Marc Seijlhouwer 20 september 2021, 13:23

Na kweekvlees is er nu ook koffie uit het lab met minder CO2

Finse wetenschappers maakten koffie in een laboratorium, door cellen te kweken in een bioreactor. Deze koffieproductie is beter voor het milieu en kan lokaal, zodat er geen bonen van ver weg meer nodig zijn. Is dit dé manier voor een duurzaam bakkie troost?

Coffee produced in bioreactor through cellular agriculture 5 Een van de onderzoekers zet koffie gemaakt van gekweekte cellen | Credits: VTT

De onderzoekers begonnen met de bladeren van de koffieplant. Hier haalden ze cellen uit, die gingen in een bioreactor met voedingsstoffen, en zo groeiden er langzaam cellen van koffiebonen. Afgelopen week kondigden de Finnen aan dat ze die cellen voor het eerst hebben gebrand om een kop koffie van te zetten.

De smaak ‘vertoont gelijkenissen met de smaak en geur van koffie’, zeggen de onderzoekers in het persbericht. Wat dat precies betekent is onduidelijk, maar het zal nog wel even duren voor er echt koffie uit het lab qua prijs tegen de real deal op kan boksen. Over vier jaar moet de techniek ver genoeg zijn om commercieel aan te bieden, zegt hoofdonderzoeker Heiko Rischer van het VTT, een Fins onderzoeksbureau.

Milieuproblemen voor koffie

De mijlpaal van gekweekte koffie is toch de moeite waard om bij stil te staan. De drank is namelijk vergeven van milieuproblemen. Zo worden er vaak beschermde bossen gekapt om koffie te verbouwen en kost het een heleboel water en bestrijdingsmiddelen. Bovendien groeit koffie op relatief weinig plekken, en moet het de hele wereld over worden gevlogen om uiteindelijk in de supermarkt of het café te belanden.

Daar komt bij dat koffie waarschijnlijk een van de eerste gewassen is die last gaat hebben van klimaatverandering. Stijgende temperaturen zijn niet goed voor de koffieplant, net als extreem weer dat vaker voor zal komen. Het wordt dus lastiger om koffie te verbouwen, prijzen zullen stijgen en zo kan koffie op den duur onbetaalbaar worden.

Warmte voor de reactor

Door nu te onderzoeken of er ook andere, mogelijk duurzamere manieren zijn om aan koffiebonen te komen, zijn we in de toekomst voorbereid op eventuele tekorten, zo redeneren de Finse onderzoekers. De grote vraag is of de kweektechniek ook echt beter is voor het klimaat. Een bioreactor vraagt namelijk om veel warmte. Als die niet van een duurzame bron komt maar van bijvoorbeeld aardgas, komt er veel CO2 vrij omdat de bioreactor lang moet draaien. Uiteindelijk kan de klimaatwinst die je hebt omdat er geen grote koffieplantage en transport nodig is wegvallen.

Voorlopig zijn dat soort vragen nog niet aan de orde; daarvoor is de Finse techniek nog te experimenteel. Maar als deze techniek echt duurzamer koffie wil produceren, zal er ook vooruitgang gemaakt moeten worden met duurzame warmte, bijvoorbeeld uit waterstof.

Niet alleen vlees en koffie, ook vis komt straks misschien wel uit de bioreactor

Een parkeergarage waar elektrische auto’s stroom opladen én leveren.

