Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 27 mei 2014, 07:15

Na laptops en tv’s opent Toshiba groentefabriek

De Japanse elektronicagigant Toshiba hoopt de aankomende maanden te beginnen met de verkoop van groenten, verbouwd in een eigen groentefabriek.

8516458131 d4f540bbec b e1401098462253

De fabriek van 2.000 vierkante meter moet komen te staan in Yokosuka, Japan. Het bedrijf verwacht dat deze brancheverbreding uiteindelijk jaarlijks zo’n ¥ 300 mln (€ 2 mln) per fabriek kan opleveren.

Als huisvesting voor de fabriek wees Toshiba een leegstaand pand aan gelegen in het centrum van Yokosuka, een stad met een hogere bevolkingsdichtheid dan Rotterdam. Hiermee is de fabriek de jongste stap in de richting van een duurzame samenleving ‘waarin mensen gezonder en gelukkiger leven,’ aldus Toshiba. Het project past in de langetermijnvisie van het bedrijf, dat zich toe wil leggen op de verbetering van de kwaliteit van voedsel, water en lucht.

 

Voordelen

 

De fabrieksgroenten, in tegenstelling tot normale landbouwproducten, worden gekweekt onder kunstlicht. Meerdere planken boven elkaar zorgen voor een hogere opbrengst per vierkante meter dan traditionele landbouw.

Bijkomend voordeel van de gecontroleerde binnenomgeving is dat het klimaat vrijwel bacterievrij is. Daardoor zijn er gedurende de gehele productie geen pesticides nodig. De afwezigheid van bacteriën verlengt ook de houdbaarheid van de groenten. Dit vermindert voedselverspilling.

Daarnaast biedt de fabriek de mogelijkheid tot het toepassen van de modernste technologieën die een optimale leefomgeving creëren voor de groenten.

 

Spinazie

 

Toshiba is niet van plan zich te beperken tot Japan, en hoopt begin 2015 de eerste fabrieken in het buitenland te openen.

In juli van dit jaar gaat de eerste spinazie over de toonbank.

Bron: Toshiba | Foto: Kristine Paulus via Flickr

 

‘Opkomst extreme partijen belemmert duurzaamheid in EU’

De stemmen zijn geteld, de zetels verdeeld. Het vers gekozen Europese parlement treedt binnenkort in functie. De vraag is wat de nieuwe zetelverdeling zal betekenen voor het Europese milieubeleid. Alhoewel alle grote middenfracties aanzienlijk hebben verloren, verwacht Bas Eickhout, Europa-lijsttrekker voor GroenLinks, geen grote herzieningen van de ingeslagen weg. Dat voorspelde hij maandagmiddag op BNR Nieuwsradio. De christendemocraten en de sociaaldemocraten behouden een meerderheid, waardoor de grote lijnen onveranderd zullen blijven. Zo zijn de klimaatdoelstellingen voor 2030 al lange tijd onderwerp van gesprek in Brussel en zullen ze niet ernstig afwijken van de verwachtingen. De uitdaging De doelstellingen zijn echter nooit aan hevige controverse onderhevig geweest in Europa. De meeste lidstaten zijn het erover eens dat het gebruik van duurzame energie omhoog moet en de uitstoot van CO2 omlaag. De werkelijke uitdaging ligt, volgens Eickhout, in het opstellen van een eensgezind Europees milieubeleid dat deze doelen nastreeft. En juist hierin kan de nieuwe zetelverdeling een belemmerende rol gaan spelen. Het grote verschil ten opzichte van het politieke landschap enkele dagen geleden is de opkomst van de anti-Europese partijen. Deze partijen aan de flanken van het parlement bemoeilijken het vormen van één Europees energiebeleid, dat ze uit principe tegen de borst stuit. Een meerderheid in het Parlement die wél zulk beleid zou kunnen doorvoeren, zoals tussen de Groenen en de sociaaldemocraten, is niet meer haalbaar. Eickhout: ‘Waar de Groenen vroeger gemakkelijk een meerderheid vormden met één van de grote fracties, is dat nu een stuk lastiger geworden.’ Regionale afspraken Niet alleen langs politieke fracties loopt een scheidslijn, de verkiezingen vonden plaats tegen een achtergrond van uiteenlopende meningen tussen de lidstaten. Daar ligt volgens Eickhout de grootste uitdaging voor Europa. Zo wil Polen zich vooral richten op energiewinning uit steenkool, Engeland ziet uitkomst in kernenergie, terwijl Duitsland juist overtuigd is van duurzame energiebronnen. Jacques de Jong, medewerker van het Clingendael Instituut voor Internationale Betrekkingen, pleit daarom voor regionale afspraken. Het schijnt hem niet ondenkbaar dat afzonderlijke lidstaten een gezamenlijk energiebeleid zullen doorvoeren. Nederland en Duitsland zouden bijvoorbeeld samen kunnen werken op dit gebied, maar ook Italië en Griekenland. Eickhout ziet de voordelen van dergelijk beleid wel in, maar houdt ook de klimaattop van 2015 in Parijs in het achterhoofd. ‘Daar moet Europa met één stem kunnen spreken. De wereld verwacht ook dat de EU met een gezamenlijk standpunt naar voren komt. Er zal dus zeker nog over de nodig taboes gestapt moeten worden.’ Bron: BNR | Foto: Youtube