Britt van den Elshout 15 maart 2018, 11:05

Nationale proeftuin moet precisielandbouw boost geven

In het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) gaan zes boeren aankomend jaar nieuwe precisielandbouwtechnieken toepassen in hun bedrijf. Deze technieken moeten zorgen voor hogere opbrengsten, minder milieubelasting en lagere kosten.

Precisielandbouw drones

De zes boeren komen uit verschillende provincies en zullen ieder aan de slag gaan met één of meer van de zes precisielandbouwtechnieken die zijn uitgekozen. De boeren worden hierbij begeleid door onafhankelijke experts van Wageningen University Research. Eén van de zes boeren wordt eind 2018 uitgekozen om zijn bedrijfsstrategie met behulp van experts nog verder onder de loep te nemen.  

Precisielandbouw is een techniek waarbij landbouwgewassen, of zelfs dieren, met behulp van technologische toepassingen heel nauwkeurig de juist behandeling krijgen. Hiervoor worden verschillende technologieën ingezet zoals GPS, sensortechnologie, ICT en robotisering. Door de complexiteit en onduidelijkheid over de voordelen en het ontbreken van toepassingen, wordt het echter nog niet op grote schaal gebruikt. De Nationale Proeftuin wil daar verandering in brengen.

Kennisverspreiding staat centraal

“De Nationale Proeftuin is geen onderzoeksproject, maar een project om kennis te verspreiden en om boeren te stimuleren om aan de slag te gaan”, vertel Corné Kempenaar van Wageningen Univerity Research. “De eerste reden dat boeren nog weinig gebruik maken van precisielandbouw, is de complexe techniek. Je moet allereerst data verzamelen, dan heb je modellen nodig die de data vertalen en vervolgens moeten machines daadwerkelijk iets gaan uitvoeren.”

“Ik denk dat boeren zeker 20 tot 30 procent gaan besparen op het gebruik van bestrijdingsmiddelen”

Het verzamelen van data is een belangrijke stap in de precisielandbouw. Sensoren nemen bijvoorbeeld gewassen of de bodem waar en op basis van die data kunnen specifieke behandelingen worden toegepast. Het delen van de data onderling wordt door boeren op dit moment nog niet veel gedaan.

“Op lange termijn is het delen van data zeker belangrijk, maar de boeren moeten dat wel op een veilige manier kunnen doen”, zegt Kempenaar. “Er wordt veel gezegd over het delen van data, maar vaak profiteren de boeren daar zelf niet van. Je geeft bijvoorbeeld ook veel bedrijfsgegevens bloot. Voordat we hier echt goede systemen voor hebben, zijn we nog wel vijf jaar verder.”

Het financiële aspect

Het kostenplaatje is een tweede punt waar boeren vaak tegenaan lopen. “Als boeren minder geld uit hoeven te geven aan bijvoorbeeld gewasbestrijding, maar ze dit vervolgens wel moeten investeren in nieuwe apparatuur, dan zien ze het voordeel niet. Voor het milieu is het echter wel meteen waardevol.” De milieubelasting kan met name dalen op het gebied van gewasbescherming en bemesting. “Ik denk dat boeren zeker 20 tot 30 procent gaan besparen op het gebruik van bestrijdingsmiddelen”, aldus Kempenaar. “Uiteindelijk zullen de investeringen ook zeker worden terugverdiend.”

Wet- en regelgeving

Op juridisch gebied is er ook nog werk aan de winkel. Drones en zelfrijdende machines zijn voorbeelden van technieken waar nog geen complete regelgeving voor is ontwikkeld. “Er kan op dit moment al wel het één en ander, maar er moeten nog veel regels gemaakt worden. We zijn nog wel een aantal jaar verder voordat we volledig aan de slag kunnen met zelfrijdende machines. Het moet natuurlijk wel allemaal veilig gaan.”

Al met al lijkt het alsof de precisielandbouw nog flink aan de bak moet. Dat is dan ook een opmerking die Kempenaar vaker te horen krijgt. “Je moet echter niet vergeten dat boeren ieder jaar al preciezer werken. Natuurlijk duurt het nog wel even voordat we iedere individuele plant kunnen verzorgen, maar we gaan wel elk jaar vooruit. Wat we nu vooral nodig hebben, zijn investeringen.”