Recent kwam er een gigantisch semi-open zonnedak bovenop de garage, dat samen met de panelen op het naastgelegen kantoor al een aanzienlijk deel van de stroombehoefte van het pand verzorgt. Maar het kan altijd beter. En dus investeerde a.s.r. in iets wat nu nog heel bijzonder is, maar straks goed dé standaard kan zijn: laadpalen die twee kanten op kunnen. Ze kunnen auto’s opladen (bijvoorbeeld met de zonnestroom van het dak), maar ze kunnen ook stroom uit de auto trekken en doorvoeren naar het gebouw. Dat laatste kan heel handig zijn als de auto’s niet snel weg hoeven en het gebouw van a.s.r. meer energie nodig heeft dan de panelen opwekken. Denk aan momenten dat de zon niet schijnt. Of als er een plotselinge piekbelasting is, omdat het gebouw meer verwarmd moet worden (met elektrische warmtepompen) dan normaal. Piekmomenten in stroomvraag Volgens Sharon Dijksma, burgemeester van Utrecht, is dit de toekomst voor de Nederlandse energievoorziening. Vooral voor de piekbelasting rond zes uur ’s avonds. “Sommige gebruiken, zoals de piepers die dan op het vuur gaan, zijn moeilijk te breken. Er is dan dus meer stroom nodig dan duurzame bronnen in een keer kunnen leveren”, zei de burgermoeder tijdens de opening van de garage. Bovendien is het in de winter al donker rond etenstijd, dus dan valt de zonne-energie weg. Om het op te lossen, is er een vorm van tijdelijke energie-opslag nodig. Dat kan met thuisbatterijen, maar met de bi-directionele auto sla je twee vliegen in een klap: je hebt duurzame mobiliteit en een batterij in één apparaat. Wel zo handig. Met die gedachte begon ook het bedrijf We Drive Solar een paar jaar geleden te experimenteren met bidirectionele laadpalen. Die proeven vonden in Utrecht plaats en waren zo succesvol dat er inmiddels al honderden tweerichtingslaadpunten in de stad staan. Met de 250 van de a.s.r.-garage erbij komt de teller op 1.000 laadpalen. Robin Berg, directeur van We Drive Solar, is heel blij met deze ontwikkeling. “Dit laat zien wat Nederland goed kan: ons voorbereiden op de toekomst.” Lees meer over de ambities van Utrecht Steeds meer bidirectionele auto's En dat bidirectioneel laden in de toekomst ligt, daar is Berg van overtuigd. “Dit is pas het begin. We zorgen er nu voor dat de infrastructuur er is voor de auto’s van de toekomst.” Die komen mondjesmaat aan op de automarkt. Waar We Drive Solar de eerste bidirectionele auto, eeen Renault, nog zelf moest ontwikkelen, komen er nu ook commerciële modellen uit. “In januari krijgen we 25 Hyuandai-auto’s die twee kanten op kunnen laden”, zegt Berg. Ook kondigde zijn bedrijf aan 100 auto’s van het Duitse Sono Motors te kopen. Voor a.s.r. zijn de auto’s een belangrijke stap naar (nog) meer duurzaamheid. “Sinds de financiële crisis”, vertelde CEO Jos Baeten tijdens de opening van de garage, “besloten wij als bedrijf vol voor duurzaamheid te gaan. Dat doen we met onze verzekeringsproducten, maar ook met onze eigen bedrijfsvoering. Dit is de volgende stap daarin.” Die stap komt na een uitgebreide verduurzaming van het kantoor, dat van slecht geïsoleerde kolos met label G naar een elegante witte toren met veel glas ging, met energielabel A++. Inmiddels is het kantoor ook van het gas. En straks zullen de tientallen auto’s hun stroom, indien mogelijk, leveren aan het gebouw. Ze leveren maximaal een miljoen kilowattuur per jaar; niet genoeg voor de hele stroombehoefte van a.s.r., maar wel om een belangrijk deel op te vangen. En de rest van de stroom is ook groen, verzekert het bedrijf. Burgemeester Dijksma en CEO Baeten plugden de eerste bidirectionele auto in de parkeergarage.Gelijkstroom in plaats van wisselstroom De garage opzetten met de tweerichtingsladers was niet per se makkelijk. Extra bijzonder is het feit dat ze allemaal op gelijkstroom werken, in plaats van op de gangbare wisselstroom. Dat zorgt voor meer efficiency en lagere kosten - maar het was wel een uitdaging, omdat gelijkstroom kan fluctueren. Jos Ruijter, de man die namens a.s.r. alles technisch regelde, zag hoe lastig het soms was. “Gelijkstroom vraagt om apparaten die alles stroomlijnen. In Zweden maken ze die, maar het kostte nog flinke moeite om de maker te overtuigen dat het ook voor onze parkeergarage werkte. Toch is het gelukt”, zegt hij trots bij de opening, terwijl hij wijst naar de kabels die aan de bovenkant van de garage hangen. Het laat zien hoezeer het verzekeringsbedrijf aan het pionieren is. Volgens Ruijter is dit een voorbeeld voor wagenparken van andere bedrijven. “Absoluut, dit gaat groter worden. En wij laten zien dat het kan.” Als meer bedrijven dit doen, zouden de leasewagens die elk bedrijf heeft best eens een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de overgang naar duurzame stroom. Dan zijn die auto’s in feite grote batterijen die collectief stroom geven als de wind en de zon het laten afweten. Utrecht is er in ieder geval klaar voor, laat ook burgemeester Dijksma trots weten: “Dit is een nieuw duurzaam icoon voor onze stad.”