Romy de Weert 28 oktober 2021, 11:07

Nederlanders aten in coronajaar minder vlees, en dat is goed nieuws voor het milieu

Nederlanders aten in 2020 minder vlees dan het jaar ervoor. De voornaamste reden hiervoor is de sluiting van veel restaurants tijdens de coronapandemie. Dat concludeert Wageningen University & Research (WUR) na onderzoek in opdracht van Wakker Dier. Minder vlees eten is goed nieuws voor het milieu. Maar hoe zorgen we dat de daling doorzet, nu alle restaurants weer open zijn?

Vleesvak We aten 38 kilo vlees per persoon in 2020. Ruim een kilo minder dan het jaar ervoor

In 2020 aten we per hoofd van de bevolking 75,9 kilo vlees. Een jaar eerder was dit 77,8 kilo. Die cijfers zijn inclusief het karkasgewicht, dus met de botten en het vet. Zo’n 38 kilo vlees aten we in 2020 daadwerkelijk op. Dat is een kilo minder dan een jaar eerder.

Nog niet eerder is er zo’n grote daling van de vleesconsumptie in Nederland gemeten. De WUR wijdt de daling vooral aan de sluiting van de horeca tijdens de coronapandemie. Mensen kochten daardoor meer iets meer vlees in supermarkten en slagers. 24,6 miljoen kilo vlees in 2020 tegen ruim 23,3 miljoen kilo in 2019.

Toch is de daling van de vleesconsumptie een mooie mijlpaal, ziet Pablo Moleman, manager food industry & foodservice bij ProVeg Nederland. “De afgelopen jaren hebben er veel ontwikkelingen plaatsgevonden op het gebied van vleesvervangers en plantaardige producten. We zouden verrast zijn als er dit jaar geen daling te zien zou zijn.”

Uitdagingen voor horeca

“Juist
de horeca speelt een belangrijke rol bij nieuwe voedseltrends en
het bieden van culinaire inspiratie. We zien ook dat steeds meer restaurants en
horecaformules inzetten op plantaardig. Tegelijk kunnen we niet om de cijfers
heen: in de supermarkten lukt het duidelijk beter om vlees te minderen dan in
de horeca”, zegt Moleman.

Eén van de redenen is volgens Moleman het beperktere aanbod. “In de supermarkt heb je natuurlijk een veel ruimere keuze aan plantaardige opties. Daar is in de horeca nog ruimte voor verbetering. Maar ook als je maar plek hebt voor een paar plantaardige opties op je kaart, dan kan het helpen om die bij klanten beter onder de aandacht te brengen.”

Dat onder de aandacht brengen kan volgens Moleman met kleine trucjes. Zo staan vegetarische opties op menukaarten vaak onder een apart kopje, waardoor mensen die zichzelf niet als vegetarisch identificeren hier snel overheen lezen. “Als de vegetarische gerechten tussen het vlees- en vis-menu zouden staan, bestellen veel meer bezoekers een vegetarisch gerecht.”

Psychologsich effect

Volgens Moleman zijn er nog meer psychologische effecten waar horeca op in kan spelen. Zo kan een restaurant ervoor kiezen om de bewoording ‘vegetarisch’ te vermijden, maar juist de ingrediënten te benoemen. Geen vegetarische lasagne, maar een lasagne met aubergines, tomaat en wortel. Dan leg je de nadruk op de ingrediënten.

Tot slot ziet Moleman een snelle optie voor horeca om consumenten minder vlees aan te bieden, en dat is door het aanbieden van kleinere porties vlees. “Die zijn vaak namelijk veel groter dan nodig, en zeker groter dan gezond.” De focus van het gerecht zou volgens Moleman ook meer verschoven kunnen worden van vlees of vis naar de groenten.

Stijging plantaardige vleesvervangers

Uit het rapport van de WUR blijkt ook dat er sprake is van een duidelijke stijging van de vraag naar plantaardige vleesvervangers. “De toename hiervan haalt de voorbije jaren dubbele cijfers”, staat in het rapport. Zo zag ABM AMRO een vraagstijging naar vleesvervangers van zo’n 20 procent en Nielsen een vraagstijging van 30 procent. Het rapport: “Indrukwekkende groeicijfers in elk geval, die representatief zijn voor de dynamiek in de markt van plantaardige vleesalternatieven. Want de markt van plantaardige varianten voor dierlijke producten is volop in beweging.”

Lees ook: Voorspelling: vanaf 2025 eten we in Europa steeds minder vlees

Nederland maakt stappen met klimaatbeleid, maar het is nog niet genoeg

Het PBL maakt met de KEV jaarlijks de balans op over het Nederlandse klimaatbeleid van de regering. Daarbij kijkt het bureau naar 2030: komen we, met de huidige voorgenomen beleidsmaatregelen, uit op het doel van 49 procent minder uitstoot in vergelijking met 1990? Het antwoord is nee. Met de plannen die de kabinetten tot nu toe maakten zal de uitstoot in 2030 38 tot 48 procent lager liggen. In het meest positieve geval halen we het doel dus nét niet, maar in de somberste prognose moet er nog een heleboel gebeuren. De 49 procent reductie is nodig om in 2050 uiteindelijk klimaatneutraal te zijn. CO2-uitstoot van industrie en mobiliteit De situatie is wel beter dan in de vorige KEV, toen het er nog op leek dat de reductie in 2030 op slechts 30 tot 40 procent uitkwam. Dat de schatting nu veel hoger ligt komt omdat het kabinet concrete plannen uitwerkte voor de industrie en mobiliteit (auto’s, vrachtwagens enzovoort). Toch is er, met nog maar acht jaar te gaan tot 2030, nog veel daadkracht nodig. Het PBL denkt vooral dat het beleid dat er nu is voortvarend uitgevoerd moet worden. Er mogen geen vertragingen, afzwakkingen of andere concessies gedaan worden. Raad van State en Jonge Klimaatbeweging De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, ziet aan de hand van de KEV dat het klimaatbeleid tekortschiet. Hun jaarlijkse evaluatie van de klimaatplannen van het kabinet is dit jaar niet rooskleurig. “Dat het kabinet demissionair is, ontslaat het niet van de plicht om te doen wat nu nodig is”, aldus de Raad. Er zijn nu (extra) structurele maatregelen nodig, zoals een Minister van Klimaat en een strengere Klimaatwet die past bij de ‘Fit for 55’-ambitie van de EU. Alleen zo kan Nederland vechten tegen klimaatverandering. De Jonge Klimaatbeweging, die deze week nog zeven klimaatpunten aan de formerende partijen presenteerde, pleit niet voor een minister van Klimaat, maar voor een Klimaatautoriteit die de regering controleert en ervoor zorgt dat de doelen écht gehaald worden.