Eva Segaar 19 november 2021, 14:47

Methaanremmers van DSM goedgekeurd door Europese autoriteit voor voedselveiligheid

Het voedingssupplement dat DSM heeft ontwikkeld – en waar al tijden veel om te doen is omdat het natuurlijke methaanvorming van dieren remt – is goedgekeurd door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). Het is nu nog één stap verwijderd van toelating tot de Europese markt.

Cattle eating feed in barn 810 A4832 s RGB De methaanremmers kunnen tussen 30 en 90 procent van de methaanuitstoot reduceren, claimt DSM.

Eerder deze maand werd al bekend dat de voedingssuplementen van DSM worden toegelaten tot de Braziliaanse markt. Nu volgt de Europese markt bijna: de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft de methaanremmers veilig verklaart, zo blijkt uit een persbericht.

‘Het reduceert methaanemissie van melkkoeien en is veilig voor het dier en de consument’, schrijft de EFSA. De laatste stap is om het goedgekeurd te krijgen door het PAFF comité, die het advies geven aan de Europese Commissie. Als de Europese Commissie het goedkeurt kan DSM in de eerste helft van 2022 in Europa beginnen met de verkoop. In Schotland is het al bezig met het opzetten van een fabriek om het supplement, dat Bovaer heet, op grote schaal te produceren.

Wat is methaan en hoe kunnen we de uitstoot ervan beperken?

De veehouderij ziet een kans

“De veehouderij ziet een kans om de uitstoot te verminderen en ze willen graag in actie komen”, zegt Ivo Lansbergen, president diervoeding en gezondheid bij DSM. “We hopen daarom dat de Europese Commissie het supplement met spoed zal goedkeuren, zodat we snel in actie kunnen komen tegen de methaanemissies uit de veehouderij.”

DSM is al tien jaar bezig met de ontwikkeling van het supplement. Een kwart theelepel per koe per dag zou al genoeg zijn voor een methaanreductie van 30 procent voor melkkoeien en 90 procent voor vleeskoeien. Het supplement zorgt er namelijk voor dat het enzym dat verantwoordelijk is voor de vorming van methaangas wordt geremd. Het zou in één klap de uitstoot van de veehouderij enorm naar beneden kunnen brengen.

In Nederland testte de Wageningen University and Research (WUR) al eerder het additief op de Dairy Campus in Leeuwarden. De methaanreductie op melkkoeien was daar tussen de 27 en 40 procent, afhankelijk van het type voer dat de koeien kregen.

Lees ook: In Brazilië voert ‘s werelds grootste vleesproducent JBS de supplementen al aan haar koeien.

Hoe zit het met de biodiversiteit onder zonnepanelen?

