycling en grondstoffenbesparing, 70 procent meer dan in 2016. Deze stijging is vooral het gevolg van een toename van industrie gerelateerde investeringen.  Een voorbeeld hiervan is het Eindhovense bedrijf Ioniqa dat een proces heeft ontwikkeld dat plastic weer om kan zetten naar een pure grondstof.Lees hier een uitgebreid interview met de CEO van IoniqaVerder ging bijna een derde van het beschikbare MIA- en Vamil-budget naar investeringen in duurzame gebouwen. Het totale investeringsbedrag in duurzame gebouwen bedroeg € 1,4 mrd.Duurzame mobiliteit in de liftIn 2017 investeerden bedrijven bijna € 0,5 mrd in elektrische auto’s en deden ondernemers ruim 6.300 keer een beroep op de fiscale regelingen voor investeringen in elektrisch personenvervoer. Daarnaast is het aantal investeringen in elektrische of hybride mobiele machines, zoals graafmachines en hijskranen, flink gestegen.  Lees ook: SET Ventures en Eneco Group investeren € 11 mln in slim elektrisch laden​Agrarische sector investeert veelDe agrarische sector maakt, net als afgelopen jaren, veel gebruik van de fiscale regelingen. De land- en tuinbouw claimde in 2017 ongeveer 35 procent van het beschikbare MIA- en Vamil-budget. In de veehouderij is er sprake van een lichte daling in milieu-investeringen ten opzichte van 2016. Investeringen in land- en tuinbouw betreffen voornamelijk duurzame stallen en kassen.MIA en VamilMet de Mia en Vamil wil het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in samenwerking met de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Financiën een impuls geven aan investeringen in milieu-innovatie en duurzame economische groei.Het kabinet wil namelijk in 2030 een grondstoffenbesparing realiseren van 50 procent en een reductie van 7 megaton aan broeikasgassen. Deze doelstelling is vastgelegd in het Rijksbrede programma Circulaire Economie. Voor de sector mobiliteit gaat het kabinet voor een extra CO2-emissiereductie van 3,5 megaton ten opzichte van de eerdere doelstelling in het Energieakkoord. Dit komt voort uit de Klimaatafspraken van Parijs.Lees verder:Lancering raamwerk voor financiering circulaire economie​ ‘Investeringen Nationaal Groenfonds leveren CO2-reductie van ruim 1 megaton op’ Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | Foto: Adobe Stock