Chris Thijssen 02 februari 2016, 09:16

Nieuw systeem moet gehaltes in mest nauwkeuriger bepalen

Machinebouwer Veenhuis heeft een precisiebemestingssysteem ontwikkeld dat realtime de gehaltes van droge stof, stikstof, fosfaat en kalium in mest meet. De metingen zouden nauwkeuriger zijn dan de huidige metingen.

Models powerwall

Dat schrijft Melkvee.nl. Veenhuis plaatste het near-infrared spectroscopy (Nirs)-systeem op een mestverwerker van loonbedrijf Jansen in het Overijsselse Wijhe. Met dit precisiebemestingssysteem kunnen landbouwers volgens het bedrijf exact de juiste hoeveelheid nutriënten doseren. Daarnaast monitort het systeem de bemesting tijdens het uitrijden van de mest.

Veenhuis wil de techniek gebruiken voor een nieuwe toepassing bij mesttransport. Het Nirs-systeem moet een nauwkeurige en directe mestanalyse geven van de gehaltes droge stof, stikstof, fosfaat en kalium. Normaal gesproken gebruiken onderzoekers duizenden monsters om de gehaltes van deze stoffen in mest te onderzoeken.

De machinebouwer verwacht dat het huidige mestoverschot, dat op basis van berekeningen wordt geschat, met de toepassing van de nieuwe techniek 10 tot 15 procent lager zal uitkomen.

Mestfraude verminderen

Veehouders moeten overtollige mest afvoeren. Akkerbouwers kunnen deze mest kopen, zolang ze niet meer dan de toegestane hoeveelheden gebruiken. Om aan de wettelijke toegestane hoeveelheden te voldoen, wordt in bepaalde gevallen gesjoemeld met de gehaltes in de verschillende fracties van mest. Daarnaast lozen sommige veehouders hun mest via illegale kanalen.

Doordat het nieuwe systeem de mestgehaltes nauwkeuriger berekent, verwacht Veenhuis de fraude in de mestwereld te kunnen verminderen. Zeker als dat in combinatie gebeurt met de verplichte centraal te volgen GPS-locaties van mesttransporten.

Daarnaast kan mest met behulp van het systeem efficiënter op de juiste plek worden gebruikt, omdat de precieze gehaltes bekend zijn, stelt het bedrijf.

Bron: Melkvee.nl | Foto: Manu, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

The Body Shop elimineert oliegebruik met CO2-verpakking

Het internationale schoonheidsmerk The Body Shop werkt samen met het Amerikaanse Newlight Technologies aan de ontwikkeling van een nieuwe verpakking, gemaakt van AirCarbon. Newlight Technologies maakt dit thermoplastisch materiaal van methaan dat wordt afgevangen op boerderijen en aardgasraffinaderijen.Enzymen in een reactor absorberen de CO2 en zuurstof uit het methaan en herschikken de deeltjes tot een solide plastic. Het bedrijf smelt de substantie en droogt deze tot doorschijnende pellets, die vervolgens worden omgevormd tot flessen en doppen.Het productieproces van AirCarbon heeft volgens de bedrijven een negen keer hogere opbrengst dan bestaande technologieën voor de productie van plastics. De bedrijven zien de nieuwe verpakking dan ook als een duurzamer alternatief voor plastic op basis van olie.70 procent minder plastic van olieThe Body Shop gaat de ‘CO2-verpakkingen’ gebruiken om het gebruik van plastics op oliebasis tegen 2020 met 70 procent terug te dringen. Volgens Newlight Technologies is het concern het eerste merk in de schoonheidsindustrie dat inzet op de industrialisatie van AirCarbon-materialen.“Doppen en flessen kunnen meer zijn dan alleen doppen en containers”, zegt Mark Herrema, CEO van Newlight Technologies. “Ze kunnen deel uitmaken van hoe we een betere wereld creëren. Met The Body Shop vervangen we olie door CO2 die anders onderdeel van de atmosfeer zou worden. Zo veranderen we de rol van materialen in de maatschappij.”Herrema ziet het gebruik van AirCarbon door The Body Shop dan ook als een potentiële ontwikkelingsmijlpaal in de schoonheidsindustrie.Bron: Newlight Technologies | Foto: thinkretail, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)