Bereidheid bij de boeren

Het project duurt in totaal vier jaar en wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het ministerie investeert voornamelijk in de ondersteuning van de boeren. De aangesloten boeren moeten zelf ook bereid zijn om te investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. Gedurende het project worden elk jaar zes nieuwe boeren en zes nieuwe technieken geselecteerd. De Nationale Proeftuin zal met de jaren dus steeds verder uitbreiden.

Lees ook:

Foto: Adobe Stock

ABN AMRO: ‘Door personeelstekorten kan de bouw groeikansen niet benutten’

Download de sectorprognose2017 was het vierde jaar op rij waarin de bouwproductie steeg. ABN AMRO verwacht dat de bouwproductie in 2018 met 4,5 procent en in 2019 met 4 procent zal groeien. Dit groeitempo ligt lager dan voorgaande jaren, omdat bouwbedrijven door personeelstekorten niet aan de sterk groeiende vraag kunnen voldoen. Ook toeleveranciers hebben moeite om aan de stijgende vraag naar bouwmaterialen te voldoen. Daardoor lopen bouwprojecten vertraging op.“Zo zal er tussen 2016 en 2022 behoefte zijn aan zo'n 64.000 nieuwe arbeidskrachten en dit probleem wordt alleen maar groter”, zegt Madeline Bouw, sector econoom bouw van ABN AMRO.Lees ook: Nederlandse bouwsector maakt zich hard voor duurzaamheidKansen voor de bouwsector: verduurzaming en vergrijzingABN AMRO verwacht dat de woningbouw in 2018 met 6 procent en in 2019 met 5 procent zal groeien. De woningsector heeft te maken met trends als verduurzaming, vergrijzing en de toename van kleinere huishoudens: daardoor stijgt de vraag.Doordat het aantal eenpersoonshuishoudens groeit, zijn er meer betaalbare, kleine woningen nodig. Door vergrijzing stijgt de vraag naar levensloopbestendige woningen, zodat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. Daarnaast moeten miljoenen woningen worden verduurzaamd om te voldoen aan de duurzaamheidsambities van het kabinet.Lees ook: Olaf Rutten, ABN AMRO: ‘Wij financieren graag niet-duurzame panden’Verduurzaming van de woningmarktABN AMRO verwacht dat de verduurzaming van bestaande woningen naar minimaal energielabel B circa € 28,1 miljard euro kost. Deze verduurzamingsopgave levert kansen op voor utiliteitsbouwers, stelt de bank. Doordat kantoren vanaf 2023 minimaal een energielabel C moeten hebben, stijgt de vraag naar renovatie.Lees ook: Het kan wél: de verduurzaming van een huurpand als succesvolle businesscaseCirculaire verdienmodellen voor de bouwsectorOm de kansen beter te benutten zijn nieuwe verdienmodellen nodig, denkt ABN AMRO. Op die manier kan de sector beter inspelen op verduurzaming van de gebouwde omgeving en de ontwikkeling van circulair bouwen.Zo kan circulariteit het verdienmodel van de groothandel permanent veranderen. ABN AMRO denkt dat de groothandel kan uitgroeien tot een marktplaats voor gebruikte bouwmaterialen en daarmee een belangrijke schakel wordt in de circulaire economie.Daarnaast kunnen digitalisering en industrialisering een rol spelen. Niet alleen bij het benutten van kansen, maar ook bij het oplossen van het personeelstekort. “Door te werken met 3D-printing, prefab en modulaire bouw zijn minder werknemers nodig. Tegelijkertijd moet de sector investeren in nieuwe verdienmodellen om in de komende jaren te kunnen inspelen op de verduurzaming van de gebouwde omgeving en het circulaire bouwen," aldus Buijs.Lees ook: 5 ontwikkelingen die circulaire bouw versnellenBron: ABN AMRO | Afbeelding: Adobe Stock