Met deze vragen in mijn hoofd ben ik afgereisd naar Zwolle waar Rosanne Bevers, business development manager bij GroenLeven, mij oppikt. Het zonnepark is slecht bereikbaar met openbaar vervoer en zo hebben we meteen een uur de tijd om het thema door te nemen. In de auto op weg naar Appelscha passeren we een weiland vol zonnepanelen. “Dat kan niet een park van ons zijn”, zegt Bevers stellig. “Die panelen staan veel te dicht op elkaar. Bij ons moet er minimaal 2 meter tussen zitten, bij voorkeur zelfs 3 meter. Omdat de grond anders verstikt.” Het park waar we naar op weg zijn is met 16 hectare relatief klein. Ook is het met drie jaar een van de oudste zonneparken van GroenLeven. Daaraan is te zien hoe snel de ontwikkelingen gaan. Bevers is politicoloog en heeft de energiesector leren kennen in haar vorige baan bij netbeheerder Liander. Bij GroenLeven is zij verantwoordelijk voor het ontwikkelen van zonneparken. Daarnaast heeft ze een passie voor de natuur. Het bevorderen van biodiversiteit is een belangrijk aspect daarbij. “Het stond in mijn vacature en was de reden dat ik bij GroenLeven wilde werken.” Samen met andere ontwikkelaars en branche vereniging Holland Solar is GroenLeven dit jaar een onderzoek gestart naar de wijze waarop zonneparken de biodiversiteit en bodemkwaliteit kunnen verbeteren. Dat moet binnen vier jaar een Ecocertified Solarlabel opleveren. “Wat mij betreft is het zon op dak, daarna zon op land in combinatie met natuur. Mijn droom is dat we alle parken ecologisch gaan beheren. Die zonnepanelen liggen er voor 25 jaar. Zou zonde zijn als we ze niet inzetten voor het verbeteren van de natuur”, zegt Bevers. "Mijn droom is dat we alle parken ecologisch gaan beheren"Hoe houd je bij de aanleg van een zonnepark rekening met biodiversiteit? “Het meest bepalend is hoe lichtdoorlatend de panelen zijn. Glaspanelen bijvoorbeeld laten 6 tot 9 procent licht door. Dat levert ook onder de rijen genoeg licht op voor planten om te groeien. Ook de opstelling speelt mee. Staan de panelen naar het zuiden gericht dan is dat gunstiger voor de biodiversiteit dan een gesloten oost-west opstelling. Ook de hoogte van de panelen, hoe schuin ze staan en in hoeverre ze regenwater doorlaten, maakt verschil. We werken nu met klik-in systemen. Daarin zitten stroken die water doorlaten. En water plus licht is leven.” Naast licht en water is de kwaliteit van de ondergrond cruciaal voor het ontstaan van biodiversiteit. Vaak komen zonneparken op voormalige landbouwgrond. “Die is heel stikstofrijk”, zegt Bevers. “Dat kan, door ieder jaar te maaien en af te voeren, in twintig jaar tijd schrale grond worden. Maar dan is het daarna voor de boer niet meer te gebruiken als landbouwgrond. Landbouwgrond is gemiddeld vier a vijf keer zoveel waard als natuurgrond. Dat gaat geen boer doen want dan vernietigt hij zijn hele kapitaal. Wij gaan daartussenin zitten.” “Het duurt jaren voordat op landbouwgrond vanzelf weer inheemse plantensoorten gaan groeien. Om dat proces te versnellen gaan we een paar jaar verschralen. Dat kun je doen door er een bodemlaag af te halen, ook wel afplaggen genoemd, voordat de panelen erop komen. Of door een aantal jaren te maaien en afvoeren. Van het maaisel kan bokashi gemaakt worden: gecomposteerd maaiafval, dat geschikt is als mest omdat het stikstof bevat.” Daarna zaait GroenLeven bloemen- en kruidenmengsels in die thuishoren in het gebied. “Voor een derde van de 25 bestaande parken maken we samen met een hovenier een plan. Een ecoloog van Faunax in Leeuwarden houdt de telling bij.” En hoewel veel ecologen niet geloven in deze vorm van natuurherstel is alles wat GroenLeven nu doet meegenomen, vindt Bevers. “Er is veel te winnen, ook zonder een super verschraalde heidegrond. Wij creëren geen nieuwe natuur maar wel meer leven.” Wat kost het om de biodiversiteit te herstellen en hoeveel geld reserveert GroenLeven daarvoor? “Hoe duur het is ligt aan wat je doet. Speciale glas-glaspanelen laten meer licht door maar zijn duurder, net als het verbreden van de rijafstand. Ook het zaaien en maaien kost geld. En een park levert niet meer energie op doordat het ecologisch beheerd wordt. Maar wij willen gewoon goede parken hebben, ecologisch beheerd. En de nieuwe eigenaren aan wie we de parken verkopen, zoals energiecoöperaties en pensioenfondsen, willen dat ook.”Na een uurtje rijden komen we aan bij het park dat verscholen ligt achter een hoge met brem begroeide wal die de 36.000 panelen aan het oog onttrekt. “Ik zie een oase van rust waar we een heleboel moois kunnen maken”, zegt Vincent Douwes. Als asset manager is Douwes bij GroenLeven verantwoordelijk voor het onderhoud van een tiental parken en 100 zonnedaken. “Ik ben van huis uit vogelaar. Ik bestudeer vogels over de hele wereld. En dat heeft zich uitgebreid naar vlinders, insecten en eigenlijk alles wat in onze Nederlandse natuur leeft en groeit.” “Ik word wel blij van wat ik hier zie. Natuurlijk staan er zonnepanelen. Maar vergeleken met een weiland vol Engels raaigras en koeien zit het hier vol leven. Een paar weken terug stikte het hier van de spinnen, dus er was flink wat te eten. Dus waren er ook veel vogels en libellen, want die eten weer die spinnen.” Een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van natuur is rust. Er komt hier niemand. Dankzij de wal rondom het park heerst er een serene stilte. Onze laarzen plonzen door het water. Aan de noordkant van het park bestaat de grond uit stikstofrijke leem waardoor er een soort moeras is ontstaan. “Hier groeit waterpostelein, waterkers.” Douwes wijst naar de grond. “We hebben ook watermunt gehad, dat rook ontzettend lekker.” “In Donkerbroek gaan we een poel graven van een paar vierkante meter aan de rand van het park”, zegt Bevers. “Dat is bedoeld voor kikkers, padden en salamanders, daar komen libellen op af. Dat doen we ook op het zonnepark Exloo in Drenthe. Daar komen poeltjes met micro reliëf waardoor daar meerdere typen vegetatie kan ontstaan. En we zorgen voor verblijfplaatsen en schuilplekken voor dieren door stapels dood hout neer te leggen.” Verderop wordt de grond droger. “Ten zuiden van trafo 6 (een elektriciteitshuisje, red.) gaan we heel kort maaien, dan omspitten en dan zaaien we een kruidenmengsel in”, zegt Douwes. “Tijd zal moeten uitwijzen of het zal werken. Tussen de panelen hebben we dit nog nergens geprobeerd. Maar de waterschappen hebben er wel al ervaring mee op de dijken.”"Vergeleken met een weiland vol Engels raaigras en koeien zit het hier vol leven"De wal rondom het park is dichtbegroeid. “Hier aan de rand van het park in de berm zitten broeihopen van ringslangen”, zegt Douwes. “Daar overwinteren ze in en leggen ze hun eieren in.” Verderop bij het hek stuiten we op een wissel. “Dat is een weggetje dat gemaakt is door dieren. Het wordt gebruikt door de vos en de das en konijnen, egels, hazen.” Het park is niet toegankelijk voor bezoekers en juist het feit dat hier geen mensen komen is gunstig voor de natuur. Rondom het zonnepark leven dassen. De bestaande burcht met meerdere in - en uitgangen is recentelijk uitgebreid met een ingang in de wal rondom het zonnepark; blijkbaar hebben de dieren het hier prima naar hun zin. Het Ecocertified Solarlabel is er nog niet, maar als het aan Douwes en Bevers ligt komt dat er snel. “We hebben nog veel meer duurzame energie nodig. Dat mag niet ten koste gaan van biodiversiteit en het leven in de bodem”, zegt Douwes. “En ik ben ervan overtuigd dat het samen kan gaan”, vult Bevers aan. “Op de nieuwere parken kunnen we vanaf het begin met biodiversiteit aan de slag. Maar dat hebben we hier moeten leren